Ambtsketen burgemeester moet om bij brand of oproer

Ommen heeft weer een burgemeester. Gerrit Jan Kok is donderdag 11 januari 2007 geïnstalleerd als opvolger van Arend ten Oever. Behalve de beëdiging in handen van de Commissaris van de Koningin kreeg Kok het ambtsketen van de gemeente Ommen omgehangen.

De ambtsketting van burgemeesters moet op de borst bij brand of ‘oproerige beweging’, zo blijkt uit het Koninklijk Besluit van 1852.
kok1-b.jpg
Gerrit Jan Kok, burgemeester van Ommen met zijn ambtsketen. Op de zilveren penning het wapen van Nederland en aan de andere kant het wapen van de gemeente Ommen

Deze officiële handeling als installatie van burgemeester van Ommen werd verricht door waarnemend raadsvoorzitter Gerhard Smelt.
Smelt heeft in de Koninklijke archieven gezocht naar het Koninklijk Besluit waarin het dragen van het ambtsketen is geregeld. Hij vond een KBt uit 1852 over het dragen van onderscheidingstekenen.

(letterlijke tekst uit 1852):

Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden

Besluit van den 16den November 1852, houdende bepalingen omtrent de door en Burgemeester te dragen onderscheidingsteekenen.

Wij WILLEM III, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, Groot-Hertog van Luxemburg, enz. enz. enz.

Overwegende, dat, volgens art. 76 der gemeentewet, de door den burgemeester te dragen onderscheidingsteekenen door Ons moeten worden bepaald, en dat het noodzakelijk is, voor te schrijven, bij welke gelegenheden die teekenen gedragen zullen moeten worden;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Art. 1
De onderscheidingsteekenen, door den burgemeester te dragen, bestaan in een zilveren penning, hebbende eene middellijn van veertig strepen en vertoonende aan de eene zijde het wapen des Rijks, aan de andere dat der gemeente, of, zoo, de gemeente geen wapen heeft, de naam der gemeente; de penning hangende op de borst, hetzij aan eene zilveren keten, hetzij aan een oranje zijden lint; de keten of het lint op beide schouders aan den rok of het opperkleed vastgehecht.
Art. 2
De burgemeester draagt de onderscheidingsteekenen, wanneer hij: voorzit in de vergadering van den Raad;
Ingeval van brand, of van oproerige beweging, van zamenscholing of andere stoornis der openbare orde zich in het openbaar vertoont; uit krachte van art. 188 der gemeentewet, of van eenige andere wet persoonlijk in het openbaar bevelen geeft;
Bij plegtige gelegenheden namens de gemeente opkomt.
Art. 3
Bij ontstentenis van den burgemeester worden de teekenen, in de bij het vorig artikel omschreven gevallen, gedragen door dengeen, die hem vervangt.
’s Gravenhage, den 16den November 1852.
WILLEM.
De Minister van Binnenlandsche Zaken,
THORBECKE.

tekst en foto: Harry Woertink

Bron: HKO97.nl – 11 januari 2007

Plaats een reactie