Op onze wandeling langs de Overijselsche Vecht beschreven door L. Nooter in 1906, waren we gebleven bij de buitenplaats Eerde. Hij beschrijft er de natuur en vermeld dat de boschrijkheid hier in de loop der tijden is verminderd.
In dien boschgordel heeft de landbouw hier en daar openingen gemaakt, maar zich in den omtrek der adelijke huizingen niet gewaagd. Is het een wonder, dat hier in den ouden tijd tot zelfs de kasteelen in hoofdzaak van hout waren opgetrokken? En juist daardoor vaak sterker bleken dan steenen bouwwerken? Omtrent Eerde, vroeger Irte geheeten, bestaan hierover bijzondere berichten. Het werd in 1380 door bisschop Florens van Wevelikhoven met hulp van Deventer en Zwolle belegerd en Beka verhaalt: ‘Hij (de bisschop) dede dair voir oprechten ene groote blide, die wel XIII hondert pont weghens worp, ende groote steenbussen, daermen daghelix mede schoot, ende stormden met allen dat men scieten of werpen mochte, ende scaden den houten huse niet, want die stenen steyten daer weder of, oft ballen geweest hadden, want die stilen ende balken waren so als molenstanders ende stonden bij dichte, die een bij den anderen, mer dat steenen worpen sij alle te stucken.”Na de overgave bij verdrag, werd het kasteel in brand gestoken en brandde……een maand lang. Lees verder HKO reeks: Van de archivaris (december 2006)



Foto: Ommer Nieuws

