Was de voorloper van Huize het Laar een ronde ringburcht uit de 12e eeuw, hoog gelegen op een motteheuvel met een fraaie lagergelegen voorburcht?
Foto: Archeologische Monumentenwacht Nederland
Een mooi voorbeeld van een motteburcht. Een ronde ringburcht, gebouwd in de 12e eeuw. De ringburcht is hoog gelegen op een motteheuvel met een fraaie lagergelegen voorburcht.
Kasteelbergen, ook wel mottes genoemd, zijn regelmatig gevormde, min of meer ronde heuvels. Meestal zijn ze volledig met de hand opgeworpen. Ze hadden oorspronkelijk een steil talud en een vlakke bovenkant. De diameter en hoogte van kasteelbergen variëren nogal. Rond de motte lag meestal een gracht. Daaruit was de grond voor de heuvel gewonnen. Soms is deze omgrachting nog duidelijk aanwezig en waar men de gracht gedempt heeft, is vaak nog een laagte waarneembaar. Op de vlakke heuveltop stond een houten of stenen versterking, dikwijls een toren. Bij de motte hoorde vaak een lager gelegen voorburcht. Deze is meestal geëgaliseerd. Soms geeft het bestaande slotenpatroon nog een aanwijzing over de plek waar de verdwenen voorburcht heeft gestaan. Mottekastelen hadden uitsluitend een defensieve functie. Ze dienden niet als woon- of verblijfplaats. Als er vijandelijke troepen in de buurt waren, trok men zich op de verhoging terug. Vandaar was de vijand gemakkelijker te bestrijden. Mottekastelen waren van de elfde tot in de dertiende eeuw bijzonder populair in grote delen van Europa. Het ontstaan van de mottekastelen hangt samen met de ontwikkeling van feodale vorstendommen en de opkomst van vooraanstaande lieden, die streden om territorium en macht. In Nederland is vooral het kustgebied rijk geweest aan kleinere mottekastelen, maar ook in het Brabantse rivierengebied kwamen ze voor. In deze gebieden ontbrak in de twaalfde tot veertiende eeuw een sterk centraal gezag. Daardoor konden lokale krijgsheren eigen machtsgebieden creëren. Het mottekasteel diende hierbij ook als statussymbool. De meeste kleinere mottekastelen zijn inmiddels verdwenen. In veel gevallen is alleen (een restant van) de heuvel over. Enkele grotere mottekastelen, zoals de Burcht van Leiden of de motte van Kessel langs de Maas, zijn nog gedeeltelijk intact.
Waarom houden we kasteelbergen in stand?
Kasteelbergen geven een historische dimensie aan het landschap. Ze maken het verleden zichtbaar en tastbaar. In combinatie met goede voorlichting kunnen deze cultuurhistorische objecten rekenen op veel maatschappelijke waardering. Het beheer van kasteelbergen is in de eerste plaats gericht op een duurzaam behoud van de wetenschappelijke informatie en de archeologische waarde. Vorm en uiterlijke kenmerken worden zo veel mogelijk behouden. De belevingswaarde van het landschap wordt hiermee vergroot, vooral als een kasteelberg wordt ontsloten voor het publiek.
Wat houdt het beheer in?
Bij het beheer van kasteelbergen gaat het er in de eerste plaats om dat (verdere) aantasting van het mottelichaam wordt voorkomen. Kleine beschadigingen, door bijvoorbeeld houtopslag, molshopen en konijnenholen, worden zo veel mogelijk voorkomen en hersteld. Bij restauratie en inrichting worden ook grotere beschadigingen hersteld. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar de motte zelf. Ook de – meestal gedempte – omgrachting en het terrein waar de voorburcht lag, kunnen bij het herstelwerk worden betrokken. Dit werk vindt altijd plaats onder toezicht van de Rijksdienst Cultureel Erfgoed (RCE) te Amersfoort. Lees verder Was mottekasteel Het Laer de voorloper van Huize het Laar? →