Categorie archief: OudOmmen

Vrijthof vroeger

Aan het Vrijthof stonden vroeger de huizen rondom het plein.

1905. Vrijthof met achter de toren van de hervormde kerk. Links is een deel van de stadspomp te zien.
Klik op deze link voor meer foto’s van het Vrijthof

Veldkeitjes
Het begon eigenlijk met kleine boerenbedrijven. Voor de huizen en dus op het plein lagen de mesthopen en de varkens liepen er vrij rond. Om te verhinderen dat deze op het naburige kerkhof kwamen, was tussen het daar toen staande stadhuis en de daartegenover liggende woning een rooster in de straat gemaakt. Verder was het afgerasterd. De boerenbedrijven verdwenen langzamerhand. Met lindebomen en verharding met veldkeitjes kreeg het een heel ander aanzien.

Lees verder Vrijthof vroeger

Ommen historisch belicht (13) Van koffiehuis, drukkerij, kledingwinkel naar horecazaak

Het karakteristieke pand, bekend als boekhandel van Eerten, kreeg met ingang van mei 2026 een nieuwe invulling: Jan van Elburg opende hier zijn derde horecazaak.


van-eertens-2

Het karakteristieke pandje aan de Kruisstraat 1 

Rijke geschiedenis
Sinds de restauratie in 2007 is het winkeltje aan de Kruisstraat 1 weer in authentieke staat terug. Voordien stond het voormalig boekwinkeltje er maar haveloos bij. Na de restauratie vestigde zich hier een modewinkel. Deze is inmiddels verhuisd. Voor Van Elburg aanleiding zijn horeca imperium uit te breiden als verlengstuk van zijn bestaande aanbod.
Over de rijke geschiedenis van het pand gaat dit verhaal.

Koffiehuis
In opdracht van Baron F.E. Mulert is dit pand in 1903 gebouwd als “Koffiehuis van den Volksbond”. In 1908 werd hier de eerste “Oprechte Ommer Courant” gedrukt. Na eerst als woonhuis en bakkerij dienst gedaan te hebben liet Baron F.E. Mulert het pand in 1903 verbouwen tot een “Koffiehuis van den Volksbond” met als doel de jeugd van de straat te houden. Maar de jeugd kwam er niet en als ze zich wel eens liet zien werd de boel op de kop gezet omdat de kasteleins die regelmatig werden opgevolgd er geen orde konden houden. Toen de hele inventaris nog eens weer kort en klein werd geslagen was de maat vol: de tent ging voor goed op slot.

Van Eerten
Het pand werd in 1908 gekocht door Dirk van Eerten. Die begon er een drukkerij waaraan verbonden de uitgave van een plaatselijk blad, de Oprechte Ommer Courant. Eerst met Fikkert als compagnon, later met zijn twee zonen Jacob en Abraham. Op de boogtrommel van het zoldervenster staat het jaartal ‘1903’ en aan de weerszijden de tekst: “van Eerten en Zonen, boek- courant- en handelsdrukkerij”. Lees verder Ommen historisch belicht (13) Van koffiehuis, drukkerij, kledingwinkel naar horecazaak

Achter de Geuren

De straat met de naam “Achter de Geuren” lag vanaf de Bouwstraat oorspronkelijk tot aan de Burggraven.

1935. Achter de Geuren (met pomp). Aan het eind van de straat kruist de Bouwstraat en gaat over in Gasthuisstraat.

Tuinstraat
De naam Achter de Geuren verwijst naar de tuinen (Gaarden/Gören/Geuren) die vroeger achter de stadswallen lagen tussen deze straat en de Walstraat. De tuinen moesten in 1936 plaats maken voor de aanleg van een nieuwe (rond)weg. Voordien ging het verkeer door het centrum van Ommen. Omdat het verkeer regelmatig in de knoop zat werd een rondweg om Ommen aangelegd.
Gevolg was wel dat Achter de Geuren werd gesplitst in twee delen: een deel bleef Achter de Geuren en het nieuwe deel kreeg als straatnaam Prinses Julianastraat. Omstreeks 1956 werd de naam Achter de Geuren op verzoek van aanwonenden gewijzigd in Tuinstraat. Daardoor verdween een historische naam.

Tekst/foto: Harry Woertink

Restauratieplannen boerderij Beerze met nieuwe woning

De leegstaande boerderij Beerzerweg 26 in Beerze krijgt een dubbele woonfunctie.

De boerderij Beerzerweg 26 met de van de weg afstaande voorgevel

De boerderij zelf wordt zoveel mogelijk gerestaureerd inclusief de aan de weg staande schuur. Aan de westkant van de boerderij komt een nieuwe woning. De boerderij wordt niet meer agrarisch gebruikt en was tot voor kort in gebruik als vakantiewoning. De vorige eigenaar heeft eerder een nieuw huis kunnen bouwen aan de oostkant van de boerderij en deze opstallen nu verkocht. Henry Wiechers is de nieuwe eigenaar en wil als ontwikkelaar de historische boerderij met de splitsing van het erf nieuw leven in blazen.

Lees verder Restauratieplannen boerderij Beerze met nieuwe woning

Beerze een dorp met status

Beerze is een brinkdorp, waarvan reeds in 1227 melding werd gemaakt. Op veel plaatsen langs de weg resteren open ruimtes die onder meer als brink en verzamelplaats voor het vee fungeerden.

2018. Het brinkdorp Beerze.
Zie voor meer foto’s het album “Beerze”.

Beerze ligt deels in de uiterwaarden van de Vecht. Mensen vestigden zich op de hogere gronden naast de rivier. Daar brachten ze de grond in cultuur, door bomen te kappen en de bodem vruchtbaar te maken met een mengsel van schapenmest en heideplaggen. Heidevelden en schapen waren daardoor lange tijd noodzakelijk voor de opbrengst van het land.

Halletype
De boerderijen waren van oudsher het type Saksische- of Hallenhuis boerderij: een open ruimte waarin mens en dier samen leefden, een lemen vloer en een eiken ankergebint. Stro vormde het dak. Later werd dat riet. Kenmerkend is nu nog het strovlechtwerk op de schuren. Karakteristiek voor de oude Saksische boerderij is ook de zogeheten onderschoer, een inspringende ruimte in de achtermuur van de deel. Men hing er het paardentuig op en zette er melkbussen neer. Tevens werd het paard er neer gezet tijdens een korte schafttijd. In de woonkamer werd ’s winters het voedsel bereid op de grote kachel, die voor de schouw stond. Deze schouw was rondom met mooie tegeltjes versierd. Nog eerder werd op het open haardvuur gekookt. De potten en ketels waren aan een haal met ketelhaak bevestigd, waardoor het mogelijk was de potten naar zich toe te halen, ’s Zomers kookten de vrouwen altijd in het stookhok buiten de boerderij. De woonruimte bevatte in de regel slechts een tweetal ramen en was van de deel gescheiden door een muur, waarin een deur zat aan een kant van de haard.

Worst en spek
Aan de andere kant van het vuur bevond zich de vaste zitplaats van de boer. Vaak trof men hier in de muur een raampje, zodat de boer zo nu en dan zijn blik kon laten gaan over de deel en het vee in de stallen. In het vertrek waren een groot aantal zware eikenhouten kasten en kisten geplaatst, waarin onder andere het linnengoed werd opgeborgen. Het plafond was van stevige balken gemaakt. In de winter hing er worst en spek te drogen. Verder was een bedstee aan weerskanten van de woonkamer te vinden, vaak diepe en donkere hokken met deuren ervoor, ingebouwd in de muren. De deel diende voornamelijk tot opslagruimte en in de nazomer in gebruik voor het dorsen. Boven de deel waren tasruimten voor hooi en veevoer. De veestallen bevonden zich aan weerskanten van de open deelruimte. Aan de ene kant de koestallen, de kalveren het dichtst bij de woonruimte. Aan de andere kant waren de varkenshokken gebouwd, terwijl hier tevens plaats was ingeruimd voor de paarden, voorzover deze dan aanwezig zijn. In oudere boerderijen stond de WC achter in de stal of buiten het huis.

Lees verder Beerze een dorp met status

Varsenerstraat onder slopershamer voor nieuwbouw en bredere straten

Eind zestig/begin zeventiger jaren van de vorige eeuw is een deel van de Ommer binnenstad afgebroken.

1960. Varsenerstraat met de stadspomp, de kar van een petroleumventer en een bezorgende bakker. Links de ingang van het zogeheten Jeruzalem. In 1976 zijn deze panden afgebroken voor een winkelpand van Aldi en de Ommer Apotheek.  In 2018 werd de nieuwbouw van de HEMA op de voormalige Aldi-locatie gerealiseerd met een viertal bovenwoningen.

Komplan
Het moest allemaal groter en meer. Wat ervoor terugkwam waren puisten van bouwwerken; aan het kleinschalige karakter van het Ommer centrum werd totaal voorbijgelopen. In 1958 nam de gemeenteraad van Ommen een besluit om de Varsenerstraat te gaan saneren. “Bredere straten in de kom, wijziging van de Varsenerstraat in winkelbestemming en meer parkeerplekken”, daar ging het komplan voor. Behalve de voorgenomen afbraak van het pand van Van Eerten moesten ook in een aantal straten oude vervallen boerderijen en andere panden worden gesloopt, zoals in de Varsenerstraat, Bermerstraat en Gasthuisstraat. Gevolg was dan ook dat woningen onbewoonbaar verklaard werden. Van renovatie, restauratie of weer in goede toestand brengen had men in Ommen nog nooit gehoord. Gevolg was dan ook massale sloop van huizen: bijna de gehele Varsenerstraat ging plat, inclusief het zogeheten ‘Jeruzalem’, een aaneengesloten complex woningen in de vorm van een hofje en de woning ‘Renshof’ op wat nu de parkeerplaats is.

Lees verder Varsenerstraat onder slopershamer voor nieuwbouw en bredere straten

Bouw houten huisjes niet van leien dakje – Wethouders te velde

Tussen de weilanden aan de oostkant van Ommen stonden eerder een viertal houten huisjes.

1950. De vier houten huisjes in de weilanden aan de tegenwoordige Doormanstraat. In 1952 werd achter de huisjes de Coevorderweg aangelegd.

Zeeheldenbuurt
Deze huisjes werden door de gemeente gebouwd kort na de Tweede Wereldoorlog om de woningnood van toen te ledigen. Ze waren bereikbaar vanaf de Hardenbergerweg. Begin zeventiger jaren van de vorige eeuw werden de huisjes door de gemeente (publiek)verkocht. De tegenwoordige eigenaren hebben het hout van de huisjes vervangen voor steen en elk huisje onderging een flinke uitbreiding. Het adres van de huizen is tegenwoordig Doormanstraat. Tussen de Coevorderweg en de Hardenbergerweg werd eind vijftiger jaren begonnen met de bouw van de woonwijk ‘Zeeheldenbuurt’ met straatnamen genoemd naar befaamde zeehelden.

Materiaal voor 40 huisjes
De bouw van de houten huisjes ging niet van een leien dakje. Ambtenarij van Wederopbouw zat de gemeente dwars. Waarom van hout, zo was de vraag. Om een redelijke huisvesting te krijgen voor eigen inwoners trokken de wethouders van Ommen te velde tegen de ambtenarij van Wederopbouw om de bouw van deze huizen gedaan te krijgen. Van de kant van de gemeente werd ingebracht dat de gemeente 300 hectare bos bezit, een kapvergunning en de toezegging van het Houtbureau in Amsterdam om het timmerhout voor aanvulling van de woningvoorraad te gebruiken. Er was zelfs materiaal genoeg om een veertigtal houten huizen te bouwen. Echter, Wederopbouw Zwolle weigerde wederom toestemming tot deze bouw te geven.

Politie
Toch werd begonnen met de bouw. Daarop stuurde bureau Wederopbouw de politie om het bouwen te staken.  Vervolgens namen de wethouders Immink en Seinen de leiding van het werk ter hand. Zij leenden de arbeiders van de aannemer, hielpen zelf mee en het werk ging voort. Toen de politie opnieuw kwam weigerden zij het werk te staken. Zij beriepen zich op de geldige bouwvergunning van het gemeentebestuur. Er volgde daarna veel en lang gesoebat over en weer. Uiteindelijke zegevierde het gezond verstand en kwam de nodige toestemming voor de bouw, zij het voor veel minder huizen dan de gemeente oorspronkelijke in gedachten had.

Tekst/foto: Harry Woertink

Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (4)

Van brand wil iedereen graag bespaard blijven. Als er dan brand is dan zijn onze spuitgasten meer dan welkom.

 Spuit I waar vroegere in Ommen brand mee bestreden werd.

Zie ook “deel 1”, “deel 2”, “deel 3” en voor meer foto’s het album “Brandweer”.

Vroeger werd de burgerij min of meer verplicht om bij brand actief te zijn. Dat varieerde van het bedienen van de brandspuit en het gieten van het water tot oppassers om te voorkomen dat niemand op de slang ging staan en spoelen en drogen van de slangen na de brand.

De allereerste brandspuiten waren handbediende zuigerpompen, holle cilinders met een zuiger erin. Ze werkten als een soort grote injectiespuit met een handvat of hefboom voor de bediening. Ze konden maar een kleine hoeveelheid water bevatten en moesten telkens vanuit een emmer worden gevuld. Jan van der Heyden en zijn broer Nicolaas hebben de brandspuit in 1672 verbeterd door er een ‘zuigpomp’ en lederen brandslangen aan toe te voegen. Het benodigde water kon nu direct uit een put, sloot, gracht of rivier opgezogen worden. De spuit, die eerder naar de brand werd gedragen, werd al snel voorzien van wielen, zowel om als een kar of getrokken te worden met paarden.

Spuit I en Spuit II
In 1827 besloot koning Willem I dat alle gemeenten brandspuiten en andere blusmiddelen moesten aanschaffen. Ommen was in het bezit van 2 brandspuiten: Spuit I, de brandspuit met drukbol die zorgt voor een gelijkmatige druk op de waterstraal. Vier mensen moesten met behulp van bomen pompen. Verder Spuit II, die telkens met een emmer gevuld moest worden. Zowel Spuit I als Spuit II zijn in het bezit van het Historisch Museum in Ommen.

De bestrijding van branden gebeurde van oudsher met emmertjes water die van hand tot hand werden doorgegeven. Een leren emmer behoorde dan ook tot de verplichte uitrusting van elk burger van Ommen. Het water kwam uit de Vecht of uit verschillende brandputten en -kolken. In Stad-Ommen was sprake van een 8-tal zogeheten publieke waterputten. Op het Vrijthof is een vroegere brandput gemarkeerd met een granieten deksel met daarop de tekst: “Brandput, anno 1860”. In 1872 kwam er nog een put bij. Alle waterputten werden aan het eind van de negentiende eeuw vervangen door stadspompen. Bij sommigen pompen bleef een waterreservoir voor brand. Op 22 juni 2026 werd een brandput bloot tijdens bouwwerkzaamheden aan de Middenstraat 22. De brandput verdween na een archeologische inventarisatie weer onder het zand. Lees verder Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (4)

Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (3)

Je kon erin trouwen, rouwen of als taxi gebruiken. Maar ook kon het gebruikt worden om de spuit van de brandweer er mee te vervoeren.

De auto voor deze motorbrandspuit deed in 1944 niet alleen dienst als brandweerauto, maar ook als rouwauto, ziekenauto en taxi.

Zie ook “deel 1”, “deel 2” en voor meer foto’s het album “Brandweer”.

Dat allemaal kon met een en dezelfde auto. Wat waren ze trots op hun brandspuit met dieselmotor. De brandspuiten stonden opgesteld in het brandspuitenhuisje dat gebouwd was tegen de muur van de Hervormde kerk op het Kerkplein. Bij brand kwam de (taxi) auto van garage Hurink snel voorgereden om de brandspuit aan te koppelen op weg naar de brand. Was het brandspuitenhuisje eerst te vinden aan de noordkant van de kerk. In 1848 werd de zuidkant van de kerk naast de consistoriekamer als betere locatie geschikt geacht. Later toen het opnieuw verbouwd moest worden en ook het platte dak vervangen moest worden door een aflopend dak stak de kerk daar een stokje voor. Het licht zou worden weggenomen uit het onderste gedeelte van een raam. Daarom werd toen op dezelfde plaats een nieuw huisje gebouwd met de deuren naar het zuiden. Tegelijk werden een 20-tal emmers aangeschaft. Het brandspuitenhuisje heeft dienstgedaan tot 1961, toen werd het afgebroken.

Instructie bij blussen van brand
In 1900 is een nieuwe “Instructie bij het blussen van brand” vastgesteld met een opperbrandmeester, 6 brandmeesters en zoveel manschappen als nodig waren, 3 pijpgasten, één zakkendrager en een bode. De manschappen kwamen onder bevel van de brandmeesters te staan. Deze laatste was kenbaar aan een stok, ringsgewijze geverfd met de kleuren rood en wit en voorzien van een knop, waarop de letters van de spuit waartoe zij behoorden. De anderen hadden als onderscheidingsteken een leren, zwartgelakte klep met een koord om de hals gedragen, voorzien van de letter van de spuit. Op 16 mei 1913 breekt brand uit bij B.J. Grootenhuis aan de Brugstraat met als gevolg een grote vuurzee. Omdat de brandweer het niet alleen aan kan wordt hulp ingeroepen van de brandweer van Dalfsen. Als men de brand ‘meester’ is zijn vijf huizen in de as gelegd. De geleende spuit wordt door vrachtrijder Steen met twee paarden teruggebracht naar Dalfsen. Er volgt nog een rekening van de wagenmaker die de spaken van de vier wielen van de Dalfser brandspuit heeft moeten vernieuwen. De burgers die zich hadden ingezet bij deze bluswerkzaamheden worden beloond met 10 cent per uur en wachthouders in de nacht krijgen 15 cent per uur. Een bijkomstigheid was nog dat opperbrandmeester Peter Oldeman drie dagen na de brand nog steeds hees was van het commanderen. Aangezien Oldeman tijdens de brand moeilijkheden kreeg met de marchaussee, die hem zijn bevoegdheden op het terrein van de brand betwistten, kreeg Oldeman voortaan een pet met het wapen van Ommen als teken van rang en bij een volgende brand daar geen onduidelijkheden meer over konden ontstaan.

Lees verder Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (3)

Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (2)

Brand was vroeger een ramp. Een brandverzekering was er nog niet. De stad had brandwachten en brandputten.

Handpomp die gevuld moest worden met emmers water. Deze handpomp uit circa 1800 bevindt zich in het Historisch Museum in Ommen.

Brand, brand
In 1730 was voor het verkrijgen van het burgerrecht van de stad Ommen behalve een flinke som geld ook een leren brandemmer voor de brandweer een verplichte bijdrage. In 1841 had de stad Ommen de beschikking over 2 brandspuiten, 20 emmers, 160 brandhaken en 50 bijlen.
Brand! Brand! Klinkt het uit verschillende monden op woensdag 8 augustus 1822 als Ommenaren vuurtongen boven hun stadje zien en witte rookpluimen. Ook Egbert Brinkman ontdekt vanaf zijn land iets buiten de kom van Ommen dat het niet pluis is en keert snel te voet naar huis, achterna gekomen door zijn vrouw en kinderen. Dicht op de plek des onheils ziet Brinkman tot grote ontsteltenis dat zijn huis in lichterlaaie staat. En niet alleen van hem maar ook belendende percelen staan in vuur en vlam. De huizen branden als een fakkel. Vuurheren treden regelend op bij pogingen de brand te blussen. De slang van de brandspuit is op de naburige brandkolk aangesloten en inwoners staan rij in rij om telkens de met water gevulde leren emmers op de vuurhaard te gooien. Iedereen doet wat hij of zij kan. Uit de gevaar lopende huizen worden goederen weggesleept. Maar het mag allemaal niet baten. Totaal gaan 30 huizen en twee schuren in vlammen op.

Lees verder Hoe in Ommen vroeger de brandweer geregeld was (2)