- Kruidenteelt nam hoge vlucht. De vraag overtreft verre de produktie. Ommen was een der eerste gemeenten waar de kruidenteelt gepropageerd werd door het aanleggen van kleine proefvelden. De opzet van de teelt is namelijk om de kleine boeren op de zandgronden een gewas te geven met grote winstmarge. De bevolking van Ommen behoort in grote meerderheid tot deze landbouwgroep. Vandaar dan ook, dat de toenmalige burgemeester C.E.W. Nering Bögel deze gelegenheid aangreep en zich hieromtrent deskundig liet voorlichten door de heer T.H. Rutten, thans direkteur van de Kruidendrogerij Agelica te Ommen. Er werd een coöperatieve vereniging opgericht. In december 1949 werd de eerste kruidendroger te Ommen officieel in bedrijf gesteld. Begonnen werd met 62 leden, die in totaal 8 ha tot hun beschikking hadden.
De hoofdcultures waren angelica en valeriaan, omdat de praktijk had uitgewezen, dat deze gewassen het op zandgrond uitstekend doen. Onder de bekwame leiding van direkteur Rutten nam het aantal telers gestaag toe en in 1952 werd reeds 52 ha. bebouwd. De capaciteit van één droger bleek onvoldoende en derhalve moest uitgebreid worden.
Maar toen kwam de catastrofe. Op 31 oktober 1952 brandde de drogerij finaal uit en werd het gehele machinepark en de administratie een prooi der vlammen. Het bedrijf was uiteraard wel verzekerd maar daar mede had men de machines en de administratie niet terug. Het bestuur liet door deze ramp niet ontmoedigen en besloot een nieuwe drogerij te gaan bouwen. Het is vooral de energieke heer Rutten geweest, die bij deze wederopbouw en grote rol heeft gespeeld. Wekenlang moest er dag en nacht gewerkt worden. Ook het personeel spande zich tot het uiterste in en zo kon half mei reeds in het nieuwe gebouw gewerkt worden. Een maand later werkte men al weer op volle toeren. Dat was ook nodig want het aantal leden was inmiddels tot ruim 700 gestegen met en oppervlakte van 108 ha. Ook vele telers uit Zuid Drente sloten zich inmiddels aan.
Nu de officiële opening achter de rug is, vonden wij direkteur T.H. Rutten gaarne bereid ons iets meer over de tot op heden bereikte resultaten te vertellen. Onze vraag of de Nederlandse kruidenteelt niet te hoog wordt aangeslagen werd met de volgende cijfers weerlegd. In 1950 werd aan de telers uitbetaald f 52.000,- en ’t afgelopen boekjaar f 118.000,-. De vereniging levert de kruiden de kruiden aan het centraal inkoop bureau, nadat zij op kwaliteit gekeurd zijn. Dit bureau verkoopt dan aan de afnemers, die voor 98% buitenlanders zijn. Was België voor de oorlog wereldberoemd om zijn valeriaan, nu behoort België tot de grootste afnemers. De kruiden kunnen met alle landbouwgewassen concurreren, omdat het z.g. veredelde producten zijn en jarenlang goed blijven. Dit is van belang, omdat de vraag zeer wisselend is. Een bunder kruiden brengt het tienvoudige op van b.v. een bunder rogge. De Nederlandse kruidenteelt is dus een goede deviezenbron en als zodanig zeer belangrijk. Dankzij de betere kwaliteit der Nederlandse kruiden wordt thans uitgevoerd naar Finland, Zweden, Noorwegen, Denemarken, Belgie, Duitsland, Canada, Engeland en de Ver. Staten van Amerika, terwijl het afzetgebied zich nog steeds blijft uitbreiden. Daarom is het ook te begrijpen, dat het Rijk de kruidenteelt stimuleert en het Marshallfonds destijds 1 1/2 millioen dollar beschikbaar heeft gesteld. Deze resultaten hebben uitgewezen, dat men in dezen niet te optimistisch is geweest.
Behalve valeriaan en angelicae wordt ook de violatricolor en de digitalis veel geteeld. De viola is bestemd voor de cosmetische fabrieken en de laatste wordt gebruikt in de geneeskunde. Maar ook milde kruiden hebben waarde b.v. zonnedam, boerenwormkruid, kattenstaart, kalmoes, notenblad, zwarte bessenblad, dophei, enz enz. Ja bijna alle planten hebben waarde. De jeugd maakt hiervan gebruik om de spaarpot te vullen. Er word zelfs in schoolverband naar kruiden gezocht om de kosten van het jaarlijkse schoolreisje bijeen te krijgen. Dagelijks kan men dan ook jeugdige kruidenzoekers de drogerij zien binnenstappen om hun buit te verkopen. De bedragen die hier voor worden betaald zijn de moeite alleszins waard. De nieuwe kruidendroger die ± f 250.000,- kost, heeft een capaciteit van 15 ton per dag, voldoende om vraag en aanbod die nog steeds toenemen, te verwerken, iets naar toe de oude drogerij niet bij machte was. Maar ook nu nog kan het voorkomen dat de vraag naar een bepaald gewas de productie overtreft. Zo is er thans en grote vraag naar goudsbloem. Waarvoor men deze gebruikt is niet bekend, vermoedelijk voor geneeskundige doeleinden. Directeur Rutten is enthousiast over de bereikte resultaten en is overtuigd, dat deze steeds beter zullen worden omdat het aantal mogelijkheden legio is. Het aller belangrijkste is echter, dat de kruidenteelt een steentje bijdraagt tot de oplossing van het kleine – boeren – vraagstuk. - Enige jaren geleden werd door de gemeente Ommen het fraaie landgoed De Olde Vechte aangekocht. De algemene verwachting was, dat het gebouw gerestaureerd zou worden en bestemd tot gemeentehuis. Voor dit doel bleek zowel de plaats als het gebouw minder geschikt te zijn. De afgelopen jaren heeft het dienst gedaan als pension voor gerepatrieerden onder auspiciën van het Rijk. In mei j.l. werd het gebouw wederom overgedragen aan de Gemeente, die het thans verhuurd heeft aan de heer van der Does, die hier een vakantiecentrum voor jeugd gaat vestigen. Op de uitgestrekte terreinen achter het gebouw komt het nieuwe zwembad. Zo komt dit landgoed praktisch geheel in dienst te staan van het vreemdelingenverkeer. De z.g. dode arm van de Vecht, die langs het terrein stroomt, is gepacht door de hengelaars vereniging De Rietvoorn, die hier regelmatig wedstrijden organiseert. Vroeger stond dit water bekend om zijn snoeken, die hier door de vorige eigenaar, wijlen jhr. Stoop, gekweekt werden. Een attractie voor jong en oud zijn de eenden en zwanen, die links van het terrein zwemmen en eigendom zijn van de heren A. Vos, H. Visser en H. Sprik.
Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map14-113-115 # Vertaling: Arie van Tongeren