Categorie archief: Gebouwen

Van Pallandt van Eerde en de band met de kerk in Ommen

Met de familiewapens van de edele families Van Pallandt en Haersholte in de koperen lezenaar van de preekstoel is nog steeds de band zichtbaar die de familie van Pallandt heeft gehad met de Nederlandse Hervormde kerk in Ommen.

 De Eerderbank in 1968 voor de verbouwing (in 1968).
Foto: Fotoarchief Gemeente Ommen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel en het album “Interieur NH-Kerk”.

Ook heeft de familie Van Pallandt ooit een eigen kerkbank gehad. Deze Eerderbank is echter bij een grote restauratie van de kerk in 1968/1969 gesloopt.

Koperen lezenaar
De gegoten koperen lezenaar op de zeventiende-eeuwse preekstoel met de afdruk van de familiewapens is een geschenk geweest van August Leopold baron van Pallandt, rijks vrijheer van Pallandt, heer van Eerde, Beerse en Oosterveen (1701-1779) en Anna Elisabeth van Haersolte, vrouwe van Egede (1715-1790). Zij trouwden op 4 december 1744 in Hellendoorn. Het bevat de wapens van de beide geslachten en is gedekt door een kroon en aan de ene kant een hellebaardier en aan de andere kant een griffioen. Behalve de koperen lezenaar is er ook een nagietsel van ijzer. Deze staat naast de preekstoel en is 19-eeuws.

Een van de kinderen uit het huwelijk van genoemde Van Pallandt en Haersholte was Adolph Warner baron van Pallandt van Eerde, geboren te Ambt-Ommen op 15 december 1745 en overleden op 7 december 1823. Tijdens de Republiek bekleedde hij bestuursfuncties. Omdat hij Orangist was werd Van Pallandt in 1795 afgezet. Ten tijde van Lodewijk Napoleon was de landjonker lid van de Staatsraad. Na het herstel van de onafhankelijkheid werd hij wederom provinciaal bestuurder; in 1814 was hij lid van de Vergadering van Notabelen en van 1814-1815 lid van de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden en vanaf 1815 Eerste Kamerlid, wat Adolph Warner tot zijn overlijden op 77-jarige leeftijd bleef. In 1814 werd hij in de Overijsselse adel opgenomen en in 1818 werd hem het predicaat baron toegekend. Hij woonde op kasteel Eerde en trouwde op 15 april 1777 met Anna Elisabeth Schimmelpenninck van der Oye. Samen hadden ze 5 zonen en 4 dochters. Lees verder Van Pallandt van Eerde en de band met de kerk in Ommen

Iconen expositie in Gereformeerde kerk in Ommen tijdens Open Monumentendag

OMMEN – In de Gereformeerde kerk aan de Bouwstraat 17 in Ommen wordt zaterdag 10 september tussen 10.00 en 16.00 uur een Iconen expositie gehouden.

 De Gereformeerde kerk aan de Bouwstraat 17 in Ommen.
Afb.: Cultuurhistorisch Centrum Ommen
Zie link voor meer afbeeldingen bij dit artikel.

Ook wordt het schilderen van iconen gedemonstreerd en uitleg gegeven over de verschillende tradities, de geschiedenis en de spiritualiteit van de op hout geschilderde Iconen. De expositie maakt onderdeel uit van de Open Monumentendag met het thema “Symbolen en iconen”. Tijdens de open dag wordt ook het kerkorgel bespeeld en kan in de geschiedenis van de kerk gedoken aan de hand van rondleiders. Verder wordt in de kerk de liturgische tafel gebruikt om hier het teken van het Heilig Avondmaal neer te zetten.

Eerste kerkdienst
Sinds de kerkelijke Afscheiding van 1834 is in Ommen sprake van een Gereformeerde kerk. De eerste kerkdienst door de gereformeerden in Ommen werd gehouden op 18 april 1836. Een jaar later wordt A.C. van Raalte als dominee beroepen; hij bleef er tot 1844. Op 19 januari 1840 kan aan de Bouwstraat voor het eerst een eigen kerkgebouw in gebruik worden genomen. Voorheen werden de kerkdiensten gehouden op verschillende plekken in Ommen, Varsen, Stegeren, Arriën en Beerze. Het eerste kerkgebouw heeft dienst gedaan tot en met zondag 14 juni 1931. Daarna werd op dezelfde plek het huidige kerkgebouw gebouwd. Het kerkgebouw heeft 900 zitplaatsen. Bij een openbare aanbesteding was de laagste inschrijver: aannemer J. Eshuis en Zn. te Vriezenveen. De bouwsom ( ƒ 36.887,00) viel mee want deze was begroot op 45.000,00 guldens.

Het meubilair (banken, kansel, lezenaar en doopvont) is destijds gemaakt door de firma B. Jansen en H. Timmerman van Den Lagen Oordt in Ommen. De eerste steenlegging is geweest op 1 september 1931 en onder leiding van ds. W. de Graaf wordt op 12 mei 1932 het nieuwe kerkgebouw in gebruik genomen. Een actiecomité brengt geld bijeen voor de luidklok in de kerktoren waarop een randschrift wordt aangebracht: “De Meester is daar en Hij roept u”. In 1979 komt het naastgelegen pand Zandbergen te koop. Het wordt aangekocht en verbouwd tot een kerkelijk centrum “De Kern”. Enkele jaren later wordt het verenigingsbouw “d’Olde Wheeme” aan Den Lagen Oordt verkocht aan de Rabobank Daardoor kan op 20 mei 1988 de forse uitbreiding van de “De Kern” in gebruik worden genomen.

Rijksmonument
Het huidig kerkgebouw is een ontwerp van architect Bastiaan Willem Plooij uit Amersfoort. Deze architect bouwde in Nederland meer kerken in een voor het interbellum karakteristieke baksteenarchitectuur. De kerk is door de overheid aangewezen als beschermd Rijksmonument. Dit vanwege het algemeen cultuur-, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang: – als uiting van de Gereformeerde gemeenschap in Ommen – als beeldbepalend element – vanwege de redelijke mate van gaafheid van ex- en interieur. Lees verder Iconen expositie in Gereformeerde kerk in Ommen tijdens Open Monumentendag

Erve Witharen viert herstel met open dag op zaterdag 3 september

WITHAREN – Erve Witharen is weer helemaal opgeknapt. Het gaat om een oude boerderij als een overblijfsel uit de ontginningsperiode van Witharen, gelegen aan de Witharenweg 17a in de Ommer buurtschap.

 Voorgevel van de vernieuwde boerderij Erve Witharen.
Foto: Harry Woertink
Zie link voor meer afbeeldingen bij dit artikel.

Met een open dag op zaterdag 3 september kan iedereen kennismaken met de geschiedenis van de eerste ontginningsboerderij op Witharen. In de jaren 60 van de vorige eeuw heeft de toenmalige eigenaar, de familie Praas (Marten, Mina en hun zoon Henk) een nieuwe boerderij gebouwd op de plek van een schuur aan de overkant van de weg. Daarmee heeft de oorspronkelijke boerderij de bestemming van schuur gekregen. De boerderij is nu eigendom van de familie Veenstra die aan de overkant woont. Motorclub Route 66 gebruikt de boerderij voor clubactiviteiten. Het bijbehorende bosje met schuren is eigendom van Jan Winters.

Restauratie
Aanvankelijk lag het in de bedoeling om tot een kleine restauratie over te gaan van de boerderij. Echter, het rietendak was lek, dus werd de vraag gesteld wat nu te doen. De eigenaren en ook de buurtbewoners vonden het samen met Plaatselijk Belang Witharen van groot belang dat een zo oorspronkelijk mogelijke boerderij als herinnering aan de geschiedenis van Witharen behouden zou blijven. Daarom hebben ze samen er de schouders ondergezet om een plan te maken voor herstel en verbetering. Door Plaatselijk Belang Witharen is hiervoor begin vorig jaar een projectplan bij de provincie ingediend. Met daarin wat er allemaal nodig is om boerderij en bosje met schuren te herstellen. Verder is een plan gemaakt wat er ondernomen wordt om iedereen, maar met name de bewoners en betrokkenen, kennis te laten maken met de geschiedenis van het buurtschap. Naast de bijdragen van de eigenaren en de inzet van veel bewoners werd de provincie gevraagd het project financieel te ondersteunen. Lees verder Erve Witharen viert herstel met open dag op zaterdag 3 september

Vakantiehuis “Wolfskuil” zet idealen jonkheer Repelaer voort (3)

Ommen staat in 1950 op z’n kop met 7000 padvinders uit binnen- en buitenland tijdens het 10-daagse Jeugdkamp, ter gelegenheid van het 40-jarig bestaan van de Nederlandse Padvinders Vereniging.

 1958 – Wolfskuil – Oubaas Pomes (links) was een levenlang bij de padvinderij betrokken.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen de albums “Wolfskuil – Kampeerterrein Padvinderij”, “Nationaal Kamp” en “St. Jorishoeve – Repelaerhoeve”.

Koningin Juliana brengt een bezoek aan Ommen en een dag later is het prins Bernhard die de padvinderskampen in Ommen aandoet. De padvindersactiviteiten zijn over Ommen verspreid. De kuil van De Wolfskuil doet dienst als plek voor kampvuren en opvoeringen.

De Blokhut
Bert Zonneveld was in 1950 met zijn ouders en zus Corrie tijdelijk bewoner van De Blokhut. “Ik herinner me het jaar 1950 heel goed. Er waren heel wat tenten in de Wolfskuil vol met padvinders, ook veel uit het buitenland. Een Franse groep vroeg mijn vader of ik met hun wilde gaan zwemmen en waar zou dat kunnen? Nou, in die tijd was de Regge niet erg schoon en er was geen zwembad. We vertelden hun dus van “het strandje” bij het “Bleekie”, naast de Vechtbrug waar we dikwijls gingen voetballen na school. Ik kon niet zwemmen en zat op een ogenblik in erge nood in te diep water. Alhoewel ik toen niet Frans kon spreken liet ik die padvinders wel weten dat ik aan het verdrinken was. Ineens waren er hulp biedende handen die mij in veiligheid brachten. Ook kan ik me nog herinneren dat we ineens een paar kippen hadden verloren. De dichts bijstaande tentbewoners hadden namelijk een kuiltje gegraven, toen een doek er over met wat takjes en wat broodkruimels. Arme kippen! Ook werden wij uitgenodigd om naar uitvoeringen in het amfitheater bij te wonen, dat we graag deden”.

Wolfskuilbewoners
Gedurende de tijd dat de Zonneveld’s in Ommen woonden was er genoeg te beleven volgens Bert Zonneveld. “Mijn zus Corrie en ik speelden dikwijls in en rondom het amfitheater met vrienden die ook in de Wolfskuil woonden tussen 1946 en 1953. Frans de Vries, de van der Klippies, Hilda de Otter, de kinderen van Siegman, Henk Meyer, Jopie Struikman en anderen. Lees verder Vakantiehuis “Wolfskuil” zet idealen jonkheer Repelaer voort (3)

Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (2)

Als jonkheer Repelaer via familieverbanden zich op Ommen richt, komt hij uit in de Wolfskuil. Baron van Pallandt verkoopt hem 28 hectare bosterrein. Hier wordt in 1940 onder auspiciën van Het Leger des Heils een kinderhuis geopend.

 Voor het Nationaal Padvinderskamp in augustus 1950 wordt in de (Wolfs-)kuil een amfitheater gemaakt met op de hellingen zitplaatsen van plaggen, zodat de padvinders rondom de kampvuren kunnen zitten.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel.

Na een fatale brand in 1947 werd op de plek van het kinderhuis een nieuw kampeerhuis gebouwd met de naam Sint Jorishoeve. Vanaf de zestiger jaren gaat Repelaar de Wolfskuil ook beschikbaar stellen aan andere groepen dan de padvinderij. Aan het kampeerhuis wordt dan nog een kleiner logeerhuis toegevoegd: de Mowglihut.

Filantroop
Behalve zijn inspanningen voor de padvinderij had Repelaer ook oog voor andere noden in de samenleving. Een filantroop waar anderen ook wel eens misbruik van maakten. Eigengereid maar ook een sociaal zeer bewogen man, zo kenmerkt de jonker zich. Door zijn hoed, witte handschoenen en rood jasje was Repelaer een opvallende verschijning en met zijn grote Amerikaanse auto, waarmee hij eerst zelf reed en later door een chauffeur liet rondrijden, ook een bezienswaardigheid. Ocker Repelaer werd geboren op 16 januari 1888 in Den Haag. Zijn vader was mr. dr. Ocker Johan Repelaer, heer van Molenaarsgraaf en zijn moeder Cecile Marie barones van Lynden. Ocker groeide op met een zusje en twee broers in Den Haag. Hier bewoonde het gezin een statig pand aan de Lange Voorhout 16. De vader van Ocker was jarenlang lid van de gemeenteraad en wethouder. De familie Repelaer was vermogend. In 1925 richtte Repelaer in Den Haag een padvindersgroep op onder de naam W.I.K. (Willen is Kunnen). Hiervoor kocht hij in 1934 in Wassenaar het landgoed Herco aan de Eikenlaan. Daar kwamen drie padvindershuizen en een woning. Met financiële steun van de jonkheer wordt dit gebouw in 1952 geschikt gemaakt als polikliniek voor de behandeling van spastische jongeren.

Wolfskuil
Wie terug gaat in de geschiedenis over het ontstaan van de naam Wolfskuil komt niet verder dan legendes. De Wolfskuil is nog steeds een uit wit zand bestaande verhoging op de rand van het bos en de overloop van de rivier de Regge. Ooit zou hier een wolf gesignaleerd zijn en het lot van iemand in het ongewisse hebben laten geraken. Op de verhoging staat De Blokhut. Na een brand in 1957 is het nieuw opgebouwd echter zonder de oorspronkelijk rietendakbedekking. Voor en na de oorlog was de Blokhut een onderkomen voor de padvinderij. Lees verder Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (2)

Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (1)

Arme kinderen uit de stad vakantie bieden in de bosrijke omgeving van Ommen. Dat was 75 jaar geleden de doelstelling van het kinder- en vakantiehuis Wolfskuil.

 Het nieuwe kinderhuis Wolfskuil geopend in 1940.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel en de albums “Kinderhuis De Wolfskuil”, “St. Jorishoeve – Repelaerhoeve” en “De Blokhut Wolfskuil”.

In de bosschen van “Wolfskuil” te Ommen is een vacantiehuis gebouwd, dat binnenkort in gebruik genomen zal worden. De inrichting, een geschenk van jhr. Repelaer te Den Haag, aan het Leger des Heils in Nederland, zal als eerste gasten een aantal kinderen uit Rotterdam herbergen”, aldus een bericht in tal van kranten begin september 1940. Het ging om het nieuwe vakantiehuis voor kinderen “Wolfskuil”, gebouwd in opdracht van jonkheer Ocker Repelaer van Molenaarsgraaf (1888-1975) uit Den Haag. In 1939 heeft de rijke jonker het uit dennenbos en heide bestaand gebied tussen de spoorlijn en de Regge, ter grootte van ongeveer 28 hectare gekocht van zijn neef Philip Dirk Baron van Pallandt van Eerde. Op het zuidelijk deel van het terrein werd vervolgens het kinderhuis gebouwd. De bedoeling van jonkheer Repelaer daarbij was om kinderen uit de achterstandswijken uit de Randstad naar de Wolfskuil te laten komen en ze hier weer aan te sterken.

Bosrijk
Aanvankelijk waren natuurvrienden uit Ommen weinig enthousiast over de bouwplannen in de bossen van de Wolfskuil. Toen zij echter door de heer Ruissing, opzichter en tekenaar van het gebouw uitgenodigd werden om de met rode en paarse stenen gebouwde vakantiehuis met rieten dak met eigen ogen te komen bekijken waren de tegenstanders om. Het kinderhuis met een prachtig gezicht op de Lemelerberg past voortreffelijk in deze bosrijke omgeving, luidde de conclusie van de oorspronkelijke tegenstanders. Het gebouw van 34 bij 8 meter in de Wolfskuil omvatte op de benedenverdieping kantoor, spreekkamer, twee officierskamers, eetzaal, keuken, washuis, slaapkamer en een dagverblijf voor kleuters, terwijl voor jonkheer Repelaer in de rechtervleugel een logeerkamer was ingericht. Lees verder Vakantiehuis “Wolfskuil” voor bleekneusjes uit de randstad (1)

Het verdwenen Boshuis op Landgoed Eerde

Helaas ontkwam Het Boshuis op Landgoed Eerde niet aan de slopershamer. Tot voor dertig jaar geleden was het wit gepleisterde pand er nog.

 ‘Het Boshuis’ ça. 1988, vlak voor de afbraak.
Foto: OudOmmen
Zie voor meer afbeeldingen het album “Het Boshuis”.

De laatste jaren van zijn bestaan diende het als onderkomen voor de Internationale School Eerde. Oorspronkelijk heeft het als koetshuis dienst gedaan voor de bewoners van het landgoed. Aan de Hammerweg was weliswaar ook een koetshuis gelegen en daar waren ook de paardenstallen, maar op kortere afstand van het kasteel verrees later een nieuw gebouw voor de stalling van de koetsen. Het koetshuis kwam aan de toen zogeheten Boslaan, vandaar ook de benaming “Boshuis”. Het pand had twee afzonderlijke daken met een tussenruimte. Er was veel stallingsruimte met grote openslaande deuren. De houten topgevels waren sierlijk bewerkt en de hoofdtoegangsdeur had de kleuren van het landgoed. De dienstruimte bood tevens woonmogelijkheden.

Logeergelegenheid
Toen paard en koets als vervoermiddel voor de kasteelbewoners plaats moesten maken voor de automobiel werden koetshuizen verbouwd tot garage. Zo ook zal het ook op Landgoed Eerde gegaan zijn. De Quakerschool die voor de Tweede Wereldoorlog op Eerde was gevestigd krijgt op 26 maart 1936 een bouwvergunning om de garage geschikt te maken tot logeergelegenheid voor personeel en kinderen van de school. De verbouw wordt uitgevoerd door het aannemersbedrijf Timmerman & Jansen en F. Schuurman. Tijdens de oorlog kwam een einde aan de school.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam in Eerde het onderwijs weer op gang. De leerlingen van de toen Internationale School Eerde zorgden er voor dat het kasteel, de bouwhuizen, het Boshuis en de Eerder Esch weer werden bewoond. De grote kamers van het kasteel en de Oranjerie deden dienst als leslokaal. Door de uitbreiding van het leeraanbod moest er op het kasteel meer ruimte komen. In 1949 werd het Boshuis verbouwd om meer jongens te kunnen huisvesten. Ook werd achter het Boshuis een leslokaal gebouwd dat het “Glashuis” werd genoemd, terwijl het Boshuis ook wel “Vogelkooi” werd genoemd. Omdat het aantal leerlingen op Eerde toenam en er wegens ruimtegebrek zelfs leerlingen moesten worden afgewezen, werd de lagere school van Eerde in 1950 verhuisd naar Huis Vilsteren. Daar hield de school het vol tot 1971. Lees verder Het verdwenen Boshuis op Landgoed Eerde

Buitengoed Moesbergen opgeofferd aan villabouw

De zuidkant van de Vechtbrug in Ommen was tot 1900 nog weinig bebouwd. Aan de Voorbrug stonden enkele woningen.

 Het buitenverblijf Moesbergen aan de Zeesserweg omstreeks 1880. De bewoner van toen dokter A.A. Middendorp, geheel rechts, wacht op het inspannen van paard en wagen. Links is nog de koetsierswoning zichtbaar.
Afb.: Streekmuseum Ommen
Zie voor meer foto’s het album: “Buitengoed Moesbergen“.

Verder waren er tapperijen en logementen, onder anderen logement Engbertus Mensink, tegenwoordig hotel De Zon. Een bakkerij, een schoenmaker, een kuiper, een schilder en een smederij. Opmerkelijk was het zogeheten buitenverblijf Moesbergen, gelegen op een bebost terrein tussen de huidige Stationsweg en de Wilhelminastraat met boomgaard, tuin en weilanden. De toegang was vanaf de Zeesserweg, waar een pad met een boogje voor de ingang van de woning liep. Huis Moesbergen viel in 1892 ten prooi aan de slopershamer. De bijbehorende tien hectare tuin en land gingen op aan de bouw van villa’s aan de zuidkant van de Vechtbrug. Alleen de vroegere koetsierswoning op de hoek Zeesserweg/Wilhelminastraat herinnert nog aan de geschiedenis van Moesbergen.

Coninckskamp
Het buitenverblijf wordt in 1744 eigendom van Gerrit Coninck. Hij kocht toen “Het Buitendijks, gelegen buiten Ommen voor de brugge in de buurtschap Zeesse”. In 1800 wordt de kleinzoon Marcelius Coninck eigenaar en is dan geneesheer in Ommen. De eigendom van Coninck was toen tien hectare groot en besloeg nagenoeg het hele gebied tussen de Vecht, het oostelijk gedeelte van de Stationsweg tot aan de Schammelte en werd aangeduid met “Coninckskamp”. Het grasland tussen de Zeesserweg en de Vecht droeg de naam “Het eiland”. Na het overlijden van Marcelius Coninck zijn het zijn drie kinderen Gerhardus Coninck, Alberta Jongkindt-Coninck en Hendrika Coninck die eigenaar zijn van het mooie buitenverblijf kort aan de Vecht. Alleen genoemde Hendrika Coninck woont in het huis. Lees verder Buitengoed Moesbergen opgeofferd aan villabouw

Tweede jeugd voor historisch juweeltje Tolhekke in Witharen

WITHAREN – Het oude tolhuis “Tolhekke” aan de Balkerweg 60 in Witharen wordt weer in oude glorie hersteld. De restauratie nadert zijn voltooiing.

De buitenkant is zo goed als klaar; binnen wordt nog gewerkt. Ook het erf rondom het tolhuis met boerderij wordt in ere hersteld. Er komt een wit tolhek aan de kant van de weg. Niet om de tolgelden van passanten te heffen, maar om te laten zien hoe het vroeger is geweest.

 Het oude tolhuis “Tolhekke” aan de Balkerweg 60 in Witharen wordt weer in oude glorie hersteld.
Afb.: OudOmmen
Zie voor meer foto’s het album: “Tolhuis (Balkerweg 60)“.

Monument
Cees Zoon (59) kocht in 2011 het leegstaande tolhuis van de familie Nijenhuis compleet met inboedel. De boerderij, een monumentaal pand uit 1856 verkeerde in een slechte maar onaangetaste staat. Om de monumentale status na een ingrijpende renovatie in stand te houden, moet Zoon zich aan strenge regels houden. Daar heeft hij geen moeite mee, want het pand, inclusief deel, tuin, waterput en schuur, vormt een bijzonder historisch juweeltje in Witharen. In het voorjaar van 2014 zijn de bouwvakkers begonnen met dit project, waarmee Zoon twee jaar bezig is geweest om subsidiebronnen aan te kunnen boren. Het gesubsidieerde restauratieplan bestaat vooral uit het verduurzamen van erf en woning. Een nieuw stevig dak, een putboom boven de put, opknappen van het bakhuisje en als allerlaatste het aanpassen van het sanitair. De oorspronkelijk uit Heiloo afkomstige Cees Zoon heeft meer passies dan tijd, maar hoopt toch eind 2016 de restauratiewerkzaamheden af te kunnen ronden. En dan heeft Ommen er een mooi cultureel erfgoed bij en kan een tweede jeugd voor boerderij “Tolhekke” beginnen.

De zelfstandige bioloog Cees Zoon heeft voorafgaande aan de restauratie nog een tijdje gewoond in het oude tolhuis. Het was voor Zoon alsof de tijd stil had gestaan. De keuken met donkerrode plankenvloer, hoge houten plafond waaraan worsten hingen te drogen, keukengerei van vroeger, ouderwetse gaspit, petroleumstel, keukenblok met de lichtgroene hardboard kastdeurtjes, granieten aanrechtblad en de ‘damstenen’ gootsteen. In de kamer pluche tafelkleed, kachel, leunstoel voor het raam en portretten van Koningin Wilhelmina aan de wand. De eerste maanden waren één grote ontdekkingstocht. Overal in het huis, op de zolders, in de kasten en in de schuren vond Cees Zoon spullen uit lang vervlogen tijden. Het tolhuis zou niet misstaan in een openluchtmuseum. Lees verder Tweede jeugd voor historisch juweeltje Tolhekke in Witharen

Monument Erve Volkerink in Beerze wordt opgeknapt

BEERZE – Met de renovatie van Erve Volkerink wordt de Ommer buurtschap Beerze nog mooier. Het Rijksmonument aan de Beerzerweg 27 wordt flink onderhanden genomen.

 Erve Volkerink in de steigers
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s het album: “Beerzerweg 27 (Erve Volkerink)”.

Daarmee blijft de monumentale boerderij bewaard voor toekomstige generaties. Vanwege het authentieke karakter werd Beerze in 1992 van rijkswege als beschermd dorpsgezicht aangemerkt. Hier staan de gebouwen nog op hun oorspronkelijke plek, ingebed in een oeroud boerenlandschap. Aan de Beerzerweg liggen maar liefst negen monumentale boerderijen op rij. Veel panden dateren nog van vóór 1800. Diverse opstallen bevatten nog wanden met strovlechtwerk.

Rijksmonument
Sinds 12 oktober 2012 mogen Jenne en Ingrid van der Velde zich eigenaar noemen van de oude boerderij en gingen er toen met hun gezin wonen. Er werd een boomgaard aangelegd met oude Hollandse appel- en perenbomen. Verder werden plannen gemaakt hoe de boerderij na een renovatie en restauratie er uit zou kunnen zien. Bepalend daarbij was uiteraard het Rijksmonument. Samen met een architect, een bouwbegeleider, de gemeente Ommen, het Oversticht, de Rijkdienst voor Cultureel Erfgoed en aannemer Dijkhuis uit Hardenberg is drie jaar lang aan deze plannen gewerkt en getekend. Het geheel kreeg uiteindelijk vorm en – nog belangrijker – uitvoering. Wat het bijzonder maakt is dat het project ook als leer-werkervaring is opgezet. De provincie Overijssel onderschrijft het belang van behoud van het culturele erfgoed. Het project Erve Volkerink mocht dan ook een bedrag van 95.134,35 euro subsidie tegemoet zien voor de renovatie. Voorwaarde was wel dat voor tenminste één leerling in de restauratiebouw een werkplek werd gerealiseerd om de toekomst van vakmensen voor restauraties te waarborgen. Op 2 oktober 2015 was het zover dat na drie jaar voorbereiding een officiële start gemaakt kon worden met de bouwwerkzaamheden. Gedeputeerde van de provincie Overijssel Hester Maij onthulde samen met Ingrid van der Velde, RIBO-leerling Jorian en oud-bewoner Henk Schuurman het bouwbord. Lees verder Monument Erve Volkerink in Beerze wordt opgeknapt