WITHAREN – Museum ’t Bakhuis in Witharen geeft een kijkje in het leven en werken van de vroegere bewoners, de gebroeders Borger. Met foto’s, oude gereedschappen, oud keukengerei en oude papieren maakt het museum de geschiedenis van de boerderij Witharenweg 24 zichtbaar.
’t Bakhuis nieuw museum in Witharen, Gerri Timmerman (rechts) heeft het museum officieel geopend.
Foto: Harry Woertink
De plek is heel bijzonder: het oude bakhuis, een stenen huisje, iets van de boerderij gelegen, dat vroeger werd gebruikt om de fornuispot te stoken. De familie Borger heeft hier ooit gewoond en geleefd. Na hun overlijden is de boerderij met schaapskooi gerestaureerd en wordt nu bewoond door het gezin van de kunstenaars Louis van Vilsteren en Thea Dijkema. Beiden timmeren al jaren aan de weg met hun atelier en expositieruimte. Er was genoeg te zien in de beeldentuin achter de boerderij, maar volgens Louis en Thea was de geschiedenis van de boerderij nog niet helemaal compleet. Sinds zaterdag 19 april 2014 is dat dan wel het geval met de opening van Museum ’t Bakhuis. De officiële opening werd verricht door Gerri Timmerman. Als buurmeisje kwam Gerri jarenlang over de vloer van de Borgers. Volgens Gerrie liep ze als kind elk dag wel een keer langs de boerderij. De Borgers hebben zelf vast nooit bedacht dat er nog een museum met hun naam en hun spulletjes zou komen. Maar volgens Gerri is het een geweldig idee.
Eerste bewoners
De eerste bewoner van de boerderij was Gerrit Borger samen met zijn vrouw Hilligje Snijder. Ze trouwden in 1875. Hun zoon kreeg ook de naam Gerrit. Deze trouwde in 1898 met Aaltje van Lenthe. Samen kregen ze 5 kinderen: vier jongens en een meisje. De jongens bleven allemaal vrijgezel. Deze broers: Gerrit, Hendrik, Berend en Herman blijven allen wonen aan de Witharenweg 24 en hadden allemaal hun eigen taken. Ze bewerkten samen het land en hielden schapen. Met de schaapskudde werd over de heide getrokken, die in Witharen voldoende aanwezig was. De gebroeders leefden heel sober. De oudste, Gerrit, had na het overlijden van vader in 1945 de leiding, Hij was goed ontwikkeld, in militaire dienst geweest en had dan ook wat van de wereld gezien. Gerrit was jager met een jachtakte en zat nog in het bestuur van het Waterschap. Na het overlijden van Gerrit bleek broer Berend, die altijd wat stil op de achtergrond was, toch veel capaciteiten te hebben. Hij wilde graag moderner boeren en had ook belangstelling voor wat er in de wereld gebeurde, vooral de politiek. En toen ze een televisie in huis namen was er op een avond van de verkiezingen niemand welkom, want Berend wilde de uitslagen volgen, ook al was hij jarig. Hij nam ook de jacht over en had een jachtvergunning. Zo lang Berend mee ging op jacht had hij het jachtgeweer in de hand, maar zoals later zou blijken, de laatste jaren met een geweer zonder patronen.
Hendrik Borger was van jongsaf de schaapherder. Jarenlang trok hij met de schaapskudde er op uit. Hij zag veel in het heideveld, maar vertelde niet alles. Hij had de gewoonte om het voorjaar der bermen van de sloten af te branden. Dat liep niet altijd goed af. De brandweer moest er aan te pas komen om te blussen. Heidebrand veroorzaakt door een brandglas, concludeerde de brandweer. Hendrik overleed begin 1990. Herman, de jongste, was, wat we nu noemen, verstandelijk beperkt maar wist wel wanneer hij jarig was: met de roggebouw, 6 augustus dus. Van zijn moeder had hij een beetje koken geleerd. Rijstepap koken kon hij goed. Berend heeft nog tot juni 1990 hier alleen in zijn boerderijtje gewoond. Toen dat, ondanks alle hulp, niet meer kon, werd hij opgenomen in verzorgcentrum Clara Feyoena Heem in Hardenberg . Daar paste hij zich snel aan. Hij kreeg er elke dag z’n borreltje en als de fles bijna leeg was, kreeg buurman Wermink opdracht voor een nieuwe te zorgen. Kort voor zijn overlijden is hem verteld dat zijn boerderijtje met Louis en Thea nieuwe bewoners zou krijgen, maar niet zou worden afgebroken. Zijn reactie was: “Hei jong, die oale prut, wat wult ze d’r toch met”.
In goede handen
De boerderij bleek bij Thea en Louis in goede handen. Het resultaat mag er zijn. Er is in de loop der jaren hard gewerkt met veel creativiteit en ondanks veel tegenslagen zijn ze toch steeds weer doorgegaan. En nu is dan ook het Bakhuis klaar, ingericht met allerlei spulletjes van de Borgers. Gerrie Timmerman bood het museum nog enkel dingen aan, onder andere de schaapscheerders schaar. En natuurlijk een pakje “proemtabak”. Wat ook niet mocht ontbreken is het conservenblikje naast de kachel om het sap van de proemtabak in te spugen. Ze konden goed mikken. Het ging meestal goed. Niet altijd.

Afbeeldingen: Harry Woertink.
Klik op de afbeeldingen voor de bijbehorende tekst.
Bron: Harry Woertink met medewerking van Gerri Timmerman – 19 april 2014







Wat goed om deze mooie en historische verhalen ook op deze wijze kenbaar te maken met daarbij de prachtige fotos. Gerrie en Harry bedankt.
LikeLike