Oorlogsverhalen in Ni’jluusn van vrogger

Het maartnummer van het kwartaalblad Ni’jluusn van vrogger ven de gelijknamige historische vereniging in Nieuwleusen is voor een grot deel gevuld met een tweetal oorlogsverhalen.

voorkantpalthehofb6.jpgDe naar Australië geëmigreerde Otto Broug heeft de hongertocht beschreven die hij en ongeveer 35 andere kinderen vanuit Rijswijk naar Overijssel maakten. Op 29 maart 1945 kregen ze in Nieuwleusen een bord pap waarvoor hij vandaag de dag nog steeds dankbaar is. De kinderen in leeftijd tussen 7 en 15 jaar kregen de havermoutpap, brood met boter en kaas en melk voorgeschoteld na een tocht van een week. Ze waren vanuit Rijswijk vertrokken, waar nog nauwelijks iets te eten was. Per schip waren ze naar Zwolle gereisd. In Nieuwleusen kwamen ze doodmoe en verhongert aan. Alleen voor de jongsten was er vanuit Zwolle een boerenwagen beschikbaar geweest, de oudste jongens hadden er de hele weg achteraan moeten gelopen. De kinderen waren op weg naar een nog onbekend gastgezin in Overijssel. Voor het vervolg van de tocht hadden de Nieuwleusenaren gezorgd voor een drietal boerenwagen zodat niemand naar de volgende halteplaats Balkbrug behoefde te lopen. De dank en waardering waren groot en zijn dat zelfs nu na bijna 70 jaar nog.

Onderduiken
In het tweede verhaalt beschrijft David Aalbregt zijn onderduikperiode in Nieuwleusen. Alsof ze naar Duitsland zouden gaan waren ze vanuit Den Haag vertrokken. Maar onderweg de stiekem gemaakte plannen uitgevoerd en kwam men aan het Westeinde in Nieuwleusen terecht op een onderduikadres. Na een razzia belandden hij en Albert Kleen, die hem onderdak had geboden, in kamp Amersfoort. Nadat die periode voorbij was moet Aalbregt snel weer onderduiken en vond weer onderdak bij Kleen. Later kwam hij bij Van Duren aan de Evenboersweg. Zijn tijd bracht hij door met boerenwerk. Na de oorlog werd hij nog enige tijd aangesteld als bewaker van kamp Conrad in Staphorst. Ook Aalbregt is nog steeds dankbaar dat hij zijn onderduikerperiode in Nieuwleusen en omgeving heeft mogen doorbrengen. De contacten zijn dan ook altijd gebleven, alleen de laatste jaren moet de 90-jarige het tot zijn verdriet af laten weten.

Kinderwerkjes
In het elfde deel van de serie “Het kleine huis aan het pad” vertelt Margje Key-Hendriks over de werkjes die ze als kinderen moesten doen. Het was niet altijd even leuk, maar ze leerden er veel van. Ook beschrijft ze het spelen in de vrije natuur, het uithalen van eieren uit de nesten van eksters en kraaien en hoe ze meikevers in een jampotje bewaarden. Verder is het kwartaalblad o.a. gevuld met enkele schoolfoto’s van de klas van meester Ilmer van de openbare school de Meele. Het kwartaalblad is te koop bij The Read Shop en De Blijde Boodschap in Nieuwleusen. Vanaf april is het ook te koop in museum Palthehof, dat dan weer voor het publiek is geopend.

Bron: “Ni’jluusn van vrogger” / Museum Palthehof – 10 februari 2014

Plaats een reactie