Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden. In deel 9, de gemeentebode, eerder ook wel stadsbode genoemd.

1926. Gemeente-bode Zwier Kampman in zijn nieuwe uniform, bij de opening van het verbouwde gemeentehuis.
De gemeentebode in dienst van de stad kan gezien worden als de spin in het web van de gemeentelijke organisatie. De bode regelt de organisatie rondom vergaderingen, ontvangsten en recepties, catering en huishoudelijke zorg. Hij of zij biedt vaak ook een luisterend oor. Het meest opvallend zijn de bodes bij hun taken rond huwelijksplechtigheden op het stadhuis. De bode wordt gezien als het visitekaartje van de gemeente.
Steeds meer werk
In de achttiende eeuw is in Ommen al sprake van een gemeentebode. Hij doet zijn werk op het gemeentehuis, toen nog aan het Vrijthof. In 1828 wordt op de plek van het oude Bruggehuis een nieuw gemeentehuis gebouwd. Het vervallen stadhuis aan het Vrijthof voldeed niet meer aan de eisen van de tijd. In 1926 kan het gemeentehuis uitgebreid worden. Door de bevolkingsgroei en verdere bureaucratisering binnen de overheid, nam de hoeveelheid werk op het stadhuis sterk toe, als gevolg waarvan ook de hoeveelheid ambtenaren op het stadhuis mee groeide. De gemeentebode kreeg dus steeds meer werk aan het verspreiden van documenten onder de ambtenaren.
Daarnaast diende hij als ondersteuning en als beveiliging tijdens vergaderingen van de gemeenteraad, die steeds vaker door “gewone” burgers werden bijgewoond. In die zin droegen ook democratie en democratisering bij aan uitbreiding van het werk voor de gemeentebode.
Lees verder In dienst van de stad, de gemeentebode (9)







