Beerzerveld, hoogveengebied (1)

Het Nederlandse landschap is vrijwel geheel door mensenhanden gevormd.

Het onontgonnen Beerzerveld is één van de weinige gebieden met restanten van het hoogveenlandschap
Zie voor meer foto’s het album “Beerzerveld”.

Onontgonnen
Door de eeuwen heen zijn woeste gronden ontgonnen. Het leverde nieuwe landschappen op. Verlaten heidevelden en zandverstuivingen werden omgevormd tot keurig ingedeelde en bewoonde landbouwgronden. Aan de Beerzerhooiweg lijkt het erop dat de ontginners een stuk vergeten zijn: het Beerzerveld, gelegen tussen de Vennedijk en de Mariënbergerdijk. Het onontgonnen Beerzerveld is één van de weinige gebieden met restanten van het hoogveenlandschap, zoals het altijd geweest is.

Beerzerveld wordt als natuur beheerd door Landschap Overijssel en biedt leefruimte aan zeldzame plant- en diersoorten. Om te voorkomen dat er water wegloopt uit de rand en het hoogveen daardoor uitdroogt zijn de sloten gedempt, kades opgehoopt, dammetjes aangelegd en bomen verwijderd die water verdampen.

Turf
Vanaf de 18de eeuw kwam, in navolging van andere provincies in Nederland, het grootschalig vervenen in Overijssel opzetten. Zo ook in het veengebied Beerzerveld. Kanalen werden gegraven om de venen te ontwateren en turf af te kunnen voeren. Aan weerskanten van het hoofdkanaal, soms ook vanuit een zijkanaal, werden brede sloten of wijken gegraven, zodat het veen ontwaterde. De bovenste laag, de bolster, werd daarna verwijderd. Vervolgens werd het veen gesneden en konden de turven gestoken worden. Ze werden te drogen gezet en dan per turfschip via de wijken en het kanaal afgevoerd naar steden in de weide omtrek.

Het Overijssels kanaal had in het veengebied een belangrijke afwatering- en transportfunctie voor het vervoer van de afgestoken turf. Door deze ingrepen werd bewoning mogelijk van dit, voorheen natte en moeilijk toegankelijke gebied.

Dalgronden
Rond 1860 komen er mensen rond het kanaal wonen om in het hoogveengebied turf af te graven. De gravers van het kanaal waren geen bewoners. De meeste van de eerste bewoners, die voor een groot deel in keten woonden, trokken met de werkzaamheden mee. Op de afgegraven veengebieden werden de achtergebleven zandgronden met veenresten, gebluste kalk en mest vermengd. Zo ontstonden vruchtbare dalgronden. Deze gronden waren uitermate geschikt als grasland en voor verbouwing van aardappels en graan: het begin van het agrarische landschap met fraaie houtwallen.

De Winterkraaien
Het was een armoedig en taai bestaan voor de veenarbeiders. Hard werken voor weinig loon, met vaak ook grote gezinnen. Ze woonden in eenvoudige plaggenhutten. In 1896 verdronken tijdens een zware storm zeven mannen met zware stobben turf om de hals als hun bootje door het gewicht van de tronken op het woelige Overijsselse Kanaal bij Beerzerveld omslaat. Veenarbeiders wiens levens waren verbonden met de aarde tussen Sibculo en de Lemelerberg.

Ze werden winterkraaien genoemd omdat de wintertijd, als het veen te hard was om turf te graven, “de brand”, werd gebruikt om de zware boomknoesten, uit het veen te graven. De ploeg van winterkraaien deed zijn werk uit lijfsbehoud: als het zomerwerk niet voldoende had opgeleverd. Ze werden niet alleen winterkraaien of bonkers genoemd, maar ook wel stobbekeerls. Dit vanwege de (twee) boomknoesten die ze dagelijks als brandstof mee naar huis torsten. Eén voor op de borst, de andere op de rug.

De mysterieuze dood van deze zeven veenarbeiders had grote gevolgen voor de nabestaanden.  Aar van de Werfhorst (1907-1994) hoorde het waargebeurde verhaal van zijn grootmoeder en schreef er een roman over: “De Winterkraaien”.

In deel 2 meer over Beerzerveld:

Tekst en foto: Harry Woertink

Een gedachte over “Beerzerveld, hoogveengebied (1)

  1. “De Winterkraaien”. De trieste geschiedenis werd een aantal jaren geleden op initiatief van de Stichting Levend Vroomshoop als Klankbeeld op zeer indrukwekkende wijze uitgevoerd o.a. met medewerking van het mannenkoor onder leiding en met composities van Gezinus Veldman, Thea Kroeze, bekend van RTV Oost, zorgde voor de verbindende teksten. Op 4 oktober 2024 zal het werk voor de negentiende keer worden uitgevoerd, nu in Hoogeveen.

    Like

Plaats een reactie