Aan de voet van de Besthemerberg in Ommen is gisteren onder grote belangstelling een herinneringsmonument ter nagedachtenis aan kamp Erika onthuld.
Als oud-gevangenen van het Duitse strafkamp onthulden Willem Spijkers uit Meppel en John Cordell uit Zuidwolde het gedenkbord waarop in het kort de geschiedenis van het kamp is omschreven. Op de plek zelf hield een gedenksteen en een houten kruis de geschiedenis in leven. Het kruis is vernieuwd en er is nu ook een zitbank geplaatst. Met het weghalen van de Nederlandse driekleur werd het bord zichtbaar. Ook werd een minuut stilte in acht genomen. ‘Een kamp met geschiedenis, maar wel een geschiedenis waar je niet trots op hoeft te zijn’, aldus Berend Jan Warmelink, voorzitter van de Historische Kring Ommen. Volgens hem is het echter de taak van de Historische Kring om de geschiedenis niet alleen toegankelijker te maken, maar ze ook onder de aandacht te brengen.
Initiatief
Burgemeester Arend ten Oever prees het initiatief van de Historische Kring. ‘Het gevoel zoals de oud-gevangenen zouden hebben over de plek kan ik niet beschrijven’, aldus Ten Oever. ‘Dit uitgestrekte gebied heeft in een korte periode verschillende bestemmingen gehad die alles te maken hadden met liefde en leed van mensen’ Daarbij werd ook de sympathie van Krishnamurti en de Orde van de Ster uit het Oosten niet onbelicht gelaten. Daar kwam een einde aan toen de Duitsers beslag legden op het gebied.
Eerst werd Erika gebruikt als oefenkamp ten behoeve van de SS. Later kreeg het een andere bestemming. Een verzamelplaats van mensen die door de Duitsers niet werden gerespecteerd. Tijdens de laatste maanden van de oorlog heeft kamp Erika zeker 500 gevangenen geteld die slecht zijn behandeld. Volgens Ten Oever behoort ook bezinning bij het onthullen van een monument. ‘Laat deze gedenksteen het symbool zijn in deze omgeving van voorjaar – zomer – herfst en winter. Ik spreek de wens uit dat nog heel veel mensen de geschiedenis van deze omgeving tijdens een heerlijke wandeling in hun gedachten beleven’, aldus Ten Oever.
Bron: Harry Woertink – 5 mei 2006