De Ommerschans heeft een belangrijke rol gespeeld in de opvang van bedelaars in de 19e eeuw. De Historische Vereniging in Nieuwleusen houdt op maandagavond 2 december een ledenbijeenkomst waarvoor schrijver Wil Schackmann is uitgenodigd. Hij vertelt over het bedelaarsgesticht en over de betrokkenheid van Nieuwleusen bij de Ommerschans.
Wil Schackmann schreef in 2013 het boek ‘De bedelaarskolonie’, met als ondertitel ‘De Ommerschans, het eerste landelijk gesticht voor luilevende armen’.
Afb.: Wil Schackmann
Er zijn aan het begin van de negentiende eeuw in ons land “luilevende armen” die in plaats van te werken liever hun hand ophouden. Men noemt ze “ene grief voor onze natuur, luije buiken, onbeschaamde deugnieten, zedelooze voorwerpen”. In het in 1822 opgerichte bedelaarsgesticht de Ommerschans zullen die eens hard worden aangepakt en heropgevoed. Uit alle windstreken, van Hoorn tot Veere, en van Brussel tot Groningen, worden de bedelaars naar dit nieuwe instituut “opgezonden”. Wil Schackmann schreef in 2013 het boek “De bedelaarskolonie”, met als ondertitel “De Ommerschans, het eerste landelijk gesticht voor luilevende armen”. Dankzij zijn kennis van het archief kan hij niet alleen de dagelijkse gang van zaken in het gesticht beschrijven, maar weet hij ook veel van de bewoners op de voet te volgen. Met veel liefde voor het onderwerp en de mensen die er een rol in spelen, en met oog voor vermakelijke details. En met opmerkelijke conclusies. Want zijn het wel allemaal bedelaars die er terecht komen?
Nieuwleusen is een van de plaatsen die regelmatig bedelaars bij het gesticht aflevert. Maar altijd personen die geen band met de plaats hebben, vermoedelijk zijn het mensen die vrijwillig vanuit hun eigen woonplaats richting de Ommerschans trekken en dan in de buurt een gemeentebestuur opzoeken dat hen aflevert. Zo brengt Nieuwleusen op 21 mei 1823 de 21-jarige Pieternella Hendriks uit Leeuwarden met een dochtertje van twee jaar en de 36-jarige Elisabeth Jansen uit Amsterdam met een zoontje van vier. Vermoedelijk weduwen (de kinderen hebben een andere achternaam dan de moeders) die de kost niet konden verdienen en besluiten zich zelf bij het gesticht te melden. Het speelt allemaal in een tijd dat het sociaal vangnet nog niet was uitgevonden. Dat merkt ook Andrie Erlie, ongeveer veertig jaar en herkenbaar aan “een sabel houw over de neus en lip”, die na zijn eerste opname eind 1824 is vrijgelaten, maar in de maatschappij niet aan de kost kan komen en zich mei 1825 meldt bij het gemeentebestuur van Nieuwleusen.
De ledenbijeenkomst van “Ni’jluusn van vrogger” vindt plaats in de zaal bij de Ontmoetingskerk en begint om 19.30 uur. Voor leden is de entree gratis. Overige belangstellenden mogen voor € 5,00 de lezing bijwonen. In de pauze is het boek “De Bedelaarskolonie” te koop.
Over De bedelaarskolonie:
- Nederlands Dagblad: “Informatief, voortreffelijk opgeschreven, met een goed gevoel voor de verhouding tussen mooie persoonlijke anekdotes en de inkadering in grotere thema’s.”
- Leeuwarder Courant: “Wat De bedelaarskolonie tot leesgenot maakt, is het vele anekdotische materiaal, met humoristisch understatement aangedragen.”
- Historisch Nieuwsblad: “Wie op zoek wil naar de oorsprong van de Nederlandse verzorgingsstaat moet deze studie van Wil Schackmann lezen.”
Bron: Ni’jluusn van vrogger – 20 november 2013