Home

  • Brief “van Raalte”: Detachement van het Reserve Bataillon der 14e afdeling

    map1-162dHoofdkwartier te Arnhem
    den 10e juli 1836
    Provinciaal
    Kommandant van Gelderland
    nr 1137
    Aan den Heer Burgemeester der gemeente Ommen

    Ik heb de eer U Ed. Achtb. te informeren dat op den 12 dezer te Ommen zal aankomen om tot nader order te verblijven en ongeoorloofde Godsdienstige bijeenkomsten te weren, een detachement van het Reserve Bataillon der 14e afdeling Infanterie sterk 1 officier en 52 onderofficieren en manschappen.

    De Kolonel belast met de dienst Correspondentie in het Prov Kommandement van Gelderland Bar. van Voorst

    Bron: Archief van Jan Lucas – map1-162 # Vertaling: Gerrit Kleinjan

  • Brief Gedeputeerde Staten: Schouw der Wegen

    map1-1281 e Afdeling
      Zwolle, 30 Juni 1834.
    Onderwerp:
    Schouw der Wegen.

       Aan de heer Burgemeester der
       Gemeente Ambt-Ommen.

      De Gedeputeerde Staten van de Provincie Overijssel
      Gelezen het Rapport van de gecommitteerden tot het schouwen van wegen, ten gevolge onze resolutie dd. 14 mei j.l. nr.1190/862 omtrent de op den 30 en 31 dies zelfde maand plaats gehad hebbende schouw in de Gemeente Ambt Ommen in tegenwoordigheid van den Heer Burgemeester.
      Gelet op de het bepaalde bij het Regelement op den aanleg, het onderhoud en het beheer des wegen in Overijssel;
       Hebben goedgevonden:
    1o. Den Burgemeester van het Ambt Ommen bij deze de tevredenheid dezes vergadering te kennen te geven wegens het reeds verrigte ter verbetering van bestaande of tot aanleg van nieuwe wegen
    2o. den zelven aan te schrijven om zodra doenlijk te laten voorzien in de bemerkingen hiernavolgende, welke op de plaats zelve door de gecommitteerden zijn aangewezen als: (meer…)

  • Brief Gedeputeerde Staten: Onderhoud van den Hessenweg

    map1-128  Zwolle, 19 February 1834
    1e afdeling
    nr. 264/282
    Onderwerp:
    Onderhoud van den Hessenweg

      Aan Heeren Burgemeester en Assessoren
      de Gemeente Ambt Ommen.

     Gelezen eene aan den Heer Gouverneur gerichte en door Z.H. Eg alhier ten tafel gebragte missive van Burgemeester en Wethouders der Stad Zwolle van 13 January j.l. nr. 82, daar bij onder afstand van de beide Tollen, welke thans op de Hessenweg worden geheven en over het loopende jaar voor de som van f. 330,- te samen verpacht zijn, en van het tolhuis en hek aan de straatweg naar Meppel, verzoekende om te worden beschouwd als ontslagen van het verders onderhoud des opgemelden wegs.
     Gelet op het vroeger vertoog door Burgemeester en Wethouders voornoemd ter dezer zake, bij missive van 30 april 1831 gedaan, houdende, in substantie, dat het voorstel tot onderhoud van de Hessenweg vanaf het Schoutambt Zwolle tot aan den Hardenberg , tegen het genot van Tollen bij Resolutien van Ridderschap en Steden van 13 en 18 april 1792 en 1 augustus 1793, slechts voor 25 Jaar is aangenomen, welke het mijn voorlang is verstreken en er als nu voor de Stad geen verplichting bestaat, om zich verder te belasten met eenen weg, die buiten het terrtoir des Stad is gelegen en waar over het toezicht voor het Stedelijk Bestuur moeylijk is.
      Besluiten: (meer…)

  • 1827 – Raadsnotulen Stad Ommen

    • Het Bruggenhuis verkeert in een zeer vervallen staat. Het huidige gemeentehuis voldoet wat indeling en ruimte betreft niet meer aan de eisen daaraan te stellen. Men overweegt thans het Bruggenhuis en gemeentehuis in een te bouwen Bruggenhuis te kombineren. Op 4-5-1827 wordt hiertoe besloten. Het bestaande stadhuis zal met de afbraak van het Bruggenhuis publiek worden verkocht. De opziener der Rijksvaart de heer Kreutzburg ontwerpt het plan voor een te bouwen Bruggen- en Stadhuis. Het stadhuis ligt thans ten noorden van het kerkhof, ten zuiden van het Vrijthof, ten oosten der Gemeene straat en ten westen van het huis van G. van Elburg.
    • Bij rb. van 30-6-1826 wordt besloten om in de stad 8 nieuwe pompen aan te leggen in plaats van de aanwezizige putten. In de stad staan slechts 150 huizen. Voor het daarstellen der pompen wordt f. 1.200,— gevoteerd. Men betaalde reeds sinds jaar en dag putgeld.
    • De pacht van het Erve den Hof is 65 mudden.
    • In de kolonie de Ommer-schans is in 1826 een buitengewoon grote sterfte geweest.
    • Voor de verbetering van de straten wordt een aanzienlijke partij keistenen van H. van der Wijck te Archem aangekocht.
  • 1824 – Ingekomen stukken Ambt-Ommen

    • Op 30 maart 1824 komen 1 officier, 1 onderofficier en 10 manschappen te Ommen aan (vanuit Deventer) om nachtkwartier te houden.
    • Van 30 op 31 maart 1824 overnachten een bataillon (mineurs en sappeurs) sterk 1 sergeant en 10 manschappen te Ommen.
    • Bij besluit van ged.staten van Overijssel van 4 mei 1824 wordt aan Hendrik Marten, landbouwer Hannes Makkinga en Roelof Makkinga, timmerlieden, wonende te Ommen, toestemming verleend om even buiten de Stad-Ommen op de daaraan gelegen algemene weide, den Oord genaamd op een door het gemeentebestuur aan te wijzen plaats een wind- en houtzaagmolen op te richten (zie art. 2 van Zijne Majesteitsbesluit van 31-1-1824, Stbl. nr. 19).
    • H. van der Wijck neemt ontslag als ontvanger der gemeente Stad-Ommen en Alexander de Vries wordt alszodanig benoemd.
    • Van 11 op 12 juni 1824 houden 1 onderofficier en 7 manschappen komend uit Koevorden nachtkwartier te Ommen.
    • De school te Ommen is slecht verlicht door 5 ramen en de meubelen verkeren in slechte toestand en zijn slecht geplaatst.
    • Het komt nog herhaaldelijk voor dat Kolonisten uit het bedelaars-gesticht aan de Ommerschans ontsnappen.

    Bron: Archief Jan Lucas – Map001-082

  • 1823 – Raadsbesluit

    Rb. 26-4-1823 – Reglement omtrent het omgaan met vuur en licht en middelen van blussing bij het ontstaan van brand.

    Gelezen het besluit van Zn Ex. den Heere Gouverneur van de Provincie Overijssel van den 30 January j.1., Divisie nr. 1 nopens het aanwenden der Middelen tot het blusschen van brand. In aanmerking nemende de weid uit elkender legging der woningen uitgezonderd de Voorbrug te Ommen welke ook door hunne ligging zeer voegzaam zoo als dezelve particulier in den Jare 1812, ook door inteekening met de Stad Ommen bij de Spuit aldaar bestaande nog eentweede tot onderling gebruik hebben aangeschaft overigens op het Schout-ambt eene Brandspuit geen effect kan doen meestal mede door gebrek aan water. Hebben goedgevonden en verstaan onder approbatie van Zn. Ex den Heere Gouverneur vast te stellen het navolgende Reglement omtrent het omgaan met vuur en licht en middelen van blussing bij het ontstaan van brand: (meer…)

  • 1819 – Ingekomen stukken Ambt-Ommen

    • De funktie van schoolonderwijzer te Junne is vacant. Voorziening in de vakature blijkt moeilijk.
    • Bij Keizerlijk Decreet van 18 aug. 1811 wordt bepaald dat ieder ingezetene een vaste geslagtsnaam dient aan te nemen.
    • In Ambt-Ommen bestaan geen gasthuizen of andere fondatien of godshuizen.
    • In Vilsteren bestaat reeds een R.C. Gemeente.
    • H. Smit, heel- en vroedmeester vertrekt 15 okt. 1819 naar Rijssen-Wierden. Hij is vanaf 1817 als zodanig te Ommen werkzaam geweest.
    • De tegenwoordige school is een gewone keuken in een Katershuis, 15 voet in het vierkant. Men wil de school vergroten tot 529 vierkante voeten. De school is eigendom van de Erfgenamen van de buurschap Lemele. G.S.vinden het beter een geheel nieuwe school te bouwen.
    • B. Nabers is castelijn in het Swarte Paerdt te Varsen. Op 29-3-1819 komt bij hem een reiziger die aan natuurlijke pokken lijdt. Deze man moet in een afzonderlijk vertrek worden verpleegd, terwijl hij duidelijk moet aangeven dat er in zijn huis een pokkenlijder aanwezig is voor de reizigers die zijn huis aan doen. Zijn kinderen mogen niet naar school zolang deze man niet genezen is.
    • Van 4-5-1818 – 6-12-1818 is Gerrit Blanken knegt bij A. Warmelink te Gietem.

    Bron: Archief Jan Lucas – Map001-033

  • 1817 – Ingekomen stukken gemeente Ommen

      WEGEN

    1. de hoofdwegen in de gemeente Ommen zijn de weg
      1. van Hogeveen op Deventer beginnende aan de Drentsche grensen loopende over Ommen tot aan de gemeente Raalte.
      2. van Meppel op Almelo over Ommen beginnende aan de gemeente Staphorst eindigende aan de gemeente den Ham.
      3. van Koeverden op Deventer komende bij langs den Hardenberg bij den Wolf aan de Hessenweg op de gemeente Ommen eindigende aan de gemeente Raalte.
      4. van Zwolle op den Ham beginnende onder Vilsteren aan de gemeente Dalfsen loopende over het Rekvelt door de buurschap Gietem over de Nieuwe Brug, door de buurschap Eerde (de Lange Allee) en eindigende bij de Groene Jager aan de gemeente den Ham.
      5. van Zwolle op den Hardenberg beginnende aan de gemeente Dalfsen bij het Zwarte Paard en eindigende bij den Wolf aan de gemeente Hardenberg, zijnde de zoogenaamde Hessenweg.
    2. de mindere of buurschapswegen die aan het opzigt van het gemeentebestuur zijn onderworpen zijn de weg van Ommen door de buurschap Zeese, Junne naar Beerse, door Bestem naar Eerde door Bestem naar Archem en Lemele en door Bestem en Gietem naar Vilsteren.- door Arriën naar Stegeren op Varsen en Avereest.
    3. de personen die het onmiddellijk opzigt hebben over ieder der wegen zijn zoo wel van de Algemeene wegen, als die der beizondere buurtschappen zoo verre in ieder der zelve is gelegen de Rotmeestersin de buurtschappen – onder Ommen (Stad) de burgemeester zelve, en de Hessenweg door de Regering der Stad Zwolle.
    4. de wegen worden in deze gemeente, uitgezonderd de Schanserdijk, die op koste van de gemeente wordt gemaakt, tot aan de Barriere van de Schans, door de ingezetenen ieder in Zijne buurschap of district onderhouden, eenige als de weg door de Schanser hoven wordt onderhouden voor zoo verre tegen eens ieders land is gelegen – de Ommer Dijk in het veen lopende tot Witharen is verdeeld in perken op ieder huis in de Stad Ommen, zoo zijn ook de (onder dit bestuur) aangelegde nieuwe dijken in enkelde buurtschappen verdeeld bij vaste perken, of gemerkt met no. palen.
    5. geene dezer wegen zijn in een directen slegten staat, alle zijn goed de eene egter naar den aard der grond beter als de andere uit dien hoofde zijn, voor zoo verre het terrein zulks gedoogd, dijken aangelegd en deze worden van jaar tot jaar vermeerderd doch dit is egter niet doenlijk door zandbelten of stuiven, noch langs en over de bergen. Egter is in dit, jaar een dijk nog verlengd over het Rekvelt, van Ommen op den Ommer Dijk en word een dijk gemaakt over het Arrierveld, deze laatste lang ongeveer 2400 treeden verdeeld over de buurtschop Arrien tusschen 32 boeren en keuters is nog onderhanden om redenen de ingezetenen niet geheel in hun eigen werk te verhinderen moet dezelve tot nr. 16 alwaar de oude weg zeer goed is edog omloopt deze maand, en het overige den laatsten oktober klaar wezen zullende dan in perken naar het getal wooningen verdeeld worden.
    6. Er zijn geene weegen waartoe tot onderhoud hout noodig is.
      WATERLEIDINGEN

    1. in deze gemeente zijn geene uitwaterende sluizen of zijlen.
    2. idem
    3. idem
    4. het grootste gedeelte der geringere waterleidingen ontlasten zich in de Vegt, de Regge en de Reest; de twee eerst genoemden zijn zeer wel bekend, de Reest neemt zijn oorsprong in het Lutterveld alwaar de Lutterbeek hiet en ontlast zich in de Hooge Veensche vaart, loopt door deze gemeente op de scheiding tussen Overijssel en Drente.
    5. de schouwbare mindere waterleidingen zijn die in de Vegt uitwateren, de ïïoogen Graven tusschen Arrien en Stegeren, de zoogenaamde Galgen Graven tusschen Ommen en Arrien, de waterleiding langs den Rotbrink, bij de Kleine Haar komende van den Ommer Dijk de waterleiding tusschen Varsen en Oud Leusen, in de Regge de waterleiding door het Laar, en die aan de Groene Jager tussen Eerde en Noordmeer, en de waterleiding door de lage Lemeler landen. Eene waterleiding heeft zijne waterloozing van den Schanser Dijk langs de Ommer en Tarsener Woeste, moet langs Nieuwleusen afwateren.
    6. Onder Ommen (Stad) zijn dezelve onder het dagelijks toezigt van de Burgemeester en op het Karspel van de Rotmeester.
    7. de waterleidingen boven in de 5de opgave genoemd, zijn alle van behoorlijke diepte en breedte, die van den Schanser Dijk, langs de Ommer en Varsener Woeste wordt geheel ten deele vernieuwd en regt gelegd en ten deele verdiept en verbreed, is deze week geheel klaar, egter verneem ik dat het water door de waterleiding langs de Oud Leusener Stouwe en tussen Nieuw en Oudleusen niet wil voortschieten, uit hoofden die op enkelde plaatsen verstopt zit. Welke of door die van N. Leusen of Oud Leusen moet gemaakt worden, waar over reeds met den Heer Markterigter van Oudleusen gesprooken heb de welke vermeinde zulks aan die van Nieuwleusen te haperen.
    8. Voor zooverre mij bekend is zijn er geene gedempte noch verdonkerde waterleidingen in deze gemeente.
      STOUWEN EN KADEN

    1. Er zijn geene stouwen of kaden in deze gemeenten, tenzij men daarvoor agter de kaden agter het Laar, ter dekking van het Laar en Zeese voor de in looping van het water der Regge, bij hoog water.
    2. idem
    3. idem

    Bron: Archief Jan Lucas – Map001-021/022/023

  • 1817 – Gebeurtenissen

    • In 1816 is J. van der Kluin rijksveearts te Ommen op een tractement van f. 400,— per jaar, evenals in 1817.
    • In de periode van 15-12-1813 tot en met 31 januari 1814 wordt door ingezetenen van Ommen vivres en fourages aan de Russische en Pruissische Troepen geleverd van 1-15 december 1813 voor f. 5.700,– -12 st. -14 c. tot een gezamenlijk bedrag van f. 2.492,— 4 stuivers en 13 centen.
    • B.J. Immink is schoolonderwijzer te Lemele. Sedert 10 september 1816 is hij aangesteld als effectief schoolonderwijzer terwijl hij van 5 april – 10-9-1816 dit ambt te Lemele provisioneel heeft waargenomen.
    • In de nacht van 26-27 april 1817 houden een detachement artillerie bestaande uit 1 officier, 2 onder-officieren en 20 manschappen nachtkwartier te Ommen en van 27-28 april 4 officieren en 152 onder-officieren + manschappen.
    • Ook in 1817 is er een geregtsdienaar te Ommen.
    • Ca. 140 roeden van de Schanserdijk wordt gerepareerd, voor 14 stuivers de roede. Aannemer is Albertus Hofstede.
    • De bouw van een nieuwe school te Junne en Avereest wordt aanbesteed.
    • Jan Hendrik Arends is veldwagter.

    Bron: Archief Jan Lucas – Map001-020

  • 1816 – Raadsnotulen Ommen

    • In 1815 wordt voor de viering van de verjaardag van Zijne Majesteit de Koning uitgegeven:
      • 2 ankers wijn 36 gld. en 8 stuivers
      • tabak, pijpen e.d. 12 gld, en 19 stuivers
      • kaarsen voor verlichting gemeentehuis 6 gld. 3 st. en 8 ct.
    • In 1815 worden 4 trommen gekocht.
    • De burgemeester heeft een salaris van f. 200,— en de secretaris f. 300,—.
    • De pacht van het Erve Schuttert (opbrengst rogge) is f. 70,—, van de Erve den Hofx f. 432,—.
    • Er worden twee koperen platen voor de geregtsdienaren op de koppels der sabels gekocht.
    • De pacht van de tol der brug over de Vegt loopt af per 1-5-1817.
    • De pacht der rogge, welke de ingezetenen van den Ham, voor het passeren der Vechtbrug betalen, loopt met St. Martinij 1816 af en de pacht van het Erve den Hof met St. Petri 1817.
    • Op 7-3-1816 wordt besloten tot openbare verpachting voor 6 jaar.
    • Zetters zijn Jan Willink, herbergier te Ommen, Egbert Habers, landbouwer in de buurtschap Arriën en Hermanus Bolks, landbouwer in de buurtschap Varsen.
    • Stad en Karspel Ommen tellen samen 2.000 ingezetenen.
    • Voor het nemen van maatregelen ter gemoedkoming van de ruimvermogende klasse der ingezetenen bij de plaatshebbende duurte der levensmiddelen wordt een commissie ingesteld bestaande uit:
      • Jan Willink te Ommen,
      • Jan Marsman te Gietem,
      • Hendrik Bosch Jzn. te Ommen,
      • Hendrik Borrink te Vilsteren,
      • Gerrit Kramer Gzn. te Ommen en
      • Egbert Habers te Arriën.

    Bron: Archief Jan Lucas – Map001-019