Categorie archief: Artikelen

Unesco: molenaarsambacht te beschermen traditie

OMMEN – Het molenaarsambacht wordt genomineerd als immaterieel erfgoed van UNESCO. De Stichting Ommer Molens (SOM) is blij met deze erkenning. Het biedt perspectief om de molens ook in de toekomst te laten draaien.

Molen Den Oordt in januari 2015.Molen Den Oordt in januari 2015.
Foto: Harry Woertink

In de gemeente Ommen staan vijf windmolens. Vier daarvan zijn eigendom van de gemeente Ommen. De Stichting Ommer Molens heeft drie molens in beheer: molen Den Oord met als molenaars Gerrit van Harten en Roel Rolleman; de Konijnenbeltsmolen met als molenaar Jan van der Veek en de Besthmenermolen met als molenaars Simon van Kampen en Luuk Vogelzang. Op molen De Lelie maalt Anton Wolters als professioneel molenaar graankorrels tot meel. De molen in Vilsteren is eigendom van Landgoed Vilsteren en wordt beheerd door de Stichting Vrienden van de Vilsterse Molen.

Cultuur
De voordracht om op de Unesco-lijst te komen wordt in het voorjaar van 2016 ingediend. Het ambachtelijke werk van de molenaar is op advies van de Raad voor Cultuur gekozen uit een inventarisatie van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed. Het advies is overgenomen door minister Bussemaker (Cultuur). Op de lijst staan tradities en gebruiken die volgens de NV-organisatie behouden moeten blijven, zoals bijvoorbeeld carbidschieten, klompen maken, de Nijmeegse Vierdaagse en Sinterklaas.

Molens zijn al sinds eeuwen met Nederland verbonden. Molenaars zijn nodig om de molens te laten draaien. “Door het molenaarsambacht voor te dragen bij UNESCO gaat het vakmanschap van werken met molens niet verloren voor volgende generaties en blijft Nederland hét molenland bij uitstek”, aldus de Stichting Ommer Molens. Dat het molenaarschap mogelijk op de Unesco-lijst komt is een erkenning. De SOM hoopt dat het helpt jongere generaties enthousiast te maken voor de molens en ook subsidieverstrekkers stimuleert het onderhoud te bekostigen.

Opleiding
Sinds de negentiende eeuw zijn in Nederland veel molens tot stilstand gekomen. Met het stilzetten van de molens ging ook de kennis van het werken met molens verloren. Het ambacht van de molenaar dreigde uit te sterven. Daarom is een opleiding voor vrijwillig molenaar opgezet. Ook zetten de vrijwilligers zich in om kennis over he ambacht van molenaar te delen met het grote publiek, zoals door de organisatie van de Nationale Molendag en Overijsselse Molendag en in Ommen de organisatie van de Ommer Molendag, op de eerste zaterdag in augustus. Lees verder Unesco: molenaarsambacht te beschermen traditie

Lezing “Van jongelui en vaders grond”

Op maandag 7 december 2015 houdt de Historische Vereniging Ni’jluusn van vrogger een ledenbijeenkomst in een zaal bij de Ontmoetingskerk in Nieuwleusen.

voorkantpalthehofb6.jpgVoor deze avond zijn Henk en Hillie Bunskoek-van Duren van biologisch dynamisch tuinbouwbedrijf de Zonnehorst in Punthorst uitgenodigd om een lezing te houden over hun bedrijf. Zij zullen dit doen onder de titel “Van jongelui en vaders grond”.

De lezing gaat over het ontstaan en de ontwikkelingen van hun bedrijf. Op een perceel landbouwgrond van vader en moeder Van Duren begonnen beiden ruim 30 jaar geleden met het verwezenlijken van hun droom om een biologisch-dynamisch bedrijf op te zetten. Hun ideaal om een goedlopende tuinderij te realiseren kostte veel energie en doorzettingsvermogen, maar ze zijn erin geslaagd. Natuur- en landschapsontwikkeling staan hoog in het vaandel bij het telen van vele soorten groenten in de volle grond en in een kas. Aan het bedrijf zijn een boerderijwinkel, een kleinschalige zorgboerderij en een opleidings-bedrijf voor agrarische studenten verbonden. Op het terrein zijn botten van een eland gevonden die volgens de wetenschap 10.000 jaar oud zijn.

De lezing begint om 19.30 uur en is voor leden gratis toegankelijk. Andere belangstellenden betalen vijf euro entree.
Bron: Ni’jluusn van vrogger – 28 november 2015

Ccoba presenteert: Van Kerstnacht tot Driekoningen door Margaret Breukink

Ccoba, de culturele commissie bibliotheek activiteiten, organiseert op dinsdag 8 december in de Bibliotheek aan de Chevalleraustraat een avond met kunsthistorica Margaret Breukink.

 De schoonste aller mensenkinderen. Van Kerstnacht tot Driekoningen door Margaret Breukink.
Afb.: Bibliotheek Ommen

In het seizoen 2013-2014 kwam ze al eens in Ommen met de lezing ‘Vrouwen die lezen zijn gevaarlijk’, dit seizoen is ze present met een nieuwe lezing speciaal voor de dagen rond Kerst. Margaret Breukink neemt ons mee op een verrassende, kunsthistorische reis door het kerstverhaal. We weten van het kind, zijn moeder, pleegvader, de kraamvisite en de almachtige vijand. Maar geen verhaal is zo verrijkt met fabels en legenden als het geboorteverhaal. Al deze oude verhalen worden aan de hand van prachtig beeldmateriaal opnieuw verteld, evenals het nòg oudere verhaal uit de Romeinse tijd van de geboorte van een bijzonder kind. Traditiegetrouw serveert Ccoba een lekker drankje in de feestelijke decembermaand.

De avond begint om 20.00 uur en de entree bedraagt € 7,00. Vrienden van Ccoba betalen € 3,00, bibliotheekleden € 5,00. Dat is inclusief koffie/thee. Kaarten zijn tijdens de openingsuren verkrijgbaar bij de klantenservice van de Bibliotheek Ommen. Ook op de avond zelf is er kaartverkoop. Openingstijden van de klantenservice: maandag 14.00-20.00 uur, dinsdag en donderdag 14.00 – 18.00 uur, woensdag en vrijdag: 14.00 – 20.00 uur en zaterdag 10.00 – 12.00 uur. Tel. 0529-452158. Reserveren kan via de website van de Bibliotheek http://www.bibliotheekommen.nl. Deze informatie is ook te vinden op de website http://www.ccobavanommen.blogspot.com.

Bron: Bibliotheek Ommen – 24 november 2015

Van stal gehaald, kerstgroepen uit alle culturen

Ruim honderd kerstgroepen zijn in het Tinnen Figuren Museum bijeen gebracht voor de familie-tentoonstelling “Van stal gehaald, kerstgroepen uit alle culturen”.

 Kerstgroepen uit alle culturen
Afb.: Tinnen Figuren Museum

Het Tinnen Figuren Museum is blij dat het in december de prachtige kerstgroepencollectie van verzamelaar Jan van Hulst mag exposeren. Van Hulst verzamelt al 20 jaar, wereldwijd, de mooiste en exclusiefste kerstgroepen van inheemse volken, mits die groepen symboliek en authenticiteit uitstralen.

Uit alle werelddelen… Na 1550 verspreidden de Jezuïeten en Franciscanen het christendom buiten Europa. Het evangeliseren werd bemoeilijkt door de taalbarrière. Daarom namen zij kleine kerstgroepen mee om de
communicatie te bevorderen. Men zou kunnen zeggen dat dit didactisch materiaal aan de basis heeft gestaan van de eigen interpretatie die ieder volk heeft gegeven aan kerst. Dit zien wij duidelijk terug in de verscheidenheid van kerstgroepen. Ze zijn sterk beïnvloed door de beeldtradities van het land of
de streek waar ze werden gemaakt.

De os en de ezel werden van stal gehaald en vervangen door karbouw en olifant. In Peru vervangen Lama’s de kamelen. Bij indianen is de stal een wigwam en in Alaska een iglo. Vanzelfsprekend is het Christuskind voor Afrikanen een Afrikaans kind en bij de Chinezen een Chineesje. Vooral de bijfiguren: de herders, de koningen en de omstanders zijn geënt op de eigen volkscultuur. Lees verder Van stal gehaald, kerstgroepen uit alle culturen

Buitengoed Moesbergen opgeofferd aan villabouw

De zuidkant van de Vechtbrug in Ommen was tot 1900 nog weinig bebouwd. Aan de Voorbrug stonden enkele woningen.

 Het buitenverblijf Moesbergen aan de Zeesserweg omstreeks 1880. De bewoner van toen dokter A.A. Middendorp, geheel rechts, wacht op het inspannen van paard en wagen. Links is nog de koetsierswoning zichtbaar.
Afb.: Streekmuseum Ommen
Zie voor meer foto’s het album: “Buitengoed Moesbergen“.

Verder waren er tapperijen en logementen, onder anderen logement Engbertus Mensink, tegenwoordig hotel De Zon. Een bakkerij, een schoenmaker, een kuiper, een schilder en een smederij. Opmerkelijk was het zogeheten buitenverblijf Moesbergen, gelegen op een bebost terrein tussen de huidige Stationsweg en de Wilhelminastraat met boomgaard, tuin en weilanden. De toegang was vanaf de Zeesserweg, waar een pad met een boogje voor de ingang van de woning liep. Huis Moesbergen viel in 1892 ten prooi aan de slopershamer. De bijbehorende tien hectare tuin en land gingen op aan de bouw van villa’s aan de zuidkant van de Vechtbrug. Alleen de vroegere koetsierswoning op de hoek Zeesserweg/Wilhelminastraat herinnert nog aan de geschiedenis van Moesbergen.

Coninckskamp
Het buitenverblijf wordt in 1744 eigendom van Gerrit Coninck. Hij kocht toen “Het Buitendijks, gelegen buiten Ommen voor de brugge in de buurtschap Zeesse”. In 1800 wordt de kleinzoon Marcelius Coninck eigenaar en is dan geneesheer in Ommen. De eigendom van Coninck was toen tien hectare groot en besloeg nagenoeg het hele gebied tussen de Vecht, het oostelijk gedeelte van de Stationsweg tot aan de Schammelte en werd aangeduid met “Coninckskamp”. Het grasland tussen de Zeesserweg en de Vecht droeg de naam “Het eiland”. Na het overlijden van Marcelius Coninck zijn het zijn drie kinderen Gerhardus Coninck, Alberta Jongkindt-Coninck en Hendrika Coninck die eigenaar zijn van het mooie buitenverblijf kort aan de Vecht. Alleen genoemde Hendrika Coninck woont in het huis. Lees verder Buitengoed Moesbergen opgeofferd aan villabouw

Tweede jeugd voor historisch juweeltje Tolhekke in Witharen

WITHAREN – Het oude tolhuis “Tolhekke” aan de Balkerweg 60 in Witharen wordt weer in oude glorie hersteld. De restauratie nadert zijn voltooiing.

De buitenkant is zo goed als klaar; binnen wordt nog gewerkt. Ook het erf rondom het tolhuis met boerderij wordt in ere hersteld. Er komt een wit tolhek aan de kant van de weg. Niet om de tolgelden van passanten te heffen, maar om te laten zien hoe het vroeger is geweest.

 Het oude tolhuis “Tolhekke” aan de Balkerweg 60 in Witharen wordt weer in oude glorie hersteld.
Afb.: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album: “Tolhuis (Balkerweg 60)“.

Monument
Cees Zoon (59) kocht in 2011 het leegstaande tolhuis van de familie Nijenhuis compleet met inboedel. De boerderij, een monumentaal pand uit 1856 verkeerde in een slechte maar onaangetaste staat. Om de monumentale status na een ingrijpende renovatie in stand te houden, moet Zoon zich aan strenge regels houden. Daar heeft hij geen moeite mee, want het pand, inclusief deel, tuin, waterput en schuur, vormt een bijzonder historisch juweeltje in Witharen. In het voorjaar van 2014 zijn de bouwvakkers begonnen met dit project, waarmee Zoon twee jaar bezig is geweest om subsidiebronnen aan te kunnen boren. Het gesubsidieerde restauratieplan bestaat vooral uit het verduurzamen van erf en woning. Een nieuw stevig dak, een putboom boven de put, opknappen van het bakhuisje en als allerlaatste het aanpassen van het sanitair. De oorspronkelijk uit Heiloo afkomstige Cees Zoon heeft meer passies dan tijd, maar hoopt toch eind 2016 de restauratiewerkzaamheden af te kunnen ronden. En dan heeft Ommen er een mooi cultureel erfgoed bij en kan een tweede jeugd voor boerderij “Tolhekke” beginnen.

De zelfstandige bioloog Cees Zoon heeft voorafgaande aan de restauratie nog een tijdje gewoond in het oude tolhuis. Het was voor Zoon alsof de tijd stil had gestaan. De keuken met donkerrode plankenvloer, hoge houten plafond waaraan worsten hingen te drogen, keukengerei van vroeger, ouderwetse gaspit, petroleumstel, keukenblok met de lichtgroene hardboard kastdeurtjes, granieten aanrechtblad en de ‘damstenen’ gootsteen. In de kamer pluche tafelkleed, kachel, leunstoel voor het raam en portretten van Koningin Wilhelmina aan de wand. De eerste maanden waren één grote ontdekkingstocht. Overal in het huis, op de zolders, in de kasten en in de schuren vond Cees Zoon spullen uit lang vervlogen tijden. Het tolhuis zou niet misstaan in een openluchtmuseum. Lees verder Tweede jeugd voor historisch juweeltje Tolhekke in Witharen

Kamp Eerde hielp 80 jaar geleden jongeren aan werk

Dit jaar is het 80 jaar geleden dat werkkamp Eerde werd geopend. Jong Holland snakte naar werk, maar werk was moeilijk te vinden. Kamp Eerde hielp in de crisisjaren jongeren aan werk.

 Opening werkkamp. Onder de talrijke aanwezigen bevonden zich o.m. de voorzitter der Centrale, de heer W. J. Hemmes, Baron van Palland van Eerde en diens echtgenoote, die het benoodigde terrein welwillend ter beschikking stelden, Baron van Heemstra, 2e voorzitter van het N.CC, ir. J. Th. Westhoff, inspecteur van de werkverschaffing te Zwolle, die het plan tot stichting van werkkampen uitwerkte, de hr. C. E. W. Nering Bögel, burgemeester van Ommen en vele predikanten.
Afb.: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album: “Werkkamp / Woonoord Eerde“.

Eerde was het vierde werkkamp van de “Centrale voor Werkloozenzorg”. De officiële opening van het werkkamp werd verricht op 4 oktober 1935 door minister van Sociale Zaken mr. H.Slingenberg. Dat gebeurde in bijzijn van de kampjongeren en tal van genodigden. Nadat de heer W.J. Hemmes als voorzitter van de Centrale voor Werkloozenzorg een kort woord had gesproken was het de beurt aan de minister. Hij maakte gewag van de moeilijke tijd en sprak de wens uit dat de jongeren zich weerbaar konden maken in de strijd om het bestaan. De Ommer Courant was bij de officiële opening aanwezig en maakte in de krant van 9 oktober 1935 het volgende verslag. ““Met een zeker gevoel van vreugde mag geconstateerd worden, dat zoovelen hun schouders hebben gezet onder het zoo zware werk om voor de vele duizenden jongen menschen, die doelloos rondloopen iets tot stand te brengen, dat als ’t ware een rustpunt in hun moeitevol leven kan geven. Ik verheug mij er zeer over, dat zoovelen zich aan het vraagstuk van de werkloosheid onder de jeugd met waarachtige toewijding geven, geheel belangeloos, en met geen ander doel voor oogen dan om de jeugd zelve te helpen in haar moeilijkheden om aan den normale arbeid te komen. Maar niet minder waardering heb ik voor de honderden jonge menschen, die begrepen hebben dat het doelloos rondloopen verderfelijk voor hen is en die zich met groot enthousiasme hebben opgegeven om eenige maanden in een werkkamp te verblijven. Zij weten, dat daar gearbeid moet worden, stevig gearbeid zelfs, doch zij begrijpen ook, dat een dergelijke arbeid hen meer weerbaar maakt in den moeilijke strijd om het bestaan. Nu ik dit vierde kamp voor geopend verklaar, spreek ik hierbij den wensch uit, dat de geest die in dit kamp zal zijn, een zoodanige uitwerking zal hebben op de jonge menschen, die hier komen arbeiden, dat zij, weer terug in de groote maatschappij, daar niet alleen met vreugde over hun 8-weeks verblijf in Ommen zullen opwekken aan het kampwerk deel te nemen, omdat daardoor in ons volk en in de eerste plaats bij de jongeren het gevoel van samenhoorigheid zal worden aangekweekt dat zoo noodig is om ons uit het diepe dal, waarin wij nu vertoeven, naar boven te voeren.” aldus de minister””, zo berichtte de Ommer Courant. Lees verder Kamp Eerde hielp 80 jaar geleden jongeren aan werk

Zuute Plassie een aloud Ommer feestbroodje voor de dagen rond Sinterklaas

OMMEN – Sinds 1878 zijn in Ommen Sinterklaas en zuute plassies met elkaar verbonden. Het zuute plassie is een typisch Ommer lekkernij verkrijgbaar rond de tijd van Sinterklaas.

  Links: De Ommer burgemeester Mark Boumans met een zuute plassie. ‘Ik kende ze nog niet, maar ze smaken lekker’.
Rechts: Zuute plassies voor de gemeenteraad van Ommen.
Foto’s: Harry Woertink
Voor Ommenaren zijn zuute plassies een traditie. “Zuute” staat voor zoet en “Plassie” voor broodje, met als voornaamste smaakmakende bestanddelen stroop en anijs. Zuute plassies gaan letterlijk en figuurlijk als zoete broodjes over de toonbank. Omdat ze zo goed in de smaak vallen kan Ommen vandaag de dag nog steeds genieten van dit luxe broodje. Ze worden dagelijks gebakken door de plaatselijke warme bakker. Voor wie ze (nog) niet kent: een zacht stroopbroodje in honingraatvorm gebakken met een doorsnee van 6 cm en 4 cm hoog. Aan de bovenkant goudbruin, binnenin grijsachtig oker en ze zijn het lekkerst met een beetje boter. Lees verder Zuute Plassie een aloud Ommer feestbroodje voor de dagen rond Sinterklaas

Expositie melkveehouderij in museum Palthehof

Nu het succesvolle seizoen voor museum Palthehof in Nieuwleusen met de tentoonstelling over de Tweede Wereldoorlog is afgelopen, gaat men zich voorbereiden op de expositie voor volgend jaar.

voorkantpalthehofb6.jpgAls onderwerp is gekozen voor de melkveehouderij en alles wat daar mee te maken heeft. De titel is al bekend: “Met het gat in de boter”. In de wintermaanden worden er in het museum nog een aantal theevisites gehouden en is er een fototentoonstelling tussen kerst en oudjaar.

Inbrengochtend
Voor de tentoonstelling “Met het gat in de boter” wordt evenals in andere jaren gewerkt met bruiklenen vanuit de bevolking. Daarvoor wordt op 31 december een inbrengochtend gehouden. Dan kan iedereen voor een jaar materiaal aan het museum beschikbaar stellen dat te maken heeft met de melkveehouderij door de jaren heen. Naast algemene voorweerpen moet men daarbij denken aan documenten en foto’s met betrekking tot een bijzondere prestaties van een koe, schetsen van dieren, circulaires van melkfabrieken, notulenboeken en andere documenten van bijv. dierenverenigingen, zakjes waarin melkgeld werd bezorgd, prijzen van veekeuringen enz. Kortom alles wat met koeien en kalveren te maken heeft.
Bron: Museum Palthehof – 5 november 2015

Riet Vosjan draagt voorzitterschap Stichting Open Monumentendag Ommen over

 OMMEN – Na acht jaar bestuurslid te zijn geweest van de Stichting Open Monumentendag Ommen heeft Riet Vosjan afscheid genomen.

Riet Vosjan tijdens de opening van Open Monumentendag 2015 in Lemele.
Foto: Hans Steen

Vanaf 2007 bekleedde Vosjan de functie van voorzitter. Het voorzitterschap is overgenomen door Leo Bongers, die al een jaar in het bestuur heeft meegedraaid. Tijdens het afscheid memoreerde bestuurslid Dick de Boer de activiteiten van Vosjan. Daarbij bleef ook de inzet niet achterwege en haar stiptheid van vergaderen.

Volgens de afscheid nemende Vosjan heeft zij altijd met veel plezier een bijdrage geleverd om de Open Monumentendagen tot een succes te maken. “Maar op een gegeven moment komt de leeftijd kijken en wordt het tijd om het stokje over te dragen aan iemand anders”, aldus Vosjan.
Bron: Harry Woertink – 3 november 2015