Categorie archief: Monumenten

Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (2)

Als jonkheer Repelaer via familieverbanden zich op Ommen richt, komt hij uit in de Wolfskuil. Baron van Pallandt verkoopt hem 28 hectare bosterrein. Hier wordt in 1940 onder auspiciën van Het Leger des Heils een kinderhuis geopend.

 Voor het Nationaal Padvinderskamp in augustus 1950 wordt in de (Wolfs-)kuil een amfitheater gemaakt met op de hellingen zitplaatsen van plaggen, zodat de padvinders rondom de kampvuren kunnen zitten.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel.

Na een fatale brand in 1947 werd op de plek van het kinderhuis een nieuw kampeerhuis gebouwd met de naam Sint Jorishoeve. Vanaf de zestiger jaren gaat Repelaar de Wolfskuil ook beschikbaar stellen aan andere groepen dan de padvinderij. Aan het kampeerhuis wordt dan nog een kleiner logeerhuis toegevoegd: de Mowglihut.

Filantroop
Behalve zijn inspanningen voor de padvinderij had Repelaer ook oog voor andere noden in de samenleving. Een filantroop waar anderen ook wel eens misbruik van maakten. Eigengereid maar ook een sociaal zeer bewogen man, zo kenmerkt de jonker zich. Door zijn hoed, witte handschoenen en rood jasje was Repelaer een opvallende verschijning en met zijn grote Amerikaanse auto, waarmee hij eerst zelf reed en later door een chauffeur liet rondrijden, ook een bezienswaardigheid. Ocker Repelaer werd geboren op 16 januari 1888 in Den Haag. Zijn vader was mr. dr. Ocker Johan Repelaer, heer van Molenaarsgraaf en zijn moeder Cecile Marie barones van Lynden. Ocker groeide op met een zusje en twee broers in Den Haag. Hier bewoonde het gezin een statig pand aan de Lange Voorhout 16. De vader van Ocker was jarenlang lid van de gemeenteraad en wethouder. De familie Repelaer was vermogend. In 1925 richtte Repelaer in Den Haag een padvindersgroep op onder de naam W.I.K. (Willen is Kunnen). Hiervoor kocht hij in 1934 in Wassenaar het landgoed Herco aan de Eikenlaan. Daar kwamen drie padvindershuizen en een woning. Met financiële steun van de jonkheer wordt dit gebouw in 1952 geschikt gemaakt als polikliniek voor de behandeling van spastische jongeren.

Wolfskuil
Wie terug gaat in de geschiedenis over het ontstaan van de naam Wolfskuil komt niet verder dan legendes. De Wolfskuil is nog steeds een uit wit zand bestaande verhoging op de rand van het bos en de overloop van de rivier de Regge. Ooit zou hier een wolf gesignaleerd zijn en het lot van iemand in het ongewisse hebben laten geraken. Op de verhoging staat De Blokhut. Na een brand in 1957 is het nieuw opgebouwd echter zonder de oorspronkelijk rietendakbedekking. Voor en na de oorlog was de Blokhut een onderkomen voor de padvinderij. Lees verder Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (2)

Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (1)

Arme kinderen uit de stad vakantie bieden in de bosrijke omgeving van Ommen. Dat was 75 jaar geleden de doelstelling van het kinder- en vakantiehuis Wolfskuil.

 Het nieuwe kinderhuis Wolfskuil geopend in 1940.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel en de albums “Kinderhuis De Wolfskuil”, “St. Jorishoeve – Repelaerhoeve” en “De Blokhut Wolfskuil”.

In de bosschen van “Wolfskuil” te Ommen is een vacantiehuis gebouwd, dat binnenkort in gebruik genomen zal worden. De inrichting, een geschenk van jhr. Repelaer te Den Haag, aan het Leger des Heils in Nederland, zal als eerste gasten een aantal kinderen uit Rotterdam herbergen”, aldus een bericht in tal van kranten begin september 1940. Het ging om het nieuwe vakantiehuis voor kinderen “Wolfskuil”, gebouwd in opdracht van jonkheer Ocker Repelaer van Molenaarsgraaf (1888-1975) uit Den Haag. In 1939 heeft de rijke jonker het uit dennenbos en heide bestaand gebied tussen de spoorlijn en de Regge, ter grootte van ongeveer 28 hectare gekocht van zijn neef Philip Dirk Baron van Pallandt van Eerde. Op het zuidelijk deel van het terrein werd vervolgens het kinderhuis gebouwd. De bedoeling van jonkheer Repelaer daarbij was om kinderen uit de achterstandswijken uit de Randstad naar de Wolfskuil te laten komen en ze hier weer aan te sterken.

Bosrijk
Aanvankelijk waren natuurvrienden uit Ommen weinig enthousiast over de bouwplannen in de bossen van de Wolfskuil. Toen zij echter door de heer Ruissing, opzichter en tekenaar van het gebouw uitgenodigd werden om de met rode en paarse stenen gebouwde vakantiehuis met rieten dak met eigen ogen te komen bekijken waren de tegenstanders om. Het kinderhuis met een prachtig gezicht op de Lemelerberg past voortreffelijk in deze bosrijke omgeving, luidde de conclusie van de oorspronkelijke tegenstanders. Het gebouw van 34 bij 8 meter in de Wolfskuil omvatte op de benedenverdieping kantoor, spreekkamer, twee officierskamers, eetzaal, keuken, washuis, slaapkamer en een dagverblijf voor kleuters, terwijl voor jonkheer Repelaer in de rechtervleugel een logeerkamer was ingericht. Lees verder Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (1)

Het verdwenen Boshuis op Landgoed Eerde

Helaas ontkwam Het Boshuis op Landgoed Eerde niet aan de slopershamer. Tot voor dertig jaar geleden was het wit gepleisterde pand er nog.

 ‘Het Boshuis’ ça. 1988, vlak voor de afbraak.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen het album “Het Boshuis”.

De laatste jaren van zijn bestaan diende het als onderkomen voor de Internationale School Eerde. Oorspronkelijk heeft het als koetshuis dienst gedaan voor de bewoners van het landgoed. Aan de Hammerweg was weliswaar ook een koetshuis gelegen en daar waren ook de paardenstallen, maar op kortere afstand van het kasteel verrees later een nieuw gebouw voor de stalling van de koetsen. Het koetshuis kwam aan de toen zogeheten Boslaan, vandaar ook de benaming “Boshuis”. Het pand had twee afzonderlijke daken met een tussenruimte. Er was veel stallingsruimte met grote openslaande deuren. De houten topgevels waren sierlijk bewerkt en de hoofdtoegangsdeur had de kleuren van het landgoed. De dienstruimte bood tevens woonmogelijkheden.

Logeergelegenheid
Toen paard en koets als vervoermiddel voor de kasteelbewoners plaats moesten maken voor de automobiel werden koetshuizen verbouwd tot garage. Zo ook zal het ook op Landgoed Eerde gegaan zijn. De Quakerschool die voor de Tweede Wereldoorlog op Eerde was gevestigd krijgt op 26 maart 1936 een bouwvergunning om de garage geschikt te maken tot logeergelegenheid voor personeel en kinderen van de school. De verbouw wordt uitgevoerd door het aannemersbedrijf Timmerman & Jansen en F. Schuurman. Tijdens de oorlog kwam een einde aan de school.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam in Eerde het onderwijs weer op gang. De leerlingen van de toen Internationale School Eerde zorgden er voor dat het kasteel, de bouwhuizen, het Boshuis en de Eerder Esch weer werden bewoond. De grote kamers van het kasteel en de Oranjerie deden dienst als leslokaal. Door de uitbreiding van het leeraanbod moest er op het kasteel meer ruimte komen. In 1949 werd het Boshuis verbouwd om meer jongens te kunnen huisvesten. Ook werd achter het Boshuis een leslokaal gebouwd dat het “Glashuis” werd genoemd, terwijl het Boshuis ook wel “Vogelkooi” werd genoemd. Omdat het aantal leerlingen op Eerde toenam en er wegens ruimtegebrek zelfs leerlingen moesten worden afgewezen, werd de lagere school van Eerde in 1950 verhuisd naar Huis Vilsteren. Daar hield de school het vol tot 1971. Lees verder Het verdwenen Boshuis op Landgoed Eerde

Buitengoed Moesbergen opgeofferd aan villabouw

De zuidkant van de Vechtbrug in Ommen was tot 1900 nog weinig bebouwd. Aan de Voorbrug stonden enkele woningen.

 Het buitenverblijf Moesbergen aan de Zeesserweg omstreeks 1880. De bewoner van toen dokter A.A. Middendorp, geheel rechts, wacht op het inspannen van paard en wagen. Links is nog de koetsierswoning zichtbaar.
Afb.: Streekmuseum Ommen
Zie voor meer foto’s het album: “Buitengoed Moesbergen“.

Verder waren er tapperijen en logementen, onder anderen logement Engbertus Mensink, tegenwoordig hotel De Zon. Een bakkerij, een schoenmaker, een kuiper, een schilder en een smederij. Opmerkelijk was het zogeheten buitenverblijf Moesbergen, gelegen op een bebost terrein tussen de huidige Stationsweg en de Wilhelminastraat met boomgaard, tuin en weilanden. De toegang was vanaf de Zeesserweg, waar een pad met een boogje voor de ingang van de woning liep. Huis Moesbergen viel in 1892 ten prooi aan de slopershamer. De bijbehorende tien hectare tuin en land gingen op aan de bouw van villa’s aan de zuidkant van de Vechtbrug. Alleen de vroegere koetsierswoning op de hoek Zeesserweg/Wilhelminastraat herinnert nog aan de geschiedenis van Moesbergen.

Coninckskamp
Het buitenverblijf wordt in 1744 eigendom van Gerrit Coninck. Hij kocht toen “Het Buitendijks, gelegen buiten Ommen voor de brugge in de buurtschap Zeesse”. In 1800 wordt de kleinzoon Marcelius Coninck eigenaar en is dan geneesheer in Ommen. De eigendom van Coninck was toen tien hectare groot en besloeg nagenoeg het hele gebied tussen de Vecht, het oostelijk gedeelte van de Stationsweg tot aan de Schammelte en werd aangeduid met “Coninckskamp”. Het grasland tussen de Zeesserweg en de Vecht droeg de naam “Het eiland”. Na het overlijden van Marcelius Coninck zijn het zijn drie kinderen Gerhardus Coninck, Alberta Jongkindt-Coninck en Hendrika Coninck die eigenaar zijn van het mooie buitenverblijf kort aan de Vecht. Alleen genoemde Hendrika Coninck woont in het huis. Lees verder Buitengoed Moesbergen opgeofferd aan villabouw

Tweede jeugd voor historisch juweeltje Tolhekke in Witharen

WITHAREN – Het oude tolhuis “Tolhekke” aan de Balkerweg 60 in Witharen wordt weer in oude glorie hersteld. De restauratie nadert zijn voltooiing.

De buitenkant is zo goed als klaar; binnen wordt nog gewerkt. Ook het erf rondom het tolhuis met boerderij wordt in ere hersteld. Er komt een wit tolhek aan de kant van de weg. Niet om de tolgelden van passanten te heffen, maar om te laten zien hoe het vroeger is geweest.

 Het oude tolhuis “Tolhekke” aan de Balkerweg 60 in Witharen wordt weer in oude glorie hersteld.
Afb.: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album: “Tolhuis (Balkerweg 60)“.

Monument
Cees Zoon (59) kocht in 2011 het leegstaande tolhuis van de familie Nijenhuis compleet met inboedel. De boerderij, een monumentaal pand uit 1856 verkeerde in een slechte maar onaangetaste staat. Om de monumentale status na een ingrijpende renovatie in stand te houden, moet Zoon zich aan strenge regels houden. Daar heeft hij geen moeite mee, want het pand, inclusief deel, tuin, waterput en schuur, vormt een bijzonder historisch juweeltje in Witharen. In het voorjaar van 2014 zijn de bouwvakkers begonnen met dit project, waarmee Zoon twee jaar bezig is geweest om subsidiebronnen aan te kunnen boren. Het gesubsidieerde restauratieplan bestaat vooral uit het verduurzamen van erf en woning. Een nieuw stevig dak, een putboom boven de put, opknappen van het bakhuisje en als allerlaatste het aanpassen van het sanitair. De oorspronkelijk uit Heiloo afkomstige Cees Zoon heeft meer passies dan tijd, maar hoopt toch eind 2016 de restauratiewerkzaamheden af te kunnen ronden. En dan heeft Ommen er een mooi cultureel erfgoed bij en kan een tweede jeugd voor boerderij “Tolhekke” beginnen.

De zelfstandige bioloog Cees Zoon heeft voorafgaande aan de restauratie nog een tijdje gewoond in het oude tolhuis. Het was voor Zoon alsof de tijd stil had gestaan. De keuken met donkerrode plankenvloer, hoge houten plafond waaraan worsten hingen te drogen, keukengerei van vroeger, ouderwetse gaspit, petroleumstel, keukenblok met de lichtgroene hardboard kastdeurtjes, granieten aanrechtblad en de ‘damstenen’ gootsteen. In de kamer pluche tafelkleed, kachel, leunstoel voor het raam en portretten van Koningin Wilhelmina aan de wand. De eerste maanden waren één grote ontdekkingstocht. Overal in het huis, op de zolders, in de kasten en in de schuren vond Cees Zoon spullen uit lang vervlogen tijden. Het tolhuis zou niet misstaan in een openluchtmuseum. Lees verder Tweede jeugd voor historisch juweeltje Tolhekke in Witharen

Monument Erve Volkerink in Beerze wordt opgeknapt

BEERZE – Met de renovatie van Erve Volkerink wordt de Ommer buurtschap Beerze nog mooier. Het Rijksmonument aan de Beerzerweg 27 wordt flink onderhanden genomen.

 Erve Volkerink in de steigers
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album: “Beerzerweg 27 (Erve Volkerink)”.

Daarmee blijft de monumentale boerderij bewaard voor toekomstige generaties. Vanwege het authentieke karakter werd Beerze in 1992 van rijkswege als beschermd dorpsgezicht aangemerkt. Hier staan de gebouwen nog op hun oorspronkelijke plek, ingebed in een oeroud boerenlandschap. Aan de Beerzerweg liggen maar liefst negen monumentale boerderijen op rij. Veel panden dateren nog van vóór 1800. Diverse opstallen bevatten nog wanden met strovlechtwerk.

Rijksmonument
Sinds 12 oktober 2012 mogen Jenne en Ingrid van der Velde zich eigenaar noemen van de oude boerderij en gingen er toen met hun gezin wonen. Er werd een boomgaard aangelegd met oude Hollandse appel- en perenbomen. Verder werden plannen gemaakt hoe de boerderij na een renovatie en restauratie er uit zou kunnen zien. Bepalend daarbij was uiteraard het Rijksmonument. Samen met een architect, een bouwbegeleider, de gemeente Ommen, het Oversticht, de Rijkdienst voor Cultureel Erfgoed en aannemer Dijkhuis uit Hardenberg is drie jaar lang aan deze plannen gewerkt en getekend. Het geheel kreeg uiteindelijk vorm en – nog belangrijker – uitvoering. Wat het bijzonder maakt is dat het project ook als leer-werkervaring is opgezet. De provincie Overijssel onderschrijft het belang van behoud van het culturele erfgoed. Het project Erve Volkerink mocht dan ook een bedrag van 95.134,35 euro subsidie tegemoet zien voor de renovatie. Voorwaarde was wel dat voor tenminste één leerling in de restauratiebouw een werkplek werd gerealiseerd om de toekomst van vakmensen voor restauraties te waarborgen. Op 2 oktober 2015 was het zover dat na drie jaar voorbereiding een officiële start gemaakt kon worden met de bouwwerkzaamheden. Gedeputeerde van de provincie Overijssel Hester Maij onthulde samen met Ingrid van der Velde, RIBO-leerling Jorian en oud-bewoner Henk Schuurman het bouwbord. Lees verder Monument Erve Volkerink in Beerze wordt opgeknapt

Oude huisjes nieuw opgeknapt

De pandjes Hamsgoren 1 en Bouwstraat 24 in Ommen zijn weer in oude luister hersteld.

  Links: Hamsgoren 1 weer als nieuw.
Rechts: De voormalige schoenenwinkel nu alleen in gebruik als woning.
Foto’s: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s de albums: “Hamsgoren 1” en “Bouwstraat 24

De woning Hamsgoren 1 van oorspronkelijk de families Steen met als laatste bewoonster Jennigje de Lange-Steen is onlangs gereed gekomen en kan weer jaren mee. Bewoner is David Martens.

De voormalige schoenwinkel en woning Bouwstraat 24 van eerder schoenmaker Vosjan is helemaal opnieuw opgebouwd wordt ook al weer een poosje bewoond. Het heeft als bouwval sinds 1999 leeggestaan. Het is van winkel-woonhuis gewijzigd naar alleen woning. De huidige bewoner is Janneke Boeve. In het witte eeuwenoud pandje is ooit de Rabobank begonnen met kassier Frederik Vosjan. In 1950 begint de zoon van de kassier, Johan Frederik Vosjan, er een schoenenzaak en blijft er wonen tot het eind van de vorige eeuw.

Het komt helaas zelden voor dat oude panden in het centrum van Ommen weer nieuw opgeknapt worden. Jongste voorbeeld is het winkelpandje van Van Eerten aan de Kruisstraat. In de zestiger en zeventiger jaren is er in Ommen veel afgebroken.

Bron: Harry Woertink – 13 oktober 2015

Zondagmiddagwandeling Ommerschans

 Op zondagmiddag 6 september a.s. organiseert vereniging de Ommerschans onder begeleiding van gidsen een rondwandeling door het gebied de Ommerschans.

De begraafplaats van de Ommerschans in september 2012.
Foto: OudOmmen

In het noorden van de gemeente Ommen, twee kilometer ten zuiden van het dorp Balkbrug ligt het voormalig militaire vestingwerk de Ommerschans. De gidsen vertellen u graag over de bewogen geschiedenis. Eerst als verdedigingsschans en tijdens de negentiende eeuw als straf-en bedelaarskolonie van de Maatschappij van Weldadigheid. Een uniek landschap. In het hart van de Ommerschans heeft de natuur meer dan 100 jaar haar werk gedaan. De lanenstructuur uit de bedelaarstijd is nog goed zichtbaar.

De fundamenten van de gebouwen uit die tijd zijn overwoekerd met klimop en bodembedekkers. De bossen en de gracht doorbreken het open landschap en creëren stille, mysterieuze plekjes, waar je de verhalen voelt. Reeën, vogels en vleermuizen voelen zich er thuis. Net als veel verschillende bomen en planten. De Ommerschans is niet voor niets ook een beschermd gebied.

De start van de rondwandeling is bij de historische boerderij van de familie Hiemstra, Balkerweg 72 te Ommerschans, aanvang 14.30 uur. De rondwandeling is gratis, maar een vrijwillige bijdrage is welkom. Opgave is niet nodig, meer informatie kunt u vinden op de website http://www.deommerschans.nl, via de mail info@deommerschans.nl of telefonisch op nummer 06-13629524.

Bron: Vereniging de Ommerschans – 28 augustus 2015

Het witte landhuisje bij Beerze

Op het landgoed van Huis Beerze staat een lief klein houten huisje. Het ligt verscholen in de bossen, net achter Huis Beerze.

 ‘Het witte landhuisje bij Beerze’ met daaronder het huidige aanzicht.
Foto: Harry Woertink
Zie ook het album “Het witte landhuisje”.

Van hieruit bereikbaar met een trap de heuvel op. Vanaf de openbare weg niet te zien. De woning wordt momenteel bewoond door een schaapherder van het Overijssel Landschap. Laatstgenoemde is ook eigenaar van de houten woning en het landgoed.

In 1923 kocht baron Bentinck een groot deel van de beboste stuifbelten aan de poort naar Beerze. Een zomerhuis, bekend als Woudhoeve, maakte in 1925 plaats voor de bouw van Huis Beerze. Uit de tijd van Bentinck dateert ook het nog bestaande houten huisje. Hiervoor werden destijds planken gebruikt van een directiekeet die gestaan heeft aan de spoorlijn in Beerze . De keet deed dienst bij de aanleg van de spoorlijn Ommen-Marienberg. De kleine houten woning bood onderdak aan de tuinman die in dienst was van Huis Beerze. In de begin jaren waren de planken van het huisje nog wit geschilderd. Dat hield in dat regelmatig de verfkwast gehanteerd moest worden. Daarom werden later de planken bruin geverfd.

Toen de heer en mevrouw Bentinck waren overleden kwam het landgoed in het bezit van hun nichtje, mevrouw E. Roëll-Bentinck. Deze was getrouwd met jonkheer E.W. Röell. Willem Kremer die in 1965 in dienst kwam bij de familie Röell heeft veertig jaar in deze houten woning gewoond. Toen de familie Kremer gezinsuitbreiding kreeg werd de houten woning uitgebreid. De veranda verdween en beide kanten van de woning kreeg een kleine uitbouw.

Bron: Harry Woertink – 19 juni 2015

Thema-avond over behoud, herstel of ontwikkeling Landgoed Het Laar

OMMEN – De Vereniging Natuur en Milieu De Vechtstreek organiseert op vrijdag 6 maart 2015 een thema-avond over landgoed Het Laar. Thema van deze bijeenkomst in Huize Het Laer is “Landgoed Het Laar: Behoud, herstel of ontwikkeling?”. Aanvang 20.00 uur.

 Huize Het Laar in 1981.
Foto: OudOmmen

Het landgoed Het Laar kent een lange geschiedenis. Het vroegere kasteel is na verschillende belegeringen, vernieuwingen en eigenaren, uitgegroeid tot een gerestaureerde havezathe. Het eertijds aangelegde park in de Engelse en Franse landschapsstijl is zeer gevarieerd qua opbouw en verschijningsvorm. Door al deze ontwikkelingen heeft het landgoed grote cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden gekregen en is daardoor als rijksmonument aangewezen. Deze groene parel kan rekenen op veel bezoek van Ommenaren en toeristen. De ontwikkelingen in het landgoed staan echter niet stil. Zo heeft het Waterschap Vechtstromen (voorheen Regge en Dinkel) in samenwerking met de gemeente Ommen en Het Oversticht en in overleg met de Vereniging Natuur en Milieu De Vechtstreek, de waterhuishouding verbeterd en een gedeelte van dit rijksmonument opgeknapt. Ook zijn er vergevorderde plannen om de Stadsboerderij te verplaatsen naar het hertenkamp bij Het Laar.

Blijft het nu bij deze eerste aanzet tot herstel van het landgoed? Of komt er een vervolg? Zijn er andere plannen met het landgoed? Wat wil de Gemeente als eigenaar en beheerder van het landgoed? Moet het accent liggen op behoud, herstel of ontwikkeling? Hoe houdt de gemeente als eigenaar van het landgoed rekening met de cultuurhistorische, landschappelijke en natuurwaarden en recreatieve belevingswaarden? De Ommer wethouder Klaas Smid is bereid gevonden de (toekomst)visie over dit gemeentelijke eigendom van het landgoed Het Laar te belichten. Aansluitend op deze visie worden de cultuurhistorische en landschappelijke waarden van het landgoed aangereikt door mevrouw drs. G. van Altena van Het Oversticht. De aspecten van integraal water- en natuurbeheer worden behandeld door de heer ir. S. Fortkamp van het Waterschap Vechtstromen. Lees verder Thema-avond over behoud, herstel of ontwikkeling Landgoed Het Laar