-
Film over kanaal de Dedemsvaart
Sinds een paar weken is in museum Palthehof in Nieuwleusen een film te zien over het 200-jarige kanaal de Dedemsvaart. De film met als titel “De vaart erin” maakt onderdeel uit van de tentoonstelling “Met dank aan de baron” die in het museum wordt gehouden.
De film is in opdracht van de Historische Vereniging van Nieuwleusen gemaakt door Videom, een club van enthousiaste amateur filmers uit de regio. Begin dit jaar werd de opdracht verstrekt en nu een klein half jaar later is de film klaar. In de film wordt de geschiedenis van het gehele kanaal tussen Hasselt en Ane verteld, hoe het begon, hoe het verder ging en eindigde. Op een wijze die uniek mag worden genoemd, heeft Videom het voor elkaar gekregen een bijzonder interessant document te maken. Hierin komt niet alleen het verleden aan bod maar ook het heden. De film is gemaakt met gebruikmaking van oude filmbeelden en die worden afgewisseld beelden van tegenwoordig en met interviews met een schippersvrouw, een turfschipper en twee nazaten van een hoofdopzichter van het kanaal. De makers zijn er in geslaagd om een boeiende film te maken.
Vanaf het begin word je in het verhaal meegezogen en voor je het weet heb je een klein half uur later kennis genomen van de geschiedenis van het grotendeels niet meer bestaande kanaal. “De film ontroert je”, aldus één van de bezoekers. Zoals gezegd maakt de film onderdeel uit van de tentoonstelling in museum Palthehof die nog tot en met 31 oktober te zien is op woensdag tot en met zaterdag van 13.30 tot 17.00 uur.
Bron: Historische vereniging “Ni’jluusn van vrogger” – 31 juli 2009
-
Gezelligheid troef op Sallandse markt
OMMEN – Het Streekmuseum in Ommen hield ook vanavond weer een Sallandse markt. Tot eind augustus staan op de maandagavonden molen en tolhuis volop in de kijker met creatieve en historische ambachten. Zowel binnen als buiten het museum is er van alles te beleven.
Foto: Harry Woertink
Guusje Muller achter het twee eeuwen oude weefgestoelte.“Geen verkiezing Sallandse boer of boerin. Ook geen Sallandse klederdrachten. Wat onze markt dan toch een Sallandse markt maakt? De gezelligheid”, zegt museum vrijwilliger Gerrit Steen, die samen met zijn echtgenote Betty de honneurs waarneemt voor museumbeheerder Soer. Volgens Steen komt het museum tot leven met de oude ambachten. Het oude weefgetouw is in gebruik, er is een klompenmaker en de mandenvlechter aan het werk. De maker van ouderwetse vruchtenbowl, jam en vruchtensappen laat zijn bezoekers proeven. Verder zijn er kousenbreisters een kaartenmaakster en verschillende vormen van het maken van sieraden.
Tot de categorie verdwenen beroepen behoort onder andere het kalligraferen. “Bijna niemand kan dit meer”, zegt Anton Bloo (82) die de bezoekers laat zien hoe met sierlijke letters naamkaartjes gemaakt worden. Het gaat er heel secuur aan toe. “Humor geneest vaak beter dan een kast vol medicijnen”, is de tekst die een vakantieganger uit Hilversum graag in kaligrafie op een vakantiekaart “De groeten uit Ommen” geschreven wil hebben. “Het kalligraferen doe ik al vijftien jaar. Het heeft me bijna tien jaar gekost om het onder de knie te krijgen”, aldus de gepensioneerde agrariër.
“De Sallandse markt is een grote trekker voor vooral de vele toeristen”, vervolgt Steen. “Ze komen dan ook in het museum. Daar is het ons ook om te doen. Hier maken de mensen, zowel voor als achter de kraam met elkaar een praatje”, aldus Steen, terwijl hij ondertussen naar boven kijkt naar het wolkendek die over Ommen komt drijven. ”Het weer mag nog wel iets mooier worden. Vooral tegen zeven uur begint het altijd druk te worden. We kunnen dan nu even geen regen gebruiken”. De wens lijkt te worden verhoord. Het museumterrein begint steeds voller te worden met bezoekers. Ze worden door lekker bakgeurtje gelokt naar de kraam van de Historische Kring Ommen. Daar worden knieperties gebakken en sommige van deze wafeltjes worden als een hoorntje gerold om vervolgens met een laagje schepijs te worden verkocht. (meer…)
-
Slag bij Ane herdacht van 27 juli 1227
GRAMSBERGEN/ANE –Met bloemlegging bij het monument in de buurtschap Ane is zaterdag onder grote belangstelling de Slag bij Ane herdacht van 27 juli 1227.
Foto: Henk Doezeman
Dit keer was het de beurt aan de in Emmen geboren en in Apeldoorn wonende Miep van der Zee om rode en witte bloemen bij het stenenmonument te leggen.Ook werd een gedicht voorgelezen die het belang van de slag onderstreepte toen de bisschop van Utrecht Otto II samen met zijn leger door Drentse boeren onder leiding van de kastelein Rudolf van Coevorden letterlijk en figuurlijk in de pan werden gehakt. Een gevecht tegen hun landsheer voor vrijheid en een betere toekomst. Elk laatste zaterdag van juli komen leden van de vereniging Herdenking Slag bij Ane bij elkaar om zo de herinnering aan de veldslag levend te houden. Daarbij gaat het niet om de gesneuvelden van toen, maar is de herdenking bedoeld om de slag niet in de vergetelheid te laten geraken. Vooral ook omdat deze veldslag bepalend is geweest voor de verdere ontwikkeling van Drenthe en grote delen van Noordoost Nederland.
Vooraf aan de bloemlegging werd in café Bolte in Gramsbergen een lezing gehouden. Voor zestig belangstellenden vertelde Richard Roks als gids van de Domkerk Utrecht over het ‘Twee petten’ systeem dat tot 1528 stand hield. Als afgezant van het Romeinse Rijk waren de bisschoppen geestelijk leider en wereldleider. De Utrechtse bisschoppen waren in die periode kerkvorst over het Nedersticht (Utrecht) en het Oversticht (Groningen, Drenthe en Overijssel) waaronder de op de grens van Overijssel en Drenthe omgekomen bisschop Otto II. (meer…)
-
Boekje met Kanaalgeschriften verschenen
Nadat de “Ni’jluusn van vrogger” in mei al een boekje met kanaalverhalen, dat inmiddels is uitverkocht, heeft uitgegeven is er nu een boekje met Kanaalgeschriften.
Afb.: Historische vereniging “Ni’jluusn van vrogger”
De voorzijde van het 72 pagina’s tellende en rijkelijk met foto’s geïllustreerde boek ‘Kanaalgeschriften’.
Hierin zijn van diverse schrijvers bijdragen opgenomen die in de afgelopen 200 jaar in druk zijn verschenen. Het boekje begint met een korte stamboom van de familie Van Dedem. Daaruit blijkt dat Willem Jan baron van Dedem, de graver van het kanaal, ook van huis Den Berg in Dalfsen afkomstig was. Nadat hij zich in zijn huis Rollecate aan het kanaal in Den Hulst had gevestigd, begon hier de tak Van Dedem tot de Rollecate. Helaas stierf deze tak uit door het overlijden van de kleinzoon van de stichter van het kanaal. In de eigenlijke Kanaalgeschriften zijn bijdragen opgenomen van o.a. Gijsbert Karel van Hogendorp die in 1819 door deze omgeving reisde en is het belangrijkste deel van de Leerrede van Ds. van Senden opgenomen. Hierin vertelt Baron van Dedem zelf over de totstandkoming van zijn levenswerk.Verder een bijdrage van Baron Sloet tot Oldhuis uit 1844 die zich sterk verbonden voelde met het nieuwe kanaal. Stefanus Breukel werd in 1845 hoofdopzichter van het kanaal en zou dat meer dan 50 jaar blijven. Zijn levensbeschrijving is in het boekje te vinden. Ook een Twentse onderwijzer maakte een wandeling in dit gebied en schreef daarover in een uitgave van 1890. Stuk voor stuk zijn het bijzonder interessante bijdragen over het 200 jarige kanaal de Dedemsvaart. Kanaalgeschriften is in een zelfde uitvoering uitgegeven door de Historische Vereniging van Nieuwleusen als het eerder verschenen Kanaalverhalen. Samen vormen ze dan ook een uniek document over het grotendeels verdwenen kanaal. Het boekje Kanaalgeschriften telt 72 pagina’s en is rijkelijk geïllustreerd met foto’s. De verkoopprijs bedraagt 8 euro en het boekje is te koop bij museum Palthehof en bij de boekhandels De Blijde Boodschap en The Readshop in Nieuwleusen.
Bron: Historische vereniging “Ni’jluusn van vrogger” – 19 juli 2009
-
Schrijven over de Dedemsvaart
In het kader van het 200-jarig bestaan van de Dedemsvaart heeft de Historische Vereniging “Ni’jluusn van vrogger” eerder dit jaar iedereen uitgedaagd om een verhaal te schrijven over het jubilerende kanaal.
Deze uitdaging werd aangegaan onder de titel “Verhaal over het kanaal”. Inmiddels hebben een tiental personen de pen ter hand gevat en een bijdrage ingezonden aan de historische vereniging. Het is zowel proza als poëzie wat binnengekomen is. Eind deze maand loopt de termijn af en moet alles binnen zijn.Velen hebben nog volop herinneringen aan het kanaal. Iedereen heeft er zijn eigen gedachten en meningen over en zijn eigen belevenissen en ervaringen. Of misschien wel een toekomstvisie. Het zijn de verhalen van de gewone dagelijkse dingen die men meemaakte langs en met het kanaal die verloren dreigen te gaan. Juist deze verhalen maken het zo interessant. Dat is ook wel gebleken uit de reacties op het eerder verschenen en inmiddels uitverkochte boekje Kanaalverhalen. Daarom hierbij nog eenmaal de uitdaging aan iedereen van jong tot oud om te schrijven over het kanaal. De bijdragen komen in aanmerking om in het septembernummer van het kwartaalblad “Ni’jluusn van vrogger” te worden geplaatst.
Bron: Historische vereniging “Ni’jluusn van vrogger” – 19 juli 2009
-
Koetsiersvereniging “In ’t Gareel” 30 jaar actief
Koetsiersvereniging In ’t Gareel in Ommen viert dit jaar haar dertig jarig bestaan. Liefhebbers van het aangespannen rijden kwamen in de zomer van 1979 bij elkaar om een voor Ommen nieuwe paardensport vereniging op te richten met als doel de mensport te beoefenen en te promoten.
Foto: Harry Woertink
Het bestuur van In ’t Gareel, vlnr: Sigrid Kremer (secretaris), Rubert Gerritsen (penningmeester), Gert Piening, jubilaris Georgius Schwieters, Gerrit Beniers (voorzitter) en Jan Kerkdijk.“Er was in Ommen behoefte om in verenigingsverband menwedstrijden te organiseren. Dat kon toen nog niet. De koetsiersvereniging is klein begonnen. In de tachtiger jaren hebben we grote marathonwedstrijden in Ommen gehad”, weet de 70-jarige Georgius Schwieters, als man van het eerste uur zich nog te herinneren. Vanwege het dertig jaar bestaan en zijn evenlange inzet voor In ’t Gareel kreeg Schwieters deze week het bestuur van de jubilerende vereniging op bezoek. Van In ’t Gareelvoorzitter Gerrit Beniers kreeg Schwieters een gouden clubinsigne opgespeld voor zijn verdiensten.
Met vijftig leden, afkomstig uit een wijde omtrek van Ommen, draait de koetsiersvereniging In ’t Gareel uitstekend. De leden komen regelmatig in actie . Ook met de optocht op Koninginnedag was de vereniging goed vertegenwoordigd met diverse aanspanningen. Voor leden zijn er koetsiersopleidingen en na een examen is er een koetsiersbewijs. In ’t Gareel houdt elk winterseizoen lessen in een manege. Daar wordt geleerd dat paard en koetsier een moeten zijn. “De koetsier moet kunnen lezen en schrijven met zijn paarden. Veilig rijden staat voorop”, aldus Gerrit Beniers (54) die binnen de club als meninstructeur de opleidingen doet voor koetsiersbewijzen voor enkel, twee en vierspannen.
Het rijden met aangespannen wagens is volgens Beniers ook een mooie hobby. “Het omgaan met paarden, buiten actief zijn en genieten van de prachtig landelijke omgeving . Maar ook met je paard kunnen samenwerken, het spelkarakter en communicatie zijn daarbij van belang”, aldus Beniers, die elf jaar geleden de mensport tot zijn grote passie maakte. Hoewel de meeste menners vooral recreatief rijden zijn er bij In ’t Gareel diverse mogelijkheden voor competitie van dressuur, vaardigheden en marathon. De leden organiseren zelf regelmatig aangespannen ritten met vaardigheden en hindernissen. (meer…)
-
Sallandse Markt
Ommen – Het Ommer Streekmuseum staat dit zomerseizoen weer in het teken van de Sallandse Markten. Vanaf maandag 13 juli is er op zeven maandagavonden in en buiten het museum van alles te doen.
Foto: Harry Woertink
Met de Sallandse markten speelt het streekmuseum in op de aanwezigheid van de vele toeristen die de Vechtstad overspoelen. “Op maandag zijn maar weinig activiteiten in de regio. De toerist wil elke dag vermaakt worden”, aldus museumbeheerder HenkSoer. Cobie Seien en Gees Klein lieten vorig jaar zien hoe ze de breipennen hanteren.Met tal van verschillende activiteiten wordt het publiek tussen 17.00 tot 21.00 uur extra vermaakt en is een bezoekje aan het streekmuseum extra aantrekkelijk. Zo zijn er onder andere demonstraties van creatieve- en historische ambachten. In de bijenstal is de imker met informatie en bij voldoende wind draait ook de molen. De kinderen mogen zelf een gratis pannenkoek bakken. Voor alle bezoekers staat een gratis kopje koffie of thee te wachten. Met de Sallandse markten speelt het streekmuseum in op de aanwezigheid van de vele toeristen die de Vechtstad overspoelen. “Op maandag zijn maar weinig activiteiten in de regio. De toerist wil elke dag vermaakt worden”, aldus museumbeheerder Henk Soer. “Natuurlijk biedt het museum met het streekeigen karakter van Ommen en omgeving voldoende om een paar uurtjes leuk vermaakt te worden. Maar met bijzondere activiteiten komt het publiek makkelijker over de drempel”.
Een bezoek aan het Streekmuseum in Ommen is het hele jaar een bezoek meer dan waard. Gevestigd in een molen en een tolhuis zijn in het streekmuseum historische voorwerpen te zien en klederdrachten uit vervlogen tijden. Er is een oud schoolinterieur uit het begin van de twintiger eeuw, een ouderwets huiskamertafereel en een oudsaksische boerenkeuken. In een vaste opstelling worden onder andere oude gereedschappen, klederdrachten, sieraden en letterdoeken uit eigen streek tentoongesteld. Enkele blikvangers van het museum zijn een wisselblok uit het oude NS-station van Ommen, een brandweerspuit en etsen en pentekeningen van kunstenaar W.G. Höfker met Ommen en omgeving als onderwerp. Verder veel informatie over de Ster van het Oosten en Krishnamurti, Gevangenkamp Erika, over de Tweede Wereldoorlog, over Baron van Pallandt van Eerde en Scouting.
Het streekmuseum is te vinden aan Den Oordt 7 in Ommen, aan de noordkant van de Vechtbrug. De openingstijden buiten de Sallandse Markten om zijn dinsdag tot en met vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur en zaterdags van 13.00 tot 16.30 uur. (meer…)
-
Wonen op landgoed Stekkenkamp
Ommen – Het bezitten van een landgoed lijkt romantisch, maar betekent in werkelijkheid keihard werken. Om alles in stand te houden is een lieve duit nodig. Als het landgoed zelf niet veel oplevert, moeten de eigenaren daar creatief mee omgaan.
Foto: Erna Ekkelkamp
De familie Bruins en hun makelaar voor de monumentale boerderij, die binnenkort zal veranderen in twee nostalgische koopwoningen.Vroeger waren de jacht, de pacht en het bos de economische pijlers van Landgoed Stekkenkamp. Sinds het landgoed grotendeels beschermd natuurgebied is, importhout goedkoper dan het oer-Hollands product en de laatste pachter de huur opzegde, moesten Jan en Leida Bruins andere wegen gaan bewandelen. Er werd een landgoedversterkingsplan gemaakt, waarin de nadruk werd gelegd op zorg, wonen en recreatie. “We beseften dat we iets moesten doen met de gebouwen”, vertelt Leida Bruins. “Dat heeft tot nu toe goed uitgepakt. De panden op de camping worden gehuurd door de Saxenburgh Groep en Stichting Vechtgenoten en naast een van de boerderijen is een camper-plek.”
Het eerstvolgende project betreft één van de monumentale boerderijen op het landgoed. Dit rijksmonument uit 1880 is nu nog vrijwel geheel authentiek, maar wordt verbouwd tot een luxe twee-onder-een-kap-woning. Het voorhuis, met authentieke schouw met antieke tegeltjes, originele beddesteden en hoge balkenplafonds blijft nagenoeg hetzelfde, maar wordt aangepast aan de gemakken van de moderne tijd. Het tweede huis wordt gebouwd op de voormalige deel. “Aan de Beerzerwegzijde blijft de boerderij dezelfde uitstraling behouden als vanouds, maar aan de zuidkant komt een moderne uitbouw met koperen dak en glazen wand van grond tot plafond en vormt daarmee een eigentijdse versie van een mooie woonkeuken”, vertelt verkopend makelaar Albrecht Dijkstra enthousiast. “De verbouwing moet nog plaatsvinden, dus hoe eerder men instapt, des te meer inspraak men heeft in het ontwerp. Dit is een schitterende kans om op steenworp afstand van het centrum van Ommen majestueus te wonen op een landgoed.” De woningen worden uitgegeven op erfpacht, dat betekent dat de toekomstige kopers eigenaar worden van het huis, maar de grond blijft behoren tot het landgoed. Info http://www.sallandsgoed.nl.
Bron: Ommer Nieuws – 1 juli 2009 – Erna Ekkelkamp (Redactie OudOmmen: zie ook pagina “De Stekkenkamp“)
-
Knapperige kniepertjes
Lemele – Met de zomer in zicht maakt Lemele zich klaar voor de oud-Hollandse markten, die vanaf volgende week zes woensdagen lang worden gehouden in het centrum van Lemele.
Foto: Erna Ekkelkamp
De Lofstem is elke woensdag aanwezig op de oud-Hollandse markt in Lemele. Annie Boshuizen laat zien hoe in vroegere tijden kniepertjes op het vuur werden gebakken.Hoewel het fenomeen oude ambachten langzaam uitstervende is, weet marktmeester Alie Stobbelaar toch iedere markt weer vol te krijgen met ambachtslieden die laten zien hoe vroeger werd gesponnen, manden gevlochten, boter gemaakt of kniepertjes gebakken. “De markt is iedere week het bezoeken waard, want er staan telkens weer andere hobbyisten die laten zien wat ze kunnen”, vertelt Alie. “Hoe afwisselend
ook, er is één groep die trouw alle woensdagen aanwezig is, en dat is zangkoor De Lofstem uit Lemele. Zij verkopen wekelijks verse kniepertjes, die van tevoren worden gebakken.” Diny Ekkelkamp is een van de zingende baksters.“Zes weken lang zitten we iedere dinsdag met een aantal leden in de schuur bij de familie Exel om daar kniepertjes te bakken”, vertelt ze. “We bakken per week met drie baksters zes melkbussen vol, daarmee zijn we de hele dag onder de pannen. Op de markt staan we in klederdracht in de kraam en bakken kniepertjes op een ‘duveltje’, een klein houtkacheltje. Daarvoor maken we kleine bolletjes beslag, die we vervolgens in een ouderwets kniepertjesijzer op de kachel bakken.” Volgens Diny gaat dat een stuk minder snel dan tegenwoordig, maar smaken de koekjes heerlijk. “Vooral de kinderen zijn er dol op, die komen telkens een handvol kruimels ophalen. Het is ook leuk om te laten zien hoe het vroeger ging, want het is tenslotte een oud-Hollandse markt.”
Het kniepertjes bakken op de markt is al jarenlang een echte traditie binnen de Lofstem. “We zijn er volgens mij al mee begonnen tijdens de allereerste markt, want we wilden op die manier geld inzamelen voor een piano. Inmiddels staat de piano er allang, maar doen we nog steeds mee. Het is een mooie manier om de contributie laag te houden.” Hoewel het iedere week weer een enorme klus is, doen de koorleden zolang hun gezondheid dat toelaat graag mee met de activiteit. “Het is echt iets dat de saamhorigheid bevordert. Op dinsdag ben je de hele dag samen bezig en op woensdagavond sta je gezellig op de markt. Dat heeft echt iets. En de mannen?” Diny lacht. “De taken zijn mooi verdeeld. De vrouwen bakken, de mannen rollen, dat is al jaren vaste prik.” (meer…)
-
Geslaagde Palthehof fietstocht
De zaterdag gehouden fietstocht van museum Palthehof is met ruim 150 deelnemers goed geslaagd. De fietstocht, die dit jaar voor de zesde keer werd gehouden, is inmiddels een traditie geworden op de laatste zaterdag in juni.
Dit keer stond de fietstocht in het teken van het 200-jarig jubileum van het kanaal de Dedemsvaart. De weersverwachting met regen en onweer in de loop van de dag zorgde al direct om tien uur voor een grote toeloop. Het bleef de hele dag echter mooi fietsweer zodat de fietsers een aangename tocht hadden.
Via een mooie route vanuit museum Palthehof via de Steenwetering en over de Hasselter Grindweg langs de Dedemsvaart ging het naar garage Korterink in Rouveen waar een rustpunt was ingelast. Vervolgens ging het een eindje verder naar richting Rouveen om daarna via het buitengebied op de plaats van het voormalige Station Dedemsvaart Staats Spoor te komen. Vandaar ging het via een stukje De Meele weer langs het kanaal naar Rollecate waar het landgoed van Baron van Dedem lag. Hierna ging de ongeveer 33 kilometer lange route weer terug naar het vertrekpunt. In de routebeschrijving werden de deelnemers gewezen op diverse historische plekjes. Weer in museum Palthehof aangekomen konden de deelnemers de tentoonstelling “Met dank aan de baron” over 200 jaar kanaal de Dedemsvaart nog bekijken.
Bron: Historische vereniging “Ni’jluusn van vrogger” – 27 juni 2009
De film is in opdracht van de Historische Vereniging van Nieuwleusen gemaakt door Videom, een club van enthousiaste amateur filmers uit de regio. Begin dit jaar werd de opdracht verstrekt en nu een klein half jaar later is de film klaar. In de film wordt de geschiedenis van het gehele kanaal tussen Hasselt en Ane verteld, hoe het begon, hoe het verder ging en eindigde.