In de eerste helft van de achttiende eeuw vestigden zich de eerste Joden in Ommen.

Als herinnering aan de Joodse gemeenschap zijn op 4 maart 2013 op initiatief van de Stichting Herdenking Joods Ommen op een achttal locaties verspreid in Ommen 27 zogeheten stolpersteine gelegd. Deze stolpersteine markeren de huizen waar laatstelijk Joden hebben gewoond. Op de koperen steentjes zijn vermeld de namen, geboorteplaats en -datum en de plaats en datum waarop de Ommer Joden zijn vermoord.
Volkstelling
Vanaf ongeveer 1813 werden er sabbatsvieringen gehouden. Hiervoor was een huissynagoge ingericht in het woonhuis van Meijer Mozes de Haas. Het aantal Joodse inwoners groeide doordat verschillende Joden zich in Ommen vestigden en omstreeks 1830 kon men in Ommen spreken van een ‘minjan’. Het betekende erkenning voor Ommen als Joodse Gemeente. Jarenlang werden de sabbatvieringen bij de Joodse mensen thuisgehouden. Bij een volkstelling in 1840 blijkt dat er totaal 35 Joden in Ommen wonen, verdeeld over 7 gezinnen. Daarvan zijn 12 mannelijke personen boven de 12 jaar. Bij twee gezinnen is het beroep van de man vleeshouwer (slager). De overige gezinshoofden zijn werkzaam in de handel, met uitzondering van Mozes Polak. Hij is dan godsdienstonderwijzer.








