Het dorp Vilsteren ligt in zijn geheel op een landgoed, een unicum in Nederland.

Foto: Vanuit een dalletje met rododendrons via een trappetje naar de kluizenaarshut
Zie voor meer afbeeldingen het album “Kluizenaar“.
Een deel van landgoed Vilsteren, circa 140 hectare, is aangewezen als Rijksmonument. Eén van de meest bijzondere elementen van dit monument is de Hermitage, ofwel de kluizenaarshut. De hut ligt bij de Rododendronvallei en is samengesteld uit stammetjes en vlechtwerk van wilgentenen onder een rieten dak met aan drie zijden een schild tegen een puntgevel aan de voorzijde. Tegen de voorgevel met vlechtwerk een hartvormig schild met de spreuk ‘ Contritum et humiliatum deus non despicies’, vertaald: een verdrukt en vernederd mens zult gij, God, niet verachten.
Folly
In de Hermitage – een Frans woord voor kluizenaarshut of kluis – heeft nooit een kluizenaar gewoond; ook niet een gevluchte priester, zoals wel eens wordt beweerd. De hut is niet neergezet om te wonen of te werken maar heeft enkel en alleen het gebaar tot doel.De Hermitage is een voorbeeld van wat in de Engelse landschapsstijl een “folly” wordt genoemd. Follies werden gebruikt om het landschap nog romantischer en verrassender te maken. Het zijn vaak nepruïnes of andere bouwwerken waar men zelf een romantisch of spannend verhaal bij kan bedenken. De Vilsterse kluizenaarshut mag tot de beste in Nederland gerekend worden.
Rijksmonument
De Hermitage is van algemeen cultuurhistorisch belang. Het is dan ook als Rijksmonument onderdeel van het landgoed vanwege de ouderdom, het type, de ligging en de zeldzaamheid. Voor het eerst wordt de Hermitage genoemd in stukken uit 1846. De hut is wel eens verdwenen en weer opgebouwd.
Kluizenaarsgraf
In een dalletje achter de hut ligt ook nog een zogenaamd ‘graf’ van de kluizenaar, voorzien van een ruw houten kruis. Als verhaal doet de combinatie van kluizenaarshut en kluizenaarsgraf het wel goed op een wandeling over de kronkelpaden van het landgoed…!

Zie het album “kluizenaarshut/hermitage” voor meer afbeeldingen
Tekst: Harry Woertink – Foto: collectie OudOmmen.nl