Ommen, den 8 november 1841
No.462
Berigt op het verzoek om op de Lemelermolen te mogen pellen.
Ter voldoening aan uw Rd.Gest afsostelle ? dd. 8 dezes, onder welker geleide mij ter fine? van berigt en consideratie gewiest? een rekwest van Berend Jan Immink, Teunis Hallink, schoolmeester en landbouwers in de buurtschap Lemele Gemeente Ambt-Ommen. Daarbij verzoekend om aangevoerde redenen hunne granen op de Lemeler Molen gepeld te kunnen krijgen.
Zo heb ik de eer u met terugzending te dienen dat er behalve de Lemeler Molen nog twee Pelmolens in de gemeente Ambt-Ommen bestaan, welke voor het gerijf? der ingezetenen meer dan voldoende kunnen geacht worden, als zijnde in de kom der gemeente gelegen, terwijl er buitendien nog drie Pelmolens onmiddellijk grenzend aan de gemeente Ambt-Ommen zijn gelegen als te Hellendoorn (zijnde slechts een uur van de buurtschap Lemele verwijderd) alsmede de gemeente Den Ham en het Ambt Hardenbergh. Dat de verbouw van garst in de gemeente Ambt Ommen van weinig belang is en grotendeels gemalen wordt, om te dienen tot mesting en voeding van het vee, maar zeer weinig voor huiselijk gebruik.
Dat de gedachte Lemeler Molen gelegen in een open vlak terrein, verwijderd van het toezigt der ambtenaren zich tot op heden de gunstige gelegenheid tot sluiten maar al te goed ten nutte heeft gemaakt, waarvoor geen verdere bewijzen zullen zijn aan te halen en men deze schandelijke verkrachting van Rijkswetten zouden faciliteren door de vergunning tot pellen te verlenen, welke het reeds zoo mogelijk toezicht op die molen zoude vermeerderen, door art. 14 der Wet op het Gemaal dd. 29-8- 1833 (Stbl. Nr 3) niet verbiedt om na zonsondergang te mogen pellen. Met aanmerking van de aangevoerde redenen vinde ik mij in het belang van Rijks Schatkist verpligt te moeten adviseren en het verzoek worden gedifficulleerd?
Les controleurs der divisie Ommen gestrends ?
Aan den Heer Burgemeester der Gemeente het Ambt- Ommen
Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-283/284 # Vertaling: Miny Vroegindewey