De “Groene Jager” op de grens met de gemeente Twenterand (Den Ham) herinnert aan een middeleeuws liefdesdrama tussen Gisela en Jonker Arent.

De Groene Jager, een oud tolhuis gelegen op Landgoed Eerde.
Evert van Essen
Het is een oud volksverhaal dat luidt als volgt. Kasteel Eerde maakte ééns deel uit van de vele roofriddernesten van Overijssel en was met Evert van Essen de schrik van de hele streek. Evert van Essen van Eerde had zijn oog laten vallen op Gisela ten Damme (een havezate bij Hellendoorn), een wees wier vader en moeder waren overleden tijdens de “zwarte ziekte”, zoals in de volksmond de pest werd genoemd.
Gisela van Damme verlooft met Jonker Arent
Evert van Essen’s aanzoek werd echter afgewezen, hetgeen niet zo verwonderlijk was, alleen al omdat Evert al in de zestig was en Gisela nauwelijks twintig. Maar bovendien was Gisela reeds verloofd met Jonker Arent, die zij al kende van vóór 1377. Jonker Arent, die oorspronkelijk voor ’t geestelijk ambt bestemd was geweest, had al toestemming tot huwelijk gekregen van Gisela’s voogd evenals van de bisschop van Utrecht.Hoewel Evert van Essen wist van Gisela’s verloving met Jonker Arent zweert hij bij een drinkgelag op huize Eerde tegenover zijn mede-drinkebroers, binnen een jaar Gisela als zijn bruid kasteel Eerde binnen te voeren of anders of anders het hele Oversticht in vuur en vlam te zetten. Om zijn woorden kracht bij te zetten heeft hij het huis Rhaan al platgebrand en menig dorper en heidebewoner al over de kling gejaagd.
Het is de winter van 1378/1379. In die koude winter zien wij bisschop Floris van Wevelinckhoven op weg van Deventer naar Oldenzaal om daar op gewestelijke rechtszitting het geschil te beslechten tussen de heren van Eerde en van Rhaan. Zijn lijfwacht werd aangevoerd door hopman Jonker Arent van den Grimberg, afkomstig van de gelijknamige havezate gelegen aan de Regge.
Na zijn overnachting op De Beverfeurde gaat de bisschop de volgende dag, alleen vergezeld van z’n hopman te paard naar het huis Den Grimberg. Bij het huis Den Grimberg ontmoeten hij de heidin Jolande; de bisschop had haar al eerder ontmoet bij zijn tocht, enkele jaren daarvoor, naar Goor, toen zij hem grote diensten bewees. Zij waarschuwt de bisschop en Jonker Arent voor het gevaar, dat hen bedreigt. Zij vertelt namelijk dat heer Evert de bisschop een gelijke ontvangst wil bereiden als hem twee jaar geleden in Goor ten deel viel toen hij gevangen werd genomen.
Evert van Essen hinderpaal
Op Den Grimberg vernemen zij dat Gisela graag naar haar oom in Almelo wil gaan, maar dat Evert van Essen de hinderpaal is. De volgende dag wordt besloten een aantal ruiters ter verkenning uit te zenden om te zien of heer Evert al maatregelen getroffen heeft in verband met zijn eerder reeds getoonde vijandige stemming ten opzichte van de bisschop. Aan het hoofd van 16 ruiters gaat Jonker Arent op verkenning uit via Notter, Hellendoorn en Den Damme. Op hun verdere tocht richting Eerde worden zij echter opgemerkt door een heiden, die dwars door de bossen van Eerde heer Evert bericht over de verkennersgroep. Evert legt onmiddellijk met 50 ruiters een hinderlaag, die de verkennersgroep noodlottig wordt.
De Groene Jager
Jonker Arent heeft een groene vederbos op zijn helm en daarom wordt de plek van de hinderlaag later genoemd: De Groene Jager. Alleen Arent wordt gespaard en gevangen gezet in één van de onderaardse kerkers van de burcht Eerde; alle anderen worden gedood of gevangen genomen en later opgehangen. Toen Arent niet terug kwam en bekend werd wat er bij De Groene Jager gebeurd was, riep de bisschop de steden Zwolle en Deventer en de omliggende kastelen en dorpen te hulp.
Evert van Essen had zijn kasteel echter zodanig versterkt, dat de overmachtige bisschop hem nog twee maanden moest belegeren; Evert kan het niet bolwerken maar weet in stilte te ontvluchten naar Hardenberg en zo naar het buitenland. Hij vergeet echter niet Jonker Arent als gevangene mee te nemen.
Kasteel in brand
Kasteel Eerde werd door de bisschop in brand gestoken, welke brand een maand duurde. Terzelfder tijd werd ook het kasteel Azoelen in Den Ham verwoest; zo grondig zelfs, dat de juiste plaats daarvan nu niet meer aan te geven is. Evert van Essen verwierf in het buitenland nieuwe benden, die op vrije plundering bij hem dienden; hij maakte strooptochten in het Overijsselse, vooral onder Hardenberg en Gramsbergen en noodzaakte daardoor de bisschop met hem te onderhandelen. Evert werd vergund Eerde te herbouwen; Rhaan zou worden herbouwd door Frederick van Almelo.
Opnieuw aanzoek
Evert zwoer dat Arent bij De Groene Jager was gedood en doet opnieuw aanzoek naar de hand van Gisela, waarbij hij zich erg vroom voordoet; Frederick van Almelo gelooft Evert op zijn woord, meent dat deze door zijn rampspoed veranderd is en stemt toe in het huwelijk. Beiden hebben buiten de waard, namelijk Gisela, gerekend. Eerst verlangt zij een bewijs van diens toestemming van haar voogd; deze zendt haar de naald en de vingerhoed, die gebruikt waren door haar moeder bij het maken van de bruidssjerp van haar vader. Gisela geeft zich nog niet gewonnen. Zij verlangt daarna ook de toestemming van de bisschop in de hoop op diens weigering. Deze gevoelde zich echter door Arents dood bevrijd van zijn belofte, vreesde heer Evert en gaf zijn fiat. Gisela werd dus noodgedwongen de echtgenote van heer Evert, maar zij zwoer in het bijzijn van velen: Ik geef hem alleen maar mijn hand en ook niet meer dan alleen die! En als haar man haar naderde dan zwoer zij vergif te zullen innemen.
Jonker Arent leeft nog
Op één van haar wandelingen ontmoet zij Jolande, de heidin, die haar vertelt, dat Arent nog leeft. Zij raadt Gisela aan haar man niet langer af te wijzen. Gisela weigert. Jolande roept dan zo luid, dat ook de lijfwachten van Gisela het kunnen horen: Als ik bij u was zou ik de kloof tussen u en uw man kunnen dempen! De knechten brengen dit natuurlijk over aan heer Evert die Jolande bij zich laat brengen. Zij weet het zo aan te leggen, dat zij dagelijks enige uren bij de jonge burchtvrouw wordt toegelaten om haar te bewegen tot meer toenadering tot haar echtgenoot. Dat schijnt te gelukken want af en toe laat Gisela zich enige hoffelijkheid van haar echtgenoot welgevallen.
Gisela en Jonker Arent samen in de kerker
Gisela en Jolande smeden plannen om Arent te bevrijden en dan samen te vluchten. Een landsknecht, die de nukken van heer Evert beu is, is de vrouwen behulpzaam, ’s Nachts wordt er gewerkt en de opening in Arents kerker wordt bij dag verborgen. Op een nacht echter wordt er te veel lawaai gemaakt. Evert van Essen ontwaakt en ontdekt alles en laat Gisela en Jolande bij Arent in de kerker smijten. Alleen de landsknecht weet te ontkomen. Evert verspreidt het bericht, dat Gisela op één van haar wandelingen door de weerwolf is weggesleept.
Twee verhalen
In het volksgeloof hebben twee verhalen nog lang daarna de ronde gedaan. Volgens het ene ziet men ’s nachts tussen 12 en 1 uur in de Eerder bossen een vrouw in wit nachtgewaad. Zij vlucht naar De Groene Jager, waar zij wordt opgewacht door een ridder met een groene veer op zijn helm. Zij begeven zich in de richting van het kasteel, waar zij dan plotseling verdwijnen.
Volgens het andere verhaal vond heer Frederick van Almelo, die zich uit Gisela’s nalatenschap gelden had toegeëigend om Rhaan te kunnen herbouwen, maar daaraan niets deed, op zekere morgen voor z’n burcht de vingerhoed terug eens als bewijs van zijn toestemming aan Gisela gezonden. Het volksgeloof zegt, dat Satan hem die toegezonden heeft en hem veroordeelde om met die vingerhoed de kolk leeg te scheppen onder de brug van zijn kasteel. Omwoners zien de oude heer aan de zijde van de brug zitten. Met de vingerhoed vult hij een klein emmertje, dat telkens als hij het leeg wil gieten wordt omgestoten, waardoor het water in de gracht terugvloeit. Men zegt dat men getracht heeft de kolk te dempen maar dat het zand er overdag in gestort, er ‘s nachts weer uit is.
Drie geraamten
Het geslacht Van Pallandt kocht in het begin van de 18e eeuw kasteel Eerde; het aanwezige gebouw werd toen tot de grond toe afgebroken. Ook de onderaardse gewelven werden gesloopt. In het laatste gewelf vond men drie geraamten. Twee er van lagen zo dicht bij elkaar, dat het leek alsof ze, elkaar omarmend, gestorven waren. Het derde lag er een eind van af. Arent, Gisela en Jolande?

Kasteel Eerde zoals het in 1715 is gebouwd door Johan Werner van Pallandt op de fundering van het vroegere kasteel
Tekst: Harry Woertink – Foto’s: collectie OudOmmen.nl