Categorie archief: OudOmmen

Oude kranten en foto’s over van CCO naar Collectie Overijssel

Het Ommer college van B en W heeft besloten de particuliere krantencollectie van het Ommer Nieuws (1930–2025) over te brengen naar Collectie Overijssel.

Ook het Edith-Hof is gemarkeerd met een bronzenbeeld van Baron van Pallandt van Eerde.

CCO
Ook is besloten het bronzenbeeld van Van Pallandt te verhuizen van Huize Het Laar naar kasteel Eerde. De kranten en foto’s worden nu nog bewaard door het Cultuurhistorisch Centrum (CCO). Echter, het CCO kan deze collecties niet langer adequaat beheren, terwijl zij cultureel en historisch van grote waarde zijn. Ook de beeldcollectie van de gemeente Ommen wordt als gemeentelijke collectie conform de Archiefwet overgebracht naar Collectie Overijssel. De krantencollectie wordt door Collectie Overijssel verworven via een schenking van het CCO. “Hiermee is duurzaam, professioneel en blijvend toegankelijk beheer van beide collecties geborgd”, zo laat het college weten.


Collectie Overijssel
Na het verbreken van de samenwerking met de gemeente Hardenberg wordt het archief van Ommen provinciaal bewaard door Collectie Overijssel, met als gemeentearchivaris van Ommen, de directeur van Collectie Overijssel. Deze heeft via een inspectie een aantal belangrijke punten en risico’s gesignaleerd en de gemeente geadviseerd om de gemeentelijke informatiehuishouding te verbeteren. Deze verbeteringen zijn noodzakelijk; niet alleen omdat B en W de wettelijke plicht heeft zorg te dragen voor goed beheer van de gemeentelijke archiefbescheiden, maar ook omdat huidige tekortkomingen leiden, en kunnen gaan leiden, tot situaties waarin informatie niet (goed) vindbaar is, niet goed beschikbaar kan worden gesteld (aan medewerkers én burgers), en niet goed wordt bewaard of vernietigd. De Archiefwet 1995 verplicht gemeenten tot goed archief- en informatiebeheer. Horizontaal toezicht hierop is opgedragen aan de gemeentearchivaris.

Lees verder Oude kranten en foto’s over van CCO naar Collectie Overijssel

Baron van Pallandt van Eerde zette Ommen op de kaart

Ommen stond in de twintiger en dertiger jaren van de vorige eeuw volop in de belangstelling.

 In een kamp aan de voet van de Besthmenerberg werden bijeenkomsten gehouden van de Theosofische Vereniging “De Orde van de Ster in het Oosten”. Foto van de wereldleraar.

Belangwekkende geschiedenis
Die plotselinge bekendheid van toen is te danken aan het landgoed Eerde of beter gezegd aan Philip Dirk baron van Pallandt van Eerde (1889-1979), de jonge erfgenaam van dit prachtige goed die de “Orde van de ster in het Oosten” naar Ommen haalde. Een geschiedschrijver hierover in 1926: “Dit vriendelijke doch vrij onbeteekende stadje, gelegen aan den rechteroever van het riviertje de Vecht, tusschen Zwolle en onze oostelijke grens, is plotseling bij een groot aantal landgenooten in het brandpunt der belangstelling komen te staan. Het kan wonderlijk lopen. Overigens is het plaatsje niet gehéél zonder betekenis; het heeft namelijk een belangwekkende geschiedenis. Sommige schrijvers van de middeleeuwen sprekend, plaatsen het gradueel na Zwolle, Deventer en Kampen. Gesticht door de domheeren van Utrecht, welke voor legerdoeleinden een zogeheten Veerstal aan de Vecht lieten zetten, waarna niet minder dan een Bisschopshof en een kerk volgden — deze laatste in de 12e eeuw— heeft het plaatsje Ommen of Ummen, in de 13e eeuw tot stad verheven, door bisschop Otto III, eeuwen lang als het ware in de knel gezeten tusschen de voortdurend twistende partijen der Utrechtsche bisschoppen eenerzijds en anderzijds de vele oproerige vazallen van dezen streek en elders, de heeren van Eerde (van Essen) van Rechteren, Coevorden, Voorst, Gelder enz. Het werd afwisselend geplunderd, gebrandmerkt en tot 3 maal toe op de kerk na tot den grond afgebrand en moest aldus zijn stadsprivilegiën wel heel duur betalen.

Later waren het de Spanjaarden, die het de handen vol werk gaven en in 1665 was Ommen het middelpunt van de krijgsverrichtingen van den bisschop van Munster tegen de Ver. Nederlanden, terwijl het voorts nog lang daarna van de onrust in het land ruim zijn deel kreeg.” De schrijver vervolgt: “Uit dit veel bewogen verleden heeft het stadje uiterlijk althans weinig overgehouden. Uit de ligging, dicht aan het riviertje, uit de kromme straten en stegen, en de met zeer oude bomen begroeide singels of wallen, proeft men nog iets middeleeuws, iets van verdedigbaarheid. Doch behalve het raadhuis, uit de 18e eeuw daterend, de reeds genoemde kerk en „Hof”, het oude domein van den bisschop, thans een boerenerf, en de z.g. Ommerschans, is er verder niets dat uiterlijk het gewone dorpse karakter aan het plaatsje ontneemt.”

Orde van de ster in het Oosten
De aanleiding van de bekendheid voor Ommen: “Wanneer we de feiten nader bezien heeft Ommen die plotselinge bekendheid van thans eigenlijk te danken aan het landgoed Eerde, beter gezegd aan Baron van Pallandt, de jonge erfgenaam van dit prachtige goed of nóg beter gezegd aan de Orde van de ster in het Oosten, welker leden, zooals thans bekend mag worden veronderstelt, de komst verwachten van een nieuwen wereldleeraar.
Lees verder Baron van Pallandt van Eerde zette Ommen op de kaart

Ommen in het brandpunt van de belangstelling (3)

In de twintiger jaren van de vorige eeuw stond Ommen volop in de belangstelling.

Kasteel Eerde.

Het kleine stadje aan de Vecht zou een geestelijk wereldstad gaan worden passend in het rijtje van Jeruzalem, Rome of Mekka met als centraal punt landgoed Eerde. Dit is deel 3.

Geschiedenis van Eerde
De geschiedenis van het landgoed Eerde vormt een aaneengeschakeld geheel waarvan het begin dagtekent uit de tijd der vroegste vestiging onzer voorvaderen in dit gewest. Laat ik van het belangrijkste zeer in ’t kort hier iets mogen vermelden. De vroegste historische bronnen welke ons van het landgoed Eerde of Irthe verhalen, zijn die uit de 13e eeuw. Er wordt daarin gesproken van een vrije “heilige hoeve” van de abdij van Essen. Zulk een vrije hoeve, ook wel opperhof of stamhof genaamd, was een zelfstandig en onafhankelijk landgoed, dat bij de oorspronkelijke vestiging der Saksers in dit gewest opkwam en zijn ontstaan dankte aan een der edelen uit dien volksstam. De opperhof werd omringd door de hoeven, welker bewoners hofhorig waren aan de hofheer.

Lees verder Ommen in het brandpunt van de belangstelling (3)

Ommen in het brandpunt van de belangstelling (2)

In de twintiger jaren van de vorige eeuw stond Ommen volop in de belangstelling.

Gillwell
Het kleine stadje aan de Vecht zou een geestelijk wereldstad gaan worden passend in het rijtje van Jeruzalem, Rome of Mekka. Dit is deel 2 van een verhaal uit 1926 over landgoed Eerde en baron van Pallandt centraal.
Nadat hij aan de padvindersbeweging alle mogelijke gastvrijheid had bewezen, vestigde de heer van Pallandt een Hollands “Gillwell Park” op zijn eigendom. Spoedig hierna boden zich andere gelegenheden aan en zo kreeg ook de beweging, onder de Nederlandsche jongeren bekend als de Practische Idealisten Associatie de uitnodiging haar jaarlijkse kampen op Eerde op te slaan. Daarna was het de Theosofische Vereeniging waarbij Baron van Pallandt zich inmiddels had aangesloten, die in de jongen idealist een hechte steun vond voornamelijk met betrekking tot haar werk voor opvoeding, en zo kon ook de organisatie gewijd aan de nieuwe opvoedkundige idealen, de Pythagoras-school, op het landgoed onderdak vinden.

Europees Hoofdkwartier
Doch de meeste inspiratie vond de heer van Pallandt in de Wereld Orde en aan haar of liever aan de verwachte Wereldleraar heeft hij thans het gebruik van het landgoed en het kasteel opgedragen. Hier zal, zoals reeds gezegd, het Europese Hoofdkwartier dier Orde komen en het Hoofd der Orde zal er voortaan een deel van het jaar verblijf houden voor de algemene leiding. En het zal hier alleen zeker niet bij blijven. Zij die het weten kunnen althans, sprekende van de naaste toekomst, menen dat er weldra op Eerde gesticht zal worden een internationaal geestelijk centrum, een middelpunt van beschaving. “Community of the New Age” waartoe al plannen voor scholen, ziekenhuis etc. ontworpen werden.

Lees verder Ommen in het brandpunt van de belangstelling (2)

Ommen in het brandpunt van de belangstelling (1)

In de twintiger jaren van de vorige eeuw stond Ommen volop in de belangstelling.

Gezicht op Ommen vanuit het torentje op het stadhuis.

Belangwekkende geschiedenis
Het kleine stadje aan de Vecht zou een geestelijk wereldstad gaan worden passend in het rijtje van Jeruzalem, Rome of Mekka. Hoe kan dat en werd het bewaarheid? Lees het in een serie van 3 verhalen over Ommen, Landgoed Eerde en de Orde van de Ster in het Oosten, opgetekend in 1926. Dit is deel 1.
Er is wellicht geen plaats in ons land, die gedurende deze zomer (1926) zo dikwijls en misschien mag ik zeggen, met zoveel geïntrigeerde belangstelling over Nederlandsche lippen is gekomen, als Ommen. Dit vriendelijke doch vrij onbetekenende stadje, gelegen aan de rechteroever van het riviertje de Vecht, tussen Zwolle en onze oostelijke grens, is plotseling bij een groot aantal landgenoten in het brandpunt der belangstelling komen te staan. Het kan wonderlijk lopen. Overigens is het plaatsje niet gehéél zonder betekenis; het heeft namelijk een belangwekkende geschiedenis. Sommige schrijvers van de middeleeuwen sprekend, plaatsen het gradueel na Zwolle, Deventer en Kampen. Gesticht door de domheren van Utrecht, welke voor legerdoeleinden een zo geheten veerstal aan de Vecht lieten zetten, waarna niet minder dan een Bisschopshof en een kerk volgden — deze laatste in de 12e eeuw— heeft het plaatsje Ommen of Ummen, in de 13e eeuw tot stad verheven, door bisschop Otto III, eeuwen lang als het ware in de knel gezeten tussen de voortdurend twistende partijen der Utrechtse bisschoppen enerzijds en anderzijds de vele oproerige vazallen van dezen streek en elders, de heren van Eerde (van Essen) van Rechteren, Coevorden, Voorst, Gelder enzovoorts.

Lees verder Ommen in het brandpunt van de belangstelling (1)

Herdenking en viering 800 jaar Slag bij Ane

Volgend jaar is het 800 jaar geleden dat de Slag bij Ane plaatsvond.

Een diorama van de ‘Slag bij Ane, 28 juli 1227’, aanwezig in het Nationaal Tinnenfigurenmuseum in Ommen.

Jubeljaar
Op 28 juli 1227 versloegen de Drenten (onder leider Rudolf II van Coevorden) het leger van bisschop Otto II van Utrecht. De herdenking en viering van de Slag bij Ane – op de grens van Overijssel en Drenthe – zal in 2027 zal niet ongemerkt voorbijgaan. De gemeenten Coevorden en Hardenberg werken samen met de Overijsselacademie, inwoners, culturele instellingen, musea, ondernemers en het onderwijs. In het jubeljaar worden verschillende activiteiten georganiseerd, zoals theater op locatie, wandel- en fietsroutes, en lesprogramma’s.

Lees verder Herdenking en viering 800 jaar Slag bij Ane

Den Hof een bisschoppelijke boerenplaats in Ommen (2)

Den Hof, een grote boerenplaats, even buiten de bebouwde kom in de nabijheid van de Vecht behoorde toe aan de Bisschop van Utrecht.

 Kadastrale kaart van Stad Ommen in 1832 met de grote boerenplaats erve “Den Hof” (rood omlijnd).
Afb.: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, documentnummer MIN04041B02

Het was een gebouwencomplex, bestaande uit een groot huis, een schuur en twee schaapskooien. Tijdens de eerste Munsterse oorlog in 1665 genoot Ommen de twijfelachtige eer om de bisschop van Munster van 25 september tot begin oktober 1665 onderdak te verlenen. Hij resideerde op Den Hof.

Den Hof was een van de leengoederen die waarschijnlijk in de 11de-14de eeuw door de bisschop van Utrecht uitgegeven zijn aan tot hem in een onderhorigheids- of horigheidsverhouding staande dienstmannen. Velen van deze dienstmannen hadden – evenzeer waarschijnlijk – oorspronkelijk horig goed bezeten, dat omgezet was in leengoed. De leenheer gaf de lenen uit aan de leenman. Oorspronkelijk verleende de leenman aan de leenheer bepaalde diensten, bijvoorbeeld militaire hulp. Bovendien was de belening tijdelijk. Na overlijden van de leenman verviel het leen weer aan de leenheer. Geleidelijk aan – zeker na de middeleeuwen – werden de lenen erfelijk in de familie van de leenman, die ze zelfs kon verkopen. Toch bleef er een door het leenrecht geregelde verhouding tussen leenman en leenheer. Dit leenrecht bepaalde onder andere op welke wijze lenen van de ene op de andere leenman konden worden overgedragen; hetzij door vererving hetzij door verkoop.

Mans voor vrouwen zullen het leen behouden
Bij het leenstelsel gold: ‘De oudste op straat, naasten in graat, mans voor vrouwen zullen het leen behouden’. Enige vorm van kadastrale vastlegging van ligging, omvang en aard van de leengoederen en tiendrechten bestond in het algemeen niet, wat in de praktijk goede voorwaarden inhield voor het in vergetelheid raken van de leenplicht en voor verduistering van leengoederen. Daarbij speelde onder andere de veel voorkomende verandering van naam van leengoederen of gedeelten daarvan een rol. We kunnen er dan ook op rekenen, dat langs dergelijke wegen vele leengoederen en -rechten uit het zicht zijn verdwenen. Lees verder Den Hof een bisschoppelijke boerenplaats in Ommen (2)

Den Hof een bisschoppelijke boerenplaats in Ommen (1)

Eerder bekend als “Huis ten Hage” en ook “Huijs den Hagen” en later als “Erve Den Hof’ bezat Ommen in vroegere eeuwen een bisschoppelijk hof.

 Kadastrale kaart van Stad Ommen in 1832 met de grote boerenplaats erve “Den Hof” (rood omlijnd). Het stond ongeveer op de plek van het huidige Zorgcentrum Oldenhaghen.
Afb.: Collectie Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, documentnummer MIN04041B02

Deze grote boerenplaats, even buiten de bebouwde kom in de nabijheid van de Vecht behoorde toe aan de Bisschop van Utrecht. Het was een gebouwencomplex, bestaande uit een groot huis, een schuur en twee schaapskooien. Verhalen uit de overlevering vertellen dat de deel van het huis zo groot was dat een met twee paarden bespannen wagen op de deel kon omkeren. In 1665 genoot Bisschop van Munster er zelfs onderdak.

Oversticht
Overijssel maakte tot 1528 deel uit van het bisdom Utrecht en het noordelijke gebied van het land genaamd Oversticht. De bisschop had zowel geestelijk als wereldlijk de macht. Na 1528 kwam de soevereiniteit over Overijssel aan de vorsten uit het Habsburgse Huis, eerst Karel V en later Philips II. Na de Opstand in de Nederlanden (1566-1576) kwam die soevereiniteit tenslotte aan de Staten van Overijssel. Toen de Marken werden ingevoerd betekende dat ook de Bisschop aandelen verkreeg in de Marken, zogeheten ‘hoven’. Bekend is dat in de Marken van Ommen, Stegeren, Arriën, Varsen, Vilsteren en Archem dergelijke hoven bestonden. De hofbewoners moesten de Bisschop bijstaan met “hof- en krijgsdiensten”. Ze moesten dan ook in het bezit zijn van paard, harnas, speer of wapen. Bij het verminderen van de macht van de Bisschop werkte de hofbewoners zich steeds meer op. Hun huizen werden later havezaten. De geschiedenis van het bisschoppelijk hof is even oud als de geschiedenis van Ommen zelf. In het Oversticht, later de provincie Overijssel, waren meerdere soortgelijke bezittingen met een eigen rechtsgebied en wijze van rechtspraak.

Burgerschap
Voor het beheer van “Den Hof” was een Hofmeijer aangesteld die er ook woonde. De Hofmeijer was een geziene persoon als het ging om bestuurszaken. Met zijn mening in kwesties werd danig rekening gehouden. De personen verbonden aan een bisschoppelijk hof waren niet vrij. In oude stadsstukken werden ze Hovelieden genoemd. Om het burgerschap (of borgerschap) van de stad te krijgen moest de stad een gunst verlenen of moest de Hofheer zich vrijkopen. Lees verder Den Hof een bisschoppelijke boerenplaats in Ommen (1)

Garage Ruitenberg lanceert als eerste DAF 600 in Ommen

De eerste Nederlandse personenauto in Ommen.

De Ommenaren hebben een fijne neus voor nieuws, want toen de sierlijke blauwe wagen voor het gemeentehuis stopte, stroomde het publiek van alle kanten toe

Groot nieuws
Dat was groot nieuws op 1 juni 1959, daarom ook dat burgemeester Mr C.P. van Reeuwijk als eerste een proefritje mocht maken met garagehouder Johannes Ruitenberg, die de DAF 600 naar Ommen wist te krijgen. “Vrijdag heeft de firma J. Ruitenberg de eerste personen-DAF gelanceerd. De Ommenaren hebben een fijne neus voor nieuws, want toen de sierlijke blauwe wagen voor het gemeentehuis stopte, stroomde het publiek van alle kanten toe” weet de krant op 1 juni 1959 te melden. Op de foto blijkt dat ook, want iedereen wil toch wel even weten hoe de eerste auto van de door Van Doorne’s  Automobiel Fabriek (DAF) geproduceerde auto er uit ziet. “De bakkers lieten zelfs hun oven even in de steek om een kijkje te nemen bij deze eerste Nederlandse personenauto”, aldus de krant die uit de menigte van belangstellenden ook bakker Wijnand Harmsen wist te onderscheiden om te vervolgen met “Burgemeester Mr. C. P. van Reeuwijk reed persoonlijk de proefrit door Ommen”.

Lees verder Garage Ruitenberg lanceert als eerste DAF 600 in Ommen

In dienst van de stad, de stadsvilder (10)

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 10, de stadsvilder.

Zicht op de Oord met de zaagmolen uit 1824.

De stadsvilder zorgde voor het villen van de waardevolle huid van gestorven dieren. De vilder ontfermde zich over zieke beesten die hij doodde en vilde; hij ruimde ook de kadavers op van dieren. Oude paarden werden vroeger voor het vel en de botten verkocht.

Lees verder In dienst van de stad, de stadsvilder (10)