Gemeentehuis vertoont reeds jaren een ontstellend te­kort aan ruimte

Het gemeentehuis van Ommen vertoont reeds jaren een ontstellend te­kort aan ruimte. Bij de verbouwing in 1926 werd met de ruimte gewoe­kerd en een behoorlijke kantoorruimte verkregen, waarin zelfs nog plaats was voor de gemeente-ontvanger en het electriciteitsbedrijf. Bij deze verbouwing deed zich een grote teleurstelling voor, toen de toenmalige Raad een voorstel van burgemeester en wethouders van de hand wees om het pand naast het gemeentehuis aan te kopen, op dat tijdstip verkrijgbaar voor een koopsom van f. 7.000,—, waardoor meerdere ruimte verkregen had kunnen worden met besparing voor de toekomst. Voormeld pand, toen nog een woning, werd daarna aan anderen verkocht en verkreeg geleidelijk aan een ander aspect van rijwiel­zaak tot garage, zoals deze thans nog bestaat. Niet alleen werd de gemeente hierdoor in haar toekomstige uitbreiding gehandicapt, doch ook het stadsbeeld werd door deze garage zeer ontsierd. Tevens zou blijken, dat het verbouwde gemeentehuis spoedig te klein zou zijn. De oplossing werd gezocht door de gemeente-ontvanger met de dienst van het electriciteitsbedrijf naar een ander gebouw in de Kruisstraat over te brengen, waarin tevens de afdeling sociale zaken werd onder­gebracht. Betreurd werd dat deze splitsing nodig was, doch een andere oplossing was niet mogelijk, omdat het bestaande gemeentehuis niet kon worden uitgebreid.

De groei van de diensten bleef echter aanhouden en thans is de toe­stand zo, dat de raadzaal regelmatig in gebruik is voor diverse ver­gaderingen. Bij controle-werkzaamheden b.v. van de bevolking of bij bewerking van omvangrijke stukken is de raadzaal het toevluchtsoord voor de administratie, aangezien daarvoor in de aangewezen kantoren ruimte ontbreekt. De toestand is thans zo, dat in 2 kantoorruimten van 17 en 26 M2 respectievelijk 3 en 5 personen moeten werken, inclusief het verrichten van alle typwerk en de bediening van de telefoon. De burge­meester en secretaris hebben elk een kamer. De eerste is niet voldoende groot voor het houden van de vergaderingen van burgemeester en wethouders, waardoor als regel de raadzaal moet worden gebezigd. Voor deze vergaderingen kon eerder de commissiekamer gebruikt worden, doch deze moest worden opgeofferd aan de dienst van gemeentewerken. Zelfs het kadaster moest op de hall – boven – geplaatst worden, om­dat het hiervoor bestemde kamertje eveneens voor de dienst van gemeentewerken nodig was. Hieruit blijkt wel dat de ruimten absoluut onvoldoende zijn om de ambtenaren een rustige arbeid mogelijk te maken. Een ander niet te onderschatten belang moet vermeld worden n.1., dat het gehele archief – behoudens het oud archief, de burgelijke stand, de notulen van de raad en burgemeester en wethouders – geborgen is op de bovenste verdieping. Bij brand zal dit alles verloren gaan. De oude bevolking-registers zijn op verzoek van de inspectie der bevolkingsregisters van de brandgevaarlijke ruimte overgebracht naar de verwarmingskelder onder het kantoor in de Kruisstraat. Deze regis­ters zijn nu wel brandvrij opgeborgen doch hebben belangrijk geleden, omdat de kelder niet voldoende droog is, waaronder de boeken in de periode dat niet gestookt wordt, veel lijden. In verband met deze ongewenste toestanden werd telkens naar een oplossing omgezien, allereerst door aankoop van het pand naast het gemeentehuis, doch de eigenaar was niet bereid tot verkoop, in elk geval niet op voorwaar­den welke aanvaardbaar waren, n.1. de bouw van een garage op één der mooiste punten in de kom tussen de bestaande rondweg en de nieuw aan te leggen rijksweg ten oosten van de kom.

Om deze reden werd. naar een andere oplossing omgezien, en gevonden door de aankoop van het buiten­goed “Olde Vechte” zie raadsbesluit van 30 januari 1950, nr. 428 goed­gekeurd bij besluit van gedeputeerde staten d.d. 31 januari 1950, 2e afd., nr. 25066. Het voornemen was om hierin de dienst van gemeentewerken onder te brengen, met het creëren van garageruimte voor de brandweerauto etc. Het gebouw werd aanvaard, doch kan niet eerder in gebruik genomen worden, dan na ontruiming door de verkoopster, aan wie door de ge­meente één der bij dit buitenhuis aanwezige woningen disponibel moest worden gesteld. Aan dit besluit kon nog geen uitvoering worden gegeven, omdat woningruimte voor de huurder van deze woning niet beschikbaar was, en daarna een ernstige ziekte optrad, waardoor ont­ruiming van de woning moest worden uitgesteld. Deze moeilijkheid kan thans binnenkort worden opgelost, zodat het buitenhuis “0lde Vechte” dan vrij zal komen. Hangende deze oplossing werd lang en breed overleg gepleegd voor de definitieve bestemming van dit buitenhuis en naarmate de tijd drong om een beslissing te nemen, werd de grote moeilijkheid daarvan ge­voeld, omdat, welke keus ook gemaakt zou worden, men telkens weer stuitte op een beantwoording van de vraag hoe en op welke wijze de diensten der gemeente het beste en meest efficiënt gehuisvest kunnen worden. Het spreekt van zelf dat hierop maar één antwoord mogelijk was, n.l. geen verdere splitsing, doch juist centralisatie van deze diensten dus in één gebouw. Naar aanleiding hiervan werd nog over­wogen om de secretarie naar “0lde Vechte” over te brengen en in het tegenwoordige gemeentehuis de raad- en trouwzaal te behouden, zomede daarin de dienst van gemeentewerken, gemeente-ontvanger en bedrijven onder te brengen. Dit zou gepaard gaan met de feitelijke overbrenging van de zetel der gemeente buiten de kom, hetgeen evenmin een oplossing werd geacht. Algemeen werd geoordeeld, dat deze zetel in de kom moest blijven.

Tijdens deze bespreking werd van terzijde vernomen, dat de tegenwoordige eigenaar van de garage tot andere gedachten was geko­men en tot verkoop bereid zou zijn, nu behoud van de garage voor hem minder aantrekkelijk werd wegens andere werkkring van de inwonende zoons. Direct werd hiernaar een onderzoek ingesteld en bleek het ge­rucht waarheid te bevatten. De eigenaar bleek thans bereid tot ver­koop van het in de loop der jaren uitgebreide pand voor een koopsom van f. 60.000,— zonder verdere voorwaarden, dan alleen de toezegging dat de gemeente hem behulpzaam zou zijn bij het zoeken van een ander terrein, om daarop een woning met winkel annex ruimte voor opslag van Butagas, te bouwen. De gemeente heeft door deze koop een terrein in handen van 617 m2, terwijl het tegenwoordige gemeentehuis een opper­vlakte heeft van 220 m2. De vraag kan nu gesteld worden, is deze koop te verantwoorden en is de koopsom niet te hoog, omdat voor het doel, uitbreiding van het gemeentehuis, de opstallen hoegenaamd geen waarde hebben. Zo gezien lijkt de koopsom voor 617 m2 hoog, doch aldus rede­nerende vergeet men dat de panden voor de eigenaar belangrijke waarde hebben als zakenpaud en daarin een “goodwill” zit, welke in één of andere vorm verdisconteerd moet worden in de koopsom. Het is de eige­naar niet kwalijk te nemen, dat hij van deze gelegenheid gebruik maakt, om te trachten voor de opbouw van dit bedrijf, één der mooiste punten als zakenpand, een behoorlijke beloning te ontvangen en dit in de koopprijs tot uitdrukking komt. Onbesproken wordt hierbij het ge­rucht, dat de eigenaar nu reeds berouw zou hebben over deze verkoop, hetgeen niet onmogelijk is, omdat het niet meevalt op een geschikt punt een bouwterrein te kopen, terwijl het bouwen steeds duurder wordt.

Hoe het ook zij de gemeente prijst zich gelukkig met deze aankoop. Een reeds jaren levende wens kan thans inTervulling gaan en een op­lossing worden verkregen voor de inrichting van een gemeentehuis, dat ook in de toekomst voldoende ruimte zal bieden aan alle diensten der gemeente, zodat geen verdere decentralisatie nodig is, msar juist centralisatie in één gebouw. Hierdoor zal het gebouw in de Kruisstraat vrijkomen. Welke bestemming hieraan moet worden gegeven behoeft thans nog niet te worden beslist. Het gebouw ligt op een gunstige plaats en zal zowel als kantoorruimte of zakenpand zeer gewild zijn, en een flinke huur of koopprijs kunnen opbrengen. De opheffing van dit kantoor betekent voorts een belangrijke besparing. Nu reeds wordt voor onderhoud een bedrag van f. 13.000,— per jaar uitgetrokken. De concentratie van alle diensten in één gebouw zal voorts indirecte voordelen opleveren n.l. veel tijdsbesparing door het niet meer over en weer lopen en betere werkverdeling. Verspreiding van de gemeen­telijke diensten kan niet anders dan oneconomisch werken, omdat deze elkaar onderling nodig hebben en veel tijd verloren gaat, wanneer men zich voor onderzoek en bespreking naar een ander gebouw moet ver­plaatsen. Tijdens de vergaderingen van burgemeester en wethouders komt het meermalen voor dat met de hoofden van dienst een bespreking nodig is en moeten deze soms een tijd wachten, omdat een andere bespreking langer duurt dan .aanvankelijk gedacht werd. Onnoemelijk veel tijd gaat hiermede verloren en dit werkt bovendien stagnerend op de arbeid. Het staat vast, dat door een betere inrichting van de kantoorruimten, waardoor elke ambtenaar rustig kan werken een grotere arbeidsproductiviteit wordt verkregen. Momenteel gelijken de ruimten soms meer op een warenhuis, dan op rustige-kantoren, wegens overmatige bezetting van elk vertrek.

Wanneer dit alles in het oog wordt gehouden, dan mag een koopsom van f. 60.000,— hoog zijn, in de toekomst zal blijken, dat dit offer alleszins verantwoord is. Zowel architectonisch als aesthetisch kan een gemeentehuis verkregen worden, dat aan alle eisen voldoet en gebonden blijft aan de historische plaats, waar altijd de zetel der gemeente gevestigd was, midden in de kom van de bestaande en toe­komstige bebouifing. Hierdoor is mede een oplossing mogelijk voor het archief, raarvoor een brandvrije ruimte kan worden ingericht. De raad heeft deze aankoop van alle zijden belicht en besloot na bespreking met algemene stemmen tot aankoop met de bedoeling het pand voor uitbreiding van het gemeentehuis te bestemmen. Zonder zich aan voorspellingen te wagen mag de verwachting worden uitgesproken, dat dit besluit tot in de verre toekomst in het be­lang der gemeente zal zijn, waarmede tevens de in 1925 gemaakte beleidsfout wordt gewraakt. Tenslotte mag wat de koopprijs aangaat nog vermeld worden dat in 1924 voor 1/3 van de tegenwoordige gekochte oppervlakte f. 7.000,— een redelijke prijs werd genoemd, dus voor de tegenwoordige grootte naar de prijs van toentertijd f. 21.000,— wanneer men dan daarbij optelt de waardevermeerdering van het pand als zakenpand. en rekening houdt met de waardevermindering van het geld, dan is de koopsom al­dus herleid, zeer aannemelijk en alleszins te verdedigen. Het vole vrijmoedigheid hebben burgemeester en wethouders eenstemmig besloten tot aankoop te adviseren,daarbij zich gelukkig prijzende, dat voor de verbouwing van het gemeentehuis een afdoende oplossing kan worden verkregen.

Ten aanzien van het aangekochte buitenhuis “0lde Vechte” werd gelijk­tijdig besloten dit na ontruiming beschikbaar te stellen voor gerepatrieerden uit Indonesië, met het lot waarvan de gehele raad ten zeerste begaan is. Op 8 december 1950 besluit de raad tot aankoop van K. Hurink te Ommen de aan hem toebehorende percelen aan de Markt en Vechtstraat (rijks­weg 34), plaatselijk genummerd 1, 2 en 3, kadastraal bekend gemeente Stad-Ommen, sectie B, nrs. 3898, 3899, 3092, 901 en 902, samen groot 6.17 are voor een koopsom van f. 60.000,— (aanvaarding en betaling in overleg doch uiterlijk 1-9-1951).

Plaats een reactie