OMMEN – Om handelswaar in een z’n korte mogelijke tijd te kunnen vervoeren werd vroeger gebruik gemaakt van zogeheten hessenrijders. Vol beladen wagens getrokken door paarden met als eindbestemming Zwolle of via de Achterhoek over de Veluwe naar Amersfoort, Utrecht of Amsterdam.
Foto’s: Harry Woertink
De Hessenweg Oost, tussen de Haarsweg en de Driehoeksweg, in Ommen is gemarkeerd met ‘kunst’wielen.
Vanuit het Duitse Hessen voer ook een Hessenweg langs Ommen. Met een kunstproject is deze zandweg zichtbaar en leefbaar gemaakt. De Hessenweg Oost, tussen de Haarsweg en de Driehoeksweg, in Ommen is gemarkeerd met ‘kunst’wielen. De cultuur-historische verbinding met de Hessenweg en het kunstproject zijn zes ijzeren gietstukken die verwijzen naar onderdelen van de historische Hessenwagen, zoals wielen en as. De maker Guido Geelen over zijn werk: “De ijzeren gietstukken van wiel, as of achterkant liggen op betonnen platen, links en rechts in de berm van de ooit drukke internationale verkeersader als archeologische restanten zoals we nu het rubber van een vrachtwagenband of plastic autowieldop in de berm langs de snelweg aantreffen”.
Sterke kerels
De Hessenweg is een eeuwenoude handelsroute, die zijn naam heeft te danken aan de kooplieden uit de Duitse graafschap Hessen. Ze stonden bekend als hardwerkende betrouwbare voerlui. Zij vervoerden met enorme wagens waardevolle goederen door heel Europa. Het moeten sterke kerels zijn geweest. De Hessenmannen moesten de wagens laden en lossen, de grote krachtige paarden in het gareel houden en de wagens uit modder of rul zand kunnen duwen. Hessenwegen behoren tot de oudste wegen in Oost-Nederland en waren van groot belang. De voermannen reden in een bijna rechte lijn vanaf Duitsland langs Hardenberg, Ommen en Dalfsen naar Zwolle en verder. Alle Hessenwegen liepen op ruime afstand langs de dorpen en steden. Een belangrijke reden hiervoor was dat de Hessenwagens een veel bredere spoorbreedte hadden dan de gangbare wagens en karren in Nederland. De afwijkende wagens zouden het karrenspoor van de gewone zandwegen stuk rijden. In 1691 had Overijssel de breedte van het Hollandse wagenspoor overgenomen. De Hessenwagens mochten voortaan alleen nog over de route ten noorden van de Vecht rijden.
Naast handelswaar vervoerden de wagens duizenden Duitse seizoenarbeiders die in de zomer in Nederland hielpen maaien, de zogeheten hannekemaaiers. Na de vrede van Munster (1648) en het einde van de 30-jarige oorlog in Duitsland kwam het verkeer met hessenkarren en -wagens pas goed op gang. Vervoerders, niet alleen uit Hessen, brachten hiermee hun goederen (linnen, garens, aardewerk) vanuit Duitsland naar Zwolle. Van daar werd de handel verscheept naar voornamelijk Amsterdam en retourvracht (rijst, tabak, specerijen) ging vanuit de haven mee terug. De route in dit gedeelte van Nederland liep vanaf Duitsland richting Hardenberg om bij Venebrugge de grens over te gaan richting Heemse. Dan langs Ommen en Oudleusen richting Zwolle. Op verschillende plaatsen langs de Hessenweg vestigden zich boeren die naast hun boerenbedrijf een herberg of uitspanning begonnen. De voerlieden trokken in feite van herberg naar herberg. Op die plaatsen konden de wagens gerepareerd en de paarden verzorgd worden. Bovendien konden de voerlieden er hun honger stillen en dorst lessen.
Herbergen
De Hessenweg bij Ommen liep grotendeels over verlaten heidevelden. Vrijwel de enige bebouwing langs de weg bestond uit herbergen. Op Ommer grondgebied was De Hongerige Wolf de eerste herberg op de route. Eén van de oudste was herberg De Rooseboomshaar, die op stadsgronden in de Marke Arriën was gelegen. Pachter was in het begin Willem Hollak. Het was niet uit zorg voor de dorstige voerlui dat de Magistraat van Ommen besloot om hier in 1662 een herberg te stichten. Deze stond er voornamelijk ter versterking van de stadsfinanciën. De inkomsten van de herberg vloeiden rechtstreeks in de stedelijke schatkist. Ongeveer op deze plek met de kruising Haarsweg ligt nu ook een kunstwiel. Verder kwam op het kruispunt van de Hessenweg en de weg naar de Ommerschans herberg De Bisschopshaar te staan. Eind 1800 is deze herberg afgebroken en liet Hendrik Slotman er een boerenwoning bouwen, zoals deze er nu nog staat. Richting Zwolle bevond zich in Varsen nog herberg Het Zwarte Paard.
Afbeeldingen: Harry Woerink
Links: De Hessenweg bij Ommen liep grotendeels over verlaten heidevelden.
Midden: Als herinnering aan de Hessense kooplieden een gevelsteen ‘Hessenwaagen’, voormalige Hessenherberg in de Thomas a Kempisstraat in Zwolle.
Rechts: Een impressietekening van een hessentocht vanuit de Duitse deelstaat Hessen.
Aan de westkant van Ommen werd de weg verbonden met de Varsenerdijk. Daarna vervolgde de route ten noorden van de Wildbaan richting Dalfsen. In Oudleusen had je dan herberg De Landskroon. Op het wapen van de herberg stonden drie flessen geschilderd, gedekt met een kroon. De huidige weg “Om de Landskroon” herinnert nog aan de oude herberg. Bij Ankum lag herberg Het Roode Hert. In de 19de eeuw begon men met het verharden van zandwegen, zodat speciale Hessenwegen overbodig raakten. De doorgaande route bij Ommen kwam omstreeks 1810 langs de Vecht te liggen. Bovendien kreeg het vrachtvervoer geduchte concurrentie door de aanleg van kanalen en spoorwegen. De Hessenwagens verdwenen uit het landschap en de wegen werden aan de natuur terug gegeven. Alleen de loop en benaming van de Hessenweg herinnert nog aan deze internationale verkeersweg en dan nu ook het kunstproject.
Bron: Harry Woertink – 4 februari 2014