Herontdekking kiekebelt Ommerschans

In 1850 was Overijssel nog een tamelijk geïsoleerde provincie achter de IJssel. Zo was er slechts één vaste oeververbinding, de brug bij Kampen.

 In de Ommerschans, ten zuiden van de noordelijke schansgracht en ten oosten van de weg, zijn de contouren nog zichtbaar van een kiekebelt.
Afb.: Willem Bemboom

Deze oeververbinding lag buiten de voornaamste verkeersstromen over land. De steden Zwolle en Deventer moesten het met veren en schipbruggen stellen. Opvallend bij bestudering van oude kaarten van Salland is het enorme aantal “Heeren huysen”. De daarop wonende landadel heeft haar invloed langer behouden dan in andere delen van Nederland. In Salland onderscheidt men twee categorieën landhuizen: de op feodale traditie berustende kastelen (in Overijssel ook havezaten¹) geheten) en de patricische landhuizen²). De kaart uit 1675 over “Transiselania” (Overijssel) van Marco Vincenzio Cornelli geeft een uitgebreid en nauwkeurig beeld van de omvang en de ligging van de adellijke landhuizen. Deze landhuizen hebben sinds de twaalfde eeuw hun stempel gedrukt op het Sallandse landschap.

De macht van de adel berustte economisch op het grootgrond bezit en kon toenemen, doordat de boeren ten gevolge van oorlog en plundering hun bezit afstonden aan een machtige heer in ruil voor bescherming. Het gros van de adel in Salland wist zich op deze wijze te handhaven tot aan de Franse revolutie. Er waren rijke en minder rijke edelen. De rijke adel gaf in de regel enige fleur aan het eentonige leven binnen de marken en buurtschappen. Onder hen bevonden zich heren, zoals die van Eerde en Rechteren, die in hun gebied met hun talrijke erven leefden als kleine vorsten. Er waren echter ook kleine potentaten, waarvan het bezit zich beperkte tot slechts enkele bunders grond.

Opvalland is de grote concentratie van adellijke landhuizen in Salland, in het stroomgebied van de IJssel, Vecht en Regge. Hier was namelijk de meeste grond in cultuur gebracht. Het bezit van een havezate hield ook in dat de eigenaar aan de Overijsselse landdag deel mocht nemen. Deze riddermatigheden, ook wel dienstadel genaamd, staan vermeld in de Sallandse schattingsregisters van de dertiende en veertiende eeuw. De adel is haar macht nu kwijt, maar in Salland heeft de adel veel van haar bezit kunnen behouden. De kaart van Cornelli uit 1675 toont een zeventigtal adellijke landhuizen in Salland. De landhuizen, met een oorspronkelijk classicistisch karakter, namen na verloop van jaren in statigheid toe onder leiding van architect Vingboons. In de achttiende eeuw is ook de invloed merkbaar van landschapsarchitect J.D. Zocher³), die de Engelse landschapstuin met waterpartijen en heuvels introduceerde op de buitenplaatsen (Bemboom 2010).

Tot aan de Franse revolutie zien wij in Salland het monumentale ensemble van een landhuis met boomgroepen, zichtlijnen, spiegelvijvers en een grand canal. Deze zo genoemde Franse landschapstuinen waren strak, formeel en symmetrisch van aard (Huize het Laar). Na de Franse revolutie zien we op de buitenplaatsen in Salland de Engelse landschapstuinen ontstaan, die meer informeel en natuurlijker zijn. Deze zo genoemde Engelse landschaps-tuinen kenmerkten zich door de aanleg van asymmetrische vijvers, volières, duiventillen en follies¹¹). Een eerste aanzet hiervan is nog te zien bij het hertenkamp vóór Huize het Laar. Meestal maakte ook een kiekebelt of koeksebelt deel uit van deze informele landschapstuin.

Een kiekebelt of koeksebelt is een heuvel waarop je kon staan om de omtrek af te speuren (om te “kieken”) na onraad of waarop je kon staan om te koekeloeren (werkloos voor zich uitkijken). Het zijn betrekkelijk kleine, lage en goed herkenbare antropogene verhogingen, die duidelijk boven het omringende gebied uitkomen.

In de Ommerschans, ten zuiden van de noordelijke schansgracht en ten oosten van de weg, zijn de contouren nog zichtbaar van een kiekebelt. Tussen 1818 en 1889 zal deze kiekebelt deel uit hebben gemaakt van een kleine tuinaanleg in Engelse landschapsstijl, in de tijd van de Maatschappij van Weldadigheid. De kiekebelt was opgeworpen in de tuin van de adjunct directeur van de Ommerschans. Als men op de kiekenbelt staat, heeft men een prima zicht op de entree van de Ommerschans en op de voormalige woningen van de bewakers bij de noordelijke entree. Er heeft ook een pad gelopen om de kiekebelt te kunnen beklimmen, maar van dit pad is niets meer terug te vinden. Dendrochronologisch onderzoek van de bomen rondom de heuvel kan bij benadering de ouderdom van de kiekebelt aangeven.

De samenleving verandert voortdurend en het gebruik en de functie van historische objecten laten hun sporen achter op het gebied van cultuur- en natuurhistorische waarden. Het behoud en versterken van de natuur en de landschappelijke waarde is belangrijk voor de toekomst, zodat natuurhistorische, educatieve en landschappelijke waarden behouden blijven. Wanneer men over behoud en bescherming spreekt, dient verder nagedacht te worden over mogelijkheden van een doelmatige herbestemming.

¹) De term havezate was een benaming, die een landeigenaar kon aanvragen als zijn huis een bepaalde waarde had. Het bezit van een havezate hield in dat de eigenaar aan de Overijsselse landdag mocht deelnemen.
²) De patricische landhuizen zijn omsloten door grachten en gelegen aan het eind van een voorplein dat aan weerszijden door langgerekte bouwhuizen wordt geflankeerd.
³) Jan David Zocher jr.(1791-1870) was een Nederlands architect, stedenbouwkundige en landschapsarchitect. Hij introduceerde de landschapstuin in Nederland en ontwierp verschillende classicistische gebouwen.
¹¹) Een follie of folly is een bouwkundige dwaasheid.

Bron: Willem Bemboom (archeoloog) – 24 februari 2014

Plaats een reactie