Daar waar de rivieren de Vecht en de Regge samenvloeien ligt in het prachtige landschap het vanouds bekende stadje Ommen.

1906. Het (inmiddels gedempte) Ommerkanaal met op de achtergrond de brug (Klumpies brugge) die toegang gaf tot De Rotbrink/Ommerbos (tegenwoordig brandweerkazerne).
Toeristische trekker
Het mooie van Ommen werd al vroeg ontdekt door de nationale padvinderij hetgeen geleid heeft tot der huidige ontwikkeling van het toerisme. Eén/derde van het totale oppervlak van de gemeente Ommen (180 m2) is bedekt met bos en hei. Het uitgebreide gebied rondom Ommen kent een verscheidenheid aan landschappelijk schoon. Weilanden, bossen, heidevelden en zandverstuivingen worden afgewisseld met schilderachtige landgoederen en buurtschappen. Kenners van het Nederlandse natuurschoon beschouwen het Ommer landschap dan ook als het mooiste en veelzijdigste, wat Overijssel te bieden heeft. Het stadje Ommen aan de Vecht is sinds jaar en dag een toeristische trekker van formaat. Iedereen weet waar Ommen ligt. Ommen is gek met al die toeristen. Rondom het stadje liggen prachtige landgoederen met kasteel Eerde, Huize Vilsteren, Huis Archem en aan de rand van Ommen Huize Het Laar. Ommen telt maar liefst vijf molens. In de molen Den Oord is het Streekmuseum gevestigd. Een ander uniek museum is het Nationaal Tinnen Figurenmuseum in het voormalige gemeentehuis aan de Markt.
Doorwaardbare plaats
Oorspronkelijk is Ommen een nederzetting nabij een doorwaadbare plaats in de Vecht. De geschreven geschiedenis is na te gaan tot ongeveer het jaar 1200. De naam “Umme” wordt reeds vermeld in 1133. Het stadsrecht werd in 1248 verleend door Bisschop Otto III. Wie de plattegrond van Ommen bekijkt valt duidelijk de ronde vorm op van het stadje. Vrij nauwkeurig is na te gaan waar de oude stadswallen hebben gelegen en op welke plaatsen de Bruggepoort, de Varsenerpoort en de Arriërpoort hebben gestaan. Buiten Ommen liep de Hessenweg, een eeuwenoude handelsroute, die zijn naam heeft te danken aan de kooplieden uit de Duitse graafschap Hessen. Zij vervoerden met enorme wagens met daarvoor krachtige paarden hun waardevolle goederen door heel Europa. Vrijwel de enige bebouwing langs de Hessenwegweg bestond uit herbergen. Op Ommer grondgebied was De Hongerige Wolf de eerste herberg op de route. Eén van de oudste was herberg De Rooseboomshaar, die op stadsgronden in de Marke Arriën was gelegen. Verder kwam op het kruispunt van de Hessenweg en de weg naar de Ommerschans herberg De Bisschopshaar te staan. Richting Zwolle bevond zich in Varsen nog herberg Het Zwarte Paard. In de jaren 1864-1865 werd een kanaal gegraven van Dedemsvaart naar Ommen. Hierdoor kon de scheepvaart vanwege de lage waterstand in de Vecht vanuit Ommen nu met grotere schepen over het kanaal via Dedemsvaart richting Hasselt naar Zwolle varen.








