Over de historie van Ommen (2)

We gaan 80 jaar terug in de tijd om te lezen hoe toen over Ommen werd geschreven.

1937. Zicht op Ommen met de gereformeerde kerk en op de voorgrond kinderen die schaatsen op het ondergelopen gebied langs de huidige Julianastraat.

Onder de gemeente Ommen ligt de Ommerschans. De schans werd aangelegd tijdens de Tachtigjarige oorlog, om het doordringen van de Spanjaarden uit Twenthe naar de drie noordelijke Provincies te beletten. Zij werd later vergroot en verbeterd, waaraan vooral de naam van Coehoorn verbonden is. In 1787 was de schans nog bezet, maar toen de ontginning door de Dedemsvaart in het noorden van Salland een geheel andere toestand voortbracht, verloor zij haar belang.

Weldadigheid

In 1824 werd zij afgestaan aan de Maatschappij voor Weldadigheid. Deze vormde hier een kolonie voor bedelaars en landlopers, waarvoor o.a. een uitgestrekt gesticht werd gebouwd.

Op 15 September 1859 kwam het gesticht onder Rijksbeheer, terwijl het door een koninklijk besluit van 22 September 1870 werd ingericht voor bedelaars en landlopers uit het gehele rijk. Later werd het ingericht tot Rijksopvoedingsgesticht voor jeugdige boefjes. Het gesticht had toen de beschikking over eigen boerderijen, tuinderijen, een rietvlechtschool, een drukkerij (waarin thans de landbouwhuishoudschool is gevestigd), een zuivelfabriek, enz.

Molen en Galg

Ook ten oosten van Ommen vond men enig bouwland, tot voorbij de reeds sinds eeuwen bekende windkorenmolen „De Oude Molen”, die echter al lang verdwenen is. Ook moet hier vroeger een galg gestaan hebben. Gaat men verder naar het oosten dan komt men in de buurtschap Arriën, die vroeger ressorteerde onder de zelfstandige gemeente Ambt-Ommen. Onder deze gemeente vielen ook de kerkdorpen Lemele en Vilsteren, benevens de buurtschappen Zeesse, Giethmen, Archem, Besthmen, Eerde, Junne, Beerse en Varsen. Later zijn Stad- en Ambt-Ommen tot één gemeente samengevoegd.

De Vecht

De Vecht, waarover enige jaren geleden een fraaie brug werd gebouwd, is een rivier die, volgens oude verhalen, zo genoemd is naar een priester, die er onder de regering van de Frankischen koning Odemai in verdronken is. Zij ontstaat in het voormalige Munsterse Ambt Horstmar, loopt door het graafschap Bentheim na aldaar de Dinkel en twee andere kleine rivieren te hebben opgenomen en valt bij Holtheme, een buurtschap onder de gemeente Gramsbergen, in onze provincie. Zij neemt vervolgens nog twee stroompjes, die van de kant van Coevorden komen, op, loopt na vele kronkelingen langs Hardenberg tot bij Ommen en verbindt zich, een half uur gaans beneden die stad, met de Regge, om langs Dalfsen lopende tussen Zwolle en Hasselt in het Zwartewater uit te monden.

Regge

De Regge ontspringt even ten zuiden van Diepenheim op het Westerflier. In de 15e eeuw was het bovenstroomgebied van de Regge de Schipbeek, die in haar bovenloop Buurnerbeek heette en in Duitsland Aa. Zij was vroeger de scheepvaartweg voor Twenthe. Door het tot stand komen van het Overijsselse kanaal in 1855, hetwelk Zwolle met Almelo verbindt, is hieraan een eind gekomen. Nu wordt de Regge nog bevaren tot de stuw Hancate door enkele kleine scheepjes van plm. 30 ton (zgn. Enterse Zompen). Volgens oude geschriften schijnt er vroeger een druk verkeer van op- en afvarende schepen bestaan te hebben wat echter door het verbeteren

Gezond

De luchtgesteldheid van Ommen kan als gezond worden aangemerkt. De dampkring is er helder en zuiver, omdat geen hoge en dicht op elkaar staande gebouwen de zuivering verhinderen. Sommigen evenwel hebben wel eens gemeend, dat de lucht in de nabijheid der stad schadelijke bestanddelen zou bevatten, daar er vóór het jaar 1780, gedurende 15 à 17 jaren zware en algemene Gal- en Rotkoortsen werden waargenomen, welke telkens met tussenpozen van 1 à 2 jaren zich zouden hebben herhaald. Hoe het ook zij, de oorzaken van deze ziekten zijn waarschijnlijk weggenomen, want sinds vele jaren zijn zij in Ommen niet meer voorgekomen.

Beplanting

Al, van ouds scheen de vroedschap van Ommen veel gewicht te hechten aan het beplanten van openbare wegen en pleinen. Zo werden in 1548 in de stadsrozegaarden elzentelgen gepoot, die men uit de Wullinck bij Deventer haalde, die per 600 stuks vracht en poten inbegrepen, 12 Goudguldens kostten. In het volgende jaar 1549 pootte men de zgn. „peppelen” of populieren tegen het Spiker, waarvoor men per 500 stuks 10 Philips guldens betaalde. Enkele van deze populieren staan waarschijnlijk nog op de Voormars bij het kantongerecht, als eerwaardige gedenkstukken der voorvaderen zorg en vlijt. In latere jaren liet het stadsbestuur bij de herbergen de Bisschopshaar en de Rozeboomshaar een menigte dennen zaaien. Ook de dijk naar Varsen werd met populieren beplant, die met de weg naar Arriën, die naar de Haar, en die rondom de begraafplaats een aangename wandeling opleverde.

Het Laar

Aan de overkant der Vecht, in het vroegere Ambt-Ommen ligt de oude havezate „Het Laar” waartoe het prachtige Laarbos behoort. Omstreeks 1880 behoorde dit alles toe aan den heer A. Sandberg, lid van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, die aan het publiek vrije wandeling toestond in het bos. Later gingen deze bossen over aan de gemeente Ommen. De gemeente stond eveneens vrije wandeling toe, om de tuinen te bewonderen, die rondom de veel bezochte olie- en pelmolen, aan de oevers van de Vecht gelegen, waren aangelegd.

Dit is deel 2 van de Historie over Ommen. Klik op deze link voor deel 1 over de Historie van Ommen

Tekst: Harry Woertink – Foto: collectie OudOmmen.nl

Plaats een reactie