Wandelen langs de Vecht van Ommen naar Dalfsen: een goede kennismaking met het prachtige Overijsselse landschap (2)

“Om langs de Vecht te wandelen naar Dalfsen moet men uit het Laar komend, een minuut of twintig langs de verharde weg in de richting van Vilsteren wandelen.”

1979. Stationsgebouw Vilsteren net voor de afbraak.

Bordjes
We lezen met u mee uit het bondsblad De Kampioen van de ANWB zomer 1953: “Daar echter het verkeer langs deze weg niet druk is – de grote weg Zwolle – Ommen ligt ten noorden van de Vecht – en de smalle asfaltweg langs leuke punten voert (zoals de brug over de op helaas niet zo erg fraaie wijze gekanaliseerde Regge), hoeft dit stukje „harde weg” geen bezwaar te vormen. Een eindje voorbij de Reggebrug, waarnaast op het ogenblik een nieuwe en naar te hopen is, steviger brug gebouwd wordt, kan rechtsaf geslagen worden. Hier versieren, of liever ontsieren, een vrij groot aantal bordjes met „verboden terrein” de bomen en paadjes. Maar omdat langs deze paden en weggetjes wel overal rustieke banken, bestaande uit een doormidden gezaagde boomstam, blijken te staan, en behalve een nieuwsgierige koe op de „uiterwaarden” van de rivier niemand de eenzame wandelaar gadeslaat, wordt het niet geheel duidelijk waarom en voor wie deze terreinen nu eigenlijk verboden zijn. Ze behoren aan een familie N.V. en het is natuurlijk niet onmogelijk dat de bordjes er alleen maar staan om op niet-op-heterdaad-betrapte stropers toch de hand te kunnen leggen. Dit is o.a. de betekenis van de borden met „Verboden Toegang” op het landgoed Eerde, meer zuidelijk gelegen, waar tegen rustige wandelaars, zelfs als zij geen toegangskaart bezitten, niets wordt ondernomen.

Vilsteren
Hoe het ook zij tot Vilsteren toe is er tussen de verharde weg en de rivier een wirwar van laantjes en paden, met telkens een uitzicht op het water. Kort voor Vilsteren wordt, doordat de Vecht een bocht naar het noorden maakt’, de strook land veel breder en hier ligt de Hermitage, een bouwwerkje opgetrokken op de plaats waar eens inderdaad een kluizenaarshut gestaan moet hebben. Minder bekend, maar veel interessanter dan dit gebouwtje is echter het omringende beukenbos, dat gedeeltelijk op oude rivierduinen ligt. Kostelijk is bepaald de wandeling door een aan beiden zijden door zware beukenbomen geflankeerd pad. Bomen, zo hoog en indrukwekkend, dat zij in de berm van een klassieke allee zonder meer op hun plaats zouden zijn, doch hier staan ze zo dicht langs het laantje, dat men er niet met zijn tweeën naast elkaar tussen door kan! Dit beukenbos geeft er een indruk van, hoeveel mooier de oorspronkelijk in Nederland thuishorende loofhout-begroeiing toch is dan de later aangelegde dennenplantages, die door ons, met elk plukje bos blij zijnde Nederlanders, toch nog gewaardeerd worden. Het stemt tot dankbaarheid dat hier en daar nog oude loofbossen bewaard zijn gebleven! Niet ver van de Hermitage voert de route over „de berg”, van waar er een weids uitzicht over de Vecht en het parkachtige landschap daar achter is, een landschap waarin de enkele boerderijen, haast verscholen achter houtwallen en- bovendien gecamoufleerd door grijze rieten daken, harmonisch passen. Meer, deze boerderijen geven de streek haar eigen karakter.

Rechteren
Van de berg – die niet zo hoog is! – afdalende, komt men langs een afgedamde arm van de Vecht, plaatselijk geheel dichtgegroeid met waterlelies, een brokje natuur van een zeldzame, ingetogen schoonheid, in Vilsteren, waarna er twee mogelijkheden zijn: men kan over de stuwdam de Vecht kruisen en wandelt dan door open land recht op Dalfsen toe, een dorp met een aardig, besloten silhouet. Ook kan echter de zuidoever verder gevolgd worden en dan blijft men steeds min of meer in het bos, want het hele landgoed Rechteren is toegankelijk voor wandelbewijs-houders. Het prachtige kasteel kan helaas niet zonder speciale introductie bezichtigd worden. Zowel wanneer men de noordelijke als de zuidelijke route volgt, krijgt men er een goede blik op.

Overijssels landschap
Een wandeling langs de Overstichtse Vecht betekent, meer nog dan een van de meer bekende tochten van Ommen uit, een goede kennismaking met het prachtige Overijsselse landschap, dat door zijn coulissenwerking veel bosrijker lijkt dan het is. Men kan het na zo’n tocht nog meer dan tevoren alleen maar betreuren, dat in het westen de hak-houtwallen en kleine boomgroepen vrijwel geheel verdwenen zijn.” Tot zover het ANWB-weekblad De Kampioen, zomer 1953.
Deel 1 van dit verhaal is te lezen via een klik op deze link:

Tekst: Harry Woertink – Foto: OudOmmen.nl

Plaats een reactie