Categorie archief: Archief Jan Lucas

1889 – Verpachtingen gemeente-eigendommen

Stad-Ommen verpachting Koeweide.
Op 26 maart 1889 wordt overgegaan tot openbare verhuur van weiden in de Ommerkoeweide, ten woorden van het Ommerkanaal. De beweiding mag plaatsvinden door koeien, pinken, kalveren en ossen.
De weide is gemeenschappelijk en de tijd van beweiding loopt van 1 mei – 1 november (dag en nacht). Het aantal weiden is vast gesteld op 80 weiden en brengt op f 1060,75
In 1890 is de opbrengst f 609,50
In 1891 is de opbrengst f 846,-
In 1892 is de opbrengst f 1102,50
In 1893 is de opbrengst f 1207,50
In 1894 is de opbrengst ?
In 1895 is de opbrengst f 868,-
In 1896 is de opbrengst f 781,25 (78 weiden)
In 1897 is de opbrengst f 1065,75 (80 weiden)
In 1898 is de opbrengst f 1151,50 (80 weiden)
In 1899 is de opbrengst f 1089,- (80 weiden)
In 1900 is de opbrengst f 876,- (80 weiden)
In 1901 is de opbrengst f 1100,25 (80 weiden)
In 1902 is de opbrengst f 1111,25 (80 weiden)
In 1903 is de opbrengst f 934,- (80 weiden)
In 1904 is de opbrengst f 1104,- (80 weiden)

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-219+220 # Vertaling: Lenka Barteczkova

1885 – Verpachtingen gemeente-eigendommen

Stad-Ommen
Op 4-7-1885 wordt het jachtrecht voor 6 jaar (1-9-1885 tot 31-8-1891) verpacht in twee percelen:
a. De Woeste-koeweide nabij de Ommerschans groot 160 ha aan Arend van der Veen, koperslager te Stad Ommen voor f 37,-
b. Het Ommerbosch groot ± 160 ha aan Gerhardus Schuttert zonder beroep, te Stad-Ommen voor f 42,-

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-220 # Vertaling: Lenka Barteczkova

1882 – Verpachtingen gemeente-eigendommen

Van 11-11-1882 – 11-11-1888 worden Stads landerijen verpacht opbrengst f 180,25.
Van 11-11-1888 – 11-11-1894 idem, opbrengst f 183,-
Van 11-11-1894 – 11-11-1900 idem, opbrengst f 155,75
Van 11-11-1900 – 11-11-1906 idem, opbrengst f 136,75
Van 11-11-1883 – 11-11-1889 idem, opbrengst f 428,75
Van 11-11-1889 – 11-11-1895 idem, opbrengst f 428,25
Van 11-11-1895 – 11-11-1901 idem, opbrengst f 393,-
Van 11-11-1901 – 11-11-1907 idem, opbrengst f 390,75

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-220 # Vertaling: Lenka Barteczkova

Brief over keistenen op de Lemelerberg (2)

map1-291Ambt-Ommen, 21-6-1842
Aan G. Rikkers te Hattem
Onderwerp: Keistenen

Ten gevolge uwer Ed. missise van den 18 Juny l.l. breng ik ter uwer kennis dat ik volgens afspraak van den Lemelerberg van de steenen voor uwer rekening in vroegere uren gegraven en bij een gezocht twee en twintig en een halve last heb doen weg halen of 90.000 stenen. Ik heb volgens afspraak met U Ed. aan de markte van Lemele daar voor betaald, de som door U Ed. aan de martkte verschuldigd van f 13 = 50 zijnde 60 cent per last. Ik heb aan K. Veldman een som van f 20,- en G. Boeseman of Bergman een som van 2 = 50 betaald, zijnde voor het graven en zoeken des keistenen à eene gulden de last welke som nog voor het arbeiden verschuldigd was terwijl K. Veldman nu nog aan U Ed. voorstelt ongeveer 15 gulden van verscheidene lasten keistenen welke zich nog aan den berg bevonden aan de markte van Lemele te voldoen. Ik was voor nemens eene groote hoeveeleid keistenen gelegen aan de oever van de Regge bij den landbouwerd Belt Ared met schuiten te doen weghalen toen mij werd aangezegd dat U deze keistenen aan den schoolmeester van den Ham had verkocht. Mocht U Ed. mij nader iets aangaande deze keistenen mede te delen hebben als dan verzoek ik U Ed. uwen brief aan den Heer Burgemeester Uwer gemeente te bezorgen met verzoek deze mij te willen opzenden.

De burgemeester

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-291 – 21 juni 1842

Berigt op het verzoek om op de Lemelermolen te mogen pellen

    Ommen, den 8 november 1841

No.462
Berigt op het verzoek om op de Lemelermolen te mogen pellen.

  Ter voldoening aan uw Rd.Gest afsostelle ? dd. 8 dezes, onder welker geleide mij ter fine? van berigt en consideratie gewiest? een rekwest van Berend Jan Immink, Teunis Hallink, schoolmeester en landbouwers in de buurtschap Lemele Gemeente Ambt-Ommen. Daarbij verzoekend om aangevoerde redenen hunne granen op de Lemeler Molen gepeld te kunnen krijgen.
  Zo heb ik de eer u met terugzending te dienen dat er behalve de Lemeler Molen nog twee Pelmolens in de gemeente Ambt-Ommen bestaan, welke voor het gerijf? der ingezetenen meer dan voldoende kunnen geacht worden, als zijnde in de kom der gemeente gelegen, terwijl er buitendien nog drie Pelmolens onmiddellijk grenzend aan de gemeente Ambt-Ommen zijn gelegen als te Hellendoorn (zijnde slechts een uur van de buurtschap Lemele verwijderd) alsmede de gemeente Den Ham en het Ambt Hardenbergh. Dat de verbouw van garst in de gemeente Ambt Ommen van weinig belang is en grotendeels gemalen wordt, om te dienen tot mesting en voeding van het vee, maar zeer weinig voor huiselijk gebruik.
  Dat de gedachte Lemeler Molen gelegen in een open vlak terrein, verwijderd van het toezigt der ambtenaren zich tot op heden de gunstige gelegenheid tot sluiten maar al te goed ten nutte heeft gemaakt, waarvoor geen verdere bewijzen zullen zijn aan te halen en men deze schandelijke verkrachting van Rijkswetten zouden faciliteren door de vergunning tot pellen te verlenen, welke het reeds zoo mogelijk toezicht op die molen zoude vermeerderen, door art. 14 der Wet op het Gemaal dd. 29-8- 1833 (Stbl. Nr 3) niet verbiedt om na zonsondergang te mogen pellen. Met aanmerking van de aangevoerde redenen vinde ik mij in het belang van Rijks Schatkist verpligt te moeten adviseren en het verzoek worden gedifficulleerd?
    Les controleurs der divisie Ommen gestrends ?

Aan den Heer Burgemeester der Gemeente het Ambt- Ommen

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-283/284 # Vertaling: Miny Vroegindewey

Brief aan gouverneur Overijssel: werklieden en werkzaamheden in fabrieken

   24 juli 1841
  Aan de gouverneur van Overijssel

Ter voldoening aan Uw exc. Besluit dd 17 juli l.l. no. 2836/2366 Provinciaal Blad nr.59 betreffende de werklieden en werkzaamheden welke in de fabrieken werkzaam zijn in deze gemeente, zend ik hiernemens eene staat met de opgave dienaangaande.
   De Burgemeester Gemeente Ambt Ommen

  1. Fabriek van steenen pannen en tegelen gelegen in de buurtschap Lemele alwaar een dertigtal werklieden arbeiden.
  2. 21 mannen
    2 vrouwen
    4 jongens
    3 meisjes
    Op deze fabriek is één kind beneden de 10 jaren, de overigen allen boven de 14 jaren en behorenden allen tot den boerenstand.
  3. Van april tot oktober wordt bij goed weder elke dag, uitgenomen de zondag, gewerkt van s’morgens 5 uren tot des avonds 6 uren. Van oktober tot april worden slechts enkele manspersonen gebruikt tot kleigraven.
  4. De overige uren van rust zijn des morgens tussen 8 en 9 uren, des namiddags tussen 12 en 1 uren, des avonds van 4 uur tot half 5.
  5. De mannen vormen steen of kruien leem aan. Anderen bewerken de klei, anderen zetten de gevormde steen op, anderen brengen de gevormde stenen in den oven, de vrouwen besnijden de steen, de kinderen zetten de steenen op een verdrager dezelve naar de lagen in den oven.
  6. In deze fabriek zijn geen buitengewone werktuigen.
  7. In deze fabriek zijn geen buitengewone werktuigen
  8. Het gemiddelde bedrag der werklonen is voor groten ruim 68 cents per dag, een vrouw verdient met 6000 stenen vormende
    Daags £ 1, 20, een kleibereider £1, 20, een kleikruier £ 0,84, een schabulder? £0, 72, een hagenzetter £ 0, 60, een besnijdster £ 0,90, de afdragers per dag werk £ 0,45, de kruiers per dag £ 0,50.
    Betalingen in natura worden op de fabriek niet gedaan.
  9. In de buurtschap Lemele is een school voor de kinderen. Op de fabriek arbeidenden kunnen echter alleenlijk des winters gebruik van maken.

De eigenaren dezer fabriek behooren tot de zogenaamde afgescheidenen godsdienst dragen zoveel zorg wat aangaat het godsdienstige der werklieden op hunne fabriek.

  Aldus opgemaakt door mij, Burgemeester der Gemeente Ambt Ommen.

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-281/282 # Vertaling: Miny Vroegindewey

Brief aan den Gouverneurs van Overijssel: Opgave voor een provinciale kaart

    Den 22 juli 1841

Opgave voor een provinciale kaart

   Aan den Gouverneurs van Overijssel

  Ter voldoening aan Uw Hoog dd gestrenges besluit van den 25 juni l.l. nr. 85 heb ik de eer te berigten

  1. dat zich in deze gemeente 12 buurtschappen bevinden, als de buurtschap, belend aan de zuidelijke kant aan de gemeente Hellendoorn en aan de noordzijde de buurtschap Archem.
    De buurtschap Archem, belend aan de zuidkant de buurtschap Lemele en de noordzijde gelegen aan rivier De Regge
    Besthemen, liggende ten noorden van de buurtschap Archem en ten zuiden en zuid-westen van de buurtschap Zeese.
    Zeese, liggende ten noord-westen van de buurtschap Besthemen, belendende ten Noorden aan de Stad Ommen.
    Beerze, hebbende ten oosten de gemeente Ambt-Hardenberg, ten noorden de rivier de Vecht, ten westen de buurtschap Junne en ten zuiden de gemeente Den Ham.
    Junne, gelegen ten westen van de buurtschap Beerze en ten oosten van Zeese.
    Giethemen, gelegen aan de westzijde van de rivier de Regge, hebbende de buurtschap Vilsteren ten westen.
    Vilsteren hebbende ten oosten de buurtschap Giethemen ten westen de gemeente Dalfsen en ten noorden de rivier de Vecht en de Regge.
    Varsen, gelegen aan de noordzijde van de rivier de Vecht, hebbende ten westen de gemeente Dalfsen, ten noorden de gemeente Avereest en ten oosten de Stad Ommen.
    Stegeren, belend aan de westzijde de buurtschap Arriën en aan de oostzijde de gemeente Ambt-Hardenberg en insgelijk gelegen op den noordelijken oever der rivier De Vecht.
    (N.B. Kennelijk heeft de schrijver Dalsmholte vergeten)
  2. de weg van Zwolle op den Hardenberg beginnende in deze Gemeente onder de Buurtschap Vilsteren, lopend door deze gemeente over de Stad Ommen door de buurtschap Arriën langs de herberg de Wolf in de gemeente Ambt-Hardenberg.
    de weg van Ommen naar Raalte beginnende te Zeese in deze gemeente en lopende over de Nieuwe Brug langs de Lemelerberg en Steppenbeld in de gemeente Raalte.
    de weg van Ommen naar Hellendoorn beginnend aan de Nieuwe Brug uit de weg van Ommen op Raalte en lopende langs de Lemelermolen in de gemeente Hellendoorn.
    de weg van Ommen naar Den Ham en vandaar beginnende op het Besthemerveld uit de weg van Ommen op Raalte en lopende door de buurtschap Cooste ? in de gemeente Den Ham.
  3. de weg van Ommen door Zeese Beerze den Mariënberg en klooster Sibculo. In deze weg bevinden zich twee duikers Op het Junnerveld.
    de weg van Ommen naar Stegeren. In deze weg bevinden twee duikers.
    de weg door de buurtschap Varsen naar de Hessenweg. Hier bevindt zich een brug.

Wordt vervolgd…..

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-277/280 # Vertaling: Miny Vroegindewey

Koninklijk besluit: Verzoekende toegelating tot het inrigten eener Christelijke afgescheidene gemeente

Koninklijk besluit van 28 april 1841, nr. 95

  Wij Willem II, bij de Gratie Gods Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groothertog van Luxemburg, enz. enz. enz.

  Op het rapport van Onzen Minister van Staat, belast met de Generale Directie voor de zaken der Hervormde Kerk enz. van den 15 april 1841, nr 11 omtrent een adres van A.C. van Raalte namens inwoners van Ommen, Stad en Ambt, verzoekende toegelating tot het inrigten eener Christelijke afgescheidene gemeente.
  Gezien het rapport van Onzen Minister van Jusititie van de 22 dezes nr.4.
  Den Raad van State gehoord (advies van den 27 dezes nr. 6).
  Gezien het Koninklijk Besluit van den 5 juli 1836, nr 75, lett.a. tweede lid.
  Gelet op ons nader besluit van den 9 januari 1841, nr 23.
  In aanmerking nemende dat er geene redenen bestaan om hunne toelating te verhinderen als hebben de zij door hen individueel geherkend adres ingediend overeenkomstig de bepalingen des grondwet op het inleveren van verzoekschriften terwijl zij
 a. het reglement op het kerkbestuur en de inrigting der Christelijke Afgescheidene Gemeente de lit recht als het hunne aannemen.
 b. aanwijzing hebben gedaan van het locaal tot uitoefening der Eredienst ten aanzien waarvan is gebleken dat het wat de ligging aangaat daartoe geschikt is en dat uit het verlangde gebruik geen hinder voor andere Godsdienstige gezindheden of stoornis der publieke orde en veiligheid te duchten is.
 c. De verklaring hebben afgelegd dat zij in de kosten van hunne eredienst, mitsgaders in de verzorging van hunne behoeftigen buiten bezwaar van het Rijk zullen voorzien en de gelijke verklaring hebben gedaan dat zij nimmer enige aanspraak zullen maken op de bezittingen, inkomsten en regten van het Hervormde Kerkgenootschap of van enige andere Godsdienstige gezindheid en aan de wetten van den Staat zullen gehoorzamen.

   Hebben besloten en besluiten

    Art. 1
  De verzochte toelating wordt aan de adressanten verleend en mitsdien vergund het bestaan binnen de Stad Ommen van een Christelijke Afgescheidene Gemeente, bestuurd volgens de bepalingen van het reglement der Christelijke afgescheidene gemeente te Utrecht.

    Art. 2
  Deze gemeente zal hare openbare eredienst uitoefenen in het gebouw staand en gelegen aan de Bouwstraat te Ommen.

    Art.3
  De gemeente van afgescheidene Christenen voornoemd is onderworpen aan alle Wettelijke bepalingen en Gouvernementsverordeningen welke met betrekking tot alle andere Kerkgenootschappen of kerkelijke gemeenten in dit rijk, in het algemeen thans bestaan of in het vervolg mogten worden vastgesteld.

  Onze minister van Staat is belast met de uitvoering van dit besluit waarvan afschriften zullen worden gezonden aan onzen minister van justitie en aan den Raad van State tot informatie, gegeven te s’Gravenhage den 28 april 1841 (get) Willem

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-275/276 # Vertaling: Miny Vroegindewey