In mijn bakje ‘ingekomen documenten’ liggen wel eens documenten waarvan bij mij geen afzender bekend is. Uiteraard worden ze in deze rubriek wel genoemd en de inhoud beschreven.
Zo lag er het weekblad “EIGEN HAARD” dat werd uitgegeven door de NV “Het tijd-schrift EIGEN HAARD”, te Amsterdam. In dit nummer uit april 1906 staat een prachtig wandelverhaal met de titel: langs de Overijselsche Vecht door L. Nooter (slot). Deze wandeling begint in Vilsteren en eindigt in Coevorden. Ik wil proberen een goede samenvatting te geven van wat er beschreven wordt en u mee te nemen op deze wandeling van 100 jaar geleden. Ik citeer vrijelijk: een stoere katholieke kerk, een kapitale buitenplaats, een molen en enkele woningen, dat is Vilsteren. Talrijke gezelschappen kiezen de uitspanning van Klomp als eindpunt van een flinken rijtoer, zelfs in grooter aantallen nu er de N.O.L. een station bouwde.
Het verhaal van de kluizenaarshut wordt beschreven. Als de weg naar het oosten wordt vervolgd komt men langs de Vecht. De graslanden langs de Vecht zien er vrij dor uit. Een zwarte brug, juist in den toon van het landschap, voert ons over de Regge. Met een polsstok is de rivier te overspringen, den bodem ziet men duidelijk voor zich. Aan de andere kant van de Regge wordt het landschap weer vrolijker en het duurt niet lang, of bij een kromming van den weg komt het bescheiden Ommen met haar kleine torentjes opduiken. Onze weg leidt hier langs een ander buiten: Het Laar. Dit huis is niet door historische herinneringen bekend, maar door het simpele en zeer moderne feit, dat het Laar, van bestemming veranderd, thans dienst doet als pension, dat per annonce gasten roept uit alle oorden van ons land en met succes. (De geschiedenis herhaalt zich GV) gelegen in een streek, die nog kwalijk tot de “ontdekte” mag gerekend worden en verre van de machtige toeristenstroom is dit een plek om daar het stadsgewoel te laten uitrazen.
Van Ommen maar een enkel woord. Gelegen aan een vrij onbelangrijke rivier, op de plaats, waar twee uit Duitsland komende wegen elkaar ontmoeten, kon het plaatsje tot eenige ontwikkeling komen, die echter door de onvruchtbaarheid der omgeving beperkt moest blijven. De historie heeft hier weinig sporen achtergelaten: een enkele naam “Burgtgraven “herinnert nog aan de vestingtijd. Antieke gevels zoekt ge hier vergeefs: Ommen heeft niets van een bedaagde matrone, meer van een boersch juffertje in vrij goeden doen. Vervolgens worden uitstapjes naar den top van den Besthemerberg en naar de buitenplaats Eerde beschreven. De weg die over den Ham naar Vriezenveen leidt, daaraan hebben we Eerde te zoeken, is in de buurt van Ommen erg zonnig, maar verandert verderop in een machtige schaduwrijke beukenlaan. Aan het einde eener keurig onderhouden oprijlaan ligt Eerde. De omringende bosschen doen in statigheid en breeden aanleg voor het huis, uit 1715 niet onder en vormen daarmede een grootsch geheel, een “kerk van ongekorven hout”, waarin ’t gewoel en de drukte der buitenwereld niet vermag door te dringen.
Wordt vervolgd
Bron: HKO97.nl
Webredactie OudOmmen.nl: Eerder verschenen afleveringen uit de reeks “Van de archivaris”:
-
1 – maart 2005
2 – oktober 2006