Woordenboek van de Overijsselse Dialecten, De Mens-A (deel 6)

In de zesde aflevering van het Woordenboek van de Overijsselse Dialecten (WOD) worden de woorden behandeld die betrekking hebben op het menselijk lichaam.

 Afb.: IJsselacademie Kampen

Aan de orde komen onder meer de verschillende leeftijdsfasen, het uiterlijk, de lichaamsdelen, de spijsvertering, sexualiteit, gezondheid en ziekte. Er blijken bijzonder veel woorden te bestaan voor de lichamelijke kenmerken en aandoeningen die in dit boek genoemd worden, zoals ‘klein kind’, ‘oud zijn’, ‘een lange magere man/vrouw’, ‘een dikke, zware man/vrouw’, ‘er slecht uitzien’, ‘sukkelen’, ‘(lelijk) gezicht’, ‘(grote) mond’ of ‘(grote) voeten’. Dat de streektalen van onze regio over een rijke woordenschat beschikken, blijkt hier maar weer eens.

Waar in Overijssel en aangrenzend Duits gebied zeggen ze magien, waar wichien en waar meisien voor ‘meisje’? Hoe groot ben je als je een boksenbuul bent? Hoe is het met je gesteld als je smeu in de botten bent, of als je een kuutboek hebt? Wat is een piekelo, wat is rujerieje, en wat heb je als je wat onder het schoet hebt? Via de registers op de lemma’s en op de dialectwoorden achter in het boek kunnen de antwoorden op deze vragen gemakkelijk worden gevonden.

Aan de totstandkoming van het Woordenboek van de Overijsselse Dialecten (WOD) werkten meer dan driehonderd informanten mee uit Overijssel en het aangrenzende graafschap Bentheim. Zij vulden van 1998 tot 2007 maandelijks vragenlijsten in, op basis waarvan deze aflevering van het woordenboek kon worden geschreven.

Publicatie van IJsselacademie Kampen (2009-217); http://www.ijsselacademie.nl;
038 331 52 35; info@ijsselacademie.nl. Ook te koop bij de erkende boekhandel.
176 pag.; ingenaaid, zw-w;foto’s en dialectkaarten;
ISBN 978-90-6697-204-9. Prijs: € 16,50

Bron: IJsselacademie Kampen – 15 juni 2010

Plaats een reactie