Categorie archief: Archief

1857 – Verpachtingen gemeente-eigendommen

Op 5 aug. 1857 ’s avonds 7 uur gaan burgemeester en wethouders van Stad-Ommen ten huize van de kastelein Jan Willem Maurik te Stad-Ommen over tot openbare verhuur van percelen land voor de tijd van 6 jaren en wel van 11 November 1857 tot 11 November 1863.
25 juli = St. Jacobi
11 november = Sint Martini
22 februari = St. Petris
Een gedeelte van het Poortenstuk loopt van de groene weg tot aan de grindweg naar de Schurensteeg langs het perceel waarop de fabriek van Francken staat.
Het zuidelijk stuk aan het einde van het Poortenstuk is een gedeelte van de Koele.
De Hofstedenweg ligt onder stad_Ommen.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-209 # Vertaling: Lenka Barteczkova

Middelen van vervoer

24-3-1856
In de gemeente Stad-Ommen zijn geen kantoren gevestigd van ondernemingen voor diligence.
De enige diligence die door Ommen rijdt gaat van Hardenberg op Zwolle passeert 3 x per week en wel op s-maandags-, woensdags -en vrijdagsmiddags te 12 uur richting Zwolle en om 2 uur richting Hardenberg.

Bron: Archief van Jan Lucas – map3-143 # Vertaling: Bernard Jans

1853 – Verpachtingen gemeente-eigendommen

Op 12 oktober 1853 des voormiddags om 12 uur worden 47 percelen land openbaar verpacht.
(Genoemd worden: de Bollemaat, de Haarsweg, de Kolkstukken, de Lange Stukken, Noord Strange, Zuid Strange, het Knollenstuk, gelegen ten woorden van de grindweg, de Holsbrink, gelegen ten noorden van de grindweg tussen het Smalle Bad en de Hofstedenweg)
Er ligt een stuk hooiland groot ± 18 roeden aan de grindweg naar Hardenberg en de tuin van de pastorij der Chr. Afgescheidenen, ten oosten begrensd door het Joodsche Keskhof.
Op de Hofmeijersweide worden 18 percelen verhuurd.

Bron: OudOmmen – uit het archief van Jan Lucas – Map03-211 # Vertaling: Lenka Barteczkova

Tolboomen op de aan te leggen weg van ijzererts, steenpuim en grind tussen Ommen en den Hardenbergh

K.B. van 19 augustus 1842

Goedkeuring wordt verleend tot het vestigen van twee tolboomen op de aan te leggen weg van ijzererts, steenpuim en grind tussen Ommen en den Hardenbergh. De eerste bij de brug over de zgn Hoogengraven op een afstand van ongeveer 4167 ellen van de straat te Ommen en de tweede tussen de herberg de Wolf en het dorp Heemse, op een afstand van ongeveer 6037 ellen van de eerste en ongeveer 4800 ellen van de stad Hardenbergh.

In 1842 (februari) worden de door het stadsbestuur van Ommen opgestelde voorwaarden inzake de verpachting van de tol over de brug over de Vecht, daar goedgekeurd door Gedeputeerde Staten.

Enkele voorwaarden zijn:

  1. De verpachting geschiedt voor 3 achtereenvolgende jaren, ingaande 1 mei 1842 (s’ middags) en eindigend op de middag van de 1e mei 1845.
  2. De pachter moet de overeengekomen pachtsom in 4 gelijke termijnen betalen op de laatste dag der maanden juli, oktober, januari en april.
  3. De pachter moet jaarlijks alle landslasten op het bruggehuis liggend, betalen aan de ontvanger.
  4. De pachter moet de brug en het bruggehoofd regelmatig elke 14 dagen en bovendien iedere dag volgend op een marktdag goed schoon vegen of doen vegen. Ook moet hij er voor zorgen dat de knippen of grendels behoorlijk op de wip geschoven zijn. Gebreken aan de wip, brug of bruggenhuis dient hij dadelijk doorgeven aan het plaatselijk bestuur. Als het brugdek glad is, moet hij zand strooien, om het uitglijden en vallen van paarden te voorkomen. Wanneer hij deze voorwaarden niet nakomt kan hem dit een boete van drie gulden opleveren, terwijl eventuele schade ontstaan door dit verzuim, door de pachter moet worden vergoed.
  5. Aan de pacht is de vrije bewoning van het bruggehuis verbonden.

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-287 # Vertaling: Miny Vroegindewey

Oprigten van een steen, pannen en tegelenfabriek

Bij besluit van Ged. Staten van Overijssel d.d. 18 maart 1841 wordt aan Moen? en Compagnie, fabrikanten in aardewerk te Stad- Ommen vergunning verleend tot het oprigten van een steen, pannen en tegelenfabriek onder de Gemeente Stad-Ommen, in de onmiddellijke nabijheid van de tengevolge der bij onze resolutie d.d. 12 maart 1840 nr. 478/303 aan R. Raverhorst verleende toestemming daargestelde aardewerkfabriek.

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-284 # Vertaling: Miny Vroegindewey

Tarief der Tolregten op den weg van Ommen naar den Hardenbergh

Bij K.B. van van 13 maart 1841, nr. 95 wordt vastgesteld het:
    Tarief der Tolregten, in te vorderen aan de tolbomen gevestigd op den weg van Ommen naar den Hardenbergh.

Voor elk paard of muilezel gezadeld of los en voor elken ezel aangespannen of gezadeld 5 ct. (7 ½.)
Voor elken ezel gedreven wordende en voor elk rundbeest 1 ct. (2) , voor elk kalf, schaap of varken 1 ct. (1 ½).
Voor een kudde schapen of varkens sterker dan 50 stuks ineens 50 ct. (70).
Voor rij of voertuigen met twee wielen, mitsgaders voor sleden een en ander bespannen met een paard 7 ½ ct. (10).
Voor rij of voertuigen met vier wielen en bespannen met één paard 10 ct (15) 15 ct. (20).
Idem met twee paarden 15 ct. (20).
Voor elk paard daarenboven 7 ½ ct. (10).
Wanneer twee of meerdere voer of rijtuigen aan elkander gekoppeld zijn zal bovendien betaald worden voor ieder paar wielen 7 ½ ct. (10).
Voor een zgn. Mallejan met hout geladen, voor elk paard 15 ct. (20).
Voor zodanig voertuig ledig zijnde, voor elk paard 7 ½ ct.
Voor wagens, karren of sleden met honden, geiten of bokken bespanning 5 ct. (7 ½).
Voor diligences en postwagens ingerigt voor niet meer dan 6 personen, voor elk paard 10 ct. (12 ½ ).
Idem voor meer dan zes doch niet meer dan negen personen voor elk paard 12 ½ ct (15).
Idem voor meer dan twaalf doch niet meer dan achttien personen voor elk paard 15 ct. (17 ½)
Voor aangespannen muilezels, ossen en koeijen zal worden gerekend als voor paarden.

Van den tol zijn vrij

  1. De paarden en rijtuigen behorende tot ’s Koningshuis, en die der Prinsen en Prinsessen van hetzelfde, zomede de paarden en rijtuigen der personen welke Hoogst derzelves gevolg uitmaken.
  2. De paarden en rijtuigen uitsluitend gebruikt wordende voor den Brievenposterij, wanneer in het rijtuig behalve de conducteur en postillion steeds één reiziger is.
  3. De paarden en rijtuigen der renboden in ’s koningsdienst op reis zijnde.
  4. De paarden en rijtuigen van de militairen in dienst en in uniform zijnde, mitsgaders die van de beambten met het toezicht over de weg belast, welke dezelve in hunne betrekking passeren.
  5. De paarden en het vee van of naar eigene of gehuurde woningen of weiden gedreven wordende en het eigendom zijnde van op of binnen eenen afstand van 2 ½ mijl (2500 ellen) van den tol tot wonende personen.
  6. De karren of wagens uitsluitend met asch, heideplaggen of heide-schalen, roet of mergel vervoerende of ledig zijnde die gaande halen, zullen in dit laatste geval, de tol voor de heenreize betaald, doch naderhand met die specie beladen terugkomende, teruggegeven worden mits de terugkomst plaats hebbe uiterlijk den volgende dag.
  7. De karren, wagens en dieren van landbouwers welke hunnen eigene geteelde voortbrengselen van veld, land of akkerbouw vervoeren van en brengen van hunne eigene of gehuurde gebouwen of gronden.
  8. De karren of wagens uitsluitend geladen met koren of meel naar en van de Molens gelegen in de gemeenten Stad en Ambt Ommen, Stad en Ambt Hardenbergh, zullende echter in dit geval de tol voor den heenreize doch naderhand met het meel terugkomende teruggegeven worden.

RijkB. Van 19 augustus 1842, nr. 57 zijn de tarieven verhoogd zoals dit ( ) is aangegeven.

Bron: Archief van Jan Lucas – map 1-285/286 # Vertaling: Miny Vroegindewey

Brief “van Raalte”: eene bij de wet verbodene Godsdienstige bijeenkomst

map1-291Ommen, den 21 november 1836
No. 207.
Aan Z.E. den Gouverneur
der provincie Overijssel
Residerende te Zwolle

Achtervolgens Uwer Excellenties aanschrijving van den 19 dezer, kabinet – met terugzending van het door bijgevoegde klaagadres van E. ten Tooren c.s. en onder referte dat het gevangen houden van van Raalte (die gister ochtend door de Heer Frederegter dezer kantons naar Deventer opgezonden is) betreft tot de missise van Burgemeester en Assossoren vaan eergister nr. 205, heb ik de eer aangaande de bij dat adres vervatte klagten, het volgende te berigten.
In den avond van den 14 dezes, het berigt bekomede hebbende dat ten huize van genoemden adressen (al waar van Raalte sinds den 12 gelegeerd was) eene bij de wet verbodene Godsdienstige bijeenkomst werd gehouden, heb ik mij, vergezeld van het Raadslid A. de Vries, des voorts begeven, doch alvorens hen gezegden huize te komen, vernomen dat de veradering reeds gescheiden was dat mij trouwens niet verwonderde daar de seperatisten op elk punt handlangers hebben zoodanig dat geen ambtenaar welke tot de politie in enige betrekking staat deszelfs woning kan verlaten zonder dat de Separatisten daarvan worden geinformeerd.
Opdien tijd was alles rustig, doch ter gelegenheid van den marktdag eene buitengewone drukte op de straat die niet weinig vermeerderd werd door het heen en weer loopen van eene menigte Separatisten zoo uit deze gemeente als uit het Ambt Ommen de welke succesgiselijk de woning van Ten Tooren binnen drongen, om te spreken over dingen die hun eeuwig heil betreffen.
Voor zoveel ik heb kunnen te weten komen, zorgde men echter dat niet meer dan 20 personen tegelijk binnen waren en konde der halve der Gemeente Bestuur geene pogingen tot ontbinding dier bijeenkomsten worden aangewend. Lees verder Brief “van Raalte”: eene bij de wet verbodene Godsdienstige bijeenkomst

Brief “van Raalte”: verblijf en de handelingen van den persoon van A. C. van Raalte

map1-224Zwolle, 20 november 1836
Kabinet no. 359
Aan Z. E. den Minister van Binnenlandse Zaken

Ik heb vermeend de zoo even bij mij ingekomen rapporten van burgemeester en Assessoren der Stad Ommen en den Vrederegter aldaar, nopens het aldaar voorgevallen ten gevolge het verblijf en de handelingen van den persoon van A. C. van Raalte, zich noemende predikant bij de zich afgescheidenden van het Hervormde Kerkgenootschap, aan Uwe Excellentie te moeten doen toekomen, ten einde Uwe Excellentie daaruit den staat der mij niet een bekend geworden zaak en de genomene maatregelen tot handhaving der rust en orde zouden bekend worden, zullende het wel aan geenen twijfel onderhevig zijn of hetgeen daaromtrent in het Handelsblad van den 21 dezes voorkomt, is zeer vergroot en overdreven voorgesteld.
Ik verzoek Uwe Excellentie mij de bijgaande stukken na kennisgeving te willen terugzenden.

De Gouverneur der provincie Overijssel

Bron: Archief van Jan Lucas – map1-224