In dienst van de Stad Ommen, de Stadswaagmeester (1)

De stadsklokkenluider, de stadsomroeper, de stadswaagmeester, de stadsuurwerkmaker, de stadsdienaar, de nachtwacht en de lantaarnopsteker.

In dit pand op de hoek Vrijthof/Kruisstraat was de bakkerij van de familie Lemmers gevestigd met de stadswaag. (tegenwoordig Kringloopwinkel). Op de foto een beer aan de ketting met twee ‘berentemmers’ (zigeuners getooid met hoed) die rondtrekken om de beer kunstjes te laten doen en aan het publiek om een bijdrage vragen. Een marechaussee (rechts) is in gesprek met een van deze mannen. Ook 2 militairen kijken mee.

Beroepen van vroeger van mensen ten dienste van de stad. In deze vervolgserie belichten we hun taak en bijzonderheden.

Dit is deel 1 over de stadswaagmeester. Vroeger maakten de boeren zelf boter van de melk en verkochten dat op de wekelijks botermarkt annex eiermarkt. Om te kunnen handelen moest vooraf het juiste gewicht bepaald worden. Dat was het werk van de stadswaagmeester. Het wegen gebeurde op grote weegschalen met balansen, schalen en gewichten.

Stadsrechten

In 1857 voerde de Stad Ommen een stadswaag in. Het recht op een waag was een van de stadsrechten. Handelaren werden verplicht producten zoals kaas en boter door de stadswaagmeester te laten wegen. Een waag bevorderde de eerlijke handel, want de gewichten waren officieel vastgesteld.

De eerste stadswaagmeester die werd benoemd en beëdigd door de stad was Roelof van Aalderen, een gepensioneerde belastingambtenaar, die aan de Schapenmarkt woonde, het tegenwoordige Vrijthof. Hij  had thuis ruimte om de waag te stallen. Bij markten ging de waag dan naar buiten, soms hangend aan één van de lindenbomen rondom het plein.

Accijns op wegen

De stad hief waaggeld, een soort accijns op het wegen. Het laten wegen van boter kostte voor een vat 10 cent. Voor andere voorwerpen beneden de 50 kg moest 5 cent betaald worden, dat naar boven opliep met een maximum van 35 cent voor zaken boven de 100 kg.

Op 1 januari 1874 werd Van Aalderen als stadswaagmeester opgevolgd door bakker Hermanus Lemmers, die op de hoek van de Schapenmarkt en Kruisstraat een bakkerij en kruidenierswinkel had. Zoon Hendrik Jan Lemmers, eveneens bakker, volgde zijn vader op in 1888 als stadswaagmeester, op dat moment werd ook een wekelijkse botermarkt ingesteld.

Boterfabriek

Er was nog maar weinig te wegen voor de stadswaagmeester toen eind 1800 de vanuit de boerderij ontstane zuivelbereiding overgenomen werd door fabrieken. Boter werd bijna niet meer verhandeld op de botermarkt. De melk ging immers vanaf toen rechtstreeks naar een boterfabriekje, in 1897 ontstaan aan de Hammerweg. Dit boterfabriekje zou later uitgroeien tot de coöperatieve zuivelfabriek De Vechtstreek.

Einde

In 1925 werd de officiële functie van stadswaagmeester opgeheven. Nog lange tijd daarna waren de haken nog zichtbaar in de bomen op het Vrijthof waaraan de schalen en gewichten gehangen hadden. Een speciale waaggebouw heeft Ommen nooit gehad. Sommige cafés hielden er ook een waag op na, waar café Kouwen aan de Markt de laatste was met een waaginrichting voor het wegen van varkens.

In een volgend deel meer over een van de oud beroepen ten dienste van de stad.

Tekst: Harry Woertink – Foto: collectie OudOmmen.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s