Op 15 April 1912 en 31 maart 1913 worden 115 weiden in de Ommerkoeweide ten noorden van het Ommerkanaal, onder Stad-Ommen gelegen, openbaar verhuurd.
Op de gehuurde percelen mogen weiden:
Koeien, pinken, kalveren en ossen.
De tijd van in weiding (dag en nacht) loopt van 2 mei tot 1 november 1913, resp. 1-5-1912 tot 1-11-1912. Indien nodig mag na het verwijderen van het hooi van de eerste snede ook de Woeste worden bereid. Het vee moet voor de in weiding worden gebrandmerkt. Het vee mag door de huurder vervangen worden nadat op- en afbranding heeft plaatsgehad. De algemene opbranding geschiedt vanwege het gemeentebestuur kosteloos. Voor het laten op- en afbranden is 10 cent voor het op- en 10 cent voor het afbranden verschuldigd; te betalen aan de opzichter in casu de koeherder.
Het betreft hier een gemeenschappelijke beweiding.
De opbrengst is in 1912 f 1610,-
De opbrengst is in 1913 f 1631,75
Ook in 1911 (1-5-1911 tot 1-11-1911) 70 weiden totaal met een opbrengst van f 981,75.
In 1910 is de opbrengst van 115 weiden f 1760,50
In 1909 is de opbrengst van 115 weiden f 1862,-
In 1908 is de opbrengst van 115 weiden f 1659,50
Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-218+219 # Vertaling: Lenka Barteczkova