“Alzoo het bisschop Otto III behaagde hen op den St. Bartholomeusdag van dat jaar (1248) met Stadsvoorrechten te begunstigen en wel in dezelfde mate en uitgestrektheid als te voren reeds door hem of zijne voorzaten aan de drie grootere steden Deventer, Kampen en Zwolle verleend waren. (sted. Hist. v. Overijssel) Zo staat te lezen in “Beschrijving van Ommen”, 1829, blz. 12.
afb. OudOmmen
De onbekende schrijver hiervan zegt, dat dit de oudste brief is, die zich in het Stadsarchief bevindt en op perkament is geschreven. Hij laat deze brief voor de oorspronkelijke stadsbrief doorgaan. In de “Geschiedenis van Ommen”, blz. 11 heb ik vermeld, dat wij hier hoogstens met een afschrift te doen hebben en dat het origineel (om welke reden dan ook) niet bewaard is gebleven. Aan de echtheid van dit afschrift wordt echter niet alleen getwijfeld, het wordt algemeen als vervalst erkend. Er komen n.l. verschillende onjuistheden in voor. Als dag van het verlenen van de stadsrechten noemt de onbekende Schrijver St. Bartholomeusdag (24 aug.), en in het stuk staat “daags na” St. Bartholomeusdag (25 aug.). Als jaar van het verlenen van deze rechten wordt aangenomen 1248 en in het afschrift staat 1208. Verder hangt aan het stuk een fragment van een zegel in rode was. Dit zegel is evenwel niet van Otto III, maar van bisschop David van Bourgondië. Verschillende schrijvers delen dezelfde mening. Mr. G.J. ter Kuile zet in het “Oorkondenboek van Overijssel, I”, blz. 210, nr. 133 (1963), na de vermelding van dit stuk er zonder meer achter “vervalst”, en noemt het een “schijnbaar, oorspr. charter”.
K. Heeringa schrijft in het “Oorkondenboek van het Sticht Utrecht tot 1301”, nr. 1180, blz. 509 in een kopnoot: “het schrift dezen oorkonde wijst op de 17e eeuw als dan tijd van ontstaan; het resterende deel van het zegel vertoont geen overeenkomst met dat van bisschop Qtto III. Lees verder Vragen rondom het stadsrecht van Ommen