Vanaf de eerste adventszondag (30 november) zijn de midwinterhoorns weer te horen. Ommen blijft daarin niet achter.
De Ommer Midwinterhoornbloazers zijn er weer klaar voor.
Agenda De Ommer Midwinterhoornbloazers oefenen al volop in een van de ruimten van het Historisch Museum in Ommen om straks een aardig toontje mee te kunnen blazen. De leden van de in 2020 opgerichte club komen wekelijks bij elkaar om de kneepjes van het blazen onder de knie te krijgen. De Ommer blazers zijn graag geziene gasten op de komende winteractiviteiten. “De agenda voor kerstmarkten en andere winterse evenementen loopt alweer mooi vol”, zegt Ton Klein Koerkamp, secretaris van de groep mannen. De Ommenaren zijn present op de Ommer dinsdagwarenmarkt en op kerstmarkten en winterfairs in Ommen en omgeving.
Aan de zuidkant van de Hammerweg op Landgoed Eerde heeft jarenlang een rentmeesterswoning gestaan, ook wel Boswachtershuis genoemd.
Deel van prentbriefkaart met daarop de rentmeesterswoning van Eerde, circa 1930. Zie voor meer foto’s het fotoalbum “Rentmeesterswoning Eerde”
Locatie herkenbaar De ruime woning met serre werd gebouwd in 1830 door de kasteelheer van Eerde, Baron van Pallandt. Oorspronkelijk bood de woning onderdak aan de rentmeester(s) van Landgoed Eerde. Door een brand in 1972 werd de woning geheel verwoest. De uitgebrande woning is helaas nimmer weer opgebouwd. De locatie waar de rentmeesterswoning heeft gestaan (tussen de Baron van Pallandtlaan en de Kasteellaan) is nog altijd goed herkenbaar.
Familie Frens Op 27 juni 1914 werd de woning betrokken door Jan Frens uit Apeldoorn en zijn gezin. Boswachter Frens werd door baron van Pallandt naar Ommen gehaald vanwege de contacten die de baron had met prins Hendrik en de jacht. Frens had wel interesse in de hem aangeboden nieuwe functie van rentmeester op landgoed Eerde; zo gezegd zo gedaan. Overigens kwam dat de toen nog jonge baron Philip Dirk van Pallandt (1889-1979) – die het landgoed in 1913 erfde – heel goed uit, aangezien hij geen ervaring had als eigenaar van een landgoed.
In het gezin van Jan Frens werden 5 kinderen geboren: Willem, Jan, Johan, Bertus en Anna. Na zijn pensionering is Jan Frens Senior blijven wonen in de rentmeesterswoning. Omdat het huis erg groot was werd in de vijftiger en zestiger jaren de woning dubbel bewoond. Zo kon aan onder andere de families ter Horst en Piet Lub onderdak worden verschaft. Woningnood in de kom van Ommen werd bij de familie Lub tussen 1950 en 1957 dan ook opgelost met het bewonen van het linker gedeelte van de ruime woning. Op 17 augustus 1952 werd hier hun eerste zoon Dirk geboren. Na het overlijden van Frens in 1961 werd de woning bewoond door Willem van Aalderen. Dit tot aan de brand in 1972 toen ook de gehele inboedel in rook opging en Van Aalderen en zijn gezin elders onderdak moesten zoeken.
Het nieuwste (en helaas laatste) uitgave van het digitale historisch tijdschrift ‘Overijssel Toen en Nu’ is nu te lezen op de website OudOmmen.nl.
Slag bij Ane In de jongste uitgave van 2025 onder andere een interessant artikel over de Slag bij Ane. In de zomer van 1227 verzamelde prins-bisschop Otto II van Lippe bij Ommen een groot leger. Het bestond uit ridders uit Salland, het Land van Vollenhove, Twente en het Nedersticht, aangevuld met troepen uit Bentheim, Kleef, Holland, Münster en Keulen. Zelfs de Gelrese graaf Gerard, normaal zijn rivaal, voegde zich bij hem. Velen van deze ridders waren geharde strijders die nog op kruistocht in Egypte hadden gevochten. Per boot en te land trokken ze naar het moeras bij Ane, waar een rebellenleger hen opwachtte. De opstand stond onder leiding van Roelof II van Coevorden, een voormalig dienaar van de bisschop die zich tegen zijn leenheer had gekeerd. Hij bracht niet alleen zijn eigen ridders en Drentse boeren (en boerinnen) mee, maar ook steun uit Friesland, Groningen en uit enkele Duitse steden.
Keerpunt in de geschiedenis De Slag bij Ane en de Drentse oorlogen markeren een keerpunt in de geschiedenis van Noordoost-Nederland. Voor de Drenten leidde het tot de bevestiging van hun autonomie en de wording van een boerenrepubliek die tot ver in de late middeleeuwen standhield. Voor Groningen luidde het de weg in naar een semi-stadsstaat. In Overijssel waren de gevolgen een grotere grip van de adel op het platteland en de bloei van de IJsselsteden. Stuk voor stuk ontwikkelingen die het karakter van dit deel van Nederland in sterke mate hebben bepaald. Lees verder in het novembernummer van 2025.
“Om langs de Vecht te wandelen naar Dalfsen moet men uit het Laar komend, een minuut of twintig langs de verharde weg in de richting van Vilsteren wandelen.”
1979. Stationsgebouw Vilsteren net voor de afbraak.
Bordjes We lezen met u mee uit het bondsblad De Kampioen van de ANWB zomer 1953: “Daar echter het verkeer langs deze weg niet druk is – de grote weg Zwolle – Ommen ligt ten noorden van de Vecht – en de smalle asfaltweg langs leuke punten voert (zoals de brug over de op helaas niet zo erg fraaie wijze gekanaliseerde Regge), hoeft dit stukje „harde weg” geen bezwaar te vormen. Een eindje voorbij de Reggebrug, waarnaast op het ogenblik een nieuwe en naar te hopen is, steviger brug gebouwd wordt, kan rechtsaf geslagen worden. Hier versieren, of liever ontsieren, een vrij groot aantal bordjes met „verboden terrein” de bomen en paadjes. Maar omdat langs deze paden en weggetjes wel overal rustieke banken, bestaande uit een doormidden gezaagde boomstam, blijken te staan, en behalve een nieuwsgierige koe op de „uiterwaarden” van de rivier niemand de eenzame wandelaar gadeslaat, wordt het niet geheel duidelijk waarom en voor wie deze terreinen nu eigenlijk verboden zijn. Ze behoren aan een familie N.V. en het is natuurlijk niet onmogelijk dat de bordjes er alleen maar staan om op niet-op-heterdaad-betrapte stropers toch de hand te kunnen leggen. Dit is o.a. de betekenis van de borden met „Verboden Toegang” op het landgoed Eerde, meer zuidelijk gelegen, waar tegen rustige wandelaars, zelfs als zij geen toegangskaart bezitten, niets wordt ondernomen.
December 1955. Op de valreep van zijn vertrek naar Spanje heeft Sinterklaas, zoals altijd geflankeerd door zijn (daarom trouwe) knecht, gisteravond een bezoek gebracht aan de kampen Eerde en Laarbrug bij Ommen.
Op beide woonoorden bevinden zich de Keiëzen en Tanimberezenm bewoners van de Molukken, die in ons land zijn ondergebracht. Ze zaten reeds lang van te voren op de komst van de kindervriend te wachten.
“De verbinding Zwolle – Ommen wordt deze zomer voor het eerst niet meer onderhouden door het gezellige, maar wel erg vuile, langzame en oncomfortabele stoomtreintje, dat enige generaties lang de reislustigen van- en naar Zwolle heeft gebracht.”
De afwisseling van boscomplexen, weilanden, houtwallen, met daartussen telkens het water van de rivier de Vecht en haar vele afgedamde en tot rust gekomen bochten, verleent zo’n grote bekoring aan een wandeling van Ommen naar Dalfsen.
Toeristenlijn Bovenstaande schrijft het ANWB-weekblad ‘De Kampioen’ dat in de zomer van 1953 verscheen. Het bondsblad vervolgt verder: “De eerste reizigers op deze lijn zullen wel hoofdzakelijk boeren zijn geweest, later echter werd het meer en meer toeristenlijn. Weinig Nederlandse boemeltjes van zo’n beperkte allure hebben zó veel buitenlandse reizigers vervoerd. In de jaren voor de oorlog vormde Ommen immers een centrum zowel voor de padvindersbeweging als voor de Theosofische Vereniging. Uit beide kringen kwamen veel vreemdelingen naar Ommen. Na de oorlog kreeg het traject een nieuwe betekenis: ’s nachts dreunen er de eindeloos lange olie-treinen voorbij, die hun lading van de boorvelden achter Mariënberg halen. Maar door de jaren heen moest het treintje steeds meer toeristen vervoeren: de schoonheid van de Ommense bossen, heuvels en vennen werd in steeds groter kring bekend. Dit jaar, bij de ingang van de zomerdienstregeling, mochten de ietwat museale spoorwegwagons eindelijk op stal gaan en diesel-elektrische treinen van het nieuwste, blauw geschilderde type, deden hun intrede. De reis duurt nu ook aanmerkelijk korter, en omdat in Zwolle behoorlijke aansluiting met de grote treinen bestaat, kan men Ommen in drie uur van het westen uit bereiken.
“Het rustige Ommen, dat alleen op marktdagen een meer dan gewone bedrijvigheid kent, is een oud stadje met een veelbewogen historie.”
1939. Gezicht op Ommen met de op 29 september 1937 officieel in gebruik genomen nieuwe brug over de Vecht
Verkeersbrug “In de laatste jaren heeft men aan de verbetering van het wegennet groote aandacht besteed, zoodat men ‘zonder schokken’ het landelijk gelegen ‘stedeke’ kan bereiken. Een belangrijke verbetering die kortgeleden tot stand kwam is de nieuwe verkeersbrug over de Vecht, het riviertje door de Romeinen met “Fectio” aangeduid en ook genoemd Fehta (h = ch),waarin de beteekenis van “velieren” en “varen” wordt teruggevonden”, zo valt te lezen in een tijdschrift uit 1939 dat de aandacht op Ommen legt.
Stadsrechten “Het was in de eerste helft der 13e eeuw dat de Bisschop van Utrecht, begrijpende dat er om de oproerige edelen in bedwang te houden, geen beter middel was, dan den opkomenden derden of burgerstand te begunstigen, het besluit nam het getal steden in het Oversticht te vermeerderen, waartoe hij in 1248 aan Ommen de stadsrechten, een bijzondere privilegie in die dagen, verleende.
OMMEN – Met luid gejuich en veel vrolijkheid is Sinterklaas zaterdagmiddag verwelkomd in Ommen.
Met een draaiende molen op de achtergrond zorgde de jaarlijkse Sinterklaasintocht voor een typisch Hollands sfeertje.
Als eerste de hand De Vechtkade was zwart van kinderen met ouders of opa en oma om maar geen glimp te missen van de komst van de Goedheiligman. De kou kon niemand deren. Met een draaiende molen op de achtergrond zorgde de jaarlijkse Sinterklaasintocht weer voor een typisch Hollands sfeertje.
Met een knipoog naar het verleden kan straks een historische wandeling door het centrum van Ommen gemaakt worden.
1970. Het oude kantongerecht/belastingkantoor aan de Markt met rechts de ronde muziektent.
Bijzondere plekken Wat de wandeling onderscheid van andere historische wandelingen is dat het specifiek gaat over “Verdwenen Erfgoed”. Het idee van de erfgoedwandeling is afkomstig van de Stichting OudOmmen.nl, Stichting Marketing Ommen en het CCO. Samen hebben zij deze bijzondere wandelroute ontwikkeld. De ongeveer 3 tot 5 kilometer lange route gaat langs 26 bijzondere plekken die weer tot leven gebracht gaan worden. Zo is er onder andere aandacht voor het oude kantongerecht, een oude Vechtarm en de stadsgevangenis. De naam van de wandeling “Verdwenen Erfgoed” is ook op elk informatiebord vermeld.
QR-code Op elk van deze locaties staat een informatiebord met oude foto’s, historische toelichting en een QR-code met extra achtergrondverhalen, zowel in tekst als audio. De borden zijn vormgegeven in de herkenbare huisstijl van Marketing Ommen en vertellen stuk voor stuk een verhaal over de stad van toen.
Zestien borden komen, met toestemming van de eigenaren, op particuliere grond te staan. Voor de overige tien borden, die op gemeentegrond worden geplaatst, heeft het college van B en W van de gemeente inmiddels rond licht gegeven. De realisatie van de route wordt mede mogelijk gemaakt door een bijdrage van 5.000 euro van het Cultuurfonds. Daarnaast stelt het college van B en W nog eens 4.000 euro beschikbaar om het project te ondersteunen.