Categorie archief: Uncategorized

Gebeurtenis(sen) op 3 april 1954

  • De eeuwenoude boerderij “De Goede Vrouw” te Beerze is zo bouwvallig geworden, dat zij binnenkort gesloopt zal worden. Deze boerderij deed vroeger, toen de vecht er nog langs stroomde, dienst als herberg. Vooral de schippers trokken hierheen zodat men ook wel sprak van een schippershuis. Uit folkloristisch oogpunt is het jammer, dat dit historische gebouwtje gaat verdwijnen, maar de moderne tijd stelt nu eenmaal andere eisen aan een boerderij.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map14-137+138 # Vertaling: Arie van Tongeren

In Ommen is nog een touwslagerij

Een ambacht dat bijna geheel verdrongen is

Het beroep van touwslager roept herinneringen op aan Michiel de Ruijter, die als jongen de ganse dag aan het grote wiel stond te draaien op de lijnbaan. Een geestdodend werk, waarvoor wekelijks enige stuivers werden betaald. Berend van der Vegte te Ommen weet hier van mee te praten, want ook hij bracht zijn jeugd door aan het wiel op de lijnbaan. Maar verder gaat de vergelijking met de grote admiraal niet op, want leed deze ondragelijke smart, bij Berend lag het anders. Hij had namelijk zijn hart verpand aan dit beroep, evenals zijn vele voorvaders. Want sinds eeuwen wordt dit verdwijnende ambacht door dezelfde familie beoefend. Het is zelfs niet na te gaan welke Van der Vegte er mee begonnen is. Omstreeks het begin der 18e eeuw raakt men het spoor bijster.
Lees verder In Ommen is nog een touwslagerij

Uit de historie van ommen – Stadsfinanciën veroorzaakten oproer

Met de financiën van de gemeente Ommen zag het er vroeger allesbehalve rooskleurig uit. Door oorlogskosten heffingen en inkwartieringen, was de stad zó diep in de schulden geraakt, dat zij in 1680 aan de Staten van het gewast moest verzoeken om kwijtschelding van de achterstand, die werd verleend onder voorwaarde, dat binnen een jaar een derde afbetaald zou worden.

map12-20007-b.jpgIn 1694 besloot men tot aanstelling van een stadsontvanger over te gaan en benoemde men de secretaris Jurrien Derk van Ommen, hopende hierdoor verbetering te krijgen in de financien, omdat onwillige belastingbetalers nu beter vervolgd konden worden. Al deze pogingen mochten echter niet baten, want in 1708 moest men zelfs overgaan tot de verkoop van alle stadsgoederen om de schulden te kunnen afbetalen. De credietwaardigheid was zo gering, dat de keurmeester in 1711 nog geen kan wijn op rekening kon krijgen en secretetaris Friesendorp de gemaakte vertering uit eigen zak moest betalen. Deze Friesendorp, die aanzien genoot, werd in 1713 tot stadsontvanger benoemd. Hem gelukte het inderdaad, de financien weer in evenwicht te brengen en het crediet te herstellen. Dat de middelen die hij hiervoor aanwendde, niet altijd even prettig waren, blijkt uit de klacht van een aantal keuterboeren bij de drost van Salland, waarin zij beweerden des Zondags, wanneer zij uit de kerk huiswaarts keerden, door de stadsburgemeester te worden aangerand, ja, dat deze hun de pijen uittrok en alzo naakt lieten lopen om hen zodoende te dwingen meer bruggerogge aan de stad te voldoen. De jaarlijkse belasting-aanslagen en de stadsrekening gaven in 1732 aanleiding tot een oproer. Een deel van de bevolking verlangde inzage van de uitzettingscedellen en wilde tegenwoordig zijn bij het uitbrengen van de stadsrekening. Op zekere dag trokken ganse rotten, gewapend met geweren en grepen, met vliegende vaandels, door de stad, allerlei bedreigingen uitende. Om verdere wanorde te voorkomen, besloten de burgemeesteren de onruststokers op enkele punten tegemoet te komen, maar zonder resultaat. Lees verder Uit de historie van ommen – Stadsfinanciën veroorzaakten oproer

12-jarig bestaan Jeugdkamp Eerde

Ter gelegenheid van het 12-jarig bestaan van het Jeugdkamp Eerde commandant de heer Willems, werd aldaar een feestavond gegeven, waarvoor zeer veel belangstelling bestond.

map10-120.jpgIn zijn openingswoord, wees de Commandant op de prettige verhouding tussen de bevolking en het kamp. In de afgelopen 12 jaren heeft het kamp ruim 6500 jongens opgeleid, eerst jeugdige werklozen, later wilszwakke jongens en thans a.s. schippers. Tenslotte deelde spreker mede, dat hij met ingang van 1 Januari een betrekking heeft aanvaard bij het Christelijk Nationaal Vakverbond en derhalve zijn functie als commandant zal neerleggen. Het afscheid, aldus spreker, valt mij zwaar, maar in verband met mijn leeftijd, heb ik gemeend dit aanbod niet af te mogen slaan.

Nadat de anwezigen twee coupletten van het Wilhelmus hadden gezongen, werd door de leerlingen een komisch schetsje opgevoerd, o.l.v. de heer G. van Doorn. Dan was de beurt aan de zangclub van Eerde, aan de piano door mej. Willems begeleid. Tijdens de pauze werden verversingen aangeboden. – Door de staf van het kamp werd vervolgens de klucht „De Huistyran” opgevoerd, eveneens o.l.v. de heer G. van Doorn. Het wakkere troepje kreeg een dankbaar applaus. Na een dankwoord van de heer Willems, dankte de heer Schats namens het Departement van Onderwijs de heer Willems en sprak de hoop uit, dat deze ook in zijn nieuwe taak veel goeds zou kunnen verrichten.

Bron: Krantenknipsel uit het archief van Jan Lucas – 4 november 1947

Rijkskamp voor Sociale Jeugdzorg te Ommen – Gratis opleiding tot schipper

In het aan natuurschoon zoo rijke Eerde ligt, geheel verscholen tussen de bossen, het Rijkskamp voor Sociale Jeugdzorg in Ommen, echter beter bekend als het Kamp Willems.

map10-119-bk.jpgDe heer Willems is namelijk ook commandant van dit kamp, evenals vóór de oorlog van het kamp voor jeugdige werkelozen en later voor wils-zwakke jongens. Nu is het een selectiekamp voor de schippers-internaten te Dieren, Dordrecht en Vlaardingen. Deze internaten leiden op voor de kustvaart, Rijnvaart en desgewenst voor de grote vaart. Schipperszoons kunnen rechtstreeks naar het internaat; de andere jongens, die interesse voor de scheepvaart hebben, komen via de arbeidsbureaux eerst in het kamp te Ommen. Zij moeten hier 3 maanden verblijven en krijgen gedurende die tijd onderricht in bankwerken, timmeren en schilderen en herhalingsonderwijs in taal, rekenen en aardrijkskunde. Aan de culturele vorming wordt eveneens aandacht besteed; volkszang, muziek, toneel, enz. Voor de lichamelijke ontwikkeling worden verschillende sporten beoefend, zoals voetbal, handbal, turnen. Het kamp en de internaten staan op algemeen Christelijke grondslag. De geestelijke verzorging is in handen van Protestantse en Rooms-Katholieke geestelijken, waarvoor wekelijks een dag gereserveerd wordt. De voornaamste taak is karaktervorming en het aankweken van gemeenschapszin.

Er is plaats voor 70 jongens, die in groepen van 18 uitgezonden worden naar een der bovengenoemde internaten. Elke jongen, die van het internaat af komt, wordt ook geplaatst. Lees verder Rijkskamp voor Sociale Jeugdzorg te Ommen – Gratis opleiding tot schipper

Nieuws uit Ommen

Beroepen.
Ds. J F. Colenbrander, die reeds een beroep ontving naar Bodegraven, heeft nu een beroep ontvangen naar de Geref. kerk te Dordrecht.

Onze jongens in Indië.
Naar wij vernemen is soldaat E. Poelarends van Dalmsholte licht gewond. Hij wordt verpleegd in het ziekenhuis te Tjimahi.
Soldaat J. G. Hendriks van Vilsteren die onlangs gewond werd, is aan de beterende hand.

Vertrek P. Postma.
De oud-gemeentearchitect, thans wnd. hoofd van het Provinciaal Bureau v. d. Wederopbouw te Gelderland, heeft thans voor goed onze stad verlaten. De heer Postma werd op 15 Februari 1924 als gemeenteopzichter te Ommen aangesteld, welke functie hij tot 1 April 1946 vervulde, toen hij op zijn verzoek eervol ontslagen werd. Onder zijn leiding kwam de omlegging van de nieuwe weg tot stand, benevens de bouw van de Vechtbrug en de zogenaamde eierhal. Hij was tevens commandant van de brandweer en hoofd v. d. luchtbeschermingsdienst, tevens directeur van de Avondvaktekenschool, consul van de A.N.W.B. en bestuurslid van de V.V.V. Door het vertrek van de heer Postma verliest onze stad een man, die zonder zichzelf op de voorgrond te plaatsen, veel en goed werk heeft verricht in het algemeen belang.

Bezoek cantinewagen.
 Foto: OudOmmen – ontvangen van Jan Veneman
De cantinewagen met op de beide zijkanten onder het stedelijk wapen: ’t Giet ow goed, Bij al wa’j doet’. ’t Volk van Ommen”.

De lang verwachte Niwin-cantinewagen is er dan geweest. Het is een stevige auto die er bovendien keurig uitziet. Voorop de naam Ommen en op de beide zijkanten onder het stedelijk wapen: ’t Giet ow goed, Bij al wa’j doet’. ’t Volk van Ommen”.

Van binnen heeft de cantinebeheerder de beschikking over vijf koffie en theeketels met filter, waarin de vloeistof, zelfs in Holland een etmaal warm kan blijven. Daaronder zijn zes laden voor de aluminium-bekers.

Een watertank met afwasbak completeert de inrichting. In Indië zal de wagen de voor onze soldaten onmisbare artikelen, als postpapier, veters en kammen verkopen. Een radio met versterker zal nog worden ingebouwd.

Bron: uit het archief van Jan Lucas – Map10-118 (krantenknipsel uit 21-10-1947)

Schippersknecht zeer ernstig verwond

Lemelerveld. Zondagavond j.l. hebben hier zeer ernstige dingen plaats gehad.
Was er reeds den geheelen achtermid­dag ruzie gezocht tusschen eenige schip­pers en enkele te dezer plaats wonende jagers, des avonds steeg de vechtlust zoo hoog, dat een schippersknecht zeer ernstig verwond werd. Hij werd door een onbekende in het achterhoofd ge­sneden, waarbij zelfs een stuk van het mes afbrak en later uit het hoofd ge­haald werd door dr. Warnsinck uit Om­men, waarna de wond werd dichtge­naaid.

De ijverige pogingen evenwel van den hier gevestigden rijksveld-wachter Westerbaan, in vereeniging met de rijdende politiemannen uit Ommen, vermochten niet den dader te ontdekken. Wel zijn enkele personen in ver­hoor genomen, doch zonder resultaat. Deze dingen zijn zeker weder te wijten aan opwinding door sterkedrank.

Bron: Dalfser Courant 9 oktober 1896

Brief over keistenen op de Lemelerberg (1)

map1-290Ommen, 21 januari 1842
Aan den Heer G. Rikkers te Hattem
Onderwerp: Keistenen

Tengevolge onze afspraak van den 15 january l.l. heb ik mij naar den Lemelerberg begeven om aldoor enigzens op te meten hoeveel steenen zich bij de voor uw rekening gegraven steenen mogten bevinden, welke u zoude kunnen gebruiken.
Naar ik vermoede zullen zestig a tachtig duizend keistenen daar bij zijn welke u zoude kunnen gebruiken.
Twee ingezetenen van Lemele zijn opgekomen tegen het weghalen dier steenen met name K. Bergman zeggende dat 2 1/2 las steenen naar de Regge of Hattem vervoerd zijn, waarvoor aan hem noch toekomt f 2,50 en K. Veldman van wien ook steenen naar de Regge of Hattem zijn vervoerd, doch niet weet hoeveel, hetgeen door de opzigters van Blom met name Kok en Hannes Muller welke te Hattem wonen is aangeteekend, ook dit is niet betaald, evenmin als die steenen, welke Veldman nog aan den berg heeft liggen.
Ik verzoek u Ed. mij te willen melden hoeveel gelden aan K. Veldman competeeren, terwijl ik u Ed. dan zal instellen de competeerende gelden aan K. Veldman en H. Bergman uit te betalen alsmede de som van zestig cents per last aan de markte, waarvoor ik zal kunnen doen halen de mij benodigde keisteenen.

De burgemeester van Ambt-Ommen

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-290 – 21 januari 1842

1827 – Raadsnotulen Stad Ommen

  • Het Bruggenhuis verkeert in een zeer vervallen staat. Het huidige gemeentehuis voldoet wat indeling en ruimte betreft niet meer aan de eisen daaraan te stellen. Men overweegt thans het Bruggenhuis en gemeentehuis in een te bouwen Bruggenhuis te kombineren. Op 4-5-1827 wordt hiertoe besloten. Het bestaande stadhuis zal met de afbraak van het Bruggenhuis publiek worden verkocht. De opziener der Rijksvaart de heer Kreutzburg ontwerpt het plan voor een te bouwen Bruggen- en Stadhuis. Het stadhuis ligt thans ten noorden van het kerkhof, ten zuiden van het Vrijthof, ten oosten der Gemeene straat en ten westen van het huis van G. van Elburg.
  • Bij rb. van 30-6-1826 wordt besloten om in de stad 8 nieuwe pompen aan te leggen in plaats van de aanwezizige putten. In de stad staan slechts 150 huizen. Voor het daarstellen der pompen wordt f. 1.200,— gevoteerd. Men betaalde reeds sinds jaar en dag putgeld.
  • De pacht van het Erve den Hof is 65 mudden.
  • In de kolonie de Ommer-schans is in 1826 een buitengewoon grote sterfte geweest.
  • Voor de verbetering van de straten wordt een aanzienlijke partij keistenen van H. van der Wijck te Archem aangekocht.