Het Vrijthof was vroeger een met lindenbomen omzoomd plein

Aan de oostkant van het Vrijthof stond vroeger de openbare school en aan de overkant op de hoek met de Bouwstraat hotel Het Zwarte Paard van de familie Gerrits.

1927. Kinderen van de school spelen op het Vrijthof, tevens schoolplein. Links de stadspomp, waaruit zo te zien juist iemand water heeft gehaald. Op de achtergrond Hotel Het Zwarte Paard.
Zie voor mee foto’s van het Vrijthof het fotoalbum “Vrijthof”

Verder bevonden zich rondom het plein winkels en huizen. Het Vrijthof werd met lindenbomen omzoomd. De huidige doorgang naar de Julianastraat was er nog niet, want de huizen stonden tot aan de toenmalige openbare school.

Openbare school

Na eerst aan het Kerkplein gezeten te hebben werd op 6 november 1847 aan het Vrijthof een nieuwe openbare lagere school geopend. Een twee-klassige school met één lokaal aan het Vrijthof en één daarachter. Het Vrijthof zelf deed dienst als speelterrein voort de kinderen. De school kreeg de naam “De Bijenkorf”. Hoofd der school was Gerrit Jan van der Heide, die tevens koster en voorzanger in de kerk was. Door de stijging van het aantal leerlingen werd de school te klein. Door enkele huizen af te breken ontstond in 1883 de mogelijkheid tot uitbreiding van een school met 6 lokalen, binnenplaats Boven de entree van de school was een plaat gemetseld met daarop vermeld: ‘Gemeenteschool anno october 1883’.

ULO

In 1922 komt er een belangrijke verbetering van het onderwijs in Ommen. Aan de school wordt dan toegevoegd het ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs) als vervolgonderwijs na de lagere school. In 1936 komt er een belangrijke verbetering in het schoolgebouw zelf met een verbouwing.

Bakker Wicherson

Op de hoek met de Bouwstraat bevond zich de winkel en bakkerij van Geert Wicherson. Bakker Geert Wicherson was een statig man, op en top bakker, zakenman en lid van de gemeenteraad. Wicherson had een flinke bakkerij en een drukbeklante winkel. Om het draaiend te houden hadden ze een paar knechten en dienstmeisjes in dienst. Gerrit, Koos de en Aaltje waren de kinderen uit het gezin Wicherson. Gerrit was net als zijn vader bakker en volgde hem later op. Aaltje trouwde met Jan Timmerman en ging wonen aan de Van Raaltestraat. Gerrit deed later de zaak over aan Gerrit Kampman van de Spar. Later kwam er een bloemenzaak en tegenwoordig is het kantoor.

Truin

In de woning verderop woonde de familie Truin. Het ging om Mans, Hendrik en Martha Truin, bij de Ommenaren beter bekend als “De Truun’s”. Hendrik en Mans waren allebei bij de post als postbesteller Zij hielden ook kippen en varkens die nog wel eens door kwajongens “bevrijd” werden. De Truin’s stonden bekend dat ze goed op de kleintjes pasten. Het verhaal gaat dat er ’s avonds iemand aan de deur stond en vroeg: “Truin slaap je al?” waarop Truin antwoordde “Nee”. De vraag kwam toen: “Kun je me ook een gulden lenen?” met prompt als antwoord van Truin: “Nee, ik slaap al…!”. Een andere bezigheid van Truin had een plaatselijke stadsdichter al eens op het idee gebracht van het gedicht: “Truin, Truin, wat moet dat beduid’n?, al die keutels weg te krui’n. Laat ze maar liggen, ze zijn van onze biggen”.

Doorbraak

Na Truin had je het huis van de familie Luttikhof en dan die van Willem Rekers. Toen er een doorbraak moest komen richting Julianastraat werden de in de weg staande woningen gesloopt. De familie Luttikhof ging wonen aan de Julianastraat. De woning van Truin kwam in 1979 onder de slopershamer.

Sikken

Aan de andere kant van de school stond ook nog een huis van de weduwe Foekert. Ook deze stond zo dicht bij de school dat na afbraak de grond bij het schoolplein werd betrokken. In de steeg aan de achterkant van het huis woonde een Naber. Als bijverdienste hield hij er een bok op na. Veel mensen in Ommen hadden één of meer sikken. De bok van Naber was verantwoordelijk voor een groot Ommer sikkenbestand. Als je iemand met een sik aan touw over het Vrijthof zag gaan dan wist iedereen de bestemming.

Makkinga

Ertegenover stond nog een huis dat werd afgebroken voor een fietsenhok. In het voorste deel woonde Fenne van Slots. Daarachter was nog een soort van afdak en een kamer waar Martend Makkinga met zijn vader en moeder woonde. In die tijd had Jan Makkinga het achterste gedeelte van het huis in gebruik als paardenstal. Voor afbraak door de gemeente heeft Herman van Gezinus Bos met Nellie Kothuis er nog gewoond en de familie Steenbergen.

Van Elburg en Oppedijk

Hendrik van Elburg, de schipper, bouwde naast zijn ouderlijk huis een nieuw huis. Hendrik, getrouwd met Anne Tusveld onderhield na eerst beurtschipper te zijn geweest een vervoerbedrijf waarvoor hij een vrachtwagen had. Toen dit stopte verkochten ze de beide huizen aan fotograaf Berend ter Haar, die Hendrik’s huis ging bewonen en in de andere zijn fotozaak begon. Ernaast stond het huis van meester Oppedijk dat eerder het gemeentehuis van Ommen was. Oppedijk was hoofd van de openbare school aan het Vrijthof. Na verhuizing van Oppedijk kocht mevrouw Makkinga het huis van de familie Oppedijk en betrok het voormalige gemeentehuis samen met haar zoon Martend. Deze laatste verkocht het huis later aan de gemeente die het direct liet afbreken; afbraak was toen schering en inslag, historisch of niet: alles ging tegen de vlakte. Het huis ernaast, waar meester E.H.T. Timmerman eerder woonde en later Dieks Timmerman en Jantina van der Linde, evenzo. Alle behuizingen verderop richting Kerkplein zijn begin zeventiger jaren van de vorige eeuw afgebroken voor bouw van nieuwe winkelpanden.

Tekst: Harry Woertink – Foto: collectie OudOmmen.nl

Plaats een reactie