Categorie archief: Informatiebronnen

Cultuurhistorische waarden molens in beeld

OMMEN – In opdracht van de gemeente Ommen is een uniek project gestart die de cultuurhistorische waarden van de Ommer molens in beeld brengen.

 De Besthmenermolen in Ommen wordt van binnen en van buiten in kaart gebracht door een vijftal Windesheimstudenten.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer afbeeldingen de albums “Molen de Lelie”, “Besthmenermolen“, “Molen van Waaijman“, “molen De Konijnenbelt” en “molen Den Oordt” / “Den Oordt“.

Een vijftal studenten van de Hogenschool Windesheim die het vakgebied Restauratie volgen, gaan aan de slag om de molens zowel van binnen als van buiten in kaart te brengen. In eerste instantie gaat het om de Besthmenermolen en de Konijnenbeltsmolen.

Studenten
De Windesheimstudenten Isaac de Boer, Stephany Hogeboom, Mike de Jong, Pascal Middenveld en Gijs Voslander krijgen assistentie van de molenaars Jan van der Veek, Simon van Kampen en Luuk Vogelzang. De opdracht is het inmeten van de molens, het as-built modelleren van de molens (3D) en de digitale modellen inrichten voor het waarderingsstelsel van de molens. Verder het onderzoeken van de technische staat van de molens en de herkomst van historische onderdelen. Daarnaast het verwerken van een plan tot restauratie en herbestemming. Tot slot het uitwerken van de plannen naar besteksfase en uitvoeringsgereedfase. Bij dit project wordt gebruik gemaakt van moderne technologieën die toegepast kunnen worden op historische bouwwerken. Het project neemt zo’n 20 weken in beslag.

Landelijk
Landelijk wordt nog gewerkt aan een model om de inventarisatie van de molens in gang te zetten. Deze ontwikkelingen willen de gemeente Ommen en de Stichting Ommer Molens niet langer afwachten. Daarom hebben zij samen het initiatief genomen om de waardebepaling in beeld te krijgen. Het project is onder de aandacht gebracht bij de Rijksdienst voor het Cultuur Erfgoed en Hollandsche molen met behulp van Johan Abbink van de Overijsselse molen. Dat heeft tot een definitief projectvoorstel geleid.

Bron: Harry Woertink – 18 februari 2016

Geschiedenis van de 170-jarige molen De Lelie (2)

In 1844 verleende de Minister van Financiën toestemming aan mevrouw Johanna van Loo, weduwe van Jan Veldhuis Mansier, om een koren- en pelmolen te stad Ommen op te mogen richten.

 Molen De Lelie in 1975. Rechts op de voorgrond is nog zichtbaar het gebouwtje van de noodslachting.
Foto: OudOmmen.nl
Zie voor meer foto’s het album “2016 – Feestweek 170-jarige molen De Lelie”.

Eerder in dat jaar, op 3 februari 1844, moest de weduwe afscheid nemen van zijn geliefde echtgenoot Jan Velthuis Mansier die op 55-jarig leeftijd overleed. Hij was logementhouder van het bekende Zwarte Paard in het centrum van Ommen. De zoon Jan Mansier is het die op grond van zijn eigen familie de molen laat bouwen. In 1846 is de molen gereed. In een gevelsteen van de molen wordt de naam van de bouwer en het bouwjaar vermeld.

Ongeluk
De jonge molenaar is nog onervaren. Dat nekt hem in de zomer van 1846. De molen draait nog proef. Mansier wil de wieken stoppen doormiddel van de vang, maar die weigert dienst. Het gevolg is dat hij een tik van de molenwiek krijgt en hetzelfde moment over de stelling wordt geslagen en naar beneden stort. Hij overleeft de val wonderwel, maar zijn toestand is bezorgd. De krant maakt op 24 juni 1846 melding over dit voorval: “OMMEN, 24 junij. Op den middag van den 22sten dezer, had alhier een ongeluk plaats, dat niet alleen de betrekkingen van het slagtoffer in de diepste neerslagtigheid doen verkeeren, maar ook de algemeene belangstelling, omtrent den afloop van hetzelve, bezig houdt. De jeugdige molenaar Jan Mansier, den gang, van den door zijne moeder, voor hem gebouwden koorn- en pelmolen, beproefd hebbende, en vervolgens weer willende afzeilen, had het ongeluk, dat hij, bij het niet voldoende werken van den zogenaamde vang, door een der wieken, die hij wilde tegenhouden, terug gedrongen werd, het evenwigt verloor, en over de borstwering der zwikstelling, van eene hoogte van circa 25 voeten, naar beneden stortte. Bewusteloos werd hij bij zijne diep bedroefde moeder te huis gebragt, alwaar hij zich nog in eenen toestand bevindt, die, hoewel niet hopeloos, echter zeer veel bezorgdheid baart.” De geschiedenis leert dat Mansier ondanks dit ongeluk de werkzaamheden weer kan hervatten. In 1855 krijgt hij de grond en de molen op naam. Lees verder Geschiedenis van de 170-jarige molen De Lelie (2)

Molen De Lelie viert 170 jaar bestaan – Cultureel erfgoed van ondergang gered

OMMEN – Molen De Lelie aan het Molenpad 7 in Ommen viert dit jaar (2016) haar 170-jarig bestaan. Het is dankzij Hendrik Oldeman, een telg uit een oud Ommer molenaarsfamilie, dat deze windmolen is gered van de ondergang.

 Een moment van de officiële overdracht van het gedenkbord voor molen De Lelie op 14 april 1984. V.l.n.r.: Bakker Ten Brinke, Lex Hollak, Dieks Makkinga, Jennie Weelink-Woertink, Gerrit Jan Jaspers (wethouder), Wiechert Stegeman, Gerrit van der Kolk, Tiene Pepping-Smit, Carel Knoppers (burgemeester), Martend Makkinga, molenaar Anton Wolters, Gerard Oldeman, Margchien Oldeman-Schoemaker, Jennie de Lange-Steen, Bats Makkinga, Jo Kampman-Warmelink en Jan Keizer.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s de albums “2016 – Feestweek 170-jarige molen De Lelie” en “Molen de Lelie”.

Ruim 45 jaar geleden was er grote belangstelling vanuit Amerika om molen De Lelie aan te kopen en in Holland-Michigan weer op te bouwen. De molen was toen weliswaar in sterk verval geraakt zonder wieken, maar het binnenwerk was nog wel aanwezig. Als eigenaar van de molen heeft Hendrik Oldeman de molen voor de toekomst weten te behouden door De Lelie aan de gemeente te verkopen. Wel onder strikte voorwaarde dat de gemeente verplicht werd om de molen te restaureren en weer draai- en maalvaardig te maken. Dat Oldeman vijfduizend gulden op de koop moest laten vallen had hij er graag voor over. Zo kon voor Ommen cultureel erfgoed behouden blijven.

Lange geschiedenis
De Lelie heeft een lange geschiedenis achter de rug. In 1846 werd de molen door een zekere Jan Mansier gebouwd. Hij is een zoon van de toenmalige herbergier van Het Zwarte Paard in Ommen. Het zat de molenaar niet mee in zijn leven. Op 20 juni 1849 trouwde hij met een dochter van de plaatselijke geneesheer, te weten met Johanna Geertruida Lindenhovius. Als zij kort na dit huwelijk overlijdt hertrouwd Jan Mansier op 3 november 1852 met Alberta Christina van Raalte, weduwe van geneesheer Hendrik Jan van Dijk uit Amsterdam. Zijn tweede vrouw is een zuster van predikant Ds. Albertus Christiaan van Raalte, die in 1846 naar Amerika emigreerde en daar de staat Michigan heeft gesticht. Helaas bleek de molen geen winstgevende investering. De zaken gingen slecht en in 1859 moest Mansier op één dag twee hypotheken op zijn molen nemen. De hele familie sprong bij met giften en leningen om de zaak in stand te houden, maar het mocht niet baten. Lees verder Molen De Lelie viert 170 jaar bestaan – Cultureel erfgoed van ondergang gered

Thema-avonden Streekmuseum Ommen: 1 maart, 11 april, 23 mei en 30 mei

OMMEN – Het Streekmuseum in Ommen houdt een viertal interessante thema-avonden. De eerste is op dinsdag 1 maart met een presentatie over Landgoed Eerde en de Besthmenerberg.

 De ijskelder van de Ommerschans in 2015.
Foto: OudOmmen

Op maandag 11 april staat Kamp Erika centraal en op maandag 23 mei de ijskelders in de gemeente Ommen. De thema-avonden worden afgesloten op maandag 30 mei met het thema de Ommerschans. De avonden beginnen om 20.00 uur. De entree is vier euro persoon inclusief koffie in de pauze.

Landgoed Eerde en de baronnen van Pallandt van Eerde kennen een rijke historie die lang niet bij iedereen bekend is. Ook de geschiedenis van de Besthmenerberg en wat zich in de loop der jaren er heeft afgespeeld met onder andere Krishnamurti worden op 1 maart, de eerste thema- avond belicht.

Op 11 april – de Bevrijdingsdag van Ommen – gaat het over kamp Erika tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Kamp Erika werd op 22 juni 1942 in gebruik genomen als justitieel strafkamp om de overvolle gevangenissen te ontlasten. Mede door de afgelegen ligging van het kamp konden de bewakers ongehinderd hun gang gaan met het beestachtig mishandelen van de gevangenen. In 1943 werd Erika een opvoedingskamp en in het laatste jaar van de oorlog weer een strafkamp. Na de oorlog deed het kamp dienst als interneringskamp tot het op 31 december 1946 werd gesloten.

Maandag 23 mei zijn de vier unieke ijskelders in de gemeente Ommen aan de beurt. Een fenomeen die geworden is van cultuur naar natuur. De betekenis van de nominatie Unesco Werelderfgoed voor de Ommerschans en haar geschiedenis van dit oorspronkelijke bastion zijn onderwerp op maandag 30 mei.

Om een thema-avond te bezoeken is opgave vooraf nodig. Reserveringen via email: info@museum-ommen of telefonisch: 0529-453487.

Bron: Harry Woertink – 2 februari 2016

Ccoba presenteert: Vier broers, één liefde: natuurfoto’s door de Gebroeders Reitsma

Ccoba, de culturele commissie bibliotheek activiteiten, organiseert op dinsdag 9 februari in de Bibliotheek aan de Chevalleraustraat een avond met de gebroeders Reitsma uit Zwolle.

 Foto: Bibliotheek Ommen

De liefde voor de natuur kregen ze van huis uit mee, met vader, moeder en de negen kinderen het veld in om kievitseieren te zoeken of een lange zomervakantie in de natuur. Zo leerden ze al die vogels en vlinders kennen die ze nu zo prachtig op de gevoelige plaat vastleggen. Vanuit hun woonplaats Zwolle fotograferen Jan-Pieter, Douwe, Anne en Gerrit Reitsma vaak in Dalfsen en Ommen maar ze zijn ook veel te vinden in het Park de Hoge Veluwe waar ze in 2014 in het informatiecentrum exposeerden. In het programma ‘Man bijt hond’ kregen we al een voorproefje, bij Ccoba kunnen we live genieten van de prachtige foto’s en verhalen van deze unieke broers.

De avond begint om 20.00 uur en de entree bedraagt € 7,00. Vrienden van Ccoba betalen € 3,00, bibliotheekleden € 5,00. Dat is inclusief koffie/thee. Kaarten zijn tijdens de openingsuren verkrijgbaar bij de klantenservice van de Bibliotheek Ommen. Ook op de avond zelf is er kaartverkoop. Openingstijden van de klantenservice: maandag 14.00-20.00 uur, dinsdag en donderdag 14.00 – 18.00 uur, woensdag en vrijdag: 14.00 – 20.00 uur en zaterdag 10.00 – 12.00 uur. Tel. 0529-452158. Reserveren kan via de website van de Bibliotheek http://www.bibliotheekommen.nl. Deze informatie is ook te vinden op de website http://www.ccobavanommen.blogspot.com.

Bron: Bibliotheek Ommen – 29 januari 2016

Natuurmonumenten herstelt quinconcevlak landgoed Eerde

Natuurmonumenten begint volgende maand met het herstel van een bijzonder onderdeel van het parkbos op landgoed Eerde. Het gaat om het zogenaamde ‘quinconcevak’, een speciaal ontwerp uit de Frans Classicistische stijl, die in 1715 in de mode was.

 1956 – Landgoed Eerde met Kasteel vanuit de lucht.
Foto: OudOmmen

Vanaf de Hammerweg gezien ligt het parkbosvak waar het om gaat rechts voor kasteel Eerde. Het bureau SB4, gespecialiseerd in onderzoek van historische tuinen, parken en landschappen, concludeerde in 2010 dat landgoed Eerde uniek is in Nederland. “Eerde is een soort museum van tuinstijlen; een cultuurhistorische parel!”, aldus Eric Blok van SB4. De eiken in dit parkbosvak zijn destijds aangeplant in een strak vierhoeksverband. Deze stijl heet quinconce, omdat het oorspronkelijk ging om een patroon van 5 bomen, in de vorm van de vijf op een dobbelsteen. Bij latere toepassingen, zoals ook hier op Eerde, werd de middelste boom weggelaten, maar de naam quinconce bleef in gebruik. Van de oorspronkelijke eiken is nu nog een klein aantal over. Deze oude bomen zijn aan het eind van hun leven en takelen snel af. Met het oog op de veiligheid van bezoekers, moet er op niet te lange termijn worden ingegrepen. Dit biedt Natuurmonumenten de kans om het ontwerp uit 1715, een unieke cultuurhistorische parel, in ere te herstellen.

Nationaal belang
Het ensemble Eerde moet gezien worden als een totaalcompositie volgens het Frans Classicisme dat van oorsprong reeds zeldzaam en van hoge kwaliteit was en in de huidige tijd door haar gaafheid en nog aanwezige kwaliteiten een zeldzaam geworden voorbeeld. Daarbij is Eerde niet alleen van regionaal belang, maar zeker ook van nationale betekenis en mogelijk nog meer. (uit het rapport van SB4). Natuurmonumenten kiest er bij het herstel voor om alle bomen in het vak in één keer te kappen. Een pijnlijke ingreep in het parkbos, maar alleen op die manier kan het strakke karakter van de oorspronkelijke aanleg teruggebracht worden. Lees verder Natuurmonumenten herstelt quinconcevlak landgoed Eerde

Oude kadasterkaarten weer te kijk: Wie Bezat Wat?

 Er leek een einde gekomen te zijn aan gedigitaliseerde historische kadasterkaarten met het stoppen van de website watwaswaar.

De Beeldbank van het Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met de publicatie van kadasterkaarten, zie Kadasterkaarten van Ommen.

Maar de publicatie van de zogeheten kadastrale minuutplans is inmiddels overgenomen door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze publiceert nu sinds 1 januari 2016 zo’n 17.000 kaarten uit de negentiende eeuw op zijn Beeldbank. De Vereniging voor de Documentaire Informatievoorziening en het Archiefwezen scande de kaarten uit regionale historische centra voor watwaswaar.nl.

De kaarten zijn kosteloos te raadplegen. Het gaat om kaarten tussen 1811 en 1832. Toen zijn alle percelen grond in Nederland opgemeten en in kaart gebracht. Er is een register van ruim 250.000 pagina’s aan gekoppeld met informatie over eigenaar, oppervlakte, waarde en gebruik. De minuutplans waren toen onderdeel van een nieuw systeem voor belastingheffing. Ze brengen eigendomsgrenzen in beeld en zijn goed bruikbaar voor nieuwe plattegronden van stad en land aan het begin van de negentiende eeuw. Door de tamelijk fijne schaal kun je zelfs de toenmalige plattegrondvorm van de gebouwen op hoofdlijnen aflezen. De opmetingen waren zo consistent en eenduidig dat ze in 1850 de basis konden vormen voor de eerste topografische kaart van Nederland.

Bron: Harry Woertink – 11 januari 2016

Burgemeester Boumans vraagt in Nieuwjaarstoespraak aandacht historie Ommen: “De toekomst ligt in het verleden verscholen”

OMMEN – Als het aan waarnemend burgemeester Mark Boumans ligt maakt Ommen meer werk van de rijke historie van de stad. Volgens Boumans leent de geschiedenis van Ommen zich bij uitstek om er meer uit te halen.

 Burgemeester Mark Boumans
Foto: Harry Woertink

Daarbij wees de burgemeester op de plaatselijke monumenten zoals de molens, de landgoederen, de bossen en de Vecht. “De toekomst ligt in het verleden verscholen. Ommen als bisschoppelijke vesting, een kleine Hanzestad met oeroude stadsrechten. Maar juist in combinatie met de marken, de bossen en de Vecht uniek en veelzijdig. Onze molens en landgoederen met hun eigen historie. Monumenten die verbinden en verhalen vertellen”, aldus Boumans in zijn Nieuwjaarstoespraak. “Ommen heeft al veel van zichzelf.

Dat bewezen in het verleden de eerste ANWB camping van het land in Ommen, Ommen als centrum van de wereld met Krishnamurti, de start van de padvinderij in Nederland, maar ook de internationale school. Als deze ontwikkelingen bewijzen de kracht die verborgen ligt in onze gemeenschap. Het is aan ons, inwoners en ondernemers, om die kansen te pakken en te verzilveren. En waarom zouden we dat niet doen. Het burgerschap zit zo sterk in de Ommers en ook Ommenaren dat je daar vertrouwen aan kunt ontlenen. Laten wij de weg bewandelen van de vooruitgang”, aldus Boumans.

Ommer Bissingh
Ook de Ommer Bissingh kreeg in de speech van de burgemeester aandacht. “Sommige tradities blijven in een modern jasje ons aanspreken. Een voorbeeld daarvan is de Ommer Bissingh. Dit jaar wederom fris en optimistisch. Met een vernieuwd Ommer lied heb ik begrepen en landelijke exposure. Prima, maar denk ook aan ons krachtige verleden. Ommen heeft voor hete vuren gestaan door de jaren heen. Problemen dienden zich aan en werden overwonnen. Sterker nog. Er kwamen prachtige dingen uit voort. Denk aan het nieuwe werelderfgoed in onze gemeente. De Ommerschans staat nu op de lijst tussen de Niagara watervallen en de Grand Canyon”, aldus Boumans in zijn Nieuwjaarsspeech. Lees verder Burgemeester Boumans vraagt in Nieuwjaarstoespraak aandacht historie Ommen: “De toekomst ligt in het verleden verscholen”

De start van een nieuw jaar met een gedicht van de Ommer stadsdichter Jannes Kuik

Stadsdichter Jannes Kuik droeg een door hemzelf geschreven gedicht voor op de Nieuwjaarsreceptie. Ook bewoners van het tijdelijke AZC Besthmenerberg waren aanwezig en zorgden voor eten en hapjes uit Eritrea, Syrië en Irak, waarvan de bezoekers konden genieten.

De nieuwjaarsreceptie werd georganiseerd door de gemeente Ommen, de Handelsvereniging Ommen (HVO), de horeca Ommen, de LTO Noord afdeling Ommen, de Ondernemersvereniging Ommen (OVO) en het Vechtdal College.

Als ik aan Ommen denk.

Als ik aan Ommen denk, zie ik traag slingerende blikken op vier wielen
over de Ommer markt schuiven, bumper aan bumper, kijken ze gemeen en nogal aangebrand
naar de argeloze toerist die zich zal moeten schikken, onderwijl afvragend, hoe? haal ik hier de overkant.
Dan is de redding heel nabij. Mark Boumans als oud- gedeputeerde van het Groninger verkeer
zich ontpopt als een heer, en gewapend en terstond met een hesje en een fluitje in
de mond, om met weidse armgebaren het circus van het trekkend volk
wat van alle kanten aan komt rijden, veilig voort te laten schrijden.

Als ik aan Ommen denk, zie ik de Rotbrink, nogal desolaat liggend in het groen.
Het grote lege doel is niet beschoten, wat rest is een Kerkstraatvisioen.

Als ik aan Ommen denk, zag ik de oppositie, die zat te knarren en te kniezen
er was iets wat hun niet beviel, met de komst van Hans oet Riessen.
Het ging achter hun rug, hij kwam te vlug van gene zijde van de heuvelrug.
Ze werden niet gekend, hun inspraak was nihil.

Als ik aan Ommen denk, zag ik hier geen volle zalen
met stompzinnige verhalen, geen opgeheven vuisten en
schreeuwerig gebral van…laat je er niet in luizen
ze pikken onze huizen. Ommen zei slechts een ding .
Voel je thuis…welkom ..echte vluchteling.

Als ik aan Ommen denk, moeten we niet teveel staan zeiken
Dat is naar wat ik hoor,.. al gebeurd in de wereld draait door.

Maar,.. toch is Ommen mij lief, bruisend en bindend als het water
uit de Vecht, is het pleit ten goede beslecht.
De markt verbonden met de kade,.. een oude Ommer sloeg dit alles gade.
En zuchtte toen heel diep, het is jammer van die weg
Maar Ommen is een trotse broedse kip, en weer volledig aan de leg.

Als ik aan Ommen denk, wil ik dit nog gaarne kwijt.
Baron van Pallandt schonk met gulle hand
“Het Laar” als erfenis aan het Ommer land.
Koester deze parel, laat dit zo blijven
tot in Ommer eeuwigheid.

Jannes Kuik.

Bron: Jannes Kuik – 6 januari 2016

Koninklijke onderscheiding voor Dina Poortier

OMMEN – Dina Poortier uit Ommen is voor haar vrijwilligerswerk koninklijk onderscheiden. Zij kreeg woensdagmorgen 6 januari 2016 in het Streekmuseum van burgemeester Mark Boumans de versierselen opgespeld, die horen bij de benoeming tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.

 Dina Poortier kreeg woensdagmorgen 6 januari 2016 in het Streekmuseum van burgemeester Mark Boumans de versierselen opgespeld, die horen bij de benoeming tot Lid in de Orde van Oranje Nassau.
Foto’s: Harry Woertink
Zie voor meer afbeeldingen bij dit artikel het album “Koninklijke onderscheidingen – Dina-Poortier

De koninklijke onderscheiding kreeg Poortier (77) omdat ze zich bijzonder verdienstelijk heeft gemaakt voor onder andere de Hervormde kerk, het Streekmuseum, de Historische Kring Ommen en het Hervormd Zangkoor.

Hobby
Het is een grote hobby van Dina Poortier om met naald en draad kunstwerken te maken. Die variëren van kleden en kussens tot kleden. Dina verkoopt ze op verschillende markten voor goede doelen. In het Streekmuseum houdt Poortier zich vooral bezig met klederdrachten. Als mutsenmaker en naaldkunstenares verstaat Dina Poortier haar vak. Het herstellen van oude klederdrachten en knip- en plooimutsen is dan ook bij haar in goede handen. Bij de Historische Kring is Poortier verantwoordelijk voor de modeshows van historische kleding, onder andere op de Ommer Bissingh. Zij kleedt de levende paspoppen en voorziet het publiek bij de modeshows van deskundig commentaar. Voor alle kerken in Ommen maakte Poortier de voorhangsels van de preekstoelen en ook de collectezakken. Ze heeft meer dan 25 jaar lang de zondagsschool voor de hervormde kerk verzorgd en dat de bloemen bij de kerkdiensten na afloop bij zieken bezorgd worden. De ongetrouwde Dina Poortier is bijna 40 jaar lid van het Hervormd Zangkoor. Ze zorgt bovendien dat de koorleden er tiptop bijlopen.

Naailessen
Als jong meisjes kreeg Dina het werken met naald en draad met de paplepel ingegoten. Ze maakte al vroeg haar eigen jurken en poppenkleertjes. Na de lagere school ging Dina naar de huishoudschool in Ommen. Daarna behaalde ze haar diploma’s aan de modevakschool in Kampen. Ze geeft dan ook al naailessen. Het echte vakwerk leert ze bij Jenny Kampman aan de Bermerstraat. Na het overlijden van Kampman nam Dina in 1960 haar naailessenpraktijk over. Lees verder Koninklijke onderscheiding voor Dina Poortier