De oorlog dichtbij (1)

In Nederland herdenken we op 4 mei de Nederlandse slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog en oorlogssituaties en vredesmissies nadien.

 Overzicht van gevangenkamp Erika.
Foto: Fotoarchief Gemeente Ommen
Zie voor meer afbeeldingen het album “2e Wereldoorlog”.

Op 5 mei vieren wij de Bevrijding en dat we sindsdien in vrijheid leven. In samenwerking met het 4 mei comité Ommen en het Ommer historisch tijdschrift De Darde Klokke publiceren wij de komende weken persoonlijke verhalen van Ommenaren over de Tweede Wereldoorlog (1940-1945).

“Kom vanavond met verhalen, hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen: alle malen zal ik wenen”.

Dien van Dorland-Kampman
“Toen de oorlog uitbrak was ik begin 20 en woonde met mijn familie aan de Hamsgoren in Ommen. Ik had toen al verkering met Rien van Dorland waar ik kort na de oorlog mee trouwde. Wat me heel veel pijn heeft gedaan was het wegvoeren van de joodse families in Ommen. Ik zie het nog zo voor me. De oude mevrouw De Levie. Zij en andere Joden werden in een veewagen gestopt en Ommen uitgevoerd om nooit meer terug te komen. Twee kinderen van familie De Haas – waaronder Martha – konden onderduiken bij de familie Van Aalderen niet ver van ons huis. Toen de oorlog voorbij was kon Martha door het weinig bewegen bijna niet meer lopen. Ze werd zittend op een fiets vervoerd.

Rien is opgepakt om in Duitsland voor de moffen te werken. Eerst in Oberhausen en later op het eiland Borkum. Een angstige periode vooral ook omdat we niets van hem hoorden. Wat was ik blij toen hij aan het eind van de oorlog weer thuis in Ommen kwam en ik hem weer kon zien. Hij liep er bij als een landloper. In plaats van schoenen liep hij op katoenen lappen. Zijn kleding zat onder het ongedierte. Maar gelukkig heeft hij niets blijvends aan die periode overgehouden.

Ik kan mij nog herinneren dat ik groepen gevangenen door Ommen zag lopen. Ze kwamen uit het gevangenkamp Erika op de Besthmenerberg. Ze waren dan op weg naar verschillende plekken buiten Ommen om te werken. Je hoorde ze al van verre komen aan het geklots van hun klompen over de straat. Ik weet nog dat op een dag er een ontvluchtte gevangene ons huis binnenkwam en zich op de WC verstopte. We hadden geen schuilplek en toen hem dat duidelijk was rende hij in de richting van de Balkerweg. Nog geen vijf minuten later hadden we als leden van de Kontroll Kommando van Erika aan de deur. Ze hebben tevergeefs naar de ontsnapte gezocht.

Toen de bevrijding van Ommen in zicht was schoten de geallieerden op Ommen om de Duitsers te verjagen. We schuilden in de kelder. Het was maar een kleine kelder waar we met z’n allen instonden. Op 10 april 1945 werd Ommen met granaten beschoten. Daarbij kwamen twee inwoners van Ommen om het leven: Herman van Aalderen en Johannes Makkinga. Van Aalderen woonde iets verderop en stond voor het raam op de slaapkamer te kijken toen een granaat in het huis insloeg. De volgende dag is hij aan zijn verwondingen bezweken”.

Albert Schuttert
“Als 12-jarige herinner ik me nog dat op 10 mei 1940 de Duitsers Nederland binnenvielen. Ik woonde met mijn ouders in de buurtschap Varsen wat nu de Varsenerweg heet. Vroeger was dat de doorgaande weg richting Zwolle. We zagen Duitse soldaten langs komen. Het ging er betrekkelijk rustig aan toe. Ik herinner me nog wel het opblazen door Nederlandse soldaten van de brug op de Hessenweg met de Stouwe op de grens met Dalfsen. Korte tijd daarna werd het leven van vóór de oorlog snel weer opgepakt. De school ging ook gewoon door. Vanaf 1943 zag je op het platteland veel vaker vertegenwoordigers van de bezetter om mannen op te halen voor de Arbeitseinsatz. Ook even verderop bij de familie Ningbers waren jongens die weigerden om in Duitsland te worden tewerkgesteld en daarom onderdoken als er gevaar dreigde. Ze verstopten zich dan in het bos. Het is ook wel eens gebeurd dat Duitse soldaten thuis binnen vielen en eiste dat ze vlees wilden, maar mijn vader sputterde dan genoeg tegen daar niet aan meegewerkt werd. Op korte afstand van onze boerderij hadden Duitse soldaten een soort van bivak. Eind 1944 kon je dagelijks vliegtuigen horen overkomen van de geallieerden. Omdat rond onze boerderij Duitse soldaten zaten is er waarschijnlijk ook een bom gegooid op onze boerderij. Gelukkig kwam de bom een eind van de boerderij tot ontploffing. Dat zorgde wel voor angst.

In de hongerwinter van najaar 1944 tot voorjaar 1945 kwamen mensen uit het westen deze kant op met karretjes, wagentjes of andere vervoermiddelen om eten te halen. Zelf hadden ze niks meer. Bij ons krijgen ze dan melk of aardappelen. Vaak werden ook dingen geruild. Thuis hebben we een poosje onderdak verleend aan kinderen die ondervoed waren. Tot aan de dag van vandaag hebben we nog contact met die mensen uit Utrecht. Ook de kerk regelde onderdak aan kinderen uit het westen. De bevrijding van Ommen herinner ik me nog wel. Er werd gedanst en gevlagd en hier en daar werden achtergebleven NSB’ers opgebracht door verzetslieden die uit hun schuilhoeken tevoorschijn waren gekomen”.

Bron: Harry Woertink – 18 april 2017

Een gedachte over “De oorlog dichtbij (1)

  1. Goh leuk de naam Dorland te lezen.
    Er woonde in mijn tijd een familie Dorland aan de Wolfskuilstraat t.o.het toen nog knollenveld en met het zicht op het Ommerstation.
    Heb ik het nu over die zelfde familie?

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s