De geschiedenis van Larcom – van eenvoudige barak tot hypermodern bedrijf

Wie in Ommen en omgeving de naam Larcom noemt, weet doorgaans wel om welk bedrijf het gaat. Dat is de Sociale Werkvoorziening Larcom dat inmiddels een boeiende geschiedenis van ruim 60 jaar achter de rug heeft.


Veel is er veranderd en gemoderniseerd in die afgelopen halve eeuw, maar de doelstelling om werk te bieden aan mensen met een handicap is echter onveranderd gebleven. Wie zich in het verleden en de voorgeschiedenis van Larcom en de sociale werkvoorziening wil verdiepen, kan niet om de geschiedenis heen. Een geschiedenis die verhaalt over een tijd waarin betaalde arbeid allesbehalve vanzelfsprekend was voor mensen met een handicap.

Het verleden
In archiefmaterialen van de gemeente Ommen is veel bijzonder interessante informatie te vinden over het vroege verleden van Larcom en het ontstaan en ontwikkeling van de sociale werkvoorziening. Al op 19 augustus 1930 schreef de commissaris der Koningin A.E. van Voorst tot Voorst een brief aan de burgemeesters en wethouders van de gemeenten in Overijssel met daarin een uitnodiging tot het bijwonen van een vergadering. Dit had als doel om te komen tot aanwijzing van een Centrale Commissie van Voorbereiding tot “Eener telling van onvolwaardige arbeidskrachten” in de provincie Overijssel en tot het eventueel oprichten van een aantal A.V.O. (Arbeidszorg voor Onvolwaardige Arbeidskrachten) afdelingen.

De burgemeester van Ommen deelde in 1931 mede dat in Ommen onvoldoende belangstelling bestond voor de A.V.O. en men zich dus liever niet wilde belasten met de instelling van een plaatselijke A.V.O. commissie. Toch stelde de gemeente in Ommen in 1931 als tolgaarder een “onvolwaardige” aan. In 1947 werd de Provinciale Raad Overijssel van de A.V.O. opgericht en de gemeente Ommen trad in 1949 toe als lid. In 1951 werden de eerste arbeiders geplaatst op het object Kruidenteelt. Door de Stichting Maatschappelijk Werk ten plattenlande werd in 1950 een overzicht van het aantal lichamelijk en geestelijk “onvolwaardigen” in de gemeente Ommen opgesteld.

De specificatie van dat overzicht was als volgt: “In het arbeidsproces zijn opgenomen 12 lichamelijk gebrekkigen en 5 geestelijk onvolwaardigen. Hiervan hebben slechts enkelen een speciale opleiding gehad. Niet opgenomen in het arbeidsproces zijn: 21 lichamelijk gebrekkigen en 21 geestelijk onvolwaardigen. Zij worden voor het merendeel door de familie onderhouden en hebben geen speciale opleiding ontvangen. De vrouwen helpen wat in de huishouding mee, de mannen op de boerderij. Verder zijn er toekomstige 15 lichamelijk en 72 geestelijke invaliden. De laatstgenoemden komen in aanmerking voor B.L.O. onderwijs. Over het algemeen is er weinig belangstelling voor deze mensen, zowel wat betreft volwassenen als de kinderen. Van de zijde der scholen doet men weinig voor de achterlijken. Meestal sukkelen ze tot hun veertiende jaar een paar klassen door. Men stuurt hen liever niet naar de B.L.O. omdat men bang is leerlingen te verliezen. Aan de imbeciele en idiote kinderen wordt van medische zijde ook erg weinig aandacht besteed.”

Wie dit verslag van de Stichting Maatschappelijk Werk ten plattenlande leest zal tot de conclusie komen dat betaalde arbeid en een opleiding voor mensen met een handicap in vroeger tijden beslist niet vanzelfsprekend was. Ook de benadering en de benaming van deze mensen veranderde door de jaren heen. Termen als imbeciele en idiote kinderen en “onvolwaardigen” worden tegenwoordig allang niet meer gebruikt in de hulpverlening. Een tamelijk klein aantal lichamelijk en geestelijk “onvolwaardigen” was wel in het arbeidsproces opgenomen en verdienden hun eigen inkomen, maar voor de meesten van hen was dit niet weggelegd. De Sociale Werkvoorziening voorzag door de jaren heen zeker in een grote behoefte en bood deze mensen zinvolle arbeid.

De oprichting van de Centrale Werkplaats
“Vroeger was ik jaar in, jaar uit zonder werk en moest de hand ophouden bij Sociale Zaken. Thuis was er geen plaats en aanzien meer in het gezin. En nu ga ik s ‘ morgens op een normale tijd de deur uit en kom met een eigen verdiend inkomen thuis. Mijn plaats als vader van het gezin heb ik heroverd”, zo luidde een veelzeggend citaat uit het artikel in Trouw over de opening van de nieuwe Centrale Werkplaats aan de Stationsweg te Ommen in 1960. Dit citaat onderstreepte het grote belang van de Centrale Werkplaats voor werknemers met een handicap, dat een flinke groei doormaakte door de jaren heen. De Sociale Werkvoorziening Larcom is een waar begrip in Ommen en omgeving, en kent een hele bijzondere geschiedenis, die ook een licht werpt op arbeid voor gehandicapten door de jaren heen.

Heel veel is er veranderd en gemoderniseerd, maar de centrale doelstelling van de sociale werkvoorziening is in feite onveranderd gebleven: Werk bieden aan mensen die voor kortere of langere tijd zijn aangewezen op aangepaste arbeid. Wie het moderne bedrijfspand van Larcom in Ommen ziet liggen op het industrieterrein Alteveer zal zich moeilijk kunnen voorstellen dat men in 1954 begonnen is in een kleine houten barak met slechts enkele tientallen werknemers. Inmiddels heeft Larcom ruim 1200 werknemers in dienst. Wat ook sterk veranderd is in de afgelopen jaren zijn de lonen die men verdiende. In 1954 verdiende men slechts f 31,80 per week, dus nog geen 15 euro per week. Inmiddels is dit wel veranderd en zijn de lonen aangepast aan de hedendaagse normen.

Na het advies van de minister van Sociale Zaken in 1949 aan de gemeenten om G.S.W. (Gemeentelijke Sociale Werkvoorziening) bedrijven te stichten, werd door de gemeente Ommen al in een vroeg stadium begonnen hieraan gehoor te geven. Dat begon begin jaren vijftig met de exploitatie van de eerste buitenobjecten. In 1952 werden respectievelijk Het Laar en de kruidentuin op de “paardeweide” in het Laarbos als buitenobjecten goedgekeurd en in het leven geroepen voor personen uit de gemeente Ommen. Het duurde echter niet lang voordat ook personen uit omliggende gemeenten werden geplaatst. Ook was er behoefte aan een beschuttende werkplaats voor personen die vanwege hun geestelijke of lichamelijke gesteldheid niet geplaatst konden worden bij een buitenobject.

In 1954 werd besloten onder leiding van de directeur van het plaatselijke arbeidsbureau H.A.L. Lambregts tot de bouw van een beschutte werkplaats in het Laar, want niet iedereen was geschikt om ingezet te worden voor het buiten werk. Zodoende werd gezocht naar mogelijkheden om het werk “onder dak” te krijgen en werd door het gemeentebestuur van Ommen een oude garage aangekocht. Dat resulteerde in de bouw van de eerste beschuttende werkplaats aan de Stationsweg te Ommen op de plek waar nu de Imminkhoeve is gevestigd. Dit in samenwerking met de omliggende gemeenten Dalfsen, Nieuwleusen, Avereest en Den Ham. De gemeenteraad stond spontaan een krediet toe van f 10.000,– voor de plaatsing en inrichting van de nieuwe werkplaats, dat met behulp van de tewerkgestelden werd ingericht.

Ondertussen waren twee arbeiders ondergebracht in de gemeentewerkplaats aan de Markt. Hun werkzaamheden bestonden uit het slopen van oude GEB-kabels en het maken van pannetjes naar het model van de ijzeren kookpot die vroeger in de veenderijen werd gebruikt. Gelijktijdig werd ook begonnen met de oprichting van een zogenaamd “brokkenhuis” onder leiding van de maatschappelijk werkster mejuffrouw de Boer. Daar werden allerlei soorten werkzaamheden verricht, waaronder het snijden van beeldjes voor Friesche klokken, maken van kalenders, speelgoed, brand en aanmaakhout, betontegels, betonbanden, voederhuisjes, bloemenhangers, klaverruiters, inpakken van catalogi en uitdunnen van gemeentebossen, het aanleggen van het openluchttheater in Nieuwleusen, maken van kapspanten t.b.v. werkplaats voor minder validen te Urk en verder wat uitbreidingen en veranderingen aan de eigen werkplaats. De kruidentuin werd echter in 1954 al opgeheven.

Op 8 juli 1954 werd de Centrale Werkplaats officieel geopend in Hotel Paping door burgemeester mr. C.P. van Reeijwijk. Zie artikel “Centrale werkplaats te Ommen officieel geopend

Veelzeggende Citaten uit een jaarverslag van de Stichting Centrale Werkplaats luidden: “Aard der gebreken bij diverse arbeiders. Het werken van de tewerkgestelde dient in een rustig tempo te gebeuren wegens de gebreken van de diverse geplaatsten. Hart, maag, rug en zenuwkwalen, alsmede blindheid, astmatische bronchitis etc. en voor enkelen geestelijke afwijkingen beïnvloeden de werkzaamheden in erge mate. Er wordt zoveel mogelijk naar gestreefd om de productie van de tewerkgestelden, binnen de grenzen van hun vermogen, op te voeren.” Officieel luidde de doelstelling van de Stichting Centrale Werkplaats voor minder validen om minder validen en anderen, die tijdelijk of blijvend niet in het normale arbeidsproces konden worden opgenomen, door middel van een menswaardige en maatschappelijk verantwoorde werkvoorziening hun arbeidsgeschiktheid te doen behouden, te vergroten of te herstellen. Dit doel trachtte men te bereiken door exploitatie van een of meerdere werkplaatsen, tewerkstellen van minder validen bij derden, doch in dienst en voor rekening van de Stichting (detachering dus) Het bieden van huisarbeid of verlenen van bemiddeling bij uitgifte huisarbeid ten behoeve van derden.

De arbeidsomstandigheden, het aantal werknemers, machinerie en werkzaamheden veranderden natuurlijk in de loop der jaren. Men ging met de tijd mee en Larcom ontwikkelde zich tot een uiterst modern en goed geoutilleerd bedrijf met ruim 1200 mensen in dienst, maar wat echter onveranderd bleef was de doelstelling: Werk bieden aan mensen die voor kortere of langere tijd zijn aangewezen op aangepaste arbeid. De sfeer op de werkplaats was in het algemeen goed en in 1957 werd een personeelsreis gemaakt naar Harderwijk en Apeldoorn. En nog steeds heeft Larcom een bloeiende en actieve personeelsvereniging, die allerlei activiteiten organiseert en ook de afdelingen zijn daarin actief. Zo wordt er met elkaar meegeleefd bij jubilea, maar ook bij ziekte en overlijden. De eerste directeur van de werkplaats was de heer Graver, met als eerste werkmeester Steven van der Veen. In 1957 werd als tweede werkmeester de heer van Dorland aangesteld. Hij was timmerman van beroep en kreeg de leiding over de hout afdeling. Daar werden houten miniatuur spinnewielen gemaakt, maar ook geprefabriceerde houten barakken die overal in Nederland hun bestemming vonden.

Als er onvoldoende werk was of als andere omstandigheden dit vereisten, werden de medewerkers ingezet om te helpen schoffelen in de aardappelvelden op de “paardeweide.” Over een ding waren alle betrokkenen het eens:” Het was beregezellig en er was altijd werk.” Het was in de begintijd echt pionieren geblazen in het Laarbos. De sanitaire voorzieningen waren miserabel en een kantine ontbrak, zodat de mensen zelf hun koffie van thuis meebrachten. Bovendien werden de veiligheidseisen bij lange na niet gehaald en bleek de werkplaats te klein te zijn. In 1957 werd door de Stichting Centrale Werkplaats Ommen de motivatie voor een nieuwe gebouw als volgt verwoord: “Momenteel zijn er bij de Stichting in totaal 69 mindervaliden tewerkgesteld, afkomstig uit de gemeenten Ommen, Dalfsen, Dedemsvaart, Den Ham, Hardenberg, Gramsbergen, Zwollerkerspel en Nieuwleusen. Momenteel zijn er nog vijftien aanvragen voor plaatsing van minder-validen (w.o. ook vrouwen) in behandeling. Indien dit aantal voor plaatsing in aanmerking komt, dan is er binnenkort een bezetting van 84 personen.”

Waarom een nieuwe werkplaats?
Voor vrouwen en mannen moeten aparte kleedkamers en wasgelegenheden aanwezig zijn. “Uit een oogpunt van pedagogische eisen is het wenselijk, dat vrouwelijke en mannelijke minder-validen niet in een zelfde ruimte werkzaam zijn, terwijl er ook aparte werkruimten moeten zijn voor lichamelijk en geestelijk minder-validen van beiderlei kunne.” Verder waren vereist bij de verwachte bezetting volgens de eisen van de Veiligheidswet: een schaftlokaal, kleedkamer en een wasgelegenheid. Voor vrouwen en mannen moesten dus ook aparte kleedkamers en wasgelegenheden aanwezig zijn. Uiteindelijk werd in 1958 door het bestuur besloten tot de bouw van een nieuwe werkplaats aan de Stationsweg.

In 1960 was de nieuwe Centrale werkplaats “Het Laar” gereed en werd deze officieel geopend door de staatsecretaris van sociale zaken Roolvink. Inmiddels werkten er 160 mannen en vrouwen bij de werkplaats. Zie artikel “Staatssecretaris Roolvink Opent Centrale Werkplaats te Ommen“.

De werkzaamheden op de werkplaats werden steeds gevarieerder. Zo werden er kanaalzoekers voor televisietoestellen, schakelarmbanden voor polshorloges, houtsnijwerk, roomkloppers vervaardigd, circulaires voor een postorderbedrijf ingepakt en op de vrouwenafdeling werd mooi breiwerk vervaardigd. Men was duidelijk ingesteld op een groter aantal werknemers, want de kantine bood plaats aan zeker 200 personen.

Rebono
En natuurlijk mag ook de geschiedenis van de afdeling groenvoorziening van Larcom, voorheen bekend onder de naam Rebono niet vergeten worden. In 1967 werd door de gemeente Avereest besloten tot aankoop van een tuinbouwbedrijf en een jaar later sloot de gemeente Avereest zich aan bij Werkvoorzieningschap Het Laar. In de gemeente Avereest werden in 1951 vier personen in de Gemeentelijke Sociale Werkvoorziening (G.S.W.) opgenomen. Later kwamen meer mensen in dienst en hun werkzaamheden bestonden uit aanleg en onderhoud van plantsoenen, sportvelden en begraafplaatsen dit onder leiding van de heer A. Schijveschuurder. Vanaf 1953 had hij niet alleen de verantwoording voor het reilen en zeilen van de gemeentelijke groenvoorziening maar ook die van de G.S.W. De werkplaats stond in het gemeentepark en tegenover het gebouw was de gemeentelijke kwekerij. Op de zolder van een oude meubelzaak werden door G.S.W. ers oude meubels gerepareerd die vervolgens werden verkocht of gegeven aan arme mensen.

Bij afbraakwerkzaamheden zoals krotopruimingen werden hand en spandiensten verricht. Verder werden ook grootschaliger projecten aangepakt zoals herstellen van een afgebroken tolhuis naast de Oudheidkamer in Ommen in de oorspronkelijke staat. Behalve de genoemde werkzaamheden was natuurlijk nog steeds de groenvoorziening. Ook door de gemeente Avereest moest in 1969 invulling worden gegeven aan de nieuwe Wet Sociale Werkvoorziening en werd een tuinbouwbedrijf aangekocht. Het tuinbouwbedrijf werd bij de aansluiting van de gemeente Avereest bij Werkvoorzieningsschap Het Laar ingebracht. Een gedeelte van de “groenploeg” werd gedetacheerd bij de gemeente Avereest en de rest werd omgeschoold voor werk in de tuinbouw. In 1987 werd het Tuinbouwbedrijf opgeheven, maar de medewerk(st)ers van de groenvoorziening van Larcom zijn tot op de dag van vandaag een vertrouwd gezicht in Ommen en omgeving. De aanpak werd steeds professioneler en moderner en steeds meer mensen vonden hun weg naar de Centrale Werkplaats. De eerste vrouwelijke werknemers deden hun intrede in de nieuwe werkplaats onder leiding van de eerste werkmeesteres mevrouw van Rijn.

In 1958 werkten bij de Stichting Centrale Werkplaats 103 personen, afkomstig van de gemeenten Ommen, Dalfsen, Dedemsvaart, Hardenberg, Gramsbergen, Nieuwleusen en Raalte. De meeste mensen gingen met eigen of openbaar vervoer, maar voor tien personen was dat vanwege hun lichamelijke gesteldheid, niet mogelijk om met eigen of openbaar vervoer te komen. Ook het vervoer van personen naar de buitenobjecten bracht veelal veel moeilijkheden met zich mee. Daarom werd besloten door het Stichtingsbestuur om een eigen autobusje aan te schaffen waarmee mensen gehaald en gebracht werden. En nog steeds wordt rekening gehouden met personen die niet op eigen gelegenheid naar het werk kunnen komen. Er rijden dagelijks grote en kleine bussen af en aan om medewerk(st)ers van Larcom uit de omgeving te halen en te brengen op plaats van bestemming.

De Kruzeborg
Niet alleen in Ommen werd een werkplaats opgericht, maar ook in Hardenberg. Daar werd in 1957 door het gemeentebestuur besloten tot de bouw van werkplaats De Kruzeborg, die ook in 1960 officieel werd geopend door de heer Roolvink. De Kruzeborg telde in het begin ongeveer 15 werknemers, maar het bedrijf groeide goed en steeds meer opdrachtgevers wisten de weg naar de Kruzeborg te vinden. In 1968 deden de eerste vrouwen hun intrede bij de Kruzeborg. De invoering van de Wet Sociale Werkvoorziening betekende in 1969 aansluiting van de Kruzeborg bij Werkvoorzieningschap Het Laar.

De algemene geschiedenis van de sociale werkvoorziening in vogelvlucht
Al in de 19e eeuw werd begonnen met werkverschaffing voor “gebrekkigen” en in 1937 werd gemeld dat de werkplaatsen voor gehandicapten niet moesten onderdoen voor het normale bedrijfsleven. In 1948 werd in de Verklaring van de rechten van de mensen de volgende regel opgenomen: “Een ieder heeft recht op arbeid, op vrije keuze van beroep, op rechtvaardige en gunstige arbeidsvoorwaarden en op bescherming tegen werkloosheid.” In 1947 werd de regeling dat ieder bedrijf van 20 medewerkers of meer 2% mindervalide medewerkers in dienst moest hebben ingevoerd. Op 1 januari 1950 werd de Gemeentelijke Sociale Werkvoorziening (G.S.W.) ingevoerd voor eerst langdurig werklozen en lichamelijk gehandicapten en vanaf 1955 ook voor verstandelijk gehandicapten.

Op 1 januari 1969 werd de Wet op de Sociale Werkvoorziening van kracht. Het belangrijkste artikel van die wet luidt dus: “Het gemeentebestuur bevordert dat ten behoeve van personen die tot arbeid in staat zijn, doch voor wie, in belangrijke mate ten gevolge van bij hen gelegen factoren, gelegenheid om onder normale omstandigheden arbeid te verrichten niet of voorshands niet aanwezig is, gelegenheid bestaat tot het verrichten van arbeid onder aangepaste omstandigheden, welke zoveel mogelijk is gericht op het behoud, het herstel of bevordering van hun arbeidsgeschiktheid.” In 1998 werd de nieuwe Wet Sociale Werkvoorziening ingevoerd en werden de toelatingscriteria aangescherpt met de zogenaamde 4 x 10 regel. Dat betekent concreet: Iemand moet minimaal 10% productie leveren van wat iemand in het vrije bedrijf presteert, iemand mag niet meer dan 10% begeleiding vragen van de werktijd van de afdelingschef, iemand moet 10% van de werktijd aaneengesloten kunnen werken en iemand moet in 10 weken twee functies kunnen leren.

De gemeenten Avereest, Dalfsen, Gramsbergen, Hardenberg, Hellendoorn, Nieuwleusen, Ommen en Raalte gingen in 1969 samenwerken als werkvoorzieningsschap “Het Laar.” Daarin waren vier werkverbanden Deveo, Asco, Kruzeborg en Rebono opgenomen.

In 1967 werd besloten tot de bouw van een nieuwe werkplaats Deveo (De Vijf en Ommen) aan de Strangeweg en deze werd in 1968 in gebruik genomen. Met De Vijf en Ommen werd gedoeld op de gemeenten Avereest, Dalfsen, Den Ham, Nieuwleusen en Ommen. In december 1968 brandde de werkplaats geheel tot de grond af. De afdelingen van Deveo werden overgebracht naar het pand aan de Stationsweg en de eerste medewerk(st)ers van Asco werden tijdelijk ondergebracht op de bovenverdieping van een pand aan de Kruisstraat tegenover het toenmalige hotel Het Zwart Paard en cafetaria Favoriet. Na een half jaar keerde men terug naar het gebouw bij het station. Deveo werd echter snel herbouwd en uiteindelijk in 1969 heropend. In 1967 werd door het bestuur ook besloten tot de stichting van ASCO (Administratief Service Centrum Ommen) dat in het gebouw van de Centrale Werkplaats aan de Stationsweg werd opgericht. De eerste grafische werkzaamheden bestonden uit het maken van stencilwerk voor de gemeenten, verenigingen en instellingen.

Het administratieve werk, waarvoor ASCO was opgezet, bestond onder andere uit het in kaart brengen van het bevolkingsregister van Ommen en de administratie van het mortuarium. Er werden grafische machines aangeschaft en als eerste werkleider werd de heer Oosterveld aangesteld en later kreeg hij assistentie van de heren Meppelink en Oldekamp. Later werd een afdeling handboekbinderij onder leiding van de heer Meijer toegevoegd. Vanuit ASCO vonden ook de eerste detacheringen plaats, wat later uitgroeide tot de zelfstandige divisie Larcom externe Personeelsdiensten, de huidige afdeling detachering. Na het vertrek van ASCO werd in het gebouw het vakantiecentrum voor gehandicapten en senioren de Imminkhoeve gehuisvest.
In 1989 werd de naam Werkvoorzieningsschap Het Laar gewijzigd in Larcom bedrijven en in 1993 in Larcom. In 1991 verhuisde Larcom uiteindelijk naar een spiksplinternieuw pand, dat officieel werd geopend door Prinses Margriet, aan de Vermeerstraat te Ommen waar men nog steeds gevestigd is. In het voormalige Deveo gebouw is momenteel een bedrijfsverzamelgebouw gevestigd.

Het heden
Momenteel telt Larcom ruim 1200 werknemers en is er eigenlijk niets meer wat nog herinnert aan het verleden in die bescheiden houten barak. Integendeel, want Larcom is een uiterst modern bedrijf dat volop meegaat in de technologische ontwikkelingen. Veel is er veranderd, maar wat onveranderd is gebleven is de doelstelling: Werk bieden aan mensen met een handicap.

Bronnen:
– Het jubileumboek Larcom 1954 – 1994. Larcom in Historisch perspectief.
– Het gemeentearchief van de gemeente Ommen
– Stichting OudOmmen.nl
Een speciaal woord van dank aan Nienke Braakhuis werkzaam bij Larcom, Jeannet Stokkink werkzaam bij de gemeente Ommen en Tjeerd de Leeuw van OudOmmen voor hen bijzonder welwillende medewerking, zoekwerk en behulpzaamheid bij het ter beschikking stellen van de bijzonder interessante archiefmaterialen. Zonder hun medewerking had dit artikel nooit geschreven kunnen worden en ik ben deze personen daarvoor bijzonder erkentelijk.

Bron: Miny Vroegindewey – 20 januari 2015

Een gedachte over “De geschiedenis van Larcom – van eenvoudige barak tot hypermodern bedrijf

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s