Categorie archief: Harry Woertink

Geschiedenis kamp Erika beschreven in nieuwste nummer De Darde Klokke – Eerste exemplaar voor burgemeester Mark Boumans

OMMEN – “Kamp Erika in Ommen mag geen vergeten kamp worden”. Dat stelt het historisch tijdschrift De Darde Klokke.

 In aanwezigheid van de 4 mei comité leden Klazien Wienen en Hans van Bruggen werd door Sir Schokkenbroek van De Darde Klokke aan burgemeester Mark Boumans het eerste speciale themanummer over Erika overhandigd. V.l.n.r.: Hans van Bruggen, Klazien Wienen, Sir Schokkenbroek, burgemeester Mark Boumans, Harry Woertink en Kees Wolfert.
Foto: Harry Woertink

Daarom staat het jongste nummer (178) dit keer helemaal in het teken van kamp Erika tijdens de Tweede Wereldoorlog. “Kamp Erika is een zwarte bladzijde in de geschiedenis waar we niet aan voorbij kunnen”. Begonnen in de dertiger jaren van de vorige eeuw als Sterkamp van Krishnamurti kwam het natuurgebied aan de voet van de Besthmenerberg in de oorlog 1940-1945 in handen van de Duitse bezetter. Er werden houten barakken gebouwd om gevangenen te huisvesten en het gevangenkamp kreeg de naam kamp Erika. De ontberingen voor de kampbewoners waren vreselijk. Kamp Erika was een verzamelplaats van mensen die door de Duitsers niet werden gerespecteerd. Gevangenen kwamen met de trein naar Ommen en werden lopend naar het kamp gebracht. Daar begon voor hen een donkere periode. Er werd gescholden, geschreeuwd en geslagen en wie iets durfde te zeggen werd tot bloedens toe afgetuigd. Constante pesterijen, afranselingen en intimidaties waren dagelijkse praktijk. Ook waren publieke afranselingen aan de orde van de dag. In een vuile bunker afgesloten met een luik vol uitstekende spijkers werden gevangenen dagen achtereen zonder voedsel opgesloten. De eerste gevangenen arriveerden op 19 juni 1942. Het aantal gedetineerden bedroeg in dat jaar 1380. Door uitbreidingen van de capaciteit konden 1500 gevangen terecht op kamp Erika. Hiervan werden er 500 tewerk gesteld in Duitsland. Gevangenen uit Erika werden naar kampen in Salzgitter (Heerte) en Sieburg gestuurd. Enkelen zelfs naar Rusland (Oostfront).

Slachtoffers
Musch, Van Putten en Webbink zijn namen van mensen die in koelen bloede op het kamp werden vermoord. Door langdurige mishandeling, ondervoeding en uitputting kwamen in de Tweede Wereldoorlog tientallen gevangenen om. Tot mei 1942 werd in 34 gevallen aangifte van overlijden gedaan op het gemeentehuis van Ommen. Lees verder Geschiedenis kamp Erika beschreven in nieuwste nummer De Darde Klokke – Eerste exemplaar voor burgemeester Mark Boumans →

Traditionele Palmpasenoptocht via andere route

OMMEN – De Gemienschop van Oll Ommer organiseert zaterdag 19 maart weer de traditionele Palmpasenoptocht.

 Palmpasen 1947, met o.a. Hans Terra (3e van links), Jan Aperlo (4e van links) en Olga Beijer (helemaal rechts).
Foto: OudOmmen

Dit keer zijn er enkele veranderingen doorgevoerd. De deelnemers kunnen de versierde palmstokken tussen 11.00 en 12.00 uur inleveren in het Streekmuseum aan Den Oordt. Een jury gaat de creaties dan tussen 12.00 en 13.00 uur beoordelen. Voor de kinderen is er een sinaasappel, aangeboden door de AH-supermarkt in Ommen en een reep chocolade van de Gemienschop van Oll Ommer. Er zijn negen geldprijzen en een hoofdprijs.

Na de jurering kunnen de kinderen met hun begeleiders tussen 13.00 en 13.15 uur de Palmpasenstokken weer ophalen. Vervolgens is om 13.30 uur de optocht die vooraf wordt gegaan door het jeugdorkest van Soli Deo Gloria. De route loopt anders dan voorgaande jaren en is als volgt: Streekmuseum, De Haghen, Lodderholt, Vrijthof, Kerkplein, Brugstraat en dan aan het eind rechts en via de Markt, Voormars, Varsenerstraat, Varsenerpoort, Kruisstraat, Vrijthof, Lodderholt, Hessel Mulertstraat naar het binnenplein van de Oldenhagen. Hier is de prijsuitreiking met drie prijzen voor drie verschillende groepen. De hoofdprijs voor de allermooiste zwaantje op stok wordt door De Darde Klokke beschikbaar gesteld. Motiveer elkaar en laat jullie kinderen en/of kleinkinderen mee doen om deze prachtige traditie in stand te houden.
Bron: Harry Woertink – 8 maart 2016

Basketbalvereniging De Blokkers

 Meer dan veertig jaar geleden werd in Ommen een basketbalclub opgericht. De sporthal De Blokken stond er nog niet lang en een basketbalclub in Ommen was er nog niet.

Het kampioens team van basketbalvereniging De Blokkers in het seizoen 1976/1977:
– voor vlnr: Hans de Wilde, Piet Bergsma, Herman Meulman, Julius de Fretes en Henk Kamphuis
– achter vlnr: Peter van der Molen, Jan Smit, Krijn Hoogenboom en Teun Berger

Foto: Harry Woertink
Zie ook “Album Basketbalvereniging De Blokkers“.

Om belangstellenden te interesseren werd in sporthal De Blokken een demonstratiewedstrijd tussen de toenmalige club Arke Stars en The Jugglers, beiden uit Enschede georganiseerd. Ook werd een scholierenwedstrijd gehouden. De belangstelling was groot. Dat leidde er toe dat in november 1974 de basketbalvereniging De Blokkers werd opgericht. Bij de oprichting waren er 35 leden.

De naam van de club was een afgeleide van de naam van de sporthal, die toen sporthal De Blokken werd genoemd, tegenwoordig is sprake van de Carrousel. De Blokken was de oude naam van het gebied waar de sporthal was gesitueerd. Basketbalvereniging De Blokkers bestaat helaas niet meer. Een klein deel van het clubarchief is in het bezit van de website OudOmmen.nl. De link bij de foto geeft een beeld van de beginjaren met foto’s en krantenartikelen uit een bewaard gebleven (foto)album.

Bron: Harry Woertink – 3 maart 2016

Na korte winterstop Streekmuseum weer open

OMMEN – Het Streekmuseum in Ommen is na een korte winterstop weer open. Behalve de molen, de molenzaagschuur is ook het tolhuis ingericht met aantrekkelijke voorwerpen uit de streek.

 De thema-avond op 11 april – de Bevrijdingsdag van Ommen – gaat over kamp Erika tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945).
Afb.: OudOmmen

Bijzonder zijn onder andere een oude brandspuit, een huishoudelijk tafereeltje uit vroegere tijden en voorwerpen afkomstig van baron van Pallandt van Eerde. Het binnenste van de molen is eveneens vanuit het museum te bezoeken.

Het museum is bovendien gestart met een serie van thema-avonden. De eerste thema-avond ging over Landgoed Eerde en de Besthmenerberg. Het museum was hiervoor volledig volgeboekt. De thema-avond op 11 april – de Bevrijdingsdag van Ommen – gaat over kamp Erika tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Kamp Erika werd op 22 juni 1942 in gebruik genomen als justitieel strafkamp om de overvolle gevangenissen te ontlasten. Mede door de afgelegen ligging van het kamp konden de bewakers ongehinderd hun gang gaan met het beestachtig mishandelen van de gevangenen. In 1943 werd Erika een opvoedingskamp en in het laatste jaar van de oorlog weer een strafkamp. Na de oorlog deed het kamp dienst als interneringskamp tot het op 31 december 1946 werd gesloten.

Maandag 23 mei zijn de vier unieke ijskelders in de gemeente Ommen aan beurt. Een fenomeen die geworden is van cultuur naar natuur. De betekenis van de nominatie Unesco Werelderfgoed voor de Ommerschans en haar geschiedenis van dit oorspronkelijke bastion zijn onderwerp op maandag 30 mei.

De thema-avonden beginnen om 20.00 uur, de entree is vier euro incl. een kop koffie. Om een thema-avond te bezoeken is opgave vooraf nodig. Reserveringen via email: info@museum-ommen.nl of telefonisch: 0529-453487.

Openingstijden Streekmuseum:
– van 1 maart t/m 30 april 2016: dinsdag t/m vrijdag van 13.30 uur tot 17.00 uur. Zaterdag van 13.30 uur tot 16.30 uur
– vanaf 3 mei t/m 27 augustus 2016: dinsdag t/m vrijdag van 10.00 uur tot 17.00 uur; zaterdag van 13.00 uur tot 16.30 uur

Bron: Harry Woertink – 2 maart 2016

Cultuurhistorische waarden molens in beeld

OMMEN – In opdracht van de gemeente Ommen is een uniek project gestart die de cultuurhistorische waarden van de Ommer molens in beeld brengen.

 De Besthmenermolen in Ommen wordt van binnen en van buiten in kaart gebracht door een vijftal Windesheimstudenten.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer afbeeldingen de albums “Molen de Lelie”, “Besthmenermolen“, “Molen van Waaijman“, “molen De Konijnenbelt” en “molen Den Oordt” / “Den Oordt“.

Een vijftal studenten van de Hogenschool Windesheim die het vakgebied Restauratie volgen, gaan aan de slag om de molens zowel van binnen als van buiten in kaart te brengen. In eerste instantie gaat het om de Besthmenermolen en de Konijnenbeltsmolen.

Studenten
De Windesheimstudenten Isaac de Boer, Stephany Hogeboom, Mike de Jong, Pascal Middenveld en Gijs Voslander krijgen assistentie van de molenaars Jan van der Veek, Simon van Kampen en Luuk Vogelzang. De opdracht is het inmeten van de molens, het as-built modelleren van de molens (3D) en de digitale modellen inrichten voor het waarderingsstelsel van de molens. Verder het onderzoeken van de technische staat van de molens en de herkomst van historische onderdelen. Daarnaast het verwerken van een plan tot restauratie en herbestemming. Tot slot het uitwerken van de plannen naar besteksfase en uitvoeringsgereedfase. Bij dit project wordt gebruik gemaakt van moderne technologieën die toegepast kunnen worden op historische bouwwerken. Het project neemt zo’n 20 weken in beslag.

Landelijk
Landelijk wordt nog gewerkt aan een model om de inventarisatie van de molens in gang te zetten. Deze ontwikkelingen willen de gemeente Ommen en de Stichting Ommer Molens niet langer afwachten. Daarom hebben zij samen het initiatief genomen om de waardebepaling in beeld te krijgen. Het project is onder de aandacht gebracht bij de Rijksdienst voor het Cultuur Erfgoed en Hollandsche molen met behulp van Johan Abbink van de Overijsselse molen. Dat heeft tot een definitief projectvoorstel geleid.

Bron: Harry Woertink – 18 februari 2016

Geschiedenis van de 170-jarige molen De Lelie (2)

In 1844 verleende de Minister van Financiën toestemming aan mevrouw Johanna van Loo, weduwe van Jan Veldhuis Mansier, om een koren- en pelmolen te stad Ommen op te mogen richten.

 Molen De Lelie in 1975. Rechts op de voorgrond is nog zichtbaar het gebouwtje van de noodslachting.
Foto: OudOmmen.nl
Zie voor meer foto’s het album “2016 – Feestweek 170-jarige molen De Lelie”.

Eerder in dat jaar, op 3 februari 1844, moest de weduwe afscheid nemen van zijn geliefde echtgenoot Jan Velthuis Mansier die op 55-jarig leeftijd overleed. Hij was logementhouder van het bekende Zwarte Paard in het centrum van Ommen. De zoon Jan Mansier is het die op grond van zijn eigen familie de molen laat bouwen. In 1846 is de molen gereed. In een gevelsteen van de molen wordt de naam van de bouwer en het bouwjaar vermeld.

Ongeluk
De jonge molenaar is nog onervaren. Dat nekt hem in de zomer van 1846. De molen draait nog proef. Mansier wil de wieken stoppen doormiddel van de vang, maar die weigert dienst. Het gevolg is dat hij een tik van de molenwiek krijgt en hetzelfde moment over de stelling wordt geslagen en naar beneden stort. Hij overleeft de val wonderwel, maar zijn toestand is bezorgd. De krant maakt op 24 juni 1846 melding over dit voorval: “OMMEN, 24 junij. Op den middag van den 22sten dezer, had alhier een ongeluk plaats, dat niet alleen de betrekkingen van het slagtoffer in de diepste neerslagtigheid doen verkeeren, maar ook de algemeene belangstelling, omtrent den afloop van hetzelve, bezig houdt. De jeugdige molenaar Jan Mansier, den gang, van den door zijne moeder, voor hem gebouwden koorn- en pelmolen, beproefd hebbende, en vervolgens weer willende afzeilen, had het ongeluk, dat hij, bij het niet voldoende werken van den zogenaamde vang, door een der wieken, die hij wilde tegenhouden, terug gedrongen werd, het evenwigt verloor, en over de borstwering der zwikstelling, van eene hoogte van circa 25 voeten, naar beneden stortte. Bewusteloos werd hij bij zijne diep bedroefde moeder te huis gebragt, alwaar hij zich nog in eenen toestand bevindt, die, hoewel niet hopeloos, echter zeer veel bezorgdheid baart.” De geschiedenis leert dat Mansier ondanks dit ongeluk de werkzaamheden weer kan hervatten. In 1855 krijgt hij de grond en de molen op naam. Lees verder Geschiedenis van de 170-jarige molen De Lelie (2) →

Molen De Lelie viert 170 jaar bestaan – Cultureel erfgoed van ondergang gered

OMMEN – Molen De Lelie aan het Molenpad 7 in Ommen viert dit jaar (2016) haar 170-jarig bestaan. Het is dankzij Hendrik Oldeman, een telg uit een oud Ommer molenaarsfamilie, dat deze windmolen is gered van de ondergang.

 Een moment van de officiële overdracht van het gedenkbord voor molen De Lelie op 14 april 1984. V.l.n.r.: Bakker Ten Brinke, Lex Hollak, Dieks Makkinga, Jennie Weelink-Woertink, Gerrit Jan Jaspers (wethouder), Wiechert Stegeman, Gerrit van der Kolk, Tiene Pepping-Smit, Carel Knoppers (burgemeester), Martend Makkinga, molenaar Anton Wolters, Gerard Oldeman, Margchien Oldeman-Schoemaker, Jennie de Lange-Steen, Bats Makkinga, Jo Kampman-Warmelink en Jan Keizer.
Foto: Harry Woertink
Zie voor meer foto’s de albums “2016 – Feestweek 170-jarige molen De Lelie” en “Molen de Lelie”.

Ruim 45 jaar geleden was er grote belangstelling vanuit Amerika om molen De Lelie aan te kopen en in Holland-Michigan weer op te bouwen. De molen was toen weliswaar in sterk verval geraakt zonder wieken, maar het binnenwerk was nog wel aanwezig. Als eigenaar van de molen heeft Hendrik Oldeman de molen voor de toekomst weten te behouden door De Lelie aan de gemeente te verkopen. Wel onder strikte voorwaarde dat de gemeente verplicht werd om de molen te restaureren en weer draai- en maalvaardig te maken. Dat Oldeman vijfduizend gulden op de koop moest laten vallen had hij er graag voor over. Zo kon voor Ommen cultureel erfgoed behouden blijven.

Lange geschiedenis
De Lelie heeft een lange geschiedenis achter de rug. In 1846 werd de molen door een zekere Jan Mansier gebouwd. Hij is een zoon van de toenmalige herbergier van Het Zwarte Paard in Ommen. Het zat de molenaar niet mee in zijn leven. Op 20 juni 1849 trouwde hij met een dochter van de plaatselijke geneesheer, te weten met Johanna Geertruida Lindenhovius. Als zij kort na dit huwelijk overlijdt hertrouwd Jan Mansier op 3 november 1852 met Alberta Christina van Raalte, weduwe van geneesheer Hendrik Jan van Dijk uit Amsterdam. Zijn tweede vrouw is een zuster van predikant Ds. Albertus Christiaan van Raalte, die in 1846 naar Amerika emigreerde en daar de staat Michigan heeft gesticht. Helaas bleek de molen geen winstgevende investering. De zaken gingen slecht en in 1859 moest Mansier op één dag twee hypotheken op zijn molen nemen. De hele familie sprong bij met giften en leningen om de zaak in stand te houden, maar het mocht niet baten. Lees verder Molen De Lelie viert 170 jaar bestaan – Cultureel erfgoed van ondergang gered →

Thema-avonden Streekmuseum Ommen: 1 maart, 11 april, 23 mei en 30 mei

OMMEN – Het Streekmuseum in Ommen houdt een viertal interessante thema-avonden. De eerste is op dinsdag 1 maart met een presentatie over Landgoed Eerde en de Besthmenerberg.

 De ijskelder van de Ommerschans in 2015.
Foto: OudOmmen

Op maandag 11 april staat Kamp Erika centraal en op maandag 23 mei de ijskelders in de gemeente Ommen. De thema-avonden worden afgesloten op maandag 30 mei met het thema de Ommerschans. De avonden beginnen om 20.00 uur. De entree is vier euro persoon inclusief koffie in de pauze.

Landgoed Eerde en de baronnen van Pallandt van Eerde kennen een rijke historie die lang niet bij iedereen bekend is. Ook de geschiedenis van de Besthmenerberg en wat zich in de loop der jaren er heeft afgespeeld met onder andere Krishnamurti worden op 1 maart, de eerste thema- avond belicht.

Op 11 april – de Bevrijdingsdag van Ommen – gaat het over kamp Erika tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). Kamp Erika werd op 22 juni 1942 in gebruik genomen als justitieel strafkamp om de overvolle gevangenissen te ontlasten. Mede door de afgelegen ligging van het kamp konden de bewakers ongehinderd hun gang gaan met het beestachtig mishandelen van de gevangenen. In 1943 werd Erika een opvoedingskamp en in het laatste jaar van de oorlog weer een strafkamp. Na de oorlog deed het kamp dienst als interneringskamp tot het op 31 december 1946 werd gesloten.

Maandag 23 mei zijn de vier unieke ijskelders in de gemeente Ommen aan de beurt. Een fenomeen die geworden is van cultuur naar natuur. De betekenis van de nominatie Unesco Werelderfgoed voor de Ommerschans en haar geschiedenis van dit oorspronkelijke bastion zijn onderwerp op maandag 30 mei.

Om een thema-avond te bezoeken is opgave vooraf nodig. Reserveringen via email: info@museum-ommen of telefonisch: 0529-453487.

Bron: Harry Woertink – 2 februari 2016

Natuurmonumenten herstelt quinconcevlak landgoed Eerde

Natuurmonumenten begint volgende maand met het herstel van een bijzonder onderdeel van het parkbos op landgoed Eerde. Het gaat om het zogenaamde ‘quinconcevak’, een speciaal ontwerp uit de Frans Classicistische stijl, die in 1715 in de mode was.

 1956 – Landgoed Eerde met Kasteel vanuit de lucht.
Foto: OudOmmen

Vanaf de Hammerweg gezien ligt het parkbosvak waar het om gaat rechts voor kasteel Eerde. Het bureau SB4, gespecialiseerd in onderzoek van historische tuinen, parken en landschappen, concludeerde in 2010 dat landgoed Eerde uniek is in Nederland. “Eerde is een soort museum van tuinstijlen; een cultuurhistorische parel!”, aldus Eric Blok van SB4. De eiken in dit parkbosvak zijn destijds aangeplant in een strak vierhoeksverband. Deze stijl heet quinconce, omdat het oorspronkelijk ging om een patroon van 5 bomen, in de vorm van de vijf op een dobbelsteen. Bij latere toepassingen, zoals ook hier op Eerde, werd de middelste boom weggelaten, maar de naam quinconce bleef in gebruik. Van de oorspronkelijke eiken is nu nog een klein aantal over. Deze oude bomen zijn aan het eind van hun leven en takelen snel af. Met het oog op de veiligheid van bezoekers, moet er op niet te lange termijn worden ingegrepen. Dit biedt Natuurmonumenten de kans om het ontwerp uit 1715, een unieke cultuurhistorische parel, in ere te herstellen.

Nationaal belang
Het ensemble Eerde moet gezien worden als een totaalcompositie volgens het Frans Classicisme dat van oorsprong reeds zeldzaam en van hoge kwaliteit was en in de huidige tijd door haar gaafheid en nog aanwezige kwaliteiten een zeldzaam geworden voorbeeld. Daarbij is Eerde niet alleen van regionaal belang, maar zeker ook van nationale betekenis en mogelijk nog meer. (uit het rapport van SB4). Natuurmonumenten kiest er bij het herstel voor om alle bomen in het vak in één keer te kappen. Een pijnlijke ingreep in het parkbos, maar alleen op die manier kan het strakke karakter van de oorspronkelijke aanleg teruggebracht worden. Lees verder Natuurmonumenten herstelt quinconcevlak landgoed Eerde →

Oude kadasterkaarten weer te kijk: Wie Bezat Wat?

 Er leek een einde gekomen te zijn aan gedigitaliseerde historische kadasterkaarten met het stoppen van de website watwaswaar.

De Beeldbank van het Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed met de publicatie van kadasterkaarten, zie Kadasterkaarten van Ommen.

Maar de publicatie van de zogeheten kadastrale minuutplans is inmiddels overgenomen door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Deze publiceert nu sinds 1 januari 2016 zo’n 17.000 kaarten uit de negentiende eeuw op zijn Beeldbank. De Vereniging voor de Documentaire Informatievoorziening en het Archiefwezen scande de kaarten uit regionale historische centra voor watwaswaar.nl.

De kaarten zijn kosteloos te raadplegen. Het gaat om kaarten tussen 1811 en 1832. Toen zijn alle percelen grond in Nederland opgemeten en in kaart gebracht. Er is een register van ruim 250.000 pagina’s aan gekoppeld met informatie over eigenaar, oppervlakte, waarde en gebruik. De minuutplans waren toen onderdeel van een nieuw systeem voor belastingheffing. Ze brengen eigendomsgrenzen in beeld en zijn goed bruikbaar voor nieuwe plattegronden van stad en land aan het begin van de negentiende eeuw. Door de tamelijk fijne schaal kun je zelfs de toenmalige plattegrondvorm van de gebouwen op hoofdlijnen aflezen. De opmetingen waren zo consistent en eenduidig dat ze in 1850 de basis konden vormen voor de eerste topografische kaart van Nederland.

Bron: Harry Woertink – 11 januari 2016