Home

  • Beleid cultuur en erfgoed onder de loep: toekomst musea, start cultuurcafé

    Ommen stond dit jaar op de tweede plek in de Top 30 van de via Google meest gezochte kleinere toeristische gemeenten in Nederland.

    Een kijkje in het Historisch Rijwiel Museum aan het Kerkplein in Ommen.

    Verlenging toeristisch seizoen
    “Dat is niet voor niets, want vrijwel nergens is er zoveel variatie en schoonheid te vinden in landschap en natuur” zo laten B en W van Ommen weten in de nieuw gepresenteerde uitvoeringsagenda van de cultuur en erfgoednota. “We willen dit rijtje graag aanvullen met erfgoed en cultuur. Dit kan de recreatiesector in onze gemeente een positieve boost geven in de vorm van een jaarrond aanbod van activiteiten en daarmee een bijdrage leveren aan de verlenging van het toeristische seizoen”, zo valt in de nota te lezen.

    (meer…)
  • In memoriam Henk Dooijes (1946-2025)

    Op 79-jarige leeftijd is vorige week maandag Henk Dooijes overleden.

    ‘Een betrokken bestuurslid met kennis van zaken; een groot verlies voor het museum’, zo typeren bestuur en vrijwilligers van het Nationaal Tinnen Figuren Museum in Ommen het overlijden van hun secretaris en conservator Henk Dooijes.

    Henk Dooijes was zo’n twintig jaar secretaris en ook actief als vrijwilliger van het Ommer museum. De ruim 120.000 tinnen figuren van het museum zijn ooit eens beschreven door Dooijes als cultuurhistorische figuren die historische gebeurtenissen uitbeelden, en hedendaagse die door minutieuze fijnschilders beschilderd zijn met als pronkstuk van de collectie een monumentale wandschildering van Matthijs Röling.

    Handbeschilderde tinnen figuurtjes was een grote passie voor Dooijes, zo was hij bestuurslid van de Nederlandse stichting voor modelfiguren.

    Bron: Nationaal Tinnen Figuren Museum Ommen

  • Nieuw boek “Bevrijding rond de Lemelerberg, deel 5” gepresenteerd – 80 jaar Vrijheid

    “Bevrijding rond de Lemelerberg” is een nieuw boek met herinneringen over de bevrijding van Lemele op 10 april 1945.

    Eerste exemplaar van het nieuwe boek ‘Bevrijding rond de Lemelerberg’ voor de 99-jarige Hanna Dijk-Wunnink.

    Bevrijdingsverhalen
    Vrijdagmorgen werd het boekwerk gepresenteerd in het gebouw De Schakel in Lemele in aanwezigheid van de verhalenvertellers van toen waar Anna Dijk-Wunnink en burgemeester Hans Vroomen als eersten het nieuwe boek kregen uitgereikt uit handen van Adri Pouw, voorzitter van “Stichting ‘t Lemels Arfgoed”. De herdenkingsuitgave met verhalen uit Lemele, Archem en Dalmsholte – de vijfde op rij – is een initiatief van ‘t Lemels Arfgoed in het kader van de herdenking en viering van 80 jaar Vrijheid.

    Chocola
    “Wat kun jij je nog herinneren van de Bevrijdingsdag van Lemele 10 april 1945?”, luidde de vraag die de toen nog jonge oorlogsgetuigen uit Lemele, Archem en Dalmsholte kregen voorgelegd.

    (meer…)
  • Cantinewagen voor soldaten in Indië met de groeten uit Ommen: “’t Giet ow goed, bi’j al wa’j doet”

    De tekst “Het gaat je goed bij alles wat je doet” maar dan in het Ommer dialect is een unieke Ommer groet die al meer dan 75 jaar lang wordt gebezigd. Hoe komt Ommen aan deze tekst?

    1947. De door de inwoners van de gemeente Ommen geschonken cantine-wagen in gebruik bij het Regiment Jagers in Ned. Indië.
    Zie voor meer foto’s het album “Nederlands-Indië”.

    Tussen 1945 tot 1949 werden tienduizenden dienstplichtige Nederlandse soldaten (en vrijwilligers) naar ‘Indië’ – het huidige Indonesië – gestuurd om daar ‘orde en vrede’ te brengen. Ruim zesduizend mannen zijn helaas nooit van hun missie teruggekomen. Zij sneuvelden, verongelukten of overleden aan ziektes. Uit de gemeente Ommen zijn 132 mannen uitgezonden geweest.

    (meer…)
  • ’80 jaar Vrijheid’ het thema in nieuwste uitgave De Darde Klokke

    Het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke staat dit jaar vier edities lang in het teken van 80 jaar Vrijheid.

    April 1945. Een door explosies beschadigde Vechtbrug. Niet alle bommen deden hun werk voor de Duitsers. Ze liggen hier nu verzameld om afgevoerd te worden.

    Dagelijks leven
    In het nieuwste nummer (216), de derde uitgave van het jaar 2025 gaat de aandacht uit naar de bevrijding van Ommen. In het voorjaar van 1945 hervatten de geallieerden hun opmars in Nederland. De bevrijding was vooral het werk van de grote geallieerde mogendheden. Na vijf jaar oorlog gaf Duitsland zich uiteindelijk over op 4 mei 1945. Na de bevrijding wordt het dagelijkse leven weer opgepakt. De deels provisorisch herstelde Vechtbrug wordt nog eens onderhandengenomen door de Engelse Royal Engineers (genie). Deze militairen bivakkeerden in de school op het Vrijthof en hebben onderdak in hotel De Zon.

    (meer…)
  • Houtsnijden was voor Jan Damman (1898-1980) meer dan kunst

    Uit liefhebberij sneed Damman in de vijftiger en zestiger jaren van de vorige eeuw, met de hand verschillende voorwerpen uit hout.

    Jan Damman met sigaar bezig met zijn geliefde hobby.

    Elektricien
    Johannes Marinus (Jan) Damman werd in 1898 geboren in Zwollekerspel als het vierde kind van in totaal negen kinderen. Zijn ouders waren de eigenaren van Hotel Café Het Wapen van Deventer in Olst. Hij trouwde met Theodora Jacoba Maria van Rossum op 6 mei 1925 in Ommen. Samen kregen zij veertien kinderen. In 1913 was hij leerling timmerman en maakte hij al zijn eerste houtsnijwerken. In het begin sneed hij allerlei figuren uit het zachte hout van de vroegere sigarenkistjes. Als jongen kon hij uren zoet zijn met een stuk hout en een mes om daar iets uit te snijden. Een groot deel van zijn leven heeft Jan gewerkt als elektricien. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog had hij zijn eigen zaak en was de enige elektricien in Ommen.

    Tweede Wereldoorlog (40-45)
    In 1943 werd Jan samen met vijf andere Ommenaren uit zijn bed gehaald door de Duitsers en als gijzelaar vastgehouden. Hij werd eerst naar concentratiekamp Erika in Ommen gebracht en later naar Kamp Vught. Hij heeft ook in Het Huis van Bewaring aan het Walburgplein in Arnhem gezeten. Op 22 mei 1943 kreeg hij een ‘Entlassungsschein’ van Kamp Vught. Hij was toen 45 jaar oud. Het kampleven was hard. Hij kwam haast onherkenbaar terug met ernstige rugklachten. Hij leek een oude man en had geen haar meer. Nadat hij uit het kamp kwam, dook hij onder bij een Nederlandse familie in Glanerbrug. Hij kreeg daar een baan als nachtwaker in een meubelfabriek. Tegen het einde van de Tweede Wereldoorlog zat hij zelfs nog even ondergedoken bij zijn eigen gezin in Ommen. De familie Damman woonde toen in de oude pastorie van de gereformeerde kerk in Ommen, maar zij moesten deze delen met de bezetters. Een deel van de begane grond werd bewoond door ongeveer acht Duitsers. Het gezin mocht nog een gedeelte van de benedenverdieping gebruiken (de keuken en drie kamers beneden) evenals twee slaapkamers boven. Jan bleef in de slaapkamer van zijn vrouw op de begane grond en hij verstopte zich daar onder de vloerplanken wanneer er iemand op bezoek kwam.

    (meer…)
  • Lees hier ‘Overijssel Toen en Nu’

    Het digitale historisch tijdschrift ‘Overijssel Toen en Nu’ is ook te lezen via de website OudOmmen.nl.

    Noaberschap
    Dit jaar zijn inmiddels drie edities verschenen. ‘Overijssel toen en nu’ zorgt altijd voor interessante historische verhalen uit de provincie. Zo is er aandacht voor het noaberschap. In de laatst uitgekomen digitale editie een verhaal over oude kaarten van de gemeente Hellendoorn.
    Het noaberschap is in Overijssel waarschijnlijk ontstaan in de middeleeuwen, binnen de context van buurschappen en marken op het platteland. Relatief geïsoleerde dorpsgemeenschappen functioneerden grotendeels zelfstandig en regelden gezamenlijk belangrijke zaken zoals het beheer van wegen, waterlopen en landbouwgrond. Binnen deze structuren ontwikkelde zich een systeem van onderlinge hulp, waarbij buren elkaar hielpen met agrarische taken, geboorten, huwelijken, ziekten en sterfgevallen. De eerste concrete verwijzing naar noaberschap in Overijssel is te vinden in de zogeheten markeceduul van de marke Harculo bij Zwolle uit 1474. Hierin werd vastgelegd dat buren verplicht waren elkaar ‘nae older gewoonte’ te helpen bij begrafenissen. Dit wijst op een gebruik dat waarschijnlijk al langer bestond. Noaberschap was gebaseerd op wederkerigheid: wie hulp gaf, kon op een later moment zelf ook hulp verwachten.

    De in 2025 reeds verschenen edities zijn te lezen met een handige pageflip door op deze link te klikken:

    Redactie OudOmmen.nl

  • Noabers komen niet met lege handen op feest van Wim en Janny

    Wim en Janny van der Heide vierden deze week hun 50-jarig huwelijksfeest. En zoals goede noabers verstaan, kun je op een feest niet met legen handen komen.

    Wim & Janny 50 jaar getrouwd.

    Bankje
    De noabers van het gouden bruidspaar zorgden voor een mooie ereboog boven de voordeur en de noabers met wie de familie Van der Heide eerder samen een bedrijf hadden of nog hebben, te weten Dik Wermink, Marcel Grondman en Harold Pasman, boden het jubilerende echtpaar als cadeau een houten zitbankje aan met de tekst “Wim & Janny – 50 jaar”. Het bankje zal ze goed van pas komen op hun landgoed.

    (meer…)
  • Oud worden in Ommen: van Oldenhaghen tot en met ‘t Strookje

    Wie vroeger 65 jaar was kon zich laten inschrijven voor een bejaardentehuis.

    11 april 1959. Met een versierde troffel legt D. Oppedijk de ‘eerste steen’ van Oldenhaghen. Woningbouwvereniging-voorzitter A. Vos kijkt toe.
    Klik op deze link voor meer foto’s van de eerste steenlegging Oldenhaghen

    Het was een uitkomst voor vele bejaarden die zich er dan ook uitstekend thuis voelden. In bejaardentehuis Oldenhaghen was sprake van haast een vorstelijk verblijf met een wijds uitzicht, zo werd destijds geconcludeerd.

    (meer…)
  • Oude Mannen- en Vrouwenhuis in Ommen: ouderenzorg van vroeger

    Genieten van je oude dag. Dat kon vroeger in het Hervormd Oude Mannen- en Vrouwenhuis aan de Achterstraat in Ommen.

     Ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis der Ned. Hervormde Kerk werd in 1941 deze foto gemaakt van het verzorgende personeel. Van links naar rechts: Hendrikje Kothuis, Bets Martens, Margje Martens, Alie Martens, Frederika Schuurman en Willemien Schuurman.

    Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel.

    Kwam je er wonen dan moest je wel je eventuele bezittingen afstaan om iedereen even rijk te maken. Maar dan werd ook in alle opzichten voor je gezorgd. Bovendien kregen de oudjes nog een klein bedrag aan zakgeld, terwijl eveneens aan het pijpje tabak voor de mannelijke bewoners was gedacht.

    Gasthuisstraat
    De naam van de Achterstraat werd later door de aanwezigheid van het rusthuis gewijzigd in Gasthuisstraat. In 1901 werd het huis geopend op initiatief van de diaconie van de Hervormde Kerk, die dan staat onder leiding van ds. H.G. Ubbink. Hij hield zich vooral bezig met armenzorg. Het Oude Mannen- en Vrouwenhuis heeft dienst gedaan tot 1958. In het begin werd het ook wel “’t Armenhuis” genoemd. In 1947 wordt de naam gewijzigd in “‘Rusthuis”.

    Vader en moeder
    Gestart werd met zeven personen: twee mannen en vijf vrouwen. Aan de leiding stond ‘den Vader en Moeder’. De eerste vader en moeder waren Evert Karel en zijn vrouw Dolfina Kampman (Dolfina was de dochter van Zwier Kampman en Hendrika Soetebier). Daarna was er opeenvolgende leiding met als laatsten vader en moeder Groenendijk. De vader en moeder van het huis kregen een jaarlijkse vergoeding van 150 gulden en tevens vrije kost en inwoning, vuur en licht. Door de bouw van bejaardencentrum Oldenhaghen werd het rusthuis in 1958 overbodig.

    Taken Vader en moeder
    De taken van de vader en moeder werden omschreven als volgt:

    (meer…)