Ze zijn op de vingers van één hand te tellen: oude karakteristieke panden; gebouwd voor hun eigenlijke functie die eindigde, maar waar de gebouwen er gelukkig nog steeds staan.

1881. De postkoets komt aan bij het postkantoor in de Kruisstraat. De brievenbestellers en de postkarren staan er klaar voor.
Historisch Ommen
Het gaat om twee voormalige postkantoren: aan de Kruisstraat 6 en aan de Markt 17 in Ommen. Beiden historische- en mooie panden maken nog steeds deel uit van historisch Ommen. Hoe zat het ook alweer? Met de toeneming van het brievenvervoer en de uitbreiding van de postdiensten in de regio, werd de behoefte aan een postkantoor in Ommen steeds groter. De distributie van brieven was eerder ondergebracht bij de Magistraat van Ommen met brievengaarders op provisiebasis. In de aanvraag voor een eigen postkantoor bij de Minister werd het accent gelegd op de toeneming van het verkeer en de bloei van de grote weekmarkten die op dinsdag werden gehouden en waar rundvee, paarden, schapen, varkens en landbouwproducten werden verhandeld.
Postkantoor Kruisstraat
Er kwam groen licht en de gemeenteraad adviseerde en besloot vervolgens een terrein aan de Kruisstraat van de gebroeders Kramer aan te kopen. Het door meester-timmerman K.A. Hakkert te Dedemsvaart opgemaakte plan werd aan de minister voorgelegd en die gaf zijn goedkeuring. Het pand werd voor 10.000 guldens gebouwd door J. Kleijnmeijer en Koster te Dedemsvaart. De officiële eerstesteenlegging werd gemarkeerd met een stenenplaquette en de tekst: “12 mei 1881 de eerste steen gelegd door A.C. Bouwmeester, burgemeester en J. Veldhuis Kramer en J. Kroon, wethouders”. Op 15 november 1881 werd het post- en telegraafkantoor aan de Kruisstraat officieel in gebruik genomen. De eerste postdirecteur was de heer J.A. Valentijn. De eerste brievenbestellers waren K.K. de Ruiter en E. Kamphuis.
Postkar
De post werd vervoerd met postwagen getrokken door paarden. Ook in de nachtelijke uren. Naar kleinere plaatsen, niet aan een hoofdroute liggende, geschiedde het vervoer per postkar. Een tweewielig voertuig, dat door de besteller voortgeduwd moest worden. Op deze manier gebeurde het bijvoorbeeld het vervoer van Ommen naar den Ham en terug. Omstreeks de eeuwwisseling was het besteller Lindenhovius uit den Ham die met zijn postkar ’s avonds om 6 uur in Ommen moest zijn zodat de post tijdig voor verdere verzending per diligence in gereedheid kon worden gebracht. ’s Nachts om 3 uur kwam de post uit Zwolle in Ommen aan. Er werd verwisseld van paarden en dan ging de reis verder naar Coevorden. Met een zwaarbeladen postkar was het over de toen slecht begaanbare wegen, vaak moeilijk om tijdig de plaats van bestemming te bereiken.
Trein
Toen in 1903 Ommen werd aangesloten op het spoornet kwam de post ’s morgensvroeg aan met de trein. De avond er voor was die al onderweg en in de trein gesorteerd. Elke morgen om kwart over vijf stond er een postbode klaar op het NS-station in Ommen om de postzakken in ontvangst te nemen om vervolgens op een bakfiets de postzakken naar het postkantoor aan de Markt te brengen. De postbode die in de wintermaanden dienst had meldde zich al tussen vier en vijf uur ’s morgens om de kachels in de verschillende vertrekken op te stoken.
Postkantoor Markt
Het postkantoor voldeed langzamerhand niet meer aan de eisen. Van rijkswege werd naar een geschikt terrein uitgekeken voor de bouw van een ander gebouw. De toenmalige directeur, de heer S. Hoven, slaagde er in een goede plaats te vinden. Het betrof een tweetal perceeltjes grond aan de Markt, eigendom van de heren D, van Essen en J.H. Steen. Na herhaalde wijzigingen van de bouwplannen en nadat de hoofdinspecteur van de posterijen en telefonie zich persoonlijk van de situatie op de hoogte had gesteld, hechtte de minister op 9 juni 1906 zijn goedkeuring aan de bouw. De aanbesteding was op 18 juli 1906 en werd voor 24.790 guldens gegund aan de fa. Groenenberg, Kruithof en Sloet te Zwolle. Het nieuwe gebouw aan de Markt werd op 6 november 1907 in gebruik genomen.
Wandelende postkantoren
Alle correspondenties verliepen vroeger per post. Telefoons waren sporadisch. Telefoongesprekken liepen via de telefooncentrale op het postkantoor, waar de dames op de centrale voor de nodige doorschakeling zorgden. Postbodes waren vroeger wandelende postkantoren. Ze hadden vaak veel geld bij zich om de 65-plussers zonder bankrekening hun AOW contant uit te betalen. Ook andersom gebeurde het dat via postwissels de postbode geld meekreeg om het vervolgens mee te nemen naar het postkantoor. Bij de postbode kon je ook postzegels kopen of de post aan hem meegeven. Vaak waren dat voor de bestellers de koffieadresjes. Een postbesteller mocht niet uit de school klappen van wat hij mogelijk las op briefkaarten of anders te weten kwam. Hiervoor moest aan het begin van de dienstbetrekking zelfs een eed worden afgelegd.
Strenge winters
In de sorteerzaal van het postkantoor werd de post verder gesorteerd op de wijken en buurtschappen. Om acht uur ’ s morgens stapte de postbode op de fiets om met volle tassen aan de wijkbestelling te beginnen. Bromfietsen – of zoals dat later het geval was, auto’s – om de post te bezorgen waren er niet. Koud of warm, storm of regen, het deerde de postbode niet. Ook niet als er tijdens strenge winters hoge sneeuwduinen lagen. De post moest en zou bezorgd worden. Het plichtsgevoel was groot!
Einde PTT
De post werd zes dagen in de week bezorgd. Zolang ook was de werkweek van een PTT-besteller. In de kom van Ommen werd tot begin van de zeventiger jaren ook ’s middags nog als een tweede bestelling post bezorgd van stukken die in de loop van de dag op het postkantoor waren gearriveerd. Tot 2002 was nog sprake van geüniformeerde postbestellers. De PTT bestaat niet meer. Het postkantoor in Ommen is gesloten en de bestellers van nu zijn elders ondergebracht. Op meerdere locaties wordt tegenwoordig gewerkt met balies zoals in boekwinkels om postzaken onder de naam Post NL te kunnen afhandelen.
Het pand Markt 17 is tegenwoordig Brasserie Tante Pos en het pand Kruisstraat 6 heeft boven woonappartementen en beneden een winkel/koorbestemming met een uiteenlopende lijst van gewezen huurders.

1907. Postkantoor aan de Markt.
Tekst/foto’s: Harry Woertink