Bijlage I, RAPPORT.
Om de volgende reden is een Rijkslandbouwwinterschool voor Ommen noodig, zoo niet noodzakelijk.
De landbouw in het algemeen in oogenschouw genomen mag zich in deze streken als vooruitgaande beschouwen.
De Overijsselsche Zandboer, waartoe het meerendeel der hier woonachiige landbouwers behooren, moet evenwel een zwaren strijd om zijn bestaan voeren, voor het meerendeel te wijten aan zijn onkunde in landbouwaangelegenheden en het ondoelmatig bewerken van den grond.
Zeer vele vooraanstaande landbouw specialiteiten voorspellen een slechten tijd voor den landbouw, zoodat de bestaansstrijd nog moeilijker voor de hier woonachtige landbouwers zou worden.
Een van de voornaamste middelen om dezen strijd te vergemakkelijken is het meer profijt trekken van zijn gronden, door toepassing van wisselbouw en het op doelmatige wijze aanwenden der meststoffen, terwijl ook van het vee meer getrokken kan worden als dit op doelmatige wijze wordt verzorgd, gevoederd en opgekweekt.
Verder dient nauwlettend te worden nagegaan de productiviteit der bemesting en voedering, n1. dat er wordt gezorgd niet over den grens te komen met bemesten en voederen, daar dan de laatste zak kunstmest of de laatste kilo lijnkoek meer kost, dan er van terug wordt gekregen. Lees verder 1919 – Rapport noodzaak Rijkslandbouwwinterschool voor Ommen →