Vanaf 1818 trekken arme gezinnen uit het hele land naar de koloniën van de Maatschappij van Weldadigheid – Frederiksoord, Wilhelminaoord en Willemsoord – om te proberen daar een nieuw bestaan op te bouwen.
Diversen van hen komen in conflict met de strenge kolonie-discipline en worden ‘voor onbepaalde tijd verbannen’ naar een strafkolonie op de wallen van de verlaten vesting De Ommerschans. Enkele jaren later wordt op de binnenplaats van de vesting een gesticht gebouwd voor duizend bedelaars.
Wil Schackmann schreef het boek De proefkolonie, vlijt, vaderlijke tucht en het weldadig karakter onzer natie. Daarin weet hij dankzij het archief van de Maatschappij van Weldadigheid heel ‘dichtbij’ de eerste bewoners van de koloniën te komen en volgt hij bijna van dag tot dag hun belevenissen en hun gevoelens bij de ‘weldadigheid’ die ze ondergaan. Het Historisch Nieuwsblad schreef: ´Het komt niet vaak voor dat een historicus het leven van gewone mensen uit de tijd voor de twintigste eeuw kan beschrijven. Daarom is Schackmanns boek buitengewoon waardevol.´
Op uitnodiging van de Vereniging de Ommerschans in samenwerking met de Bibliotheek Ommen en Balkbrug vertelt hij op donderdagavond 14 mei over de proefkolonie, en over de strafkolonie Ommerschans. Net als in het boek doet hij dat door middel van persoonlijke verhalen van strafkolonisten. Lees verder De proefkolonie, en de strafkolonie op de Ommerschans
De Besthmenermolen aan de Hammerweg met het Natuurinformatiecentrum is nu nog een draaivaardige beltmolen.
Foto: -kunst om dalfsen-

