‘Voetspoor’ boswachterij Ommen toont schoonheid van bossen, zandverstuivingen en vennen – De houtvester is bang voor vrijende paartjes

Wandelen door de natuur langs een uitgestippelde route.

1963. De plechtigheid van de opening van het Voetspoor bij de Sahara.
Klik op deze link voor meer foto’s van de opening van de wandelroute Voetspoor 2

Voetspoor
Tegenwoordig de normaalste bezigheid. In de zestiger jaren een nieuw fenomeen. De krant was bij de officiële opening van de wandelroute. Vervolgens maakt de krant een wandeling en schrijft:
“Als bosbeheerder tracht Staatsbosbeheer degenen, die willen recreëren naar de zin te maken. Men ontsluit bossen door autowegen aan te leggen. Natuurlijk krijgt men wel protesten te horen, maar een van de aantrekkelijkste voorbeelden is nog altijd de panoramaweg langs de Belgische grens door de Vijlense bossen in Zuid-Limburg. Men zorgt ook voor picknicktafels en men stippelt wandelingen uit. Met dit laatste is men een paar jaar geleden op de Veluwe al begonnen – men pakt het nu systematisch aan voor een groot aantal boswachterijen. Compleet met, zoals wij dezer dagen al hebben bericht, kaart en bijbehorende tekst. Als eerste verscheen het „Voetspoor” voor het Mastbos Breda.

Boswachterij Ommen
Nummer 2 leidt door de boswachterij Ommen. Zulk een kleurig „Voetspoor” kost 90 cent (verkrijgbaar bij ANWB, provinciale en plaatselijke VVV’s). Kom gerust, noodt Staatsbosbeheer. Ook in de bossen bij Ommen is plaats voor uw vouwstoelen. De boswachterij Ommen maakte eens deel uit van het landgoed Eerde. In 1938 heeft de bezitter van Eerde, Philip D. baron van Pallandt het 622 ha. grote bos aan Staatsbosbeheer verkocht, zoals hij later de Eerder Achterbroek met het sublieme Sallandse landschap aan „Natuurmonumenten” overdeed.

Sahara
Door de boswachterij Ommen en langs de Sahara een autoweg aangelegd (om te kijken, niet om hard te rijden – maximumsnelheid derhalve 40 km), die o.a. naar de „Sahara” voert, een heerlijk stukje stuifzand, waar kinderen volop kunnen spelen en hollen. Die gravende en scheppende kinderen betekenen zelfs het behoud van dit blinkend stuk wit zand, dat aan zijn lot overgelaten, zou worden veroverd door vliegdennen. Ruim een eeuw geleden was dit hele boscomplex één grote zandverstuiving, een gevolg van al te ijverig plaggesteken in de heide. Met behulp van die koppigste van alle bomen, de grove den, heeft men het zand aan banden kunnen leggen en alleen de „Sahara” herinnert er aan hoe het eens was. De met dennen van uiteenlopende grootte begroeide zandduintjes vormen nu een prettig element van afwisseling in de bebossing. Men wil ook daar het publiek iets van laten zien. Het gaat niet om de bermen maar om het bos. En dus!… Komt binnen!

Paaltjes
Men heeft drie wandelroutes uitgezet, die zeer duidelijk met paaltjes met felgekleurde koppen, rood, geel en blauw, zijn bebakend. Dat mag ook wel, want burgemeester Van Reeuwijk van Ommen bekende ons op eerste paasdag, toen de paaltjes nog niet geverfd waren, te zijn verdwaald. In het milde zonlicht dat de lentedag ons gisteren schonk hebben we de wandeling van de blauwe paaltjes gemaakt, in het goede gezelschap van de houtvester van de houtvesterij Zwolle, ir. A. van Maarel. Men zet z’n auto neer op de parkeerplaats langs de autoweg en gaat dan onbekommerd het bos in, terwijl men zich laat leiden door de blauwe paaltjes. Eerst komt men over een voormalige stuifduin, waarop oude knoestige dennen torenen, die heel in de hoogte nog een toef takken koesteren.

Meertjes
Later bereikt men de meertjes, waarin een dertig jaar geleden romantische bezoeksters van de Sterkampen op Eerde – het was in de dagen van Annie Besant en Krishnamurti – waterlelies hebben geplant. Stille waterpartijen tussen het hoog opgaande hout, vreemde koele spiegels in het bos. Ach, men moet er niet mee gaan experimenteren. Op een goede dag ging men graven in het „Dode ven”. Het liep leeg en als uit wraak op deze menselijke bemoeizucht heeft het ven sedert dien nooit meer water willen houden. Zitten en verpozen? Men heeft erop gerekend. Er is ergens wel een bankje aangebracht en een papierbak. De vervuiling valt hier trouwens wel mee. Zelfs in de vrij drukbezochte Sahara, al moet daar de papierprikker er nog wel eens aan te pas komen, vooral voor de plasticzakken, die onverteerd de gang der seizoenen trotseren.

Rookverbod?
Niet iedereen heeft over recreatie eenzelfde opvatting. Wie ergens bij een bosrand een uitbundige bromfiets ziet liggen – het bos is, op de autoweg na, motorvrij – kan ervan overtuigd zijn, dat ergens in het struweel een paartje de eenzaamheid zoekt. Is het echter een witte bromfiets dan weten de stropers dat het een lid van de rijkspolitie is, dat op hen loert. Vandaar dat men die witte brommers nu in een camouflerende hoes hult. Overigens is ir. Van Maarel voor die eenzame paartjes nogal bang. Ze gooien zo licht bij nadering van iemand een sigarettenpeukje weg en geen bosbeheerder doet zulk een vooruitzicht deugd. Is er dan een rookverbod? Neen, zegt ir. Van Maarel, wij manen alleen tot voorzichtigheid. Daar waar veel publiek komt heeft vuur weinig kans. Zou men het roken verbieden dan zouden, kwam een groene boswachtershoed in zicht, heel wat sigarettenpeukjes tersluiks worden weggegooid. „En daar zijn we bang voor!””

Noot van de redactie: De (‘auto’weg) Eerderveldsweg tussen de Hammerweg en Beerzerweg werd in de zeventiger jaren afgesloten voor auto’s. De Sahara is sindsdien alleen bereikbaar met de auto vanaf de Beerzerweg.

Tekst: Harry Woertink – Foto’s: OudOmmen.nl

Geef een reactie