Op de foto bomen bij de zagerij “De Witte Delle” in Junne, wachtend op het moment dat ze verzaagd worden tot onbekante planken of balken. Misschien worden de resten verstookt als brandhout.
Vroeger was hout een belangrijke brandstof in het huishouden, geen luxe product voor de open haard zoals nu.
“Brandhout”, wordt er tegenwoordig gezegd als er iets niet deugt of totaal waardeloos is. Dat is lang niet altijd zo geweest en het is niet eens zo lang geleden dat hout nog een belangrijke brandstof in het huishouden was. Geen luxeproduct zoals nu, voor de gezellige open haard, of voor de allesbrander die dan beide meestal in de buurt van de centrale verwarming staan. In het verre verleden was men heel zuinig op het hout en wanneer iemand zonder toestemming een boom omhakte kon hij rekenen op een forse boete ter waarde van drie oude schilden. Deze gouden munt woog ongeveer 4,5 gram. In de oude markeboeken gold als boete voor iemand die zelfs maar een tak of doornstruik afsloeg al een “old schild”. Men had het hout namelijk nodig voor allerlei doeleinden, niet als brandstof, maar nog meer als bouwmateriaal en geriefhout. Dat dit zuinige beleid het toch moest afleggen tegen de steeds grotere behoefte aan hout, is te zien op oude kaarten.
Op kaarten van rond 1800 zie je grote kale en woeste vlakten: een bewijs dat bomen langzamer groeiden dan de kap- en rooisnelheid van de houtgebruikers. Ommen is nu wel rijkelijk gezegend met bossen en daardoor ook met natuurlijk brandhout, maar al die bossenrijkdom is dus niet eens zo heel erg oud. Toch is te zien in alle beschikbare oude kranten dat er toen al weer een levendige handel was in die houtrijkdom. Vanaf de vroege jaren van 1900 tot enkele decennia na de Tweede Wereldoorlog zijn er de publieke houtverkopen. In het najaar begonnen die openbare houtverkopen en ze liepen de hele winterperiode door. Lees verder HKO reeks – 100 jaar Ommer Nieuws: Zuinig op ‘brandhout’ (20)

Hij vertelt dat in 1949 de uitleen van boeken is gestart. De boeken kwamen in verzendkisten aan en vonden onderdak in een kast in een wachtruimte van het kantoor van de Plaatselijke Bureauhouder aan de Ommerdijk. In 1950 waren er 250 boeken in Nieuwleusen en vonden er ruim tweeduizend uitleningen plaats aan 62 leden. De uitleningen stegen voortdurend en bedroegen in 1956 al bijna zevenduizend. Dit was aanleiding om te denken over een permanente bibliotheek in een eigen gebouw. Dat kreeg z’n beslag in 1961 toen op 10 mei het eerste bibliotheekgebouw in gebruik werd genomen. Het stond op de hoek van de Backxlaan en de later aangelegde Beatrixlaan. Omdat het aantal uitleningen bleef stijgen, werd in november 1969 een nieuwe bibliotheek aan de Ds. van Diemenstraat in gebruik genomen, die na diverse verbouwingen nog steeds dienst doet. 


