‘Ommen in de jaren 1945 – 1960. Tien Ommenaren vertellen’

‘Ommen in de jaren 1945 – 1960. Tien Ommenaren vertellen’ is de titel van een nieuw boek dat donderdag 22 februari 2007 is gepresenteerd door de Historische Kring (HKO).

tien1.jpg
De tien Ommenaren en de schrijvers op de foto bij de officiele overhandiging van de eerste exemplaren. Anton Niens ontbreekt op de foto vanwege persoonlijke omstandigheden

Ter gelegenheid van het 10-jarig bestaan van de HKO hebben Joop Melenhorst en Peter Kramer tien willekeurige Ommenaren geportretteerd en gevraagd naar hun ervaringen gedurende 1945-1960. Vragen over politiek of hoe de vrije tijd werd ingevuld en over gebeurtenissen die een belangrijke rol speelden. Met anekdotes en andere komische voorvallen werden de geïnterviewden toegesproken door de schrijvers en werden de eerste exemplaren uitgereikt. Voorzitter Berend Jan Warmelink zei blij te zijn met de nieuwe volgens hem ‘unieke’ uitgave van de Darde Klokke. Melenhorst en Kramer werden bedankt waarbij ook Sir Schokkenbroek voor de eindredactie en Albert van der Vegt voor de distributie werden betrokken.

  1. Jan Horsman
    Als één van de ‘tien’ brengt Jan Horsman (1913) wethouder Seinen in herinnering, die namens de ARP jarenlang deel uitmaakte van het college van B en W. ‘Een man van zijn woord. Bij hem zou er geen crisis zijn op het gemeentehuis. Hij zou die ambtenaren de broek wel opbinden en er een paar keer flink doorheen bulderen, dan was het gezeur wel over’, laat Horsman opschrijven.
  2. Jan Hendrik Moerman
    Volgens Jan Hendrik Moerman (1929) – die zijn vader als lid van de SDAP en later PvdA 35 jaar actief zag in de raad van Ommen – was er nauwelijks ruimte voor een socialistisch gezicht in de Ommer politiek. De gemeente Ommen was klein en had nagenoeg geen middelen om armoede en woningnood te bestrijden. Bij Moerman staat de tyfusepidemie nog in herinnering, die na de Tweede Wereldoorlog uitbrak en in Ommen zeker twintig slachtoffers telde, waaronder zijn broer. Zo kort na de oorlog waren de medische voorzieningen niet optimaal, al werd er in het Sophia ziekenhuis in Zwolle wel een speciale afdeling voor tyfuspatiënten ingericht.
  3. Koos Albers
    Dat er in Ommen veel gedronken werd wil er bij oud-politieagent Koos Albers (1922) niet in. Alleen op de bijzondere dagen was het wel raak. ‘Dan was het niet ongewoon, dat sommigen wat te lang bleven zitten en wat moeilijk ter been werden. We hielpen ze soms ook een handje door ze “geruisloos” naar moeder de vrouw te brengen’, aldus Albers. Op de maandelijkse paardenmarkt zorgde de drank ook regelmatig voor vechtpartijen. ‘Maar wij hadden daar niet zo’n groot probleem mee, het dienstwapen heb ik niet één keer hoeven te gebruiken.’
  4. Egbert Brinkhuis
    Egbert Brinkhuis (1925) had als pachtboer in Beerze te maken met de adel, waar grondeigenaar Baron Bentinck niets wilde weten van egaliseren. ‘Hij maakte de boeren wijs dat ze bij kromme grond veel meer land hadden.’ Als ‘meneer’ voorbij kwam namen alle boeren eerbiedig de pet afnam. Die onderdanigheid werd er door de Bentincks ingeprent.
  5. Anny Harmsen-Sonnenberg
    Als dochter van een warme bakker herinnert Anny Harmsen-Sonnenberg (1929) dat het hard werken was. ’s Nachts bakken, vader ventte de boodschappen uit in de buurtschappen en dan was er de winkel nog. Toen had je nog echte klanten.
  6. Herman Siero
    Volgens Herman Siero (1925) stonden de geloven door de oorlog niet meer zo scherp tegenover elkaar. Dat was eerst water en vuur.’ De komst van de Ambonezen in de kampen Eerde en Laarbrug verliep volgens Herman haast geruisloos. Van protesten of discussies weet hij niet. Daar besloten anderen over en dan nam je dat aan. De Ommer bevolking had weinig met de Ambonezen te maken. ‘Ik herinner me nog wel, dat ze dinsdags op de markt kippen kochten en die dan levend onder de snelbinders van de fiets stopten. Daar keek je wel van op.’
  7. Johannes Pel
    Johannes Pel (1926) heeft in de vijftiger jaren als huisarts veel zien veranderen. Ook kreeg hij met de alternatieve geneeskunde te maken. Ik heb daar nooit moeite mee gehad. Wie erin gelooft heeft er misschien wel baat bij. Ik zei dan tegen zo’n patiënt: ‘Ik hoop dat u door die behandeling geneest.’ In het begin ging de specialist van het ziekenhuis op verzoek van de huisarts nog wel eens mee op huisbezoek om te helpen bij het vaststellen van een diagnose en bepaling van een behandeling. Maar dat gebruik werd al spoedig afgeschaft.
  8. Lenie Ruige
    Als onderwijzeres, eerst in de school in Hoogengraven en later in Ommen vertelt Lenie Ruige (1929) over haar vroegere ervaringen. ‘Ik wilde beslist niet naar het westen van het land. Ik heb nooit meer buiten Ommen gesolliciteerd omdat me het hier goed beviel’, aldus Ruige, die zegt het altijd goed getroffen te hebben met het op kamers wonen of in een kosthuis.
  9. Fred Oldeman
    Over het reilen en zeilen van een middenstander in het tijdvak 1945 tot en met 1960 vertelt horlogemaker Fred Oldeman (1930). Als lid van de Hervormde kerk weet Oldeman dat de gereformeerden natuurlijk vaak naar horlogemaker Van der Kolk gingen, die gereformeerd was.
  10. Anton Niens
    Als goed katholiek drukte de kerk een grote stempel op het leven van Anton Niens (1923) uit Vilsteren. ‘De kerk zei in die tijd precies hoe je had te leven’, aldus Niens. Met Ommen had Vilsteren geen band. ‘Het was er voor ons ook wel een beetje “fien”. Vroeger ging ik nog wel eens naar de Bissingh, later ook niet meer. Naar het postkantoor? Nee, we schreven geen brieven’.


Joop Melenhorst en Peter Kramer wisten op humoristische wijze de aanwezigen te vermaken. Voor hun werk was er een fles geestrijk vocht

Tekst en foto’s: Harry Woertink

Bron: HKO97.nl

Plaats een reactie