Gebeurtenis(sen) op 30 december 1950

  • Eieraanvoer 15.000 stuks. Prijs f 12,- tot f 13,- per 100 stuks.
  • Woningbouwvereniging “Ommen”.
    Drie jaar geleden werd de woningbouwvereniging “Ommen” opgericht, met het doel woningen te gaan bouwen en exploiteren. Gezien ook de in Ommen heersende woningnood bestond hiervoor grote belangstelling en zodoende behoefde het geen verwondering te baren, dat een groot aantal ingezetenen als lid toetrad, zich vleiende met de hoop binnen een afzienbaretijd over een eigen woning te kunnen beschikken. Vol enthousiasme ging het bestuur aan de slag en verzocht het gemeentebestuur om medewerking. Maar dit college, noch de raad, zag de noodzaak van een dergelijke vereniging in. De weinige woningen die Ommen toegewezen kijgt, kan men wel zonder bouwvereniging plaatsen; bovendien zag men niet in dat de exploitatie door deze woningbouwvereniging goedkoper zou zijn. Men was overtuigd van het tegendeel, omdat de gemeente over speciale dienste beschikt. Wel was men bereid om over een aantal jaren, wanneer de woningnood een beetje geluwd is,te praten om de bestaande gemeentewoningen aan de vereniging over te doen. De vereniging liet zich echter niet ontmoedigen en vroeg en verkreeg zelfs de Koninklijke goedkeuring. Aan de situatie veranderde dit echter weinig. De raadsleden Hiddink en Vos probeerden de raad opnieuw te overtuigen maar zonder succes. Men voerde o.m. aan dat de gemeente eerst dan tot woningbouw mag overgaan, wanneer het particuliere initiatief te kort schiet, wat trouwens uitdrukkelijk in de wet wordt vastgesteld. Een woningbouw vereniging is eveneens particulier initiatief. De taak der gemeente dient zich te beperken tot het technische gedeelte, zoals het vaststellen der gemeentelijke bouwverordening, riolering, onbewoonbaar verklaring, e.d. De praktijk heeft bovendien uitgewezen, dat gemeentewoningen in het algemeen slechter bewoond worden, omdat de mensen de tendens voorzit: de huizen zijn toch maar van de gemeente. Een verzoek aan het gemeentebestuur om gronden toe te wijzen, werd eveneens afgewezen. Thans is het bestuur der w.v. weer in vergadering bij een geweest. Besloten werd de strijd voort te zetten. In januari zal een openbare vergadering worden belegd.
  • M.i.v. 1 januari 1951 wordt aan J.N.H. Voigts eervol ontslag verleend als commandant van het Rijksjeugdkamp te Eerde. In zijn plaats werd benoemd de heer de Vries uit Deurne, thans adjudant-commandant aldaar. De heer G.H.M. van Doorn werd bevorderd tot adj. commandant te Eerde.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map14-038/039/040 # Vertaling: Arie van Tongeren

Gebeurtenis(sen) op 14 december 1950

  • In Ommen was het de grote ds. A.C. van Raalte die na contact te hebben gekregen met de gebr. Konijnenbelt, de strijd, voor oprichting van een Geref. School aanbond. Namens de toenmalige Geref. Kerkeraad werd in1843 bij de raad een verzoekschrift ingediend voor de oprichting van een z.g. diaconieschool (Bij de wet van 1806 was nl. bepaald dat geen lagere school opgericht mocht worden zonder vergunning van het lands- of gemeentebestuur. Ook niet wanneer men zelf de kosten betaalde). De gemeente opperde bezwaren, want de openbare school zou hierdoor verzwakt worden. Men stelde zich daarop bereid schoolgeld te betalen voor de openbare school en de diaconieschool toegankelijk te stellen voor alle kinderen. Alles zonder resultaat .
    In 1844 diende men opnieuw een verzoekschrift in. De burgemeester, Jhr. Sandberg, zat kennelijk met het geval verlegen en zond het vezoek om advies door aan de school op ziener, Jhr. v.d. Wijck te Archem. Uit allerlei opportumistische overwegingen werd het verzoek werderom afgewezen. In 1846 probeerde men het opnieuw bij de nieuwe burgemeester Baron van Fridagh. De raad verwierp echter het verzoek. In 1847 eveneens.
    In 1849 kwam de nieuwe grondwet van Thorbecke tot stand en probeerde men het opnieuw. Maar ook toen vond de raad geen termen aanwezig het verzoek in te willigen. Men wendde zich toen tot Ged. Staten die in april 1850 goedgunstig beschikten. Op het Kerkplein werd een gebouw aangekocht, waarin de nieuwe school werd ondergebracht.
    Op 4-11-1850 werd de heer P. van Malsem benoemd tot onderwijzer van de tweede rang.
    Op 9-12-1850 werd de school in gebruik genomen.
    In 1902 werd de school op het Bouweind in gebruik genomen.
    In 1908 werd de school overgedragen aan de school vereniging.
    In 1950 is de de Geref. school met 220 leerlingen verreweg de grootste van Ommen.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map14-037+038 # Vertaling: Arie van Tongeren

Experimentele televisie-ontvangst op de Lemelerberg

In het theehuis op de Lemelerberg van de heer D. Stegeman zitten de heren Bosscha met zijn staf uit Zwolle en enkele genodigden rondom het televisie-toestel geschaard, in afwachting van de ontvangst (over een afstand van 138 km).

 Foto’s: HKO & OudOmmen
Een van de uitkijktorens is in gebruik geweest voor experimentele televisie-ontvangst
wij zullen de antenne weer op de uitkijktoren moeten plaatsen
Zoals bekend wordt dinsdag, donderdag en zaterdagavond Experimentele Televisiezender uitgezonden. Op het programma stond: Demonstratie van een barkeeper hoe men cocktails maakt; een bontmantel-show en het optreden van vier muzikale virtuozen. De lichten werden uitgedraaid en op het projectiescherm verscheen een blauwachtige lichtvlek, waarop het begon te sneeuwen, hetgeen vergezeld ging van een zwak geluid. Na een nauwkeuriger afstemming werd het beeld van de barkeeper zichtbaar, die met zijn shaker druk aan het manoeuvreren was. “Wij hadden het beeld dinsdag j.l. sterker”, verklaarde de heer B., “wij zullen de antenne weer op de uitkijktoren moeten plaatsen”. Een verre van eenvoudige opgave op deze stormachtige avond. De helpers van de heer B., vergezeld van de heer Stegeman trokken naar de 10 meter hoge toren.

Inmiddels werd het toestel naar het café verplaatst en vertelde de heer Bosscha, dat hij reeds enige weken hier aan het experimenteren was en tot de ontdekking was gekomen, dat hoe hoger de antenne geplaatst werd, hoe beter de ontvangst. Volgens Philips is ontvangst buiten een straal van 50 km onmogelijk. Deze bewering is onjuist, want de Lemelerberg ligt hemelsbreed gemeten 138 km van Eindhoven. De antenne was intussen klaar en opnieuw werd ingeschakeld en nu werd een bijzonder helder en fraai beeld ontvangen maar helaas zonder geluid. De heer B. is overtuigd dat hij na enkele proeven ook het geluid nog in orde krijgt. Het is de bedoeling dat dit ontvang-apparaat op de Lemelerberg blijft, een ander toestel wordt in Zwolle geplaatst, waar tot op heden elke ontvangst onmogelijk is gebleken. Met de alhier opgedane ervaringen zal hierin echter verandering komen. Zwollenaren zullen binnenkort ook van televisie kunnen genieten. Wanneer de nieuwe zender in Lopik gereed is, worden de mogelijkheden groter. Burgemeester Nering Bogel met zijn echtgenote woonde ook een deel van de avond bij.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map14-036 / 5 december 1950