Boer Teunis gaat naar de markt met een koe en komt terug met een….

1899. Op de markt in Ommen. Achter is het kantongerechtsgebouw zichtbaar.
Een verhaal geschreven door Céline Schaake-Verkozen.
Koeien
Er was eens… een boer. Hij woonde in een boerenhuis. Maar niet alleen. Nee, met zijn vrouw en zijn ene dochter. De andere kinderen waren allang getrouwd, maar Mina, de jongste nog niet. Zij hielp haar vader, de boer, en haar moeder, de boerin, bij het werk in huis en in de stal. Want zij hadden ook een stal. Natuurlijk, anders waren het geen echte boeren. In de stal woonden twee koeien en vier konijnen en een varkentje. De koeien lagen met hun gezichten naar de voorkant. Zo konden ze gezellig naar de mensen kijken. En af en toe, als de boer of de boerin of Mina langs de koeien liepen, streelden ze even de grote, donkere warme koppen.








